Spreken met je leven... en met je woorden
Een interview over getuigen zijn'
Het is de vijfentwintigste keer in zes jaar dat professor A. van Nieuw Amerongen geïnterviewd wordt. Over wisselende onderwerpen, voor wisselend publiek. Onder andere gebeurde dat vanwege zijn werk. Hij werkt aan de Vrije Universiteit in Amsterdam bij de faculteit Tandheelkunde, bij de vakgroep biochemie van de mondholte. Daar is zijn christelijke achtergrond bekend. Al wordt deze met weinigen gedeeld. Veel collega's en studenten kennen de Bijbel niet of willen er bewust niets van weten. Toch maakt hij het nog wel eens mee dat mensen naar hem toekomen om te praten. Ook de gezinsfoto die op zijn kamer hangt, nodigt nogal eens uit tot een gesprek. Meneer en mevrouw Van Nieuw Amerongen zijn gezegend met elf kinderen.
Een heel moeilijk onderwerp, geeft hij aan, wat we met hem willen bespreken. Het is eigenlijk een tweestrijd met jezelf, zo zegt hij. Getuig je vandaag en komen daarna de zonden weer, dan vraag je je af of het wel echt is geweest.
Toch blijft de opdracht om getuigen te zijn. Hoe is nu het echte christen zijn zichtbaar in het dagelijks leven? Hoe breng je het, ook als jongere, naar voren in je eigen leven?
We beginnen met zondag 32 van de Heidelbergse Catechismus, het antwoord van vraag 86. Daar wordt beschreven dat er goede werken gedaan moeten worden, zodat 'door onze godzalige wandel onze naasten ook voor Christus gewonnen worden'. Kunt u verhelderen wat hier wordt bedoeld?
Het gaat hier om de goede werken die gedaan worden in het leven vanuit de dankbaarheid. Zij die verzoend zijn met God, Zijn kinderen zijn, kunnen vanuit deze dankbaarheid leven.
Wij moeten niet, zoals de Roomse leer doet, de goede werken te vroeg plaatsen. Dat wil zeggen: niet voor de rechtvaardigmaking, om er iets mee te verdienen. De Reformatie plaatst de goede werken na de rechtvaardigmaking. De goede werken worden gedaan uit dankbaarheid voor de verlossing, tot eer van God. De goede werken zijn ook om daardoor zekerheid van het geloof te ontvangen: vanuit de vruchten wordt de boom gekend. Het kan wel eens verheugend zijn als je merkt dat je door de Heere gebruikt wordt.
Tenslotte moeten goede werken gedaan worden zodat 'door onze godzalige wandel onze naasten ook voor Christus gewonnen worden'.
Anderen te winnen wil zeggen: anderen te overtuigen. Dat houdt in: zolang getuigen totdat de ander je getuigenis overneemt. Dit gebeurt door je leven, je legt een getuigenis af in de alledaagse praktijk van het leven. Hoe ga je met mensen om en hoe doe je je werk. Op welke plaats je ook gesteld bent, er moet iets aan je te zien zijn. Van daaruit komen de woorden. Is het niet aan je leven te zien, dan hangen je woorden in de lucht.
Overtuigen is overigens iets anders dan overreden. Met overreden kom je er niet in het leven van het geloof.
Zou aan het leven van iedere christen te zien moeten zijn Wie de Heere voor hem of haar is?
Elke christen heeft hierin een voorbeeldfunctie, maar niet om daar iets mee te verdienen, of om te denken volmaakt te kunnen zijn. Deze voorbeeldfunctie is niet om daarmee belerend te zijn en irritatie op te wekken.
Zijn er teksten te noemen waarin opgeroepen wordt tot het doen van goede werken in verband met het getuigen zijn?
Paulus beschrijft in Romeinen 12:1: Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw licha-
men stelt tot een levende, heilige en Code welbehaaglijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst'.
In 1 Petrus 2:12 is te lezen: En houdt uw wandel eerlijk onder de heidenen; opdat in hetgeen zij kwalijk van u spreken, als van kwaaddoeners, zij uit de goede werken, die zij in u zien, God verheerlijken mogen in de dag der bezoeking'.
In 1 Petrus 3:1-6 wordt geschreven over het goede voorbeeld van vrouwen, opdat anderen door de wandel der vrouwen zonder Woord mogen gewonnen worden.
Opgeroepen worden tot het doen van goede werken, terwijl wij tot niets goeds in staat zijn. Zelfs de beste werken zijn met zonden bevlekt. Geeft dat niet altijd spanning?
