Lees je Bijbel, bid elke dag
Gesprek met ouderling J. G. Grisnich over Gode leiding in zijn leven
Kanaalstraat. Eén van de oudste straten in Lisse. De heer Crisnich kwam er wonen als jongetje van zes, nu bijna vijfenzestig jaar geleden. Het was 1932, in het diepst van de crisis. Zijn moeder trok naar Lisse met zeven kinderen, waarvan de oudste veertien was en de jongste drie. Vader was die zomer gestorven en de boerderij op Texel was verkocht. Bij nummer 247 bellen we aan voor een vraaggesprek. Het onderwerp is Gods leiding in je leven.
De heer Grisnich schroomde aanvankelijk om op deze vraag in te gaan. Zo gemakkelijk staat de mens centraal. Het gaat echter niet om de mens, maar om het werk van de Heere in mensen. Daarom wil hij zijn medewerking niet onthouden. „Wat je van de Heere gekregen hebt, mag je toch ook weer niet voor jezelf houden." Het gaat erom door te geven dat God werkt en hoe God werkt. Niet om te zeggen: zo behoor je het ook te beleven, maar als een voorbeeld hoe de Heere kan werken.
Kunt u iets vertellen over uw levensloop?
Ik ben geboren op Texel. Na het overlijden van mijn vader trokken we naar Lisse. Mijn moeder wilde graag een goede Woordverkondiging en goed onderwijs voor haar kinderen. Op Texel lazen we (noodgedwongen) thuis. De jongste vier kinderen waren nog niet gedoopt. Ik weet het nog goed: dat water aan m'n voorhoofd. Dat maakt veel indruk als je zes bent.
Na enkele jaren MULO ging ik werken bij de boer. Ik moest mee verdienen. De rijksdaalder die je van het schoolbestuur kreeg als je op school bleef, was niet genoeg.
Ik ging bijtijds in dienst: bij de marechaussee. Daarna kon ik bij een familielid op de boerderij werken vlakbij Zeist. Later ben ik teruggegaan naar Lisse, waar ik ook getrouwd ben en nog steeds met mijn vrouw woon.
Heeft u vreugde in uw werk gehad?
Zeker. Ik ben landman van binnenuit. Met mijn elfde had ik een groentetuin onder mijn hoede en nu nog. Na mijn schooltijd tot mijn diensttijd werkte ik in een bollenkwekerij. Op de bosbouw na kan ik zeggen alle agrarische takken gehad te hebben.
In de natuur heeft de Heere me ook lessen gegeven. Bijvoorbeeld toen ik eens hele taaie rivierklei moest omzetten. Je kon er met geen schop in komen. Ik kon het niet hebben. Ik was een jonge, sterke vent en daar sta je dan. Toen kwam de opstand! Ik werd mijn eigen boosheid gewaar. De duivel kwam erbij. Die weet daar wel raad mee. Toen ben ik aan de weet gekomen dat de Heere niet gekomen is om te roepen rechtvaardigen tot bekering maar zondaars.
Een andere keer liep ik langs een doornhaag. Daar hadden ze appeltjes op geënt. Ik wilde er één proeven: galbitter. Ik kreeg er gelijk een les voor mezelf bij: men leest geen vijgen van doornen en druiven van distelen.
Het gaat in het leven wel eens anders dan je wilt. Ongetwijfeld ook bij u. Kunt u daar misschien iets meer van vertellen?
Als jonge man wilde ik zo graag naar Canada. Ik had al contacten gelegd met de christelijke emigratiecentrale.
En dan weet je op grond van je opvoeding en je geweten dat je het niet zonder de Heere kunt doen. Ik boog dan ook m'n knieën. Voor de kist op m'n slaapplek boven de koeien. Op een keer, ik weet het nog goed, klom ik het laddertje op naar mijn slaapplek. Toen ik bijna boven was, was alsof een krachtige stem naast me sprak: „Heeft het u ook aan iets ontbroken? ". En ik moest gelijk zeggen: „Aan niets Heere". Ik wist waar het vandaan kwam. Ik voelde dat Gods raad niet overeenstemde met mijn plannen.
