Openheid als preventie
Afstand en nabijheid in het jeugdwerk
Op het terrein van seksualiteit is er nogal wat loos: ongewenste intimiteiten, seksueel misbruik, incest... Mede daarom is seksualiteit een gevoelig onderwerp om over te praten. Maar dat betekent niet dat we dit onderwerp maar moeten vermijden, juist niet! Bijbelse openheid binnen het gezin en op de vereniging kan veel problemen voorkomen. Openheid als preventie!
Om ons heen wordt over seksualiteit allesbehalve geheimzinnig gedaan. Op allerlei manieren wordt op een perverse manier seksualiteit open en bloot (letterlijk en figuurlijk!) onder de aandacht gebracht. Met alle trieste gevolgen daarvan. Gelukkig weten veel ouders goed wat er zoal te koop is. Maar laten ouders nooit denken dat hun kinderen minder goed op de hoogte zijn. Daarom is openheid en duidelijkheid binnen het gezin zo belangrijk. Om een bijbels tegenwicht te bieden tegen alle vulgaire rommel die over ons wordt uitgegoten. Het gevaar bestaat dat we blijven steken in het waarschuwen tegen alle vuiligheid. Of ons beperken door alleen maar te wijzen op de gevaren van de seksualiteit.
Bijbelse openheid
Het Woord van God wijst ook concreet op die gevaren, maar het Woord zegt meer. In de Bijbel kunnen we, op de eerste bladzijden al, lezen dat seksualiteit haar oorsprong vindt in bet paradijs van voor de zondeval. God schiep de mens als man en vrouw met alle mannelijke en vrouwelijke gevoelens. Op veel plaatsen in de Bijbel wordt daar zeer open over gesproken, juist ook over het mooie en het zuivere van de seksualiteit.
Openheid in het gezin
Kinderen hebben seksuele gevoelens, verlangens en fantasieën. Dat wordt vooral duidelijk als kinderen in de puberteit komen met alle verschijnselen die daar bij horen. Aan de buitenkant en aan de binnenkant. Hoe ouders daar op inspelen is van groot belang. Als we als ouders zelden of nooit over deze dingen praten, kan bij de kinderen de gedachte ontstaan dat het om iets gaat wat in de stiekeme sfeer zit. Iets dat er eigenlijk niet bij hoort. Of nog een stap verder, dat het iets is wat vies of slecht is. Dat geldt zeker als we er alleen maar in negatieve zin over spreken. Misschien wel verklaarbaar vanuit de angst dat onze kinderen zullen ontsporen. Maar juist een vooral positieve bijbelse benadering zal eerder meewerken aan een positieve ontwikkeling. Dit mag een stimulans zijn voor ouders en kinderen om hierover niet geheimzinnig te doen, maar er open en vooral op tijd over te praten. Niet om mee te doen aan een trend in de samenleving. Niet opgelegd en opgedrongen, maar eenvoudig en duidelijk. Door, uiteraard, eerlijk in te gaan op de vragen die jongeren hebben. Maar als we als ouders alleen maar wachten op vragen, zijn we meestal te laat. Ouders moeten zelf ook bet initiatief nemen.
De puberteit is een periode van ontdekken op het gebied van seksualiteit. Met alle twijfels en vragen die daarbij horen. Of hun ontwikkeling wel normaal is. Ze vergelijken zich met anderen en vragen zich soms af of ze dingen niet heel anders beleven. Vragen en twijfels over zelfbevrediging. Onzekerheden over verliefdheden en verkering en alles wat daarbij hoort. Het is goed om als ouders over deze dingen met de kinderen te praten. Niet alleen maar technisch of veroordelend, maar met begrip! Vooral door te laten merken dat we weten wat er omgaat in de leefwereld van onze zoon of dochter.
