Conflicten, de wereld is er vol van!
Omgaan met conflicten
Sla vandaag de krant maar open en je kunt er zeker van zijn dat je allerlei conflicten tegenkomt. Tutsi's moorden Hutu's uit, duizenden mensen worden koelbloedig vermoord! Arbeidsconflicten: de NS gaat staken, men kan het niet eens worden over arbeidsomstandigheden. Gezinsconflicten: kind al enkele dagen vermist, weggelopen na ruzie thuis. En dan nog de vele zaken die niet in de krant staan: een gezin waarvan de ouders uit elkaar gaan en scheiden. Gewetensconflicten: zondagsarbeid, wel of niet geoorloofd? Het lijkt erop of we in een wereld leven die alleen nog maar bestaat uit conflicten.
Je wordt er elke dag mee geconfronteerd. Soms zijn het zeer ernstige conflicten die wat verder van je bed staan. Bij een gewapend conflict zijn vele miljoenen mensen betrokken en duizenden moeten vluchten van het ene naar het andere land. Honderden mensen, weerloze mannen, vrouwen en kinderen worden wreed verminkt of vermoord. Het kan ons raken. We vragen ons af waarom er niets gebeurt. Waarom grijpt de VN niet in? Waarom, ja dat grote waarom! Maar na verloop van tijd vergeten we het weer. Het leven gaat tenslotte door.
Soms zijn het conflicten die zich in je naaste omgeving afspelen, je hoort van je vriendin of vriend dat hun ouders gaan scheiden. Twintig jaar getrouwd, en nu ineens uit elkaar, je bent er kapot van. Hoe kan dat nu? Vroeger was het altijd zo gezellig. Onbegrijpelijk, waarom eigenlijk? Ook kerkelijke en levensbeschouwelijke conflicten kunnen ons persoonlijk aangrijpen. Ze plaatsen ons voor een keus. In kerken waar het gaat om eenheid en waarheid zien we vaak verwijdering en intolerantie en geeft de vraag: „wie heeft gelijk? " veel stof tot conflicten.
Ons eigen hart
Ik denk dat als we eens dieper op deze zaken willen ingaan, we moeten nadenken over de vraag, waar de oorzaak van al deze conflicten ligt. Het antwoord daarop is dat de diepste oorzaak van al deze conflicten ook op de bodem van ons eigen hart ligt. Zolang het bij een ander gebeurt, kunnen wij er nog beschouwelijk over praten. We leven mee, maar maken het ten diepste niet mee, we zijn toeschouwer. Maar, o wee als het ons zelf betreft: Ze moeten maar eens aan mijn eer komen! O, dat neem ik niet. Wil je enkele voorbeelden?
- Ik wil zaterdagavond om kwart voor twaalf thuiskomen, je ouders vinden dat te laat, zij vinden elf uur een mooie tijd. Het is tenslotte morgen zondag.
- Ik ga samen met mijn vriendin winkelen en koop zo'n modieus kort rokje. Het staat ontzettend leuk. Thuisgekomen zegt moeder: „Meid ik wil niet dat je dat aan doet, ik schaam me ervoor." - Hoewel ik zeker weet dat ik mijn werk beter doe dan mijn collega wordt hij bevorderd en ik niet.
Het zijn maar enkele voorbeelden, maar ze zijn uit te breiden tot een lange reeks. Niet alleen thuis, ook op school, universiteit en werk. Hoe reageren wij? Gelukkig zijn we niet allemaal hetzelfde en reageren we niet allemaal gelijk. Maar toch als het onszelf raakt, wat dan?
De oorzaak
We weten dat Adam en Eva in de hof van Eden leefden als volmaakte schepselen. Ze waren goed en naar Gods beeld geschapen. De Heere had aan Adam en Eva een proefgebod gegeven, omdat Hij vrijwillig gediend wilde worden. Gehoorzaamheid en liefde zijn alleen zuiver en recht als ze voortkomen uit oprechte gewilligheid. Afgedwongen gehoorzaamheid is geen gehoorzaamheid en gedwongen liefde bestaat niet.
Door de listige aanslag van de satan kwam de mens op een tweesprong terecht. Er moest gekozen worden: God gehoorzamen of niet. Adam en Eva hebben gekozen, tegen God en voor de satan. De gevolgen van de val zijn vreselijk, de overtreding heeft een breuk geslagen tussen de Schepper en Zijn schepsel.