Het geeft ontspanning als de Heere laat zien: als ik zwak ben, dan ben ik machtig', 'want Mijn kracht wordt in uw zwakheid volbracht' (dat is: olmaakt, zoals ook in de Engelse vertaling staat: or My force is made perfectly in thou weakness) en 'Mijn genade is u genoeg' (zie 2 Korinthe 12:9, 10). Dan moet ik niets en ga ik er niet krampachtig mee om. Er komt iets over van een getuigenis vanuit het hart Als ik denk dat ik het zelf kan, geef ik niets door, en wijkt de Geest. Ben ik afhankelijk, dan kan Hij door mij werken. De contacten en de mogelijkheden om te getuigen kunnen zomaar op je weg komen. Die moet je niet ontlopen.
Moet je zelf iets hebben ervaren van Gods liefde om Zijn getuige te kunnen zijn?
De vraag gaat over 'iets', dat is strikt noodzakelijk om ook iets van die liefde door te kunnen geven. Als je niets hebt, kun je ook niets doorgeven.
Het is belangrijk iets te kennen van het buiten God zijn en van het wonder dat God een weg opent door verzoenend werk. Als hier niets van gekend wordt, is getuigen het doorgeven van feitenkennis, historische kennis.
Schenkt de Heere mij van 7ijn genade, dan is het gevolg hien i dat er een verlangen komt ande hierin te laten delen. Evangelisatie zonder zelf deelgenoot te zijn, is zinloos. Dat leidt onherroepelijk tot activisme en zelfgenoegzaamheid.
Als je Gods liefde niet ervaren hebt, moet je dan niet toch de bijbelse boodschap doorgeven?
jawel, maar er wordt doorgevraagd: waarom geloof jij dat de Bijbel Gods Woord is? Als de liefde van God in het hart is uitgestort, geeft dat in het
getuigen een verdieping, dan is het echt. Opvallend is dat het in 1 Korinthe 13 gaat over agapè, dat is de teerste liefde, niet de vriendschappelijke liefde. Dit woord wordt ook gebruikt voor de liefde van Christus tot Zijn gemeente. Deze liefde moet gekend worden om door te kunnen geven.
Zoals we zagen, staat in het antwoord van vraag 86 van de Heidelbergse Catechismus dat door onze godzalige wandel onze naasten voor Christus gewonnen kunnen worden. Wat houdt 'godzalig wandelen' in?
Hier wordt mee bedoeld: leven uit en door het geloof. Daarbij gaat het alleen om dat wat er in je hart leeft. Dan zijn er geen kerkmuren en leerverschillen, maaralleen je innerlijke gevoelens: wat zegt het mij en wat betekent dit vandaag.
Kunt u dit toespitsen als je in een omgeving werkt waar vooral nietreformatorische mensen met je samenwerken?
Je moet in de eerste plaats gewoon jezelf zijn, zonder spanning.
Hiernaast moet je je werk niet alleen goed doen, maar uitzonderlijk goed. Elk beroep is een goddelijk beroep.
En dat heb je met buitengewone inzet te verrichten. Het is goed als je je hart erin legt. Heb liefde voor je werk en wees trouw op de plek die je toegemeten is. Het is ook belangrijk dat je betrouwbaar bent en klaar wilt staan voor een ander. Je hoeft geen grote dingen te verwachten of na te streven. Dan heb je genoeg aan de dingen die moeten gebeuren.
Hoe komt dit leven 'uit en door het geloof' tot uiting in een omgeving waar voornamelijk reformatorische mensen werken?
Het is de opdracht aan iedereen wel te doen, maar in zonderheid aan de huisgenoten des geloofs. Dat hoeft geen overspannen activisme te zijn, maar het betekent dat er op een ontspannen manier fijn met elkaar omgegaan wordt. Je moet je bij het klaarstaan voor anderen wel realiseren dat je niet alles kunt. Wat op je weg geplaatst wordt, kun je oppakken. Hoe natuurlijker dat gebeurt, hoe beter het is.
Kunt u een eigen ervaring noemen van het getuigen zijn op de plaats waar u gesteld bent?
Tot nu toe lees ik enkele bijbelverzen als ik college geef aan het begin van de dag. Daardoor geef je te kennen waar je uitgangspunt is. Van daaruit komen er regelmatig studenten naar je toe als dat zo te pas komt. Het kan ook irritatie oproepen. Kort geleden ging een meisje staan en zei: 'Waarom doet u dit eigenlijk, het slaat toch nergens op? '
Ik kwam een katholieke vrouw tegen die al afgestudeerd was als tandarts.
Zij vroeg mij of ik nog steeds met een eerste college uit de Bijbel las. Ik bevestigde dit, maar zei ook dat ik er wel eens aan dacht te stoppen. Zij zei: 'Doorgaan hoor! Als ze met rotte tomaten gaan gooien, is het vroeg genoeg om te stoppen'. Zolang de mogelijkheid er is, wil ik er mee doorgaan.
Een getuigenis kan inderdaad afweerreacties oproepen. Het kan ook zijn dat er naar geluisterd wordt.