Openheid op de vereniging
Ook op de j.v. is een open sfeer van groot belang. Het moet mogelijk zijn om, uiteraard op gepaste momenten en op een goede manier, over deze dingen te spreken. Voor een groot deel is de leiding voor die openheid verantwoordelijk. Daarom is het goed om ons als leiding af te vragen welke plaats seksualiteit in ons eigen leven inneemt. Heb ik een bijbelse visie op seksualiteit? Zie ik het als iets wat er nu eenmaal bij hoort of als een gave van God? Durf fk er open over
te spreken of dring ik het maar liever weg? Het antwoord op dit soort vragen, bepaalt hoe we op de j.v. over dit soort zaken spreken.
Laten we niet te benauwd zijn om in te spelen op vragen of gebeurtenissen op de vereniging. Er gaat meer om dan we vaak denken. Kunnen we er eerlijk over spreken als een meisje zich op de j.v. flirtend gedraagt? Wat doe je als een groepje tijdens de pauze elkaar een paar schuine moppen vertelt? Waarschuwen! Natuurlijk, maar blijft het daarbij? Of stellen we er ook iets positiefs tegenover. Het gevaar is zo groot dat we blijven steken in waarschuwen en afkeuring. Dit kan juist averechts werken. Spreken over seksualiteit blijft dan zitten in de sfeer van 'slecht en stiekem'.
Wat doen we als er vragen zijn rond verliefdheid en verkering? Hebben we daar een concreet bijbels antwoord op? Wat zeg je als een jongen vraagt: „Waar staat dat in de Bijbel, dat je getrouwd moet zijn als je met elkaar naar bed gaat? ". Wat antwoord je als een meisje vraagt hoe ver je met elkaar mag gaan in verkeringstijd? Weten we het zelf? Blijven we vaag? Sturen we ze met een kluitje het riet in? Of proberen we, hoe moeilijk ook, een bijbels antwoord te formuleren?
Afstand en nabijheid
Dat is toch wat we willen. Soms letterlijk en ieder geval figuurlijk, dicht bij de jongeren staan. Ze hebben ons begrip en onze steun nodig. Dat willen we ze toch graag geven? Ook op de vereniging! We willen ze laten merken dat we om hen geven en dat ze er echt bijhoren. Dat doen we op allerlei manieren: door hun vragen serieus te nemen, een vriendelijk woord, een belangstellende vraag, een grapje, een knipoog, een schouderklop, enzovoort.
Maar hoe ver kunnen we daarbij gaan met het lichamelijk contact? Kun je als man een arm slaan om een 15-jarig meisje dat het moeilijk heeft? Kun je met haar alleen achterblijven na afloop van de j.v. om nog een half uurtje na te praten? Kun je tijdens een kampweek als leiding met de jongens en meisjes stoeien en met elkaar door het gras rollen? Zomaar een paar vragen. Nee, laten we alsjeblieft niet krampachtig worden of gekunsteld in onze omgang met jongeren. We hoeven echt niet overal leeuwen en beren te zien. Maar we moeten wel eerlijk zijn en over deze vragen nadenken. Bij de beantwoording van dit soort vragen is niet alleen uitgangspunt wat wij als leiding vinden en voelen. Belangrijker is hoe de jongen of het meisje het zelf ervaart. Wat wij heel gewoon vinden, kan die jongere wel anders ervaren. Laten we daar oog voor hebben en daar een antenne voor ontwikkelen.
Sommige jongeren zijn misschien helemaal niet gediend van een bepaalde mate van nabijheid. Wees daar alert op en overschrijd geen grenzen. Andere jongeren zijn er misschien juist wel erg op gesteld. Zelfs zo dat ons gedrag bij hen wat losmaakt, dat een verkeerde kant op kan groeien. Geven we daar, misschien helemaal onbewust, aanleiding toe? In ieder geval: zijn we ons bewust dat zulke dingen kunnen gebeuren? Of komen we daar pas achter als het escaleert en er echte problemen zijn? Misschien zijn er leidinggevenden die dit overdreven vinden en zeggen: „Dat speelt toch niet bij ons...". Natuurlijk geeft het niet als we een bepaalde jongen of meisje erg sympathiek vinden. Maar zijn we hierin altijd volkomen eerlijk en zuiver in onze gevoelens? Voor de meesten helemaal geen punt. Maar ze zijn er wel, die op dit punt wel hun moeite en zelfs hun strijd kennen.