In deze zondeval ligt de wortel van alle kwaad, van alle zonden en dus ook de diepste oorzaak van alle conflicten. Door de zonde heeft de mens het beeld Gods in engere zin (gerechtigheid, heiligheid en kennis) verloren: „Allen zijn ze afgeweken, te zamen zijn ze onnut geworden, er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe", zegt Gods Woord.
Paulus en Barnabas
Ook kinderen van God kunnen dwalen, want ze hebben op de aarde nog maar een beginsel van het nieuwe leven. Kijk maar wat er staat in Handelingen 15:39. Daar kunnen we lezen dat er tussen Paulus en Barnabas verbittering ontstond, alzo dat ze van elkaar gescheiden zijn. Hier hebben we een duidelijk voorbeeld dat er conflicten tussen kinderen van God kunnen zijn.
'Enige overblijfselen'
Maar gelukkig heeft de Heere in zijn goedheid de mens nog 'enige overblijfselen' van de oorspronkelijke scheppingsgaven doen behouden. God heeft in zijn algemene genade de mens nog zoveel goeds gelaten, dat hij nog als mens aangesproken kan worden, nog kan leren, goede omgangsvormen kan hebben zodat het leven op deze aarde nog draaglijk is.
Communicatie
Een belangrijk gegeven bij het oplossen van conflicten is de onderlinge communicatie. Aan de ene kant zien wij een overvloed aan communicatie via radio, televisie, tijdschriften. Aan de andere kant zien we een groot gebrek aan communicatie op het meest wezenlijke niveau, het directe contact tussen de ene mens met de ander. Ook alle communicatiestoornissen gaan terug naar de val in de hof van Eden. God schiep er behagen in om door middel van Zijn Woord met Adam te spreken. We weten van Adam, dat hij kon spreken, niet alleen omdat we lezen dat hij met God sprak, maar ook omdat hij een naam gaf aan de dieren en aan zijn vrouw. God gaf de gave van de taal en de mogelijkheid tot communicatie aan de mens.
Uit Genesis 3 blijkt dat, toen Adam en Eva vielen, de communicatie met God en met elkaar werd verbroken. In plaats van berouw, gaf de mens de schuld aan de ander om zich zo aan zijn persoonlijke verantwoordelijkheid te onttrekken en trachtte hij zijn eigen schaamte te bedekken. Veel conflicten die we heden ten dage tegenkomen hebben te maken met communicatie. In het paradijs was er gehoorzaamheid en liefde. Ook nu nog moeten wij deze woorden laten staan. Gehoorzaam aan God, aan Gods wet. Gehoorzaam zijn aan allen die over ons gesteld zijn en liefde ten opzichte van God, maar ook ten opzichte van de naaste. Is het juist niet in onze tijd dat deze twee zaken steeds meer verloren gaan. Gehoorzaamheid en gezag, liefde en zorg.
Wat zegt Gods Woord?
Als we nadenken over conflicten en de oplossingen daan/oor is het goed om Gods Woord aan het woord te laten. De Bijbel is geen handboek voor het oplossen van allerlei conflicten, maar geeft wel veel aanwijzingen.
Over onderlinge communicatie met anderen staat in de Bijbel dat we eerlijk zullen zijn, Paulus schrijft in de brief aan Efeze 4:25: Daarom legt af de leugen, en spreek de waarheid, een iegelijk met zijn naaste." In hetzelfde hoofdstuk handelt Paulus over de toorn. In vers 26 zegt hij: De zon ga niet onder over uw toornigheid." Op zichzelf hoeft toorn niet verkeerd te zijn, ouders mogen best boos zijn op hun kinderen. Maar als iemand zo toornig wordt dat hij onbeheerste dingen zegt, zonder te
letten op de consequenties en maar door blijft razen, dan zondigt hij.
Bedekken of oplossen
Ook moeten wij er zorg voor dragen dat toorn niet over gaat in wrok, die ons leven kan gaan beheersen. Als er onenigheid bestaat over bepaalde dingen, dan dienen we dit óf te bedekken met de mantel der liefde óf we dienen ze meteen op te lossen en af te handelen. Als iemand wrok koestert, maar net doet alsof er niets aan de hand is, liegt zo iemand en spreekt de waarheid niet. Van werkelijke communicatie is dan geen sprake. Een veel gestelde vraag is wie de eerste moet zijn om tot verzoening te komen. „Ik ben toch niet begonnen, het was toch zijn schuld." Vaak wijzen van beiden de vingers in tegenovergestelde richting. De Bijbel geeft hierover duidelijke aanwijzingen. In Mattheüs 5:23-24 staat: Zo gij dan gij uw gave zult op het altaar offeren, en aldaar gedachtig wordt, dat uw broeder iets tegen u heeft; laat dan uw gave voor het altaar, en gaat heen verzoent u eerst met uw broeder." En in Matthéus 18:15 staat: Maar indien uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga heen en bestraf hem tussen u en hem alleen." Het is duidelijk dat als iemand een ander heeft benadeeld, hij naar hem moet gaan, maar als de ander hem benadeeld heeft, moet hij ook gaan. Wat zou het mooi zijn als ze elkaar onderweg naar elkaar tegen zouden komen.
