JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De Koning is goed voor me

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Koning is goed voor me

Vraaggesprek met evangelist Joh. Witte uit Merksem

14 minuten leestijd

Door de verlichte winkelstraten van Merksem zochten we op de eerste vrijdagavond van het nieuwe jaar onze weg naar de Oude Bareellei. Al vele jaren is er in dit deel van Antwerpen een evangelisatiepost van onze gemeenten. Deze Belgische havenstad aan de Schelde is het werkterrein van evangelist joh. Witte. Samen met z'n vrouw heeft hij er zijn plaats gevonden. Inmiddels weten heel wat mensen de familie Witte te vinden. Voor van alles en nog wat. 'Pas belde iemand: De waterleiding is gesprongen. Weet u een oplossing? ' Een eenzame post? Zeker wel: 'Maar we voelen ons hier echt thuis; we zitten midden tussen ons volkje, hè vrouw? ' Mevrouw Witte beaamt: "k Zou niet graag meer terug willen.' En bovendien: de Heere betoont van hen af te weten. 'Ik zelf breng het er niet zo best af. En toch helpt Hij altijd. Is dat geen wonder? '

De heer Witte is geboren op 7 juni 1934 in het Zeeuwse Nieuwdorp. In deze plaats heeft hij heel wat levensjaren doorgebracht. In februari 1956 - deze maand 41 jaar geleden - trouwde het echtpaar Witte. Het gezin telt 8 zoons en 2 dochters. Een fotolijst in de kamer laat ons zien dat ze inmiddels 24 kleinkinderen hebben. De naam Witte is onafscheidelijk verbonden met het tapijt-en meubelcentrum (TMC) Zeeland. In 1975 begon Witte deze zaak. Inmiddels is het uitge groeid tot een 'familiebedrijf'. Het ambtelijk leven is voor meneer Witte niet vreemd: Zestien jaar was hij ouderling in zijn geboorteplaats. Maar de Heere had ander werk voor hem. Nieuwdorp werd voor het Belgische Merksem verwisseld. Vanaf augustus 1989 woont de familie er. Daarvoor deed Witte er drie jaar lang al ambtelijk werk vanuit de classis Goes. Nadat er zelfs sprake is geweest om het evangelisatiewerk in dit gedeelte van Antwerpen te beëindigen, is 'Merksem' sinds 1994 weer een 'echte' evangelisatiepost.

Meneer Witte, hoe bent u eigenlijk tot dit werk gekomen?

Al heel wat jaren geleden stond er in de Saambinder een advertentie voor een evangelist in Merksem. Ik liep er mee. Vooral de tekst uit Galaten 1 was in m'n hart: 'Maar wanneer het Gode behaagd heeft, Die mij van mijner moeders lijf afgezonderd heeft en geroepen door Zijn genade, Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Denzelven door het Evangelie onder de heidenen zou verkondigen.' 'k Durfde het niet aan. Ik dacht: 'Dat is niets voor mij.' Een ander werd evangelist in Merksem. Maar toch raakte ik het niet kwijt. Op een gegeven moment, jaren later, kwam de post Merksem weer vrij. De Heere baande de weg om er te gaan werken. Als God iets begint, heeft Hij daar een bedoeling mee. Dan gaat het door! Daar hoeven we echt niet ongerust in te zijn.

Hoe ziet uw weektaak eruit?

Om te beginnen: 's zondags twee keer dienst. Twee dagen besteed ik aan straatwerk, ziekenbezoek en alles wat er bij komt. Naast m'n werk in de zaak, ga ik iedere donderdag naar Amsterdam. Elke evangelist doet daar één dag per week het werk. 's Zaterdags ben ik thuis. In het winterseizoen is er natuurlijk ook nog de catechisatie. Op de maandagavond zitten in de eerste groep twee kinderen van een jaar of zes. De tweede groep is een gezinnetje uit Brasschaat, een plaats hier in de buurt. Daar geef ik huiscatechisatie. Op de woensdagmiddag doen we hetzelfde in Walem. Donderdagavond komen de studenten uit Antwerpen en de oudere jeugd aan de beurt. En dan is er nog elke dinsdagavond bijbelstudie.

Welke achtergrond hebben de mensen die u ontmoet?

De achtergrond van de mensen hier is katholiek. Zelfs mensen die helemaal nergens meer aan doen, zeggen: 'ja, maar ik ben wel Rooms gedoopt', alsof ze zeggen willen: 'Ik ben toch wat!' Een keer behandelde ik zondag 30 van de Catechismus over het Avondmaal des Heeren en de Paapse mis. Ik zei: 'We kunnen er nu lang of breed over praten, maar de mis is mis. En als de paus niet wederom geboren wordt, gaat hij verloren.' Na de dienst kwam er een man naar me toe. Hij zei: 'Dat gelooft u toch niet? De paus, die heilige man, en dan... verloren? Hoe kan dat nu toch ooit? ' Zó diep zit dat er in.