Signaleren
Het zou ook kunnen dat een seksueel misbruikt iemand op de vereniging zit. Nogmaals: we hoeven echt geen speurder te worden naar problemen, maar de mogelijkheid bestaat wel. Wat doen we als we als leidinggevende vermoeden dat er iets mis is met een jongen of meisje? Onderneem niet hals over kop actie. Een vermoeden is nog geen zekerheid. Wat dan wel? Ons niet voortdurend richten op de vraag of er wel of niet iets mis is. Maar ons veel meer richten op die jongen of het meisje waar het om gaat. Toon, zo ongedwongen mogelijk, hartelijke belangstelling. Wees betrouwbaar, zodat ze weten dat ze bij ons terecht kunnen. Als het vermoeden blijft of sterker wordt, zouden we bijvoorbeeld kunnen zeggen: „Als je met iets zit mag je het mij altijd vertellen". Dan nog zal het voor zo'n jongen of meisje niet makkelijk zijn om iets te zeggen. Meestal wordt hen door daders, op allerlei manieren, het zwijgen opgelegd. Maar als ze iets vertellen: geloof ze in eerste instantie onvoorwaardelijk. Bijna altijd is er op z'n minst wel iets waar van hun verhaal, al lijkt het ons nog zo bizar. Seksueel misbruik fs bizar! Ga nooit op eigen houtje actie ondernemen door bijvoorbeeld naar ouders te gaan, maar schakel deskundigen in. Neem daarvoor contact op met één van de instellingen voor hulp die er vanuit onze gezindte zijn.
betrouwbaar
betrouwbaar De Heere jezus was in Zijn omwandeling heel dichtbij de mensen. Hoe vaak lezen we niet van Hem: „...en hem aanrakende, en hem aanziende, en hem de handen opleggende, en begon de voeten der discipelen te wassen, laat de kinderen tot Mij komen", enzovoort.
Bij Hem waren en zijn milde handen en vriendelijke ogen. Zondaren die met wat voor nood dan ook tot Hem kwamen, waren bij Hem volkomen veilig. De Heere Jezus was in dat alles de Zondeloze, de Reine, de Volmaakte. Dat kunnen wij van onszelf niet zeggen. Wij zijn zondaar en geneigd tot alle kwaad. En dat is niet alleen een zin uit onze dogmatiek, maar helaas schrijnende werkelijkheid. Daarom moet er soms ook afstand zijn. Maar gelukkig is afstand heel wat anders dan afstandelijkheid.
Daarom kunnen we, door Gods genade, aan jongeren toch iets uitdragen van de geborgenheid die er in God is. Nee, het is niet altijd eenvoudig. Maar vanwege de. eenvoud begonnen we ook niet aan het jeugdwerk. We deden dat om iets te mogen betekenen in het leven van jonge mensen. Om een heel bescheiden schakeltje te zijn in het doorgeven dat de Heere de volkomen Betrouwbare is.
Woord en daad
Juist daarom zijn onze woorden en is onze houding zo belangrijk. Voor jongeren is niets zo funest als wanneer woord en daad met elkaar in strijd zijn. Dat kan, zeker in het licht van het voorgaande, een regelrechte ramp zijn in het leven van een jongen of een meisje. Maar anderzijds is er niets zo zegenrijk dan wanneer woord en daad bij ons overeenstemmen. Dat kan middel zijn om onze jongeren verlangend te maken om afstand te houden van de zonde en nabij de Heere te leven. Jeugdwerk... wat een mooi werk!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1997
Daniel | 32 Pagina's