Oud en nieuw voor oud en jong
Oud en nieuw - gezelligheid! En naar de kerk natuurlijk; dat hoort er ook bij. In bepaalde kringen gingen mensen vroeger alleen op Goede Vrijdag en Oudejaarsavond naar de kerk. Bij ons is dat gelukkig niet zo.
Oud en nieuw vieren
We vieren allemaal oud en nieuw. Oud en jong, want we hebben het voorbijgegane jaar allemaal weer gekregen en we mogen als God het geeft een nieuw jaar ingaan. Zoals je een verjaardag viert, mag je ook oud en nieuw vieren. En dat doen we door naar de kerk te gaan en bij elkaar te zijn. Twee zaken van onschatbare waarde!
leder met eigen gedachten
Daarnaast heeft ieder met oud en nieuw zijn eigen gedachten. Als je oud bent - zoals ik (61) - kijk je terug, maar als je jong bent, zie je verlangend vooruit naar het nieuwe jaar. Wat zal het brengen? Je diploma, een nieuwe studie, verkering, een baan misschien? Je bent op weg naar de volwassenheid; het leven ligt voor je en je verwacht er veel van. Dat mag! Gelukkig dat er steeds weer jongeren met idealen zijn, die straks 'de fakkel overnemen'. Het werk moet immers doorgaan, ook in Gods Koninkrijk!
Wie oud geworden is, denkt: „Alweer een jaar voorbij. Hoeveel tijd zal me nog gegeven worden? ". Als je oud bent, weet je dat er nog maar een klein gedeelte van het leven voor je ligt. Dat kan beangstigen, maar er mag dan ook wel eens zijn een terugzien in verwondering om alles wat de Heere gegeven heeft. En een uitzien om door Gods genade eeuwig te mogen leven.
Verdriet
Sommigen van jullie denken misschien: „Het zegt me niets, oud en nieuw. Heel gewoon toch dat er weer een nieuw jaar komt? ". En je vindt het eigenlijk ook heel gewoon dat je het nieuwe jaar weer ingaat. Andere jongeren zullen oud en nieuw juist heel intens beleven. Omdat het afgelopen jaar hen veel verdriet heeft gebracht door het sterven van hun vader of moeder, een broer of zus, een vriend of vriendin. Dat grijpt diep in in je leven en het verdriet komt bij de jaarwisseling in sterke mate terug. Er kan zoveel verdriet en zorg zijn in je jonge leven, dat je niet weet hoe je in het nieuwe jaar verder moet. Dan zou je het artikel nog eens moeten lezen van ds. A. T.
een psalmversje, je moest het uit je hoofd kennen nota bene. De meeste versjes was ze vergeten.
Er was nadien ook zoveel door haar jonge hoofd gegaan...
Maar soms, op een onverwacht moment, zong er soms zomaar een regel door haar hoofd. Van die wonderlijke woorden:
„God zal Zijn waarheid nimmer krenken", of „HEER' ai maak mij uwe wegen"...
Ze had vrienden gekregen. Aardige vrienden.
„Verkeerde vrienden", zeiden haar ouders. Maar daar lachte ze altijd om. Tot vandaag.
Vandaag had ze geleerd dat aardige vrienden met fluwelen ogen verkeerde vrienden kunnen zijn. Maar nu was het te laat.
Het kwam allemaal door de laatste trein.
Die had ze gemist, toen het middernacht was...
Hulp op een briefje had ze van Ruud gekregen.
Het fluweel was uit zijn ogen en zijn stem was hard geworden.
Maar een briefje had ze wel gekregen. Met een telefoonnummer.
Aardig en attent waren ze aan de andere kant van de lijn.
Ze kon een afspraak maken. En dat had ze dus gedaan.
Haar ouders wisten er niet van.
Moeder had haar wel eens aangekeken en gezegd dat ze goed moest eten. Jawel, goed eten!
Nee, haar ouders begrepen niets van hun dochter, van wie ze eens zoveel verwachting hadden.
Zelf had ze ook verwachting gehad. Verwachting van het leven, van haar vrienden, van Ruud.
Vooral van Ruud.
Maar: ze had een telefoonnummer. Hier zouden ze haar kunnen helpen.
Dat had Ruud haar verzekerd, toen zijn stem niet meer warm was en zijn ogen niet meer van fluweel waren.
Vandaag zou ze gaan. Naar Rotterdam. De stad was haar vreemd. Maar ze was een kind van haar tijd. Ze zou gewoon de trein pakken, de metro, de tram.
Ze zocht naar het briefje met het telefoonnummer. Ze wist geen adres. Dom dat ze er niet eerder naar gekeken had.
Ze zocht een telefooncel. Toetste het inmiddels bekende nummer.
Opnieuw waren ze aardig en attent aan de andere kant van de lijn.
„Eben Haëzerstraat!" zei de telefoonstem.
Niemand merkte dat Wendy klam werd en zich vast moest houden.
Toen, opnieuw, zocht ze haar weg. Doorzetten zou ze! Ze had immers zelf een afspraak gemaakt!
Ze had iemand mee moeten nemen. Hoe deden andere meisjes dat?
Gingen ze samen met hun vriend? Met een vriendin? Of met hun moeder soms?
Eben Haëzer. Wie kon haar zeggen wat het woord betekende? Tot hiertoe...