Zijn er nog andere problemen waar u tegenaan loopt?

Wat hier ontzettend veel voorkomt, zijn gebroken huwelijken. Verder zijn er drugs-en drankproblemen. Je staat vaak voor moeilijke beslissingen. Dan voel je ook zeker wel eens dat je alleen zit. In een kerkenraad kun je zeggen: 'Toe broeders, gaan jullie er eens achter aan.' Dat gaat op een evangelisatiepost niet. Verder zijn er mensen die soms een poosje de diensten bezoeken, maar later weer afvallen. 'k Moet zeggen dat je bij katholieke mensen over het algemeen veel ontzag aantreft voor de ambten. Dat merk je bijvoorbeeld in 't ziekenhuis. Als geestelijk verzorger kun je er altijd terecht, zelfs buiten de bezoekuren. Ook op de kamers bij de patiënten heb je alle ruimte om uit de Bijbel te lezen en een gebed te doen. ledereen luistert dan mee.

Hoe knoopt u een gesprek met de mensen aan?

Dat is verschillend. Maar altijd probeer je er op terecht te komen dat God de wereld om ons heen geschapen heeft. En als ze dat niet geloven, zeg ik: 'ja, maar één ding is wel waar. We moeten allemaal een keer sterven. Dat staat ook in deze Bijbel.' En dat kunnen ze niet ontkennen. Ze zien het immers om zich heen. Zodoende heb je dan een aanknopingspunt om een gesprek te beginnen. Je moet ook niet te moeilijk zijn in je taalgebruik, 't Liefst op het niveau van een 10-tot 15-jarige.

Hoe reageren Antwerpse jongeren op de boodschap van het Evangelie?

'k Merk in hun reacties niet zo veel verschil met ouderen. Ook onder Belgische jongeren kom je het tegen dat ze de boodschap van Gods Woord afwijzen. Gelukkig staat er ook wel eens wat tegenover. Zo is er hier op een wonderlijke manier een gezin binnen gekomen. Vader en moeder vroegen aan hun dochtertje van bijna negen jaar wat ze wilde hebben voor haar verjaardag. 'Niets, 'k wil alleen naar de mis', zei ze. Haar ouders reageerden verbaasd: 'Naar de mis? Welke parochie dan? ' 'Naar de mis in Merksem, waar m'n vriendinnetje ook heen gaat', was het antwoord. Zodoende kwam dit meisje, samen met haar vader, moeder en broertje, op een zondagmorgen in de kerk! En ze blijven tot nu toe komen.

In Antwerpen wonen veel joden. Legt u ook contacten met hen? Kunt u hier iets over vertellen?

Werk onder de Joden is ontzettend moeilijk. Je komt in Antwerpen regelmatig met deze mensen in aanraking. Zodoende werd ik ook gevraagd om in het Deputaatschap voor Israël zitting te nemen, 't Zijn hier allemaal orthodoxe Joden. Het is niet gemakkelijk om er echt contact mee op te bouwen. Zo zijn we een keer bij een rabbijn geweest, maar we kregen geen voet aan de grond.

Zelfs een boekje wilde deze man niet aanpakken, omdat hij, naar zijn zeggen, alleen Hebreeuws las. Een ander gesprek in een Joodse boekwinkel liep spaak, omdat ze alleen iets wilden aannemen dat door de rabbijn ondertekend is. 'k Ontmoette ook eens een oude Joodse man. Aan de hand van een plaat uit de

Levensbron, werd zijn belangstelling gewekt. Zo lang het over het Oude Testament ging, was er niets aan de hand. Maar toen we bij Mattheüs kwamen, verstond hij niets meer. je moet 't werk onder de Joden niet onderschatten. Denk eraan, dat ze heel goed thuis zijn in het Oude Testament. Wat is het jammer, dat ze niets willen weten van Christus in het Nieuwe Testament!

Van evangelisatiewerk wordt wel eens gezegd: 't is ploegen op rotsen. Ervaart u dat ook zo?

'k Zou haast zeggen: Als je hiér werkt met het Evangelie, is het misschien wel makkelijker dan in een gesettelde gemeente. Daar zijn de mensen zó aan de boodschap van Gods Woord gewend. Vaak kruipt men achter de onmacht van de mens weg en zegt: 'Ja, maar God moet het toch doen? ' En dat is waar, maar eigenlijk geeft men zo de schuld van het onbekeerd zijn aan God. Ten diepste is het vijandschap tegen Hem! De oproep 'Bekeert u' staat vele keren in de Bijbel. Die eis leggen we zo gemakkelijk naast ons neer. Op de preekstoel mag het Woord van God uitgelegd worden. Ook hier nog. Over aandacht tijdens de preek heb ik gelukkig niet te klagen. En er zitten er tussen die ook honger hebben naar het Woord.

