JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Over pastoraat en incest

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over pastoraat en incest

10 minuten leestijd

Anja is incestslachtoffer. Ze schreef mij deze brief omdat ze het belangrijk vindt dat er in de kerk oog is voor het verdriet en de pijn van jonge mensen. Anja draagt haar geheim al tien jaar met zich mee. Ze heeft in haar strijd ervaren dat de Heere er is en dat Hij van haar weet. Ondanks het onvoorstelbare dat in haar leven gebeurd is, weet ze dat Cod haar leven leidt. Toch is er de dagelijkse strijd. Hoe zal het verder gaan? Het lijkt soms zo hopeloos. Zal er voor haar ook kunnen zijn wat God bedoeld heeft in de lièfde tussen man en vrouw? Zal ze ooit echt blij kunnen zijn met de mooie dingen van dit leven? Zal ze wel echt kunnen vergeven? Het verdriet blijft. En satan fluistert: het komt met jou toch nooit goed. Wat voelt ze zich dan machteloos.

Soms lijkt het wel of het geen probleem meer is. Ik kan er over praten, zonder boosheid, zonder angst, zonder agressie, zonder opstand of vragen, zonder tranen... Maar nu komt wat ik voor u zo belangrijk vindt om te weten: het is nóg een levensgroot probleem. Ik denk dat ik het zo moet formuleren: ik stoot mij nog elke dag aan het verleden. En dat doet pijn. je moet net als een klein kind dat leert lopen, steeds weer proberen op te staan.

Ziet u het voor u? Het kind dat net zo dapper en trots liep, doet nu verwoede pogingen om te gaan staan. Het lukt maar niet en het lukt maar niet. Het kind wordt er moedeloos, en ongeduldig van. Eindelijk staat het weer. Maar dan loopt het nog niet...

Zo is het met mij ook. Ik was tien jaar toen het begon en het heeft tot m'n veertiende geduurd. Dat is dus alweer tien jaar geleden. Maar ondanks het feit dat het een plaats heeft gekregen in mijn leven, blijft het toch nog steeds een kruis dat ik meedraag. Ik geloof wel dat Cod ons leven leidt en dat Hij voorZijn kinderen zorgt en Zijn oneindige wijze bedoelingen heeft. Het probleem is daarmee niet opgelost. En dan kan ik bedenken dat God dit nu nog kan veranderen of dat ik door dit kruis bewaard ben voor andere dingen, maar de zorg, het verdriet, de pijn blijft. Het gaat er mij om: laat aan jonge mensen merken dat u begrijpt dat de zorg niet weg is, ook al weet je dat Cod je leven leidt. En als je denkt dat je het met Cods weg eens mag zijn, dan kan het soms weerzo anders zijn. Moeilijk om duidelijk te maken wat ik bedoel. Ik hoop dat het overkomt.

Hulp geboden

Toen Anja zeventien was, heeft ze haar verhaal voor het eerst aan iemand verteld. Het was op een zomerkamp. Ze liep zo vast met zichzelf dat ze met horten en stoten dat vreselijke aan een staflid vertelde. Dat staflid luisterde. Tenslotte wees hij op de Heere bij Wie uitkomsten zijn. Voor het eerst werd haar nood in het gebed aan de Heere voorgelegd. Ze kon dat toen nauwelijks begrijpen, maar 't had haar wel goed gedaan.

Na het kamp was ze bij een hulpverlener terecht gekomen. Ze had er geleerd over haar gevoelens te praten. Stapje voor stapje zijn de gebeurtenissen uit het verleden besproken. Anja heeft er veel aan gehad. Toch bleven er vragen over. Waar was God toen dat allemaal met haar gebeurde? Hij had toch kunnen voorkomen dat dit erge gebeurde? Hoe kan 't dat haar vader over God sprak en toch zulke dingen deed? Waarom was hij zo?

Tot de Herder leiden...

Toen Anja voor het eerst bij haar wijkouderling kwam, vond ze het wel moeilijk. Zou die man haar kunnen begrijpen? Ze had eigenlijk helemaal geen zin om 't allemaal weer te bespreken. En dominees en ouderlingen komen natuurlijk direct met het vijfde gebod op de proppen. Wat heb je er aan. Ze

weet best wel wat de Bijbel daar over zegt. Toch zit ze er wel mee. Vooral als ze thuis komt uit de kerk of van de vereniging. Ze zou 't soms wel hardop willen zeggen: 't is makkelijk om te praten over 'de zwakheid en gebreken van je ouders' als je niets is aangedaan.