Ze móest het weten! Ze zag de vertrouwde gezichten van haar ouders voor zich. Ze wisten niet dat ze hier liep...
Even later las Wendy zwart op wit het straatnaambordje: Eben Haëzerstraat.
De letters dansten voor haar ogen. Tot hiertoe...
Toen maakte ze rechtsomkeert.
Als in een droom ging ze de weg terug.
Ze nam een hapje eten in een stationsrestaurant.
Keek gedachteloos naar de af-en aanrijdende treinen.
Zag de reclameaffiches. Sommige schreeuwerig brutaal.
Andere simpelweg met een telefoonnummer. Hulp voor moeder en kind.
Ze haalde het briefje van Ruud uit haar jaszak. Het briefje met het telefoonnummer. Het nummer van de stationsaffiche krabbelde ze op de achterkant.
Wendy bleef zitten, midden in het mensengewoel.
Haastige mensen. Eenzame mensen. Weer kwamen opeens onbekendbekende psalmwoorden:
„Zij zullen U eerbiedig vrezen, zolang er zon of maan bij 't nageslacht ten licht zal wezen"...
Ze gaf een ruk met haar schouders, alsof ze daarmee de woorden weg kon duwen.
Op 't laatste nippertje nam ze de laatste trein.
Moeder was nog op, zoals gewoonlijk.
„Waarom neem je toch altijd de laatste trein? ", las Wendy in haar ogen.
Maar ze zei niets. Haar haar was grijs onder 't lamplicht, haar voorhoofd gegroefd.
Voor 't eerst sinds maanden doorstroomde Wendy een warm gevoel.
Ze had nog een ouderlijk huis. Ze had nog een eigen moeder! Was er toch geen totale vervreemding?
Ze bleef staan, haar jack nog aan.
„Mam, " zei ze plompverloren.
„Mam, wat betekent het woord "Eben Haëzer? Zo heette de school toch, waar ik vroeger naar toe ging?
Tot hiertoe... tot hiertoe..."
Ze plukte aan het tafelkleed. Keek naar de gesloten overgordijnen, die openkierden.
Moeder glimlachte verwonderd.
De groeven verzachtten en in haar ogen lichtte vertrouwen.
„Tot hiertoe heeft ons de HEERE geholpen", zei ze eenvoudig.
En zachter nog: „Steen der hulpe". Wendy haalde het verfomfaaide briefje uit haar jaszak.
Het briefje met twee telefoonnummers.
Ze vertelde. Ze vroeg. En eindelijk huilde ze.
De maan scheen door de kier van de gordijnen.
Veenendaal
M. H. Karels-Meeuse
Vergunst uit Kalamazoo in de laatste Daniël van 1995. Hij heeft zelf ook veel verdriet gekend en schrijft toch over: „God heeft alle dingen wel gedaan".
Herinneringen
Het is bijna een halve eeuw geleden dat ik zo jong was als jullie nu zijn! Dat is eigenlijk niet te geloven. Wat is tijd toch een wonderlijk begrip. Ik besef niet dat ik al zo oud ben, want het lijkt nog maar zo kort geleden dat ik jong was. Bij het nadenken hierover beleef ik sommige gebeurtenissen uit mijn jeugd weer opnieuw.
We woonden pas in Rijswijk bij Den Haag. Ik fietste over het stille jaagpad langs het water in de richting van Delft. Het werd voorjaar na een lange, koude winter. Ik weet en ervaar nóg hoe de sfeer in de natuur vol belofte was van de komende zomer. Ik was twaalf. Het was kort na de oorlog. Er was weer toekomst. Wat was ik blij en gelukkig met het leven!
Niet lang daarna zijn we weer verhuisd, naar Hilversum. Toen ik vijftien was is daar een zusje van acht jaar overleden, na een ziekte van ruim vier weken. Ze stond met Kerstfeest boven aarde en werd de dag erna begraven. Dat waren droeve dagen, maar er was troost, omdat zij naar de Heere was gegaan, 'k Was zestien toen op een zaterdagavond ds. A. Vergunst uit Zeist kwam preken. Hij is de vader van de dominee die ik net al heb genoemd. De tekst was Hosea 2 vers 13: „Daarom zie, Ik zal haar lokken, en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken". Die preek is voor mij onvergetelijk geworden! Toen werd het: Sla de zonden nimmer ga, die mijn jonkheid heeft bedreven; Denk aan mij toch in gena, om Uw goedheid eer te geven.
Er is verwachting!
We mogen weer een nieuw jaar ingaan, a oud en jong. Er is een groot generatiever-^ ^ ^ schil tussen ons, ^ ^ ^ ^ maar we horen toch bij elkaar! ^ ^ ^ ^ ^ ^ We zitten in de ^ ^ ^ kerk samen onder de prediking van het Woord van God. We merken in de gemeente wel duidelijk dat het ene geslacht gaat en het andere komt. Dat stemt weemoedig, maar het is toch ook bemoedigend. We zien daarin dat Gods werk doorgaat. Hij is de Getrouwe van geslacht tot geslacht. Daarom is er voor jullie verwachting in het nieuwe jaar. En allen die Hem verwachten, zullen niet beschaamd worden.
Geldermalsen
Z. Crum-Nieuwland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1997
Daniel | 33 Pagina's