Een personeelsfeest
Jolanda staat in de kantine van de supermarkt in de soep te roeren. Ze kijkt op haar horloge. 'Hallo', schrikt ze half hardop, 'over tien minuten begint de pauze af'. Snel zet ze de oven aan.
Twee jaar lang heeft jolanda op vrijdagavond en zaterdag en in de vakanties achter de kassa gezeten. Het ging haar goed af. Dat bleek wel uit de computeruitdraai die wekelijks de kasverschillen van elke caissière in beeld brengt. H aar week staat liet meestal weinig tekorten zien. Ook over de aanslagen per uur was de chef tevreden. Als Mariska niet ziek geworden was, had ze nog steeds achter de kassa gezeten. Twee zaterdagen heeft ze Mariska toen vervangen in de kantine en zorg gedragen voor de koffie en de lunch van het winkelpersoneel. Het was Jolanda goed bevallen.
Drie maanden later nam Mariska ontslag. De chef had aan Jolanda gevraagd of zij voortaan 's zaterdags de kantine wou doen. Jolanda had snel toegezegd, maar wel gevraagd of ze vrijdagsavonds achter de kassa mocht blijven. Ze wilde het werk achter de kassa niet helemaal kwijt. De chef had toegestemd.
De eersten druppelen binnen. Jolanda pakt de soep van het gasfornuis en draait zich om. „Wat sta jij toch mooi op de banden, jolanda", klinkt het, terwijl ze de tweede pan soep op de balie zet. O, Dennis weer. Die kan het niet laten opmerkingen over haar figuur te maken. „Leuk hoor dat je altijd een rok draagt, moesten ze allemaal doen daar zou het mooi van worden in de winkel..."
„Fijn, dat je het zo op prijs stelt, Dennis, " zegt Jolanda rustig, en meteen er achter aan, „kip of tomaat? "
„Geef maar kip. Maar zonder gekheid, waarom draag jij eigenlijk altijd een rok? "
„Als je het graag wilt weten, moet je het nog maar eens vragen als ik meer tijd heb. Houd het er voorlopig maar op dat het bij mijn outfit hoort."
De volgende twee uur heeft ze het druk met soep scheppen, lasagne opwarmen, enzovoort. Als ze langs de tafeltjes loopt om de soepkommen op te halen, is het commentaar niet van de lucht.
„Waarom heb je vandaag geen biefstuk... Je weet toch dat ik geen lasagne lust... je hebt er toch geen varkensvlees doorgedaan? Die soep is echt niet te eten." Ze maakt zich er niet druk over. Sommigen vinden alleen patat met appelmoes lekker. Verder gaan de gesprekken vooral over het bedrijfsfeest van aanstaande zaterdagavond.
Half drie. Even een rustig moment. De deur van de winkel gaat open en Sylvia stapt binnen. „Eerst naar het toilet, " grijnst ze, „kan ik even uitrusten." Sylvia staat bij het brood. Best zwaar, heel de dag achter zo'n toonbank drentelen.
Als Sylvia weer voor de dag komt, vraagt Jolanda of ze een glas fris wil. „Graag een glas jus", zegt Sylvia. Terwijl Jolanda het glas vol schenkt, zegt Sylvia: „Ik ga even zitten, 't Kan nu wel, het is 's middags bij het brood toch niet zo druk". „Leuk dat we weer eens een feest hebben hè? ", gaat Sylvia verder. „Nou eh... ik houd niet zo van die feesten."
„Nee? Nou, ik ben er dol op. Lekker eten en drinken op kosten van de baas. Goeie muziek, ik zie het helemaal zitten. Ben jij verleden jaar eigenlijk geweest? " „Nee", bekent Jolanda, „toen vierde mijn ma d'r verjaardag." „Nou, dit jaar moetje komen, hoor, je weet niet wat je mist."
Jolanda had het er thuis over gehad. Haar ouders waren het er over eens geweest dat zo'n feest waarschijnlijk niets zou zijn voor haar. Toch moest ze maar gaan, vond pa. „Dan weet je volgend jaar tenminste waarom je niet gaat. je kunt niet op voorhand wegblijven. En voortijdig weggaan als het te gek wordt kan altijd."
Ze was gegaan. Eerst hadden ze gebowld, dat was gezellig geweest. De chef had hen vanaf papier toegesproken, de gebruikelijke prietpraat over de bedrijfsresultaten. Gelukkig niet te lang.
Er werd stevig gedronken. Dennis was naast haar komen zitten. Met elk pilsje werd hij aanminniger. Toen hij een arm om haar schouder legde, was ze opgestaan en met een „joh, doe normaal, " ergens anders gaan zitten.
Als extra attractie was er een conferencier ingehuurd. De zaal had dubbel gelegen. Soms had Jolanda ook moeten lachen, de meeste tijd had ze zich geërgerd. Toen het dansen begon, had ze zich verontschuldigd. Boven het lawaai van de muziek uit had ze tegen Sylvia geroepen dat ze naar huis ging. „Nu al? ", had Sylvia terug gegild.
Ze had geknikt en was vertrokken.
Vrijdagavond. De laatste klant is de deur uit. jolanda maakt met een vochtige doek haar kassa schoon. „Zeg, waarom ging je zo vroeg weg zaterdagavond? Vond je het niet leuk? ", hoort ze Sylvia's stem naast zich.
jolanda kijkt even op. Dan zegt ze, terwijl ze verder werkt: „Nee, eigenlijk niet. Alleen het bowlen vond ik gezellig. Om zo'n conferencier geef ik niks. 't Meest bizarre van zo'n man vind ik dat hij na elke grap wacht tot de zaal lacht. En dan al die grappen onder de gordel. Ik had het gezellig gevonden met verschillende collega's eens wat te kletsen, daar heb je als je werkt nauwelijks tijd voor. Nou, dat ging niet, want daarvoor stond de muziek veel te hard. Nee, voor mij hoeft het zo niet."
„Je had wel weer chance, zeg? ", zegt Sylvia met bewondering in haar stem. „Dennis ziet echt wel wat in jou."
„Nou, ik zie niets in Dennis. Hij kan zijn handen niet thuishouden", antwoordt Jolanda.
„Ik vind hem hartstikke leuk. Ik wou dat hij mij eens zag, " zwijmelt Sylvia. „je mag Dennis van mij hebben. Ik heb een andere achtergrond als hij, Sylvia, en daarbij is hij mij veel te zelfingenomen. Hij denkt dat hij elk meisje kan krijgen. Nou mij dus niet."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 1997
Daniel | 32 Pagina's