JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De dood als verleider

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De dood als verleider

8 minuten leestijd

'De dood als verleider' is een boek; geschreven door een Amerikaanse psychiater, Herbert Hendin, die op medisch gebied wereldwijd bekend is door zijn onderzoeken op het terrein van zelfdoding. Vier jaar lang onderzocht hij in Amerika en Nederland vele gevallen van hulp bij zelfdoding en euthanasie.

Hendin is directeur van een organisatie in Amerika, die onderzoek subsidieert dat erop gericht is om zelfmoord te voorkomen. Hoe meer hij van de euthanasie in Nederland zag, hoe meer hij die praktijk verafschuwde. Artsen die voor euthanasie zijn, stellen een zogenaamde 'goede dood' aan hun patiënten voor, zonder andere mogelijkheden te noemen om de ziekte te behandelen. Ze houden vaak geen rekening met de tegenstrijdige gevoelens van een patiënt van te willen leven èn ook te willen sterven. In zijn boek geeft Hendin commentaar op bekende gevallen van euthanasie, die ook in diverse kranten gestaan hebben. Hij vraagt aan een bekende euthanasie-arts, Herbert Cohen, waar zijn betrokkenheid bij euthanasie vandaan komt. Als antwoord krijgt hij dan:

„Het geeft voldoening om betrokken te zijn bij de laatste levensfase. Je wordt deel van het gezin, al heb ik zelf ook een gezin. Er is een speciale warmte, intimiteit en harmonie. Dat geldt ook voor hen; de relaties binnen een gezin worden er beter van. Mijn absolutie (vergiffenis van zonden in de biecht) vormen de kerstkaarten die ik van familieleden krijg". Cohen beseft dat sommigen het vreemd zullen vinden, maar soms nam hij bloemen mee als hij euthanasie ging verrichten.

Palliatieve zorg

In het laatste gedeelte van zijn boek belicht Hendin de eerste reactie bij patiënten die het bericht krijgen van een ernstige of dodelijke ziekte. Ze verlangen dan naar een onmiddellijke dood. Onder artsen is de steun voor euthanasie het grootst bij hen, die het minst op de hoogte zijn van palliatieve (= verzachtende, pijnstillende) zorg. Ook noemt hij het belang om een depressie in een tijd van ernstige ziekte te herkennen en te behandelen. Dat hoort ook bij de behandeling van een ernstige zieke.

Verder noemt de schrijver, het met succes palliatieve zorg bieden aan hen die dodelijk ziek zijn. Dat zal veel bijdragen tot een menselijk gedrag tegenover deze zieken. Wordt deze zorg niet geboden, dan wordt legalisering van euthanasie het simpelste antwoord op het probleem van sterven, denkt men. Dat dit een sociale en psychologische dwaling is, is nog steeds van betekenis. De euthanasievraag heeft de diepste wortels in de angst voor de dood, ontluistering, pijn, afhankelijkheid en er zullen nog wel meer redenen zijn op te noemen, die angst oproepen. Men vraagt dan hulp bij zelfdoding, als zou de dood daarmee onder controle gehouden worden. Het is een oplossing die de levenden, die hierbij betrokken zijn, beheerst.

Het is zelfs een soort besmettelijke ziekte. Op de laatste bladzij van zijn boek, staan nog enkele duidelijke conclusies. Voor veel voorstanders van euthanasie geldt, dat het zich vrijpleiten van een daad waarvan zij vermoeden dat die verkeerd is, of tegen een dieper instinct ingaat, ook de behoefte oproept om de daad te rechtvaardigen, te bepleiten, te werven of zelfs ermee te wedijveren. Ze staan een beleid voor dat alleen kan uitmon-den in dwang en wreedheid.

De voorstanders van euthanasie zijn door de dood verleid. Ze zien het als een remedie om zelf de macht over de dood, over het menselijk vermogen, tot controle toe te eigenen. Door deze dwaling hebben zij de laatste levensfase in een gevaarlijke doodlopende weg omgezet.

Levenswensverklaring

Eind november 1996 is het evaluatierapport over de praktijk van de euthanasie in Nederland aan de kamer aangeboden. De onderzoekers, professor G. van der Wal en professor P. van der Maas hebben ook aan het eerder verschenen rapport-Remmelink meegewerkt.

Het blijkt nu dat zestig procent van de artsen euthanasie en hulp bij zelfdoding niet meldt.

We moeten niet alle artsen over een kam scheren. Nog altijd past vijftig procent van de huisartsen geen euthanasie toe.