Komen er veel reacties op het strooien van folders?

Nee, nauwelijks of nooit.

Dan maar stoppen met folderen?

Nee, zeker niet! We zouden eigenlijk nog vaker moeten strooien. Pas zijn er weer 20.000 folders verspreid. Dat betekent dat dan ook in 20.000 huizen het Woord gebracht is! De Heere zegt het: 'Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen.' De eeuwigheid zal de vrucht ervan openbaren.

We hebben het over zorgen en problemen gehad. Ongetwijfeld zijn er ook andere ervaringen. Kunt u ons daar iets van doorgeven?

Ja, vorig jaar kwamen er vijftien mensen bij. Dat is verblijdend, 'k Heb er wel een beetje moed op dat ze blijven komen, hoewel je daar altijd voorzichtig in moet zijn. De laatste jaren daalt het aantal leden niet. En wat het geestelijk leven betreft: Ik ben natuurlijk geen hartenkenner. Toch merk je wel eens iets wat moed geeft. Een Belg zegt vaak rechtuit hoe hij er over denkt en hoe hij iets ervaart. Er zijn er hier ook die aan de weet komen dat in hun hart niets goeds woont en dat, wanneer ze het goede willen doen, het kwade hen bij ligt.

U zit op een eenzame post in België. Ervaart u meeleven vanuit de kerkelijke achterban in Nederland?

Ja, we zitten hier alleen. Dat merk je best wel eens. Toch voelen we ons hier thuis. De sfeer op de post is gelukkig goed. Het is net één grote familie. We hopen dat dat zo blijft. Als het nodig is, helpt de achterban. Dat hebben we gezien met de kerkbouw. Ook komen er regelmatig jongeren van jeugdverenigingen om te helpen strooien. Dat meeleven doet goed. Belangrijk is, dat het evangelisatiewerk meegedragen wordt in het gebed.

Mag u wel eens ervaren dat de Heere in België van u af weet?

Dat ervaar ik dikwijls. Een betere Koning kun je niet dienen! Die mildelijk geeft en Die nooit verwijt. Zelf breng ik het er niet zo best af. En toch helpt Hij altijd. Is dat geen wonder? In die zeven en een half jaar heeft de Heere me iedere keer geholpen. Hij gaf steeds weer te spreken.

Van te voren weet ik soms geen raad. Maar als ik op de preekstoel kom, geeft de Heere toch weer opening. 't Is waar: 'Vreest niet wat ge in die ure spreken zult; Ik zal u de woorden in de mond leggen.' De Koning is goed voor me. 'k Eindig de toespraak 's zondags nogal eens met: 'O, eeuwigheid, kom ras, ik wilde wel dat ik bij u was.' Om ontbonden en met Christus te zijn. Dat is me verreweg het beste. Echter, te blijven om uwentwil is ook goed.

Weet je wat ik niet kan verdragen? Dat er mensen zijn die buitenom Christus zalig willen worden! Dan zeg ik: 'Je moet m'n Koning, Die alles voor me gedaan heeft, niet te na komen.' O, als je toch eens iets van die Christus mag zien! Dan kan heel Merksem er nog wel bij! In de adventstijd was er de innerlijke drang om te spreken over de tekst uit 2 Kronieken 2: 'Daarom dat de HEERE Zijn volk liefheeft, heeft Hij u over hen tot koning gesteld.' 'k Voelde me helemaal niet goed. M'n vrouw zei: 'Hoe kun je nu toch ooit zó de preekstoel op? ' Maar de Heere gaf licht over de tekst. O, die liefde Gods! Dat Hij Zijn volk nu al van eeuwigheid heeft liefgehad. Dan ervaar je: 't Is Isrels God, Die krachten geeft.

Wat betekent Christus voor u?