Enkele weken later gebeurde er iets dat ik als een extra bevestiging ervaarde. Ds. De Gier begon zijn preek met: „Niemand wil arm zijn...". Het was alsof ik in het hart geschoten werd, zoveel deed dat mij.
Ik heb het nog wel eens aan de Heere proberen te vragen, maar dat ging niet verder dan de dikke balken van die boerenschuur. Dat merk je. Later heb ik er de Heere voor mogen leren danken.
Kunt u voorbeelden noemen van ervaringen waarin u Gods bemoeienis met uw leven hebt ervaren?
Als driejarig jongetje spiegelde ik me in het water van een drinkbak voor paarden. Ik viel er in en kon er zelf niet meer uitkomen. Mijn broer redde mijn leven.
Toen ik in de buurt van Zeist werkte, verongelukte er een jongen onder een neerstortende kap van een hooiberg. De jongen was op slag dood. Ik heb gezien waar mijn plek zou zijn als mij dat overkomen was. Dat heeft me ontzettend aangegrepen. Ik greep toen een koe bij de horens: beest wat ben jij gelukkig, jij hoeft niet voor God te verschijnen.
In mijn diensttijd maakte ik het mee dat een soldaat uit onze groep verdronk in een ijskoude grintgroeve in Drenthe. Dan gaat er heel wat door je heen: voor hem eeuwigheid geworden en ik mag er nog zijn. Een mens kan echt wel ernstige dingen meemaken, maar als de Heere er niet Zelf aan te pas komt, blijf je dezelfde en ga je er zachtjes aan overheen.
Kunt u vertellen wanneer uw leven kwam? de Heere in
Ik was 21 toen de Heere mij te sterk werd. Het was in de tijd dat ik me een buitenstaander voelde. Wat ik graag wilde in deze wereld, een onafhankelijke boer worden in Canada, was afgesneden. Het was in de kerk bij ds. M. Blok. Hij had een andere tekst voorbereid maar moest over 2 Korinthe 7:10 preken: De droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid, maar de droefheid naar de wereld werkt de dood." Dat sloeg bij me in het hart. Ook vóór die tijd - mag ik zeggen - had ik wel een overtuigde consciëntie. Maar dit was echt een omslag in mijn leven. Ik zag dat al mijn wegen van de Heere afliepen en dat ik de wereld zocht. Dat is een ontzettende gewaarwording, hoor.
Als je jong en ambitieus bent en er gaat zo een streep door.
Ik kreeg een geopend hart en oor voor de prediking. Ik zag de gekruiste Borg, rood van Middelaarsbloed. Het was een krachtige heenwijzing naar Christus, maar geen openbaring van Christus.
In die tijd heeft de Heere me een dierbare belofte gegeven. Paulus schreef in de Hebreënbrief: „En Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven en Ik zal u niet verlaten." Dat is waar, dat mag ik zeggen. Daar kwam veel liefde in mij. Ik had een verbroken hart onder dat alles. Het was op een ochtend in mei, ik zat op een omgezaagde perenboom en het was of de vrede van God mijn hart vervulde. Maar ik had nog niet genoeg ontdekking van mezelf, ik wist nog zo weinig wie ik was.
Hoe ging dat verder? Hoe leidde de Heere u verder?
Ik kreeg - helaas wat is de menseen ietwat afgodische inslag ten aanzien van ds. Blok. Ik móest zijn preken horen. Stel je voor op bid-en dankdag: snel melken en dan snel veertien kilometer op de fiets naar Zeist. Ik vloog uit de bocht en kwam in een moddersloot terecht. Ik was diep beschaamd. Hoogachten is goed, maar God wil niet dat Zijn knechten verafgood worden.