De boodschap die beide professoren in hun artikel aan de maatschappij geven is, de volgende. Ze vinden dat het publiek een eigen verantwoordelijkheid heeft, ledereen zou zijn wensen schriftelijk bekend moeten maken. Prof. Van der Wal zegt in het Reformatorisch Dagblad van 30 november 1996: „Wie zeker wil zijn dat hij bij het levenseinde een natuurlijke dood sterft, moet dat met zijn arts bespreken. Je kunt het ook vastleg-

gen in een wilsverklaring. Dan weten artsen en familieleden waar ze aan toe zijn. Leg je standpunt vast. Ik geloof absoluut niet, dat dokters in Nederland tegen zo'n verklaring in zouden gaan".

Dat dit vastleggen in een wilsverklaring zeer belangrijk is, kunnen we opmaken uit een artikel van de jurist en criminoloog Chr. Rutenfrans in de Volkskrant van 30 november 1996. Hij bespreekt het voornoemde rapport vanuit juridisch oogpunt. Er wordt in het rapport steeds een aantal van negenhonderd mensen genoemd die zonder verzoek medisch zijn gedood. Uit de tabellen blijkt dat bet 0, 7% is van de totale sterfte. Dat zijn 949, 7 personen. Rutenfrans merkt dan op: „Je kunt niet zomaar vijftig mensen wegmoffelen".

Hij waarschuwt, dat het geboden blijft er alles aan te doen om het aantal gevallen van medische levensbeëindiging - dat onaanvaardbaar hoog is - terug te dringen. Evenals de beide professoren dringt hij aan, om een goede palliatieve zorg te bieden, bijvoorbeeld door middel van hospices en in de opleiding van artsen veel aandacht te besteden aan pijnbestrijding.

Wat grote aandacht vraagt in deze zeer verontrustende ontwikkeling, en date geen uitstel kan lijden, is:

- de handen ineen te slaan, als men wil leven naar Gods wil en gebod: 'Gij zult niet doden';

- met elkaar proberen op korte termijn palliatieve zorg op grote schaal te bieden;

- het opleiden van zowel artsen als verpleegkundigen om deze hulp te bieden;

- ook te proberen of er gelden beschikbaar gesteld kunnen worden voor onderzoek naar pijnbestrijding om de juiste middelen toe te kunnen dienen waar dat nodig is;

- ervoor te zorgen, dat ieder persoonlijk een levenswensverklaring heeft; zo'n levenswensverklaring is rechtsgeldig en de arts is verplicht zich hieraan te houden.

Levenswensverklaringen zijn te verkrijgen bij de Stichting Levenswens-verklaring van het N.P.V.

Onze hoop...

Hoe heeft dit allemaal in Nederland - dat als christelijke natie bekend stond - zover kunnen komen? De wereld kijkt met huiver naar ons land. Is er zo weinig geur van het christendom uitgegaan?

Zijn we nooit begaan geweest met de geestelijke armoede en leegte van mensen die alleen maar leven voor het hier en nu? Hebben we helemaal niet met buitenstaanders gesproken over de hoop die een christen op God heeft? Wat moeten we ons wegschamen. Juist wij, wij zijn niet beter, maar we weten wel beter...

Want hebben wij iets te klagen over de Heere? Hij overlaadt ons dag aan dag met Zijn gunstbewijzen. Elke dag is een gave en een opdracht. Hoe vullen we dat in? Leven we voor onszelf of voor God? Elke dag is een genadedag. We mogen ook steeds om genade vragen, want bij de Heere is een eeuwige volheid van genade. Hij geeft ons onderwijs in de weg die we gaan moeten. Hij roept ons op: „Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt".

Als we zien op het sten/en van de Heere Jezus, dan zien we dat Hij Zijn Geest beveelt in de handen van Zijn Vader.

Zijn sterven heeft de dood overwonnen. Hij heeft de angst en het gericht weggenomen en de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem. Zo heeft Hij de dood verslonden tot een eeuwige overwinning voor Zijn kinderen, in zichzelf waardeloze kinderen die zwijgen over hun hoop. Je bent dan nog verbaasd dat de Heere je verdraagt.

Als we in de Bijbel lezen over het sterven van Jakob, hoe waardig en vanuit de hoop op God spreekt hij daar met zijn kinderen. Hoe mag hij omhoog kijken naar de God van het verbond in de woorden: „Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE!"

HEERE!" Ook Paulus heeft een vergezicht over de dood heen in het zegelied van Romeinen 8: „Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard? (Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden we de ganse dag gedood; wij zijn geworden als schapen ter slachting). Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft. Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus onzen Heere". Wat is dit een troost en wat een vooruitzicht!

Maar (blij vooruitzicht, dat mij streelt!) Ik zal, ontwaakt, Uw lof ontvouwen, U in gerechtigheid aanschouwen, Verzadigd met Uw Codd'lijk beeld.

Haren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1997

Daniel | 32 Pagina's

De dood als verleider

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1997

Daniel | 32 Pagina's