Op aandringen van haar hulpverlener had ze 't er toch maar op gewaagd. 'tWas haar meegevallen. Hij had haar gezegd dat het een opdracht is voor de ambtsdragers om aandacht te geven aan elk gemeentelid, maar in het bijzonder aan hen die in de knel zitten. Zo was de grote Herder van de kudde immers ook te werk gegaan. De Heere jezus had aandacht voor ieder mens afzonderlijk. Hij kende hun omstandigheden. Het kwetsbare en het verlorene kreeg in het bijzonder Zijn aandacht.

Zo mag een ambtsdrager een herder zijn... Hij mag ook tot de Herder leiden... Ze weet nog goed dat hij aan het eind van het eerste gesprek zei: „En Anja, zo mag ik ook jouw nood en verdriet bij de Heere brengen. Bij Hem is alles te krijgen wat jij nodig hebt".

Het vijfde gebod

Tijdens één van de gesprekken was het vijfde gebod ter sprake gekomen. In Anja's situatie is herstel van de verhouding met haar vader niet mogelijk. Ze zou dat gewoon niet aankunnen. Maar geldt dan het 'eer uw vader en uw moeder' voor haar niet meer? Ze hebben toen samen enkele verzen uit Efeze 6 gelezen over het gehoorzaam zijn in de Heere (vers 1). Kinderen behoeven ouders niet in alles te gehoorzamen en te eren. Wat in strijd is met Gods gebod behoef je als jongere niet te accepteren. Incest is een verschrikkelijke zonde. Het maakt ook de relatie tussen vader en kind stuk. En of herstel dan nog mogelijk is, zal in de toekomst blijken. Het vijfde gebod mag nooit gebruikt worden om slachtoffers onder druk te zetten. Het was voor Anja een opluchting geweest om er zo over te praten. Ze luistert vanaf die tijd anders naar het voorlezen van Gods wet.

Vergeving mogelijk?

Ze hebben ook samen gesproken over vergeving. Ze had 't er best moeilijk mee gehad. Er kwam weer zoveel pijn naar boven. Hoe kun je zoiets ooit vergeven? Ze voelde wel dat ze uit zichzelf niet kon vergeven. Gelukkig begreep de ouderling dat. Onomwonden zei hij dat er sprake moet zijn van berouw en een vraag om vergeving. Zolang dat niet het geval is, heeft haar vader geen recht op vergeving. De Heere vraagt in Zijn Woord niet dat we willekeurig vergeven. Vergeving staat tegenover erkenning van schuld. Wie zijn zonden belijdt en laat, die zal barmhartigheid geschieden. Dat geldt natuurlijk in de eerste plaats ten opzichte van de Heere. Maar ook ten opzichte van je kind moet je je schuld belijden. „Zover zal 't bij je vader toch moeten kc men, Anja. Anders heeft een verzoeningsgesprek geen zin." Het had haar wel opgelucht, maar toch kwamen er nieuwe vragen. „En als m'n vader schuld belijdt, hoe weet ik dan dat het echt is? Misschien doet hij 't alleen maar uit zelfmedelijden en om er vanaf te zijn." Samen waren ze toen tot de conclusie gekomen dat de echtheid van het berouw zou moeten blijken. En daar is tijd voor nodig. „En daarbij moet het voor jou ook kunnen. Alleen als je voldoende afstand hebt kunnen nemen en de confrontatie met je vader aankunt, heeft 't zin. Dat zal je vader dan moeten respecteren. Als zijn berouw echt is, zal dat ook hieruit blijken."

't Gesprek was tenslotte ook uitgekomen op de vraag naar de bijbelse plicht tot vergeving. De Bijbel spreekt toch over 'zeventigmaal zevenmaal' (Mattheüs 18). , , 't Gaat hier om de gezindheid van het hart. De bereidheid tot vergeven. Daarbij gaat het nog niet direct om de daad tot verzoening, maar om de gezindheid. En dat is een bijbelse opdracht. Tegelijk is dat een gave van de Heere". Aan het eind van dit gesprek had de ouderling met haar gebeden. Hij had alles eerlijk aan de Heere voorgelegd. Ook haar onvermogen tot vergeving. Die avond had ze voor het eerst aan de Heere gevraagd: „Heere, leer mij vergeven".