Weet je, na verloop van tijd raak je dat zoete aangename gevoel (na die omslag in m'n leven) weer kwijt. Dat heeft wel een paar jaar geduurd, 'k Kan ook niet zeggen dat ik echt in het donker leefde. De Heere bemoedigde wel eens, maar toch. 'k Heb veel aanvechtingen van de vorst der duisternis gehad. Heel m'n leven overigens. Ik heb wel gehad dat als ik mijn handen wilde vouwen, dat de duivel zei: wat ga je doen, de God tot wie jij wilt bidden bestaat niet. Atheïstische overleggingen. Vreselijk, dat maakt echt een scheiding tussen God en ons.
Intussen veranderden de omstandigheden. En ongeveer vijf jaar na mijn diensttijd besloot ik terug naar Lisse te gaan, waar mijn moeder met mijn zus woonde. Ik ging in de Haarlemmermeer op de boerderij werken.
Toen kreeg ik zo met een veroordelende wet, een aanklagende consciëntie en aanvechtende duivel te doen, dat ik me op een gegeven moment geen raad meer wist. Ik zal een voorbeeld geven. Ik had melkbeurt op zondagmiddag. Er was een jonge koe (pink) losgebroken en ik kon 'm niet te pakken krijgen. En wat kwam er over m'n lippen? Een heel lelijk woord. Met eerbied gesproken, de geest des Heeren was er ook gelijk met zo'n kracht en nadruk bij: „Vervloekt is een iegelijk die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen."
Ik kan wel zeggen dat ik een tijd gehad heb dat ik gebogen gegaan ben onder de schuld. Maar Christus is het einde der wet, allen die geloven tot zaligheid. Toen mocht het tot een oplossing komen en werd Christus in mij geopenbaard. Wat een wonder!
Dit wordt in je leven weer toegesloten in zekere zin. De kracht gaat eruit, je staat voor jezelf.
Weetje, ik kon niet zeggen dat ik zonder bekommering was. Maar toch, daar kun je niet bij blijven leven. Dat loopt als het ware op een spits. Ik weet nog, ik was in de stal. Ik was alles kwijt. Ik heb echt m'n knieën gebogen tussen de koeien en gezegd: „Heere als 't nou niet van U is, wilt U dan een Goddelijk begin maken. Wilt U me dan nog bekeren, want nu leef ik nog". Ik stond van m'n knieën op en pakte de kruiwagen en daar kwam de Heere met kracht in m'n ziel: „Mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven." Toen ben ik een aantal dagen zo in de liefde van God verslonden geweest. De volgende dag moest ik aardappels selecteren. Ik hoop dat het ik geen verkeerde heb door laten gaan, ik was zo vol.
Dat is wat, als God Zijn liefde-armen om een mens heenslaat. Die vaderlijke liefde, dat kun je niet op. Echt waar dat is nameloos groot, dat heb ik mogen geloven.
Die ogenblikjes waren er nog wel eens in het leven en toch moeten we weer omgekeerd worden. Dat zijn geen zaken om op te blijven rusten. Want je zondaar-zijn komt op een gegeven moment weer boven.
Hoe is het nu?
De Heere heeft uit zes benauwdheden verlost, in de zevende zal Hij ook uithelpen. De Heere komt altijd terug op Zijn Eigen werk. We blijven bedelaars aan de troon der genade. De laatste woorden van Luther waren: „Wij zijn bedelaars, dat is zo". Zo is het, daar kom je niet boven uit. Ook al weet je wat er in je leven gebeurd is, dan heb je daar nog niet op elk moment houvast aan.
Kunt u iets vertellen over uw naar het Heilig Avondmaal? gaan
Op een gegeven moment kreeg ik echt met het Heilig Avondmaal te maken. Ds. Kieboom preekte over: Wie is slecht, hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij: omt, eet van Mijn brood en drink van de wijn die Ik gemengd heb" (Spreuken 9:4 en 5). Ik kreeg vrijmoedigheid en kon niet meer blijven zitten.
Een andere keer zat ik te wroeten in mezelf en kon daar niks vinden. Toen heeft de Heere me duidelijk gemaakt dat je 't niet bij jezelf moet zoeken maar bij Hem. De Heere liet me krachtig zien: „En als zij de lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar de Olijfberg". Ik zag dat ik onwillig was Zijn naam te belijden. Dan voel je je zo verschrikkelijk beschaamd. Dan mag je ervaren: „Dit is Mijn lichaam hetwelk voor u verbroken wordt".
