JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Ze praten zo makkelijk  over het geloof, maar...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ze praten zo makkelijk over het geloof, maar...

8 minuten leestijd

Een vraagsteller heeft in Daniël gelezen over de charismatische beweging. Ook heeft hij van klasgenoten wel gehoord van de EO-jongerendag. De gevaren die hierin schuilen, ziet hij wel. Ook begrijpt hij dat hiertegen gewaarschuwd wordt. Zijdelings stelt hij een vraag over de Geestesdoop. Voor beantwoording van deze vraag, verwijs ik graag naar het artikel 'Door de Geest gedreven of geestdrijverij? ' in Daniël nummer 21 van 7996. (Een artikel dat verschenen is nadat jij jouw vraag instuurde, en dat ingaat op deze vraag.)

Verder schrijft hij het volgende: „ Toen ik dit eens overdacht, rees er bij mij de volgende vraag: is er nog iets tussen de charismatische beweging en onze vertrouwde Gereformeerde (Gemeente-) leer? Ik denk daarbij aan de kritiek die ik wel eens hoor over de grote nadruk die wij op de ellendekennis leggen, terwijl zij, zo zien wij het tenminste, snel over de ellende heenstappen.

Als ik inderdaad gelijk heb, en er nog iets tussen zit, lijkt mij dat u wel aanvoelt waar de wrijving zit tussen ons als leerlingen. Hoe kan ik daar op een bijbelse manier mee omgaan? Is er soms, naast het boek van ds. C. Harinck, nog meer geschreven voor ons als G.G.-jongeren? "

Wat de vraagsteller bedoelt, begrijp ik hee) goed. VeJen van onze jongeren zullen hem ook best wel goed aanvoelen, denk ik: ze praten zo makkelijk over het geloof, maar... Heel moeilijk is het vaak om duidelijk te maken waar in deze de verschillen zitten.

Duidelijk en toch ook voorzichtig

Enerzijds moeten en willen we daarin graag duidelijk zijn. Want het is enorm belangrijk goed te weten hoe het nu eigenlijk is. Wat leert de Bijbel? En hoe moet je deze dingen zien ten aanzien van jezelf; het gaat tenslotte om je eigen ziel in het licht van de aanstaande eeuwigheid. Anderzijds moeten we voorzichtig met deze dingen en met medemensen omgaan. We mogen (en hoeven) niet over het hart van een ander (te) oordelen. En als het er over gaat, zijn er ook heel veel dingen waarin je niet van mening verschilt: de waarheid van het Woord, de waarde van de belijdenisgeschriften, de afwijzing van de evolutiegedachte en van zaken als abortus, hedendaagse huwelijksmoraal enzovoort.

Een wonder nodig

Wij mensen zijn van God afgevallen en zijn geestelijk dood in de misdaden en de zonden (Efeze 2:1). Het is zo erg met ons dat er niemand is die verstandig is en naar God zoekt (Romeinen 3:11). Onze catechismus (zondag 3) zegt dat wij onbekwaam zijn tot enig goed, enzovoort.

Er is een wonder van God nodig in ons leven wil dat anders worden. moeten wederomgeboren worden. Wij

Vanuit het Woord komt de oproep tot bekering en geloof tot ons allen. Van deze oproep mogen wij niets afdoen.

Maar nu is er het gevaar nog al eens dat mensen met deze oproep zo aan het werk gaan dat je het gevoel krijgt dat men denkt: „De Heere wil dat en dan gaat het ook". Dan heeft men enig besef van zonden en hoort het Woord en de beloften en men benadrukt dat het ongelovig is er geen gehoor aan te geven. Men werkt met de eis van God en het appèl dat vanuit het Woord klinkt.

Men hoort de beloften en vertrouwt erop. Want, zo is dan wel de gedachte, het zou heel erg zijn de Heere niet te geloven en op Zijn Woord niet te vertrouwen.

Groot gevaar

Nu is het waar: we mogen aan de eis der bekering en de oproep tot geloof niets afdoen. En ongeloof is een verschrikkelijke zonde. Maar toch schuilt er een levensgroot gevaar in het bovenstaande.