De pijn blijft

Tijdens de gesprekken waren nog verschillende andere vragen besproken. Na verloop van tijd waren de gesprekken minder geworden en ten slotte helemaal gestopt. Anja krijgt nu eenmaal per jaar huisbezoek. Alleen de wijkouderling kent haar achtergrond. Dat hebben ze samen zo afgesproken. Als ze terugkijkt, is Anja dankbaar voor de gesprekken die ze heeft gehad. Ze kan in de kerk beter luisteren. Ze kan de moeilijke dingen uit haar leven nu beter plaatsen, 't Fijnste wat ze zich herinnert van de gesprekken is wel dat telkens doorklonk dat er bij de Heere, ondanks alles, milde handen en vriendelijke ogen zijn. Ze heeft geen harde gedachten meer van de Heere. En wat er gebeurd is, het staat de Heere niet in de weg om naar haar om te zien. Ze heeft ook leren inzien dat ze bekering en vergeving nodig heeft. De pijn is minder geworden. Maar toch is 't er zo maar weer. Wat doet het goed als een ambtsdrager of jeugdleider deze worsteling ook weieens in het gebed voor de Heer neerlegt.

De houding van de ambtsdrager

Bijbels pastoraat begint met luisteren. In de eerste plaats luisteren naar de ander. Dat betekent dat we de ander laten uitspreken, ook al spreekt zij of hij niet goed van de Heere. Wie echt luistert, hoort iets van de pijn en het verdriet op de mishandeling en de vernedering die een incestslachtoffer heeft ondergaan. Belangrijk is dat een jongere zich kan uiten en het idee heeft dat zij of hij echt gehóórd wordt. Zo ontstaat een relatie waarin een jongere als Anja eerlijk voor de dag kan komen. Terechtwijzingen en onge-

vraagde adviezen bevorderen zo'n gesprek niet.

Dat wil intussen niet zeggen dat een ambtsdrager het automatisch eens is met alles wat gezegd wordt. Dat hoeft ook niet. In het bijbels pastoraat zal de ambtsdrager wel het Woord laten spreken. Niet te pas en te onpas, maar gepast met het oog op het probleem dat aan de orde is. Als het over opstandigheid gaat dan lezen we in de Bijbel voorbeelden van Job en Asaf. De Heere heeft ze laten uitspreken, maar ook Zijn heiligheid en almacht laten zien (job 39 en Psalm 73:17). In het pastorale gesprek liggen hier aanknopingspunten om te laten zien wie God is en wie wij zijn en hoe dwaas we zijn. Zowel bij Job (42:6) als Asaf (Psalm 73:21) heeft het spreken van de Heere tot berouw geleid. En dat kan vandaag gelukkig nog gebeuren. Vermaning vanuit het Woord blijft opdracht voor de ambtsdrager. Het zal echter moeten voortkomen uit de liefde en gericht moeten zijn op behoud.

Als één lid lijdt...

In de zorg voor jonge mensen die te maken hebben (gehad) met seksueel misbruik gaat het om de vraag wat we ieder op onze plaats voor hen kunnen betekenen en welke plaats Woord en gebed daarin hebben. Als het goed is, is er in de gemeente sprake van medelijden. In de praktijk van het gemeente-zijn is van belang om oog te hebben voor het kwetsbare en gebrokens. Opdat we in het openbare en persoonlijke gebed deze nood aan de Heere voorleggen.

Met name voor ambtsdragers, onderwijsgevenden en leidinggevenden in het jongerenwerk is het van belang om kennis te nemen van de problematiek van incest en seksueel misbruik. Luther heeft eens gezegd dat het gezin de banden van God zijn. Hij bedoelde daarmee dat de Heere daarin Zijn zorg doet blijken over de kinderen van de gemeente. Laat het ook zo mogen zijn dat de gemeente de handen van God mogen zijn voor hen die worstelen met verdriet en pijn.

Graag wijs ik op het uitermate geschikte boekje over INCEST, geschreven door drs. Janneke Kok, drs. Anja Koster en dr. Jan van der Wal (uitgave: Groen en Zoon).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1997

Daniel | 32 Pagina's

Over pastoraat en incest

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1997

Daniel | 32 Pagina's