Je mag het gerust weten: Christus is voor mij alles. En nu moeten we leren dat we Hem niet kunnen pakken, maar dat onze Koning van Isrels God gegeven is. Je komt het nogal eens tegen dat mensen hun mond vol hebben over Jezus. Maar hoe kom je aan Hem? Wat moet je met Jezus doen als je geen schuld hebt? Het is het werk van de Heilige Geest om aan Jezus' voeten te brengen. En om Hèm gaat het. Ik ben niet belangrijk. De bruid in het Hooglied zegt het: 'Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Zulk Eén is mijn Liefste, zulk Eén is mijn Vriend, gij dochters van Jeruzalem.' En als ik daar mag komen in m'n toespraakjes, komt het schip wel vlot. De weg achter Christus aan is geen opgaande weg. Hij is gegaan van de kribbe naar het kruis. En nu moeten Zijn kinderen daarin Zijn voetstappen leren drukken. Denk eens aan de discipelen. Zij kenden de Heere Jezus. Maar wat gebeurde er toen de Heere Jezus gestorven was aan het kruis? Hun hoop verging! Ze zaten met de deuren op slot, vanwege de vrees van de joden. Aan het kruis heeft Hij de zaligheid verdiend.

Maar alleen een levende Jezus kan Zijn verdiensten toepassen. De Borg heeft het gezegd: 'Ik leef, en gij zult leven.' Dat leren Gods kinderen. En als ze daar worden gebracht, weten ze waar hun schuld gebleven is en krijgen ze een recht op het eeuwige leven. Gods kinderen rusten vaak te vroeg. Want als we Christus niet hebben, hebben we niets. Echt niet! We moeten de gangen in het genadeleven vasthouden. Ook onze jonge mensen moeten we daarop attenderen. Zij horen vaak zo weinig hoe God Zijn volk leidt. Bij de Heere is overvloed. Bij Hem is alles te krijgen. En dat alleen, omdat Christus voldaan heeft. God de Vader verkiest. De Heilige Geest gaat uit om de Bruid van Christus te zoeken. Drie-enig God, U zij al de eer! O, dan ben ik soms zo blij, dat er nu niets van mij bij hoeft. Als ik er over nadenk, krijg ik al weer zin om een preekje te maken. En 't is wonderlijk: Dat Woord van God staat nu altijd vol verrassingen.

Tegenwoordig zie je ook meer evangelisatie-activiteiten vanuit de plaatselijke gemeente opkomen. Wat vindt u van die ontwikkeling?

Zo wordt de gemeente er meer bij betrokken, 'k Hoop dat er mensen zijn die dat werk mogen doen uit liefde tot hun naaste. Er zijn er zovelen, ook in de directe omgeving, die zonder Gods Woord leven! Maar er is ook een schaduwzijde aan deze ontwikkeling, 'k Wil er met nadruk op wijzen dat het evangelisatiewerk onder goede leiding moet staan.

Anders loopt het echt uit de hand! Laten de kerkenraden hier toch goed op toezien! Er kan, ook onder jongeren, enthousiasme zijn om te evangeliseren. Dat is te waarderen, maar vraag jezelf af: hoe evangeliseer ik? En: waarom evangeliseer ik?

Hoe moet je dan evangeliseren?

Evangelisatie is biddend werk. Hoe het moet? Doe het in afhankelijkheid van de Heere. Vraag jezelf bovenal af, hoe je verhouding met de Heere is.

Om te evangeliseren, moet je relatie met God goed zijn. Als de blinde de blinde leidt, vallen ze samen in de gracht. We kunnen ons zó druk maken om een ander, dat we onszelf vergeten. Ook moeten we onze - jonge en oude-onkerkelijke medemens geen aangepaste boodschap brengen. Wat hebben ze eraan dat we ben iets Jeren, dat niet naar Gods Woord is? Houd toch vast aan de eenvoudige Bijbel! Evangeliseer uit de Statenvertaling. Laat moderne vertalingen liggen. Maak geen gebruik van Het Boek. Bedenk dat de Heere ons niet nodig heeft. Dat gaat tegen onze hoogmoed in. Maar het wonder is, dat Hij nu nog mensen wil gebruiken in Zijn dienst om Zijn Koninkrijk te bouwen. Als slijk in Zijn handen. Niet meer dan dat. Weet je wie de mensen zijn, die het best geschikt zijn voor het evangelisatiewerk? Die beleven dat ze het van zichzelf niet kunnen.

Heeft u nog een slotopmerking voor onze jonge mensen?

Zoek het Koninkrijk van God. Ik hoop dat je de Heere mag vinden. Dat gun ik jullie allemaal van harte. Het zal wat zijn: onder het Woord geleefd te hebben en dan verloren te moeten gaan. 't Zal Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn in de dag van het oordeel dan ons. Het is nu het heden van genade. Nü moet het gebeuren.

Het kan geen uitstel lijden. Haast en spoed je om je levens wil!

Meneer en mevrouw Witte: Heel hartelijk bedankt voor de gastvrije ontvangst en het open gesprek. We hopen dat u het dikwijls mag ervaren: 'Ik zal raad geven, Mijn oog zal op u zijn.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 1997

Daniel | 32 Pagina's

De Koning is goed voor me

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 1997

Daniel | 32 Pagina's