JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

wie heeft er schuld?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

wie heeft er schuld?

7 minuten leestijd

In het boekje 'Leer mij Uw weg' staat dat God niet de auteur van het kwaad is, maar waarom laat Hij dan al die moeilijke dingen toe in mijn leven? Nog steeds voel ik de pijn van kwetsende opmerkingen van een leraar op de mavo. Het liefst denk ik er niet meer aan, want hoe meer ik er aan denk, hoe meer ik voel hoe een hekel ik aan hem heb. En dat is toch zondig en verkeerd, want een leraar is toch je meerdere en over je gesteld?

Een herkenbare vraag! In het onlangs verschenen jBGG-boekje 'Wees jezelf' staat een brief van Carolien waarin ze vertelt dat bij haar in de klas een jongen zit die niet mee mocht met een excursieweek van school. Zijn ouders zijn er principieel op tegen, jan heeft de echte reden in de klas niet verteld. Hij weet al wel hoe er op gereageerd wordt. Ze vinden dat natuurlijk belachelijk. Komt een paar dagen later conrector jansen in de klas. „Als ik goed ingelicht ben, zit jan de Vrede hier, klopt dat? " jan zijn vinger gaat omhoog.

„jij gaat geloof ik volgende week niet mee met de werkweek hé? Meld je volgende week iedere morgen om half negen bij mij. Het is de bedoeling dat je een werkstuk maakt. We kunnen je nu eenmaal geen vrij geven."

Reactie van Carolien: „Wist de hele klas meteen dat hij niet meeging. Zo'n man moest toch begrijpen dat je zo iemand te kijk zet."

Helemaal fout

't Is inderdaad niet zo'n verstandige benadering. Duidelijk is dat meneer jansen niet de bedoeling had om jan voor schut te zetten. Helaas komt dat ook voor. Uit bovenstaande vraag blijkt dat er leraren zijn die hun leerlingen op een kwetsende manier benaderen. Vaak komt zo'n reactie voort uit onmacht bij de docent. Hij is niet opgewassen tegen de klas en reageert met sarcasme op een leerling die op dat moment niet voldoet aan zijn wens. Helemaal fout, maar het gebeurt. En soms ook nog te begrijpen, je zult maar een klas hebben waarin een aantal jongelui je voortdurend uitproberen. 'tKan dan weieens goed fout gaan. Het pleit voor de leraar als hij er dan op terugkomt. Persoonlijk naar de leerling en zo nodig voor de klas. Zo'n opstelling dwingt respect af.

Hoe reageren?

Intussen zit jij nog met het probleem. Hoe reageer je als je nog op de school zit waar de leraar les geeft? 't Beste zou zijn om dat met hem te bespreken. Probeer eerlijk uit te leggen waarom zijn opmerkingen je pijn hebben gedaan, 't Kan zijn dat hij het zelf niet eens zo heeft aangevoeld. Als je denkt dat je dat niet aan kunt of niet durft, bespreek het dan met je mentor of met de conrector.

Als je met een stuk wrok blijft zitten, is dat niet goed. je hebt gelijk: dat is zondig en verkeerd. Als het uitgepraat wordt, kan het je helpen om je leraar anders te zien. Om te vergeven.

Misschien zit je inmiddels op een andere school of ben je al aan het werk? Dan kun je een brief schrijven waarin je eerlijk aangeeft wat jou pijn heeft gedaan. En dat jij er nog steeds last van hebt. Hopelijk reageert hij. Doet hij dat niet, dan heb jij gedaan wat je kon doen.

Schuld van de Heere?

Je vraagt waarom de Heere die moeilijke dingen in je leven toelaat. Wat denk je, zou de Heere daaraan schuldig zijn? Hij heeft de zonde toch niet gewerkt? De Heere heeft jouw leraar toch niet de opdracht gegeven om je pijn te doen. De Heere is niet aansprakelijk voor onze zonden. Sinds de zondeval is de hele wereld vol van de zonde. De Heere ziet dat verschrikkelijke wel. Jij vraagt je af waarom de Heere dan niet ingrijpt. Maar, wat zou de Heere dan moeten doen? In één ogenblik al het kwaad uit de wereld wegnemen? Als dat zou gebeuren, dan is het einde van déze wereld gekomen. Dan zal er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zijn waarop gerechtigheid woont. Waar alles goed is. Volkomen goed. In wondere harmonie. De Heere doét het tot Hij wederkomt anders. Ondanks de verschrikkelijke zonden van de mensen is Hij nog lankmoedig over ons. Hij wil ons Zijn Woord van genade en ontferming nog laten horen. In de binnenlanden van Irian Jaya, in de sloppenwijken van Rio de janeiro én in ons land. Opdat jonge mensen en ouderen Zijn genade leren kennen. Ook jonge mensen die beschadigd zijn.