O zo gemakkelijk wordt aan de noodzaak van het wonder Gods, de wedergeboorte, voorbijgegaan. Dan lopen we het grote gevaar aan de geestelijke doodstaat en onmacht van de mens een beetje voorbij te gaan vanuit een te sterk accentueren van de eis en de oproep. Deze dingen worden dan niet ontkend, maar ze functioneren niet. En dat is levensgevaarlijk.

Onmogelijkheid leren

Want als de Heilige Geest in ons leven komt, gaan we juist leren hoe onmogelijk het allemaal van onze kant is. Dan gaan we juist zo goed verstaan bijbelwoorden als „Bekeer mij, dan zal ik bekeerd zijn" (Klaagliederen 5:21); „Trek mij, zo zal ik U nalopen" (Hooglied 1:4a); „Zonder Mij kunt Gij niets doen".

Vaak bidden we dan „Och, schonk Gij mij de hulp van Uwe Geest".

Dat is geen dode lijdelijkheid. Dat is levende nood die uitdrijft naar de Heere. Dan wordt het Woord onderzocht, hef gebed gedaan, van de zonde krijgen we dan last en we

gaan met de zonde breken en deze belijden. Dan wachten we niet maar eens af of de Heere het nog eens doen wil, maar dan worstelen we met onze zielenood aan de troon der genade.

Ellendekennis nodig

Het is te vrezen dat mensen die gauw over de ellendekennis heenstappen deze zieleworstelingen niet zo verstaan. Ze horen vaak ook liever niet zoveel over zonde en ellende, schuld en doodstaat. Maar je weet zelf wel dat onze catechismus er wel nadrukkelijk mee begint. Ook in veel psalmen lees je van zulke worstelingen (6, 38, 40, 51, 130).

In de prediking van de Heere Jezus komen we deze dingen ook tegen. Zo zegt Hij in Mattheüs 9:1 3 dat Hij 'niet gekomen is om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering'. Het moet ons ook opvallen dat de prediking van de Heere Jezus vaak weinig appelerend was.

Wel legde Hij veel uit, vaak op een beschrijvende manier. Vooral benadrukt Hij vaak dat er twee wegen zijn (wijze en dwaze bouwer; verloren zoon en 'echte' verloren zoon; wijze en dwaze maagden; farizeeër en tollenaar; brede en smalle weg; tweeërlei rank aan de wijnstok, enzovoort.

Geen oppervlakkig geloof

We moeten blijven bedenken dat er een historisch geloof is, en een tijdgeloof. Maar ook een zaligmakend geloof. We moeten er voor oppassen van het historisch geloof gaandeweg het zaligmakend geloof te maken.

Het historisch geloof is niet verkeerd. Maar het is ook niet genoeg. Het zaligmakend geloof zal altijd samen gaan met ware bekering. Dan komt er afstand tot de wereld. Dan gaan we breken met de zonde en onszelf mishagen voor God. Calvijn wijst erop dat het echte geloof samen gaat met blijvende boetvaardigheid.

Moet je helaas soms niet zeggen dat bij mensen die zoveel over geloof spreken er zo weinig van bekering en boetvaardigheid te merken is? Soms vrees je dat er dan sprake is van een combinatie van historisch geloof en tijdgeloof. Van het tijdgeloof is het immers kenmerkend dat het weinig diepgang heeft, maar terstond blijdschap kent (Mattheüs 13:20, 21).

Moeilijk onder woorden te brengen

Het is vaak moeilijk om als jongeren je eigen opvattingen, die je op grond van Gods Woord en de gereformeerde belijdenis voorgehouden is, vast te houden. Nog moeilijker is het om deze goed onder woorden te brengen. Temeer omdat je anderen niet wilt kwetsen, maar in hun waarde wilt laten. Helemaal moeilijk wordt het wanneer sommigen opdringend ook jou tot 'geloof' willen zien te brengen.

Soms gaat het om collega's op je werk, of medeleerlingen op school die in veel opzichten heel dicht bij je staan. We moeten ook beseffen dat we in onze samenleving elkaar nodig hebben temidden van de vloedgolf van