U bent ouderling. Hoe heeft u daarin de leiding van de Heere ervaren?
Ik zag zo tegen het ambt van ouderling op, dat ik altijd had gedacht: als je dat moet doen, zal het wel woordelijk uit de hemel klinken als je daartoe geroepen wordt. Maar dat gebeurde niet. Ik was gekozen: een roeping en een onmogelijkheid. Ds. Van Gilst gaf me een paar dagen, zaterdagavond wilde hij antwoord. Ik ging van kamer in kamer, van boven naar beneden.
Zaterdagmiddag was ik in m'n groentetuin. God liet me zien wat Hij gedaan had en daar mocht ik houvast in vinden. Hij sprak tot mij: „Zonder Mij kunt gij niets doen". Toen kon ik ja zeggen. Die eerste drie maanden in de kerkenraad: de muren vlogen me aan.
Het was mijn fout. Ik ging met de oudste ouderling mee en dacht: ik doe er het mijne wel bij en dan gaat het wel. Maar daar neemt de Heere geen genoegen mee. Het was een worsteling dat najaar. Geestelijk was ik als een vogel zonder vleugels. Van binnen waren de aanvallen: je hebt je bedrogen, je kunt zo geen ouderling zijn. Op een avond moest ik huisbezoek doen en ik kön het niet. Toch maar omkleden. Ik steek m'n hoofd onder de kraan en daar is met kracht in de ziel: „Het heeft u bedorven o Israël, want in Mij is uw hulp".
Dan mag je achter de Heere aan komen en is het niet meer moeilijk op huisbezoek te gaan. je leert in diepe afhankelijkheid je werk te
doen. In het voorjaar kon ik aan de opkomende wintertarwe zien hoe ik tijdens het zaaien met andere dingen bezet geweest was.
Hoe werkt de Geest in de harten mensen? van
Wat op de daken verkondigd wordt, wordt in de binnenkamer doorleefd. God heeft Zijn dienstknechten gezonden om Zijn volk te onderwijzen en geestelijk voedsel te geven.
Bekering gebeurt volkomen vrij. De Heere is een verrassend God. Hij houdt de eer aan zichzelf. Dat komt de Heere ook toe. De Geest des Heeren is niet gebonden en sluit berekening uit. Alles wat bij de mens onmogelijk is, is mogelijk bij God. God kan onder de preek iemand in het hart grijpen. Het kan ook zo zijn dat mensen het gehoorde woord meenemen, als het ware 'herkauwen' als de reine dieren en zo onderwijs ontvangen van de Heere.
Kunt u iets vertellen van uw liefde tot het evangelisatiewerk?
Dat begon al toen ik werkte op de bollenkwekerij. Ik begon een jongen (met een ruwe achtergrond) verhalen te vertellen uit de Bijbel. Hij luisterde en ging er zelfs naar vragen. Ik kocht een Bijbel voor hem. Ik verloor de jongen uit het oog. Als militair is hij in Indië gewond geraakt en gestorven. Later werd van hem verteld dat hij zulke wonderlijke brieven naar huis schreef, dat hij verzoening had gevonden. Op welke manier het contact op de bollenkwekerij daaraan heeft mee mogen werken, weet ik niet, de Heere weet het.
Ds. Hakkenberg heeft me destijds gevraagd voor het Deputaatschap Evangelisatie. Gezien mijn leeftijd moet ik nu een stapje terug doen. Ik ga nog wel eens voor op een evangelisatiepost, bijvoorbeeld in de vakantie. Het geven van een johannes-evangelie is een goede manier om iemand in aanraking te brengen met de Bijbel. Daarin staan veel persoonlijke gesprekken met mensen.
U geeft al dertig jaar catechisatie. We weten dat u zeven jaar zondagschoolleider en zeven jaar voorzitter van de jongelingsvereniging was. Daar spreekt een grote betrokkenheid op jongeren uit. Heeft u hoop/een boodschap voor de jeugd?