Liefde
Ik heb nog weinig gezegd over de liefde. Als we elkaar liefhebben, en God eist dat van ons, leren we ook fouten van anderen te bedekken en niet zwaar op te vatten. Maar als we iets niet over het hoofd kunnen zien en het blijft knagen in ons hart dan moeten wij het probleem bij de kop pakken en niet bedekken. Liefde is vergeven en vergeten.
Tenslotte kunnen we in ditzelfde hoofdstuk lezen dat wij onze broeder moeten bestraffen, 'tussen u en hem alleen.' Met andere woorden we moeten het probleem binnen een zo klein mogelijke kring houden. Wat wordt er juist ook tegen dit laatste gegeven vaak gezondigd. We zoeken medestanders en blazen het probleem op. Hierdoor wordt de weg naar verzoening juist tegengewerkt.
Een koude vrieswind
Als we Gods Woord laten spreken over onze houding ten opzichte van onze naaste in conflictsituaties dan past ons schaamte en is er schuld. Wat is er veel ruzie in huwelijken, in gezinnen, in kerk en maatschappij. Het ziet er bovendien niet naar uit dat het er beter op wordt. Nee, we behoeven dit ook niet te verwachten. In 2 Timotheus 3:1 zegt Paulus: En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden. Want de mensen zullen zijn liefhebbers van zichzelven". De Heere Jezus geeft dit ook aan in Matthéus 24:12: Zo zal de liefde van velen verkouden." Juist in onze tijd waait de koude vrieswind liefdeloosheid en egoïsme. Dat egoïsme, de bron van alle conflicten, is hét teken van de eindtijd. Wie daar meer over wil weten leze het boekje van ds. H. Veldkamp 'De dag van de Zoon des mensen'.
Tenslotte
Dit artikel is begonnen met te verwijzen naar het eerste bijbelboek met name naar Genesis 3. In de zondeval, daar ligt de oorzaak van alle ruzies, haat en nijd. Het heeft de mens niet goed gedacht God en zijn naaste in ere te houden. In Openbaring 3 spreekt Christus tot de gemeente van Laodicéa: „Ik weet uw werken". Alles is voor Mijn oog klaar en helder, ook de diepste schuilhoeken van ons hart. En dan komt Christus met Zijn oordeel over de gemeente van Laodicéa: „Want gij zegt: ik ben rijk en verrijkt geworden, en hebt geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt." Zie hoe scherp hier onze natuurstaat getekend wordt zoals we werkelijk zijn. Als dit het laatste was wat op te merken was, dan zou er inderdaad geen toekomst meer zijn, dan zou het leven op aarde uitzichtloos zijn. Dan was er geen verwachting meer voor de gemeente van Laodicéa en voor ons. Maar in Gods grote barmhartigheid spreekt Hij in deze brief nog tot ons: „Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig en bekeer u. Zie ik sta aan de deur en Ik klop." Ook nu nog in 1997, in een wereld vol onrust, staat de Heere aan de deur van ons hart te kloppen. Hij staat, Hij dringt aan. Hij roept ons ook nu nog op tot bekering. Onmogelijk in onszelf, ja zeker, maar „Wie Hem nederig valt te voet zal Mijn wegen leren."
Voor Gods kinderen, jong of oud is er een heerlijke verwachting. Zij mogen verder lezen in hoofdstuk 21 over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar gerechtigheid zal zijn. „En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal er meer zijn; want de eerst dingen zijn weggegaan."
Dit verlangen naar de nieuwe hemel en aarde betekent dan niet dat zij zich zullen terugtrekken in een isolement. Nee, zij zullen hun roeping en taak ook in deze wereld verstaan. Ze worden een bidder niet alleen voor zichzelf, maar ook voor hun naaste, dichtbij en veraf. Voor Gods volk is er toekomst ook in de donkerste tijden, want zij mogen weten: Hij regeert!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 1997
Daniel | 32 Pagina's