Wanneer stoot het nu af en trekt het? wanneer
Het stoot af als leer en leven niet één zijn. Of als het slechts plichtmatig of leerstellig is. Het kan ook afweerreacties oproepen als men denkt dat je een 'verborgen agenda' hebt: hij/zij wil mij bekeren of denkt mij de les te lezen.
Het trekt als de Heere werkt. Dat kan zijn als er een beroep op mij gedaan wordt. Of als het onverwacht, spontaan plaats vindt. Het is wijsheid om een woord op de juiste tijd te spreken, maar als ik zwak ben, dan kan één woord zijn als een druppel koud water...
Hoe komt het dat het leven van christenen voor velen vaak zo 'vreemd' overkomt?
Dit komt helaas door een heleboel eigenwillige godsdienst. Christenen moeten natuurlijk niet vreemd doen.
Het is oppassen wanneer regels nagestreefd worden die niet in de Bijbel terug te vinden zijn. Denk maar aan: regels over haardracht en tegelijk het afwijzen van snorren en baarden. Of het verliezen van eenvoud in de kleding (ook zwart kan heel opgesmukt zijn). Of het roken en drinken, tot zelfs op zondag toe, terwijl dit aan vrouwen verboden wordt. En allerlei inconsequenties.
Een belangrijke oorzaak dat het leven van christenen steeds meer bevreemding oproept, is ook dat de hele cultuur zo ontkerstend is.
In het eerste gedeelte van 1 Petrus 4:14 staat: Indien gij gesmaad wordt om de Naam van Christus, zo zijt gij zalig; want de Geest der heerlijkheid, en de Geest van God rust op u'. Wat houdt die smaad in?
Dit kan letterlijk zijn, het betekent dan dat je bespottelijk wordt gemaakt door je omgeving. Het kan ook betekenen dat je op de tweede plaats gezet wordt, je wordt aan de kant geschoven, je wordt niet voor vol aangezien, je past niet in de cultuur.
Het woord 'getuigen' komt van het Griekse woord 'marturiai'. Hier komt ons woord martelaar vandaan.
Het dragen van smaadheid waar in de tekst over gesproken wordt, moet wel echt zijn 'om de Naam van Christus'. Hoe snel zit je karakter er niet tussen, bijvoorbeeld doordat je een weerbarstig karakter hebt. je gedrag kan ook weinig respectvol geweest zijn. Andere motieven dan zuiver geestelijke spelen een rol.
Daar gaat het hier niet over. Is je leven een afhankelijk leven, dan kun je smaadheid niet ontlopen. Dan ben je een kruisdrager, waar Christus van zei: 'Zij hebben mij gehaat, zij zullen ook u haten'. Dit kruisdragen is echt, als de vrucht daarvan is: 'verbrokenheid' en 'vrede met God'. Is het niet echt, dan is er verbittering en hoogmoed.
Kunt u dit duidelijk maken aan de hand van een voorbeeld?
Vanuit Amerika kreeg ik een brief, waarin ik gevraagd werd vier jaar van tevoren een congres te organiseren op een bepaalde zondag, maandag en dinsdag. Het congres zou gaan over een specialisatie op tandheelkundig gebied waarin ik de beste zou zijn. In de brief die ik terug schreef, bedankte ik hartelijk voor de uitnodiging, maar vertelde ook dat ik wegens religieuze overwegingen geen congres op zondag wilde organiseren. Ik kreeg een kort briefje terug waarin duidelijk werd gemaakt dat zij voor mij een ander zouden nemen.
Het kan dan in eerste instantie pijn doen om gepasseerd te worden.
Toch was er ook opluchting.
Goedkeuring van Boven is veel meer waard dan aanzien van mensen.
Wat zou u tot slot nog willen zeggen?
Een kenmerk van het ware is een ootmoedige gestalte, in afhankelijkheid van de Heere leven. Dat staat tegenover de hoogmoed die in ons leeft. We moeten niet denken meer te zijn dan anderen. Dan komt de boodschap niet over, maar roept het wrevel op. Als er iets is gebruikt, is het door de Heere gebruikt. Wij zijn maar een minischakeltje. Ons past geen verwaandheid. De Heere werkt vrijmachtig.
ledereen heeft zijn of haar eigen plaats in onze tijd, in onze cultuur. Wij hebben trouw te zijn op de plaats waar we gesteld worden. De Heere regeert, hij plaatst ons doelbewust. Wat dat doel is, daar hoeven wij ons niet mee bezig te houden.
Als we oprecht zijn op onze plaats, voorkomt dat veel inwendige bestrijding. Een aanklagend geweten is veel zwaarder dan de pijlen van de vijand, de pijlen van buitenaf. Dit geldt zeker als die pijlen van de vijand af mogen ketsen op het schild van het geloof.
Veenendaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1997
Daniel | 33 Pagina's