Boom in de winter
Ik zie ze al: je nieuwe knoppen. Ik zie ze aan je takken-toppen. Ik zie ze tussen al het wil dat op en om en aan je zit.
Öe sneeuw, de ijzel en de koude zullen hun groei nog tegenhouden. Jsóg sta je kaal op witte grond maar straks ben je weer groen en bont.
Want kijk ik langs je stam naar boven dan zie ik armen vol beloven tegen het grijzig hemelblauw, de lente komt, en al heel gauw.
Ik ben als jij, als alle bomen, nog kaal en grauw in winters schromen. Maar straks zijn wij als een bruid, dan komen onze knoppen uit!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1997
Daniel | 32 Pagina's