Nieuwjaar
Blaast de bazuin in de nieuwe maan, ter bestemder tijd op onze feestdag (Psalm 81:4)
Bij de wisseling van het jaar heeft ieder zo de eigen gedachten. Als je terugkijkt, maar vooral ook als je vooruit probeert te kijken. Misschien kijk jij met zorg vooruit. Hoe zal het met je gezondheid gaan? En met je studie of je werk? Hoe zal het thuis gaan? En wat het belangrijkste is: de zaak van je ziel met het oog op de eeuwigheid. Dat jij in dit jaar eens op de Heere mocht leren zien, en in waarheid en ootmoed het van Hem mocht leren verwachten.
Misschien mag jij een stille, maar toch goede toekomstverwachting hebben. Want die de Heere tot zijn deel mag hebben, die heeft een eeuwige toekomst. De Heere verlevendige maar wat Hij gaf.
Nu wij weer een nieuwjaar in mogen gaan, is dat door de goedertierenheden des Heeren. Die hebben nog geen einde genomen. Ons past verwondering en verootmoediging, want wat hebben wij de Heere een moeite aangedaan met onze dwaasheden en overtredingen.
Moeten we dat niet eerlijk bekennen?
Doe jij dat al met je hart? Zijn goedertierenheden waren er elke morgen; maar onze ongerechtigheden waren er iedere avond.
En hoe zal het wat dat betreft in de toekomst gaan? Misschien heb je goede verwachting van jezelf wat betreft bijbellezen, bidden, niet zondigen, de Heere liefhebben. Of ben je die goede gedachten van jezelf kwijt geraakt en is jouw verwachting door genade van de Heere geworden en van Hem alleen? Dan zal je belijdenis en bede ongetwijfeld zijn: „Ik ben tot hinken en zinken ieder ogenblik gereed, maar wilt U mijn Gids en Borg toch zijn."
Onder Israël kende men het feest van de nieuwe maan. Dan had men een samenroeping. Wij zouden zeggen een kerkdienst, zoals wij deze op nieuwjaarsmorgen hebben.
Tot die bijzondere samenkomst werd men opgeroepen door bazuingeklank. Zoals wij de kerkklok luiden, ook op nieuwjaarsmorgen. Er werden dan drie offers gebracht. „Desgelijks in de beginselen uwer maanden zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen en over uw dankofferen..." (Numeri 10:10).
„En in de beginselen uwer maanden zult gij een brandoffer de Heere offeren: wee jonge varren, een ram... Daartoe zal een geitenhok ten zondoffer de Heere, boven het gedurige brandoffer, bereid worden" (Numeri 28:11-15).
Zondoffer
Wanneer het zondoffer werd gebracht, vond belijdenis van zonden plaats.
Erkenning van ongerechtigheid en strafwaardigheid voor Gods aangezicht. Wat een belijdenis: „Wij hebben gezondigd en zijn Uw gramschap waardig".
Maar dan mocht ook het zondoffer gebracht worden, heenwijzend naar de komende Messias, Die het Lam Gods zou zijn dat voor de zonde geslacht zou worden. Zondebelijdenis dus, maar ook verkondiging der verzoening.
Begeer jij dit ook rond de jaarwisseling?
Terugziende zal het zeker nodig zijn; vooruitziende zal het straks opnieuw nodig zijn. De Heere schenke ons er de beleving van.
Dankoffer
Dan werd er een dankoffer gebracht. Immers, bij het binnentreden van een nieuw en het afsluiten van een oud tijdsbestek, past erkenning jegens de Heere. Maar weer in de weg van het offer; heenwijzend naar Christus. Alleen in en door Hem is er werkelijk dankbaarheid. Is dat ook al jouw beleving? En jouw begeerte?
Brandoffer
Het brandoffer is het offer van de toewijding. Dat is het offer waardoor tot uitdrukking gebracht werd dat het hele leven de Heere gewijd werd. Door het brandoffer moest uitgedrukt worden: U behoort heel ons leven toe. We horen U van de gaven, die U geeft, te dienen; we behoren in Uw wegen te wandelen en Uw dienst te vervullen.
Zo hoort het ook bij ons te zijn bij de intrede van het nieuwe jaar. Heel ons leven behoren we in Zijn dienst te besteden en naar Zijn inzettingen in te richten. Hebben we dat aan de Heere beloofd? Staan we daar naar; is het ons gebed of het zo zou mogen zijn? Met minder kan de Heere toch geen genoegen nemen. Ook hier is het in de weg van het offer. Alleen door Christus zal het kunnen. Alleen door Hem en vanuit de bediening uit Hem zullen de beginselen er hier van geleerd en gezien worden. Is dat ook jouw wens voor het nieuwe jaar?
Wat zijn we toch arm en in groot gevaar wanneer we nog buiten God en Christus voortleven. Is dat zo in jouw leven? |e bent nog jong, maar weet dat het leven buiten de Heere eigenlijk geen leven is.
Dan heb je geen houvast, geen toevlucht in nood en geen toekomst. Dan heb je geen brandoffer, geen dankoffer, geen zondoffer. Zoek de Heere; nu is het nog het heden der genade.
Gelukkig wie door genade Hem (enigermate) kennen mag. Zoek door het geloof veel gebruik te maken van Hem. Dat we door Woord en Geest maar mogen leren Hem meer te kennen. En Hem steeds weer nodig te hebben tot brandoffer, dankoffer en zondoffer.
Wie deze nodige dingen hier leren mag door genade, zal straks de kronen werpen voor de voeten van het Lam Dat Zich liet offeren. Dan zullen we eeuwig zingen van Gods goedertierenheên.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1997
Daniel | 33 Pagina's