Het is dikwijls zo dat wanneer we onder de Waarheid groot worden, we al heel jong indrukken kennen, je raakt nooit kwijt wat je meegekregen hebt. Heel vaak zie je dat er veel verandert tussen de vijftien en negentien jaar.
je kunt wel zeggen dat de Heere meer mensen jong bekeert dan oud. Vaak in die periode dat mensen ook op andere terreinen keuzes moeten maken. Het leven leert dat wanneer je trouwt en er kinderen komen, de dagelijkse zorgen je zo gaan opeisen dat het vaak afhouwers zijn van het bezig zijn met persoonlijke bekering. Ik raad jullie aan in je jonge-jongens-
en meisjes-tijd de Heere te zoeken. Echt de beste tijd!
Welke raad zou u jonge mensen willen geven die voor bepaalde beslissingen staan?
Als we voor beslissingen staan, moeten we goed letten op Zijn geopenbaarde wil. En alle dingen vermijden die tot oneer van de Heere zijn. Geen loopje nemen met wat de Heere in Zijn Woord zegt. Als Gods eer boven je eigen begeerte gaat, krijg je beslist antwoord. „Wie Hem nederig valt te voet, zal van Hem zijn wegen leren" (Psalm 25).
Stel dat je zelf nalatig bent geweest en daardoor iets niet gebeurd of misgegaan is. Hoe moeten we dan Cods leiding zien? je kan dan wel bidden om verandering of herstel, maar het was je eigen schuld.
Er is verschil in nalatigheid en bewuste nalatigheid. Bijvoorbeeld: Nadab en Ahihu, zonen van Aaron brachten vreemd vuur voor het aangezicht des Heeren, wat Hij hun niet geboden had. Zij werden verbrand in hun priesterkleding. Aangrijpend, zo dicht bij de Heere geweest te zijn. Door onverschilligheid en bewuste nalatigheid.
Het is een wonder wanneer God onze nalatigheid ten goede keert. Ik herinner me nog goed dat ik me versliep. Het was in de oorlog. Ik kwam beneden en keek naar buiten: recht in het gezicht van een soldaat. Maak dat je weg komt, las ik in zijn ogen.
Er was een razzia. Ik kon me verbergen. Andere jongens, waaronder collega's, werden opgepakt en naar Duitsland afgevoerd.
Wat zou u jongeren in deze tijd op het hart willen binden?
Bid voor leraren en ambtsdragers. Bid öm en voor hen. Zij doen het voor jullie. Denk aan Gods belofte. Een biddende gemeente is een gezegende gemeente.
Wat raadt u jongeren aan om bekeerd te worden?
Met inspanning en ernst de prediking en het catechetisch onderwijs volgen. God heeft een hekel aan luie mensen. Het ware zaligmakende geloof komt door de bedding van het historisch geloof. Gods Woord vraagt een heilige activiteit. De Heere wil dat we intens met Zijn Woord bezig zijn, met geheel ons hart en ingespannen krachten. God bindt ons aan de middelen. Als ik terugkijk, ben ik blij al voor de omkeer in mijn leven al veel onderzocht te hebben. Dat raad ik jonge mensen ook aan. Daar kun je in je latere leven veel profijt van hebben. Een heel praktisch advies: lees elke dag een hoofdstuk uit het Spreukenboek. De Heere belooft:
„Die Mij vroeg zoeken, zullen mij vinden". Dat is vroeg op de dag en vroeg in je leven. Spreuken, Prediker, Hooglied het zijn boeken die onder ons te weinig aandacht krijgen. Ik kan elke jongere aanraden dagelijks hieruit te lezen. Hier kan je antwoorden vinden op je levensvragen.
Mijnheer Grisnich, hartelijk dank voor uw medewerking aan en uw openheid in dit gesprek. We hopen dat dit gesprek vruchtbaar mag zijn voor wie het leest. En dat u de trouwe zorg en liefde van de Heere ook in uw ouderdom mag blijven ervaren.
's-Gravenpolder / Veenendaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1997
Daniel | 32 Pagina's