JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Red hen, Jean!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Red hen, Jean!

one vervolgverhaal, deel 2

4 minuten leestijd

„Wat is hier aan de hand? Wat moet jij hier, jongen? ", vraagt hij. „Ik zoek mijn geit, monsieur", zegt Jean weer.

De ogen van de commandant nemen hem onderzoekend op. Een simpel boerenjochie zo op het eerste gezicht, denkt hij. Maar dat paard is behoorlijk afgejakkerd... Is die jongen misschien een spion en is hij op weg om die opstandelingen boven te gaan waarschuwen? „Ga jij maar met ons mee", zegt hij. En spottend laat hij erop volgen: , , 't Is hier op 't ogenblik niet vertrouwd voor kleine jongens. Wij zullen wel op je passen." „Maar monsieur... ik ben echt op zoek naar mijn geit. En m'n moeder wacht op mij... Wat zal zal zij..." „Geen praatjes. Ga daar naast die lange soldaat rijden."

Er klinkt een kort bevel en ze gaan op weg. Verslagen rijdt jean mee. Zijn lippen trillen. Nu kan hij de opdracht van maman niet meer uitvoeren. Of toch wel? Het kan niet, maar het moet!

Met open ogen en zonder woorden bidt hij vurig en zonder ophouden: „Heere, wilt U hen redden? Red hen, Heere!"

Hij beseft dat het zo ook moet zijn: 'Red hen, Heere' en niet 'Red hen, Jean'. Het maakt hem beschaamd en tegelijkertijd troost het hem.

Langzamerhand wordt hij wat rustiger. De soldaten rijden nu het bos uit en gaan een breed bergpad op. Dit is de officiële weg naar boven. Hij probeert wat verder achteraan te gaan rijden. Het lukt. Is zijn paardje niet veel minder snel dan die grote dieren? Maar die lange soldaat blijft naast hem en hij houdt hem steeds in het oog.

Ze stijgen nu snel. Jean kijkt om zich heen. Beneden hem zijn bomen en daartussen glinstert hier en daar water. Kon hij maar ontsnappen... Er is een plaats die daarvoor in aanmerking komt, beseft hij ineens. Over een paar honderd meter wordt dit pad heel smal. Aan één kant zijn er hoge rotsen en aan de andere kant is er een steile helling naar beneden. Hij is daar met zijn paardje een keer afgereden, zij het stapvoets. Waarschijnlijk zullen die grote paarden van de soldaten daar meer moeite mee hebben... Hij buigt diep zijn hoofd. Hier is een kans... Mag hij die laten schieten? Maar als ze hem dan eens te pakken krijgen? Dan zullen ze hem ondervragen en hij zal namen moeten noemen. De naam van dominee Brousson, van zijn helpers, de naam van papa! Misschien vragen ze niet eens en schieten ze meteen... Nog vijftig meter... Papa zit nu boven op de bergweide in het gras te luisteren. Grand-père zal wel naast hem zitten met zijn rechterhand aan zijn oor. Vijfhonderd mensen zijn daar en ze weten niets van het gevaar dat hen bedreigt. Jean gaat opeens rechtop zitten. Nog twintig meter... dan zal hij proberen om ervandoor te gaan, het kan niet anders. Hij is heel kalm nu, zijn ogen zijn strak gericht op het pad.

Nog tien meter, nog vijf... Heere, bewaar me... Om papa en om de anderen... Alles gaat als in een droom. Het paardje overwint zichzelf en schiet als een steenbok naar beneden. Het rent tussen de bomen door en springt over een stapel stenen. Dan deinst het terug voor een brede beek.

Jean stijgt af en springt in het water. Hij probeert het paard mee te trekken, maar het dier zet zich schrap. Het wil het water niet in! Met een wanhopige zucht laat Jean de teugel los. Snel waadt hij naar de overkant. Daar begint hij te hollen. Achter zich hoort hij iemand roepen; het is de lange soldaat. Hij gunt zich geen tijd om te kijken en rent door.

Ergens moet hier een schuilplaats zijn, een grot waar vader en hij eens hebben geschuild voor een regenbui. De ingang was verborgen achter een paar bosjes.

Hij laat zich op zijn knieën vallen en dringt door dicht struikgewas heen. Takken striemen zijn gezicht en hij haalt zijn hand open aan een scherpe steen.

Opeens zijn er geen takken meer en hij tast in een donkere, kille ruimte. Ja, hier is de grot! Op handen en voeten kruipt hij erin, zoveel mogelijk achterin.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1997

Daniel | 32 Pagina's

Red hen, Jean!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1997

Daniel | 32 Pagina's