JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Met Namm en Toenaam

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Met Namm en Toenaam

7 minuten leestijd

Hoe heet jij? En waarom heet je zo? Je ouders hebben een vrije naam gekozen, of je bent vernoemd naar een familielid. Meestal heet je dan naar een opa of oma, of een (overleden) oom of tante. Als degene naar wie vernoemd wordt een voor dat moment ouderwetse naam heeft, wordt die dikwijls verwerkt in een originele naam. Vaak heb je meerdere doopnamen, maar is je roepnaam afgeleid van je (eerste) doopnaam. Heel lang was het zo, dat hoe hoger je maatschappelijke positie was, hoe meer namen je je kinderen gaf. Prins Bernhard heeft wel negen voornamen.

Mode

Naamgeving is ook aan mode onderhevig. Franse namen wisselden af met Engelse en Scandinavische. Ooit kende ons land alleen Germaanse en Latijnse voornamen. Door de kerstening werden de Germaanse namen (zoals Adelbert) na het jaar 1400 steeds meer vervangen door bijbelse. Ook werden kinderen vaker naar heiligen genoemd. Vanaf de Reformatie verminderden in het protestantse deel van ons land de heiligennamen weer. Het valt op, dat in Zeeland meer namen uit het Oude Testament worden gebruikt dan in andere delen van het land. Misschien ligt hier de oorzaak in de Hugenootse achtergrond van veel Zeeuwen. In Friesland hebben de inwoners niet alleen een eigen taal, maar ook heel andere voornamen.

Met naam en toenaam

Rond het jaar 1200 komen we al regelmatig tweenamigheid tegen. Tot de 16e eeuw wordt vooral in steden steeds vaker ter onderscheiding een achternaam gebruikt. Verschillende rijke mensen kozen zo'n familienaam, omdat dat onder andere makkelijker was bij het verdelen van erfenissen onder de erfgenamen.

In de dorpen was het vaak voldoende, dat men je bijvoorbeeld kende als 'Pieter Corneliszn'. Deze vorm bestaat nu nog vaak als familienaam: van Abrahamse, via Hendriksen tot Willemse.

Anderen noemden zich naar de boerderij of streek waar ze woonden. Dit kwam vooral in Twente en in de Achterhoek voor. Toch waren al deze namen nog niet algemeen erkend. Het waren bijnamen of toenamen, die soms per familielid of na verhuizing konden wisselen.

Registratie van namen

Het concilie van Trente (1545-1563) besloot, dat de kerken doop-en huwelijksregisters dienden te gaan bijhouden.

Voor het kerkelijk recht waren deze registers heel handig. Een overlijdens-register werd echter nog niet opgesteld.

Bij de wederdopers kon men voor de kinderen geen doopregister aanleggen. je begrijpt wel waarom. In Amsterdam moesten deze kerken in opdracht van de burgemeester een gebóórteboek bijhouden.

In 1811 werd de burgerlijke stand ingevoerd op bevel van de Franse overheersing. Men wilde hiermee de scheiding tussen kerk en staat bevorderen. Een bijkomend voordeel voor Napoleon was het gemakkelijk kunnen oproepen van dienstplichtigen. Meteen werd iedereen in Nederland verplicht, een familienaam aan te nemen, voor zover men die nog niet had. De mensen vonden deze bezettingsmaatregel van de Fransen maar raar. Sommigen gaven daarom aan de oproep helemaal geen gehoor, anderen kwamen wel naar het

gemeentehuis, maar gaven een soms lachwekkende naam op (Korthals, de Kwaasteniet, Naaktgeboren, van 't Zelfde, Zondervan (het woord 'van' betekent achternaam). De Fransen werden verslagen en ons land werd een koninkrijk. De Nederlandse regering hield vast aan de invoering van de burgerlijke stand, en dreigde de burgers (in tegenstelling tot de Fransen) met boete bij weigering. Toch duurde het nog tot 1825 voor iedereen een familienaam had opgegeven. In deze familienamen valt een onderverdeling te maken:

- Afstammingsnamen, een voornaam met een achtervoegsel, voorbeelden: Jansen, Alberda, Simonis. - Herkomstnamen, zoals: Van Utrecht. De Friezen kwamen tijdens het opgeven van de familienamen graag voor hun afkomst uit: mensen heten vaker De Vries, dan Den Hollander of De Zeeuw.

- Adresnamen, waaronder In 't Veld, Van Dijk, Van den Heuvel en Ter Beek. Trouwens, alle namen die met Ter of Ten beginnen, komen oorspronkelijk uit Overijssel. In het westen van het land gebruikte men het voorvoegsel Van. Sommige adresnamen kunnen voor verwarring zorgen, als dezelfde naam ook in andere betekenissen voorkomt. Mijn familie wóónt namelijk ook al 65 jaar aan de Lagendijk. - Beroepsnamen, met als voorbeelden: Bakker, De Ruiter en Visser. Uiteraard komen alleen beroepen voor, die er voor of rond 1800 al bestonden. Naar meneer Programmeur zul je tevergeefs zoeken.

- Eigenschapsnamen, waarbij Van der Spelt op een voormalig kleermaker wijst, en de namen Zeldenrijk en Jongejan voor zich spreken. Het is gebeurd, dat de heren Vrolijk en Plaisier zich aan elkaar voorstelden. Dat veroorzaakte wel wat hilariteit. Vondelingen werden vaak vernoemd naar de plaats waar, of de omstandigheid waaronder ze gevonden zijn. Dat hing af van de creativiteit van de desbetreffende ambtenaar. Sommige vondelingen heten dan ook gewoon Vondeling. Inmiddels zijn er meer dan 200.000

verschillende achternamen. Net na de oorlog waren de vijf meest voorkomende namen in Nederland: De Jong, De Vries, Jansen, Bakker en Van den Berg. De immigranten brengen ook nieuwe namen ons land in.

Een Wijziging in het naamrecht

Tegenwoordig wordt door een ambtenaar van de burgerlijke stand bij een geboorte-aangifte genoteerd: het jaar, de dag, het tijdstip en de plaats van de geboorte, de naam of namen van de baby, de namen van de ouders, hun woonplaats en beroep.

Verder wordt er een register bijgehouden van: - huwelijksaangifte (ondertrouw), - huwelijkstoestemmingen (voor

minderjarigen), - huwelijken en echtscheidingen, - overlijden.

Tot op heden is het in ons land altijd zo geweest, dat het kind bij deze geboorte-aangifte de familienaam van de vader kreeg. Men noemde vaak als argument, dat de band van een kind met zijn moeder immers aanwijsbaar is, en dat de vader het kind erkent als zijn kind door het zijn achternaam te geven. Voor ons komt daarbij, dat wij de vader als hoofd van het gezin zien, en het daarom belangrijk vinden dat het gezin (dus ook de vrouw!) de familienaam van de vader draagt. Ook in de bijbelse geslachtsregisters worden de namen van de vaders genoemd.

Op het moment is er in de Eerste Kamer een wetsontwerp tot Herziening van het Naamrecht in behandeling, dat de regels op de naamgeving belangrijk wijzigt. Men is al sinds 1991 bezig met dit wetsvoorstel, maar naar verwachting wordt het ontwerp nu nog voor de zomer wet.

In een artikel over dit wetsontwerp vat mr. E. Loeb de kern zo samen: 'Van 'vaders naam is wet' naar 'moeders wil is wet'.

Deze wet stelt namelijk, dat de beide ouders tijdens de zwangerschap, bij de geboorteaangifte, of binnen drie maanden daarna, moeten verklaren welke naam het kind zal hebben. Dit

mag de naam zijn van de vrouw of van de man.

Deze naam geldt dan voor alle kinderen, die uit dit huwelijk (of deze relatie) worden geboren. Is de gezamenlijke verklaring niet voor of bij de geboorte-aangifte afgelegd, dan krijgt het kind voorlopig de naam van de moeder. Deze naam wordt definitief, als er niet alsnog binnen drie maanden na de geboorte een akte van naamkeuze wordt opgemaakt.

Dit voorstel is niet door het paarse kabinet verzonnen. In Scandinavië is dit systeem al sinds 1983 in gebruik. Ook in Nederland werd al jaren lang over deze wet op het naamrecht gediscussieerd.

Een kind kan wel op latere leeftijd zelf eenmalig om wijziging van zijn naam in de naam van de andere ouder vragen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand of bij de rechter. Tot slot merkt Mr. Loeb op, dat wanneer ouders bij de geboorte van een eerste kind al niet samen uit de naamkeuze komen, dat dan de eensgezindheid niet alleen op dit vlak zal ontbreken.

En hoewel er nu een keuzemogelijkheid bij wet wordt geregeld, is de verwachting dat de Nederlanders voorlopig allemaal blijven kiezen voor de naam van de vader. Dus eigenlijk verandert er in de praktijk niet zo veel.

Een nieuwe naam

je naam krijg je om je te onderscheiden van alle andere mensen. Hoe mooi de naam, die je ouders je gaven, ook kan zijn, het is niet het belangrijkste.

In Openbaring 2:1 7 mag Johannes schrijven aan de gemeente van Pérgamus: En Ik zal hem geven een witte keursteen, en op de keursteen een nieuwe naam geschreven, welke niemand kent, dan die hem ontvangt."

Deze naam te ontvangen is van veel grotere waarde, dan de naam van je vader of moeder.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 1997

Daniel | 32 Pagina's

Met Namm en Toenaam

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 1997

Daniel | 32 Pagina's