De Heere grijpt niet in zoals wij zouden willen. Hij doet het anders. Hij laat Zijn Woord brengen. Opdat we bekeerd zullen worden. Opdat we Hem zouden leren dienen. Dan wordt alles anders in ons leven. Groot is Zijn ontferming, vind je niet?

Leg daarom jouw vragen maar aan de Heere voor. Hij is een Beloner degenen die Hem zoeken (Hebreën 11:6).

J, H. Mauritz

Als je een romantisch type bent, zul je dit een mooi gedicht vinden. Je verlangt ergens hartstochtelijk naar en je hoopt dat dit verlangen zo spoedig mogelijk werkelijkheid wordt. Als je je zó voelt, is het lezen van de Vlaamse dichter Jan van Nijlen een dankbare aangelegenheid.

De dichter heeft in zijn jeugd (de jaren '20 van deze eeuw) het fluiten van de stoomschepen in de nabije havenstad Antwerpen gehoord. Als hij ze maar hóórde, waande hij zich al op een schip om mee te varen, ver weg. Want ergens anders was het voor het romantische jochie Van Nijlen natuurlijk altijd beter dan hier... Als moeder nuchter vaststelde, dat het op het Vlaamse platteland wel eens op regen zou kunnen uitlopen, was hij met zijn gedachten in de tropen (Tananarive) óf in Alaska (Tamatave). Hij heeft de matrozen benijd, want zij konden doen wat voor hém niet was weggelegd: wegtrekken, de verte tegemoet. Zij waren in zijn kinderogen bijzonder bevoorrechte mensen.

Toen hij ouder werd, riep de plicht, het dagelijkse werk vanaf het uur van beginnen tot dat van ophouden. Elke dag verliep in de sleur van het bestaan op dezelfde manier. Daar heeft hij op den duur wel mee leren leven. Hij weet nu, als oudere, dat het dwaas was om zich in zijn jonge jaren zó door zijn fantasie op sleeptouw te laten nemen. Hij heeft - volwassen geworden - genoegen leren nemen met wat mogelijk was. En dat bleek niet méér te zijn dan een stukje heide en dennen. Hij lijkt nu tevreden te zijn met zijn 'huisje-boompje-beestje', maar eigenlijk is hij bitter en gehard door het leven dat dromen helemaal geen werkelijkheid liet worden! Maar... nooit heeft de dichter zijn kinderdromen helemaal kunnen vergeten. Ergens schuilt in de volwassen en zelfs oude man het kind van vroeger. Zoals vanavond. De bejaard geworden dichter hoort de schepen fluiten. Hij drukt zijn hoofd tegen de kille ruiten. En plotseling is dat gevoel uitzijn kinderjaren er weer. Hij wil het eigenlijk niet, want het leidt natuurlijk tot niets. Maar de verlangens overstromen in een niet te stuiten vloed zijn hart.

Eigenlijk is dit een heel triest gedicht. Het komt hier op neer: je kunt je idealen hebben, maar ze worden tóch geen werkelijkheid! Zo gaat het in de wereld... Ik moest, toen ik het gedicht las, aan de verloren zoon denken. Die kreeg wél de kans om de wereld in te trekken. Zijn idealen leken uit te komen. Tót hij aan de voerbak van de zwijnen terecht kwam. Toen werd hij stilgezet en kwam hij tot zichzelf. Toen mocht hij opstaan en naar zijn vader gaan, die hem omarmde. Dat is Evangelie! In het gedicht ontbreekt dit perspectief. Het blijft bij een weer éven opflikkerend verlangen, dat echter spoedig weer uitdooft. Inderdaad: de wereld stelt teleur. Maar Gods Woord maakt duidelijk, dat er hoop is voor welk type mens ook, zelfs voor hopelozen!

C. Bregman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1997

Daniel | 32 Pagina's

wie heeft er schuld?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1997

Daniel | 32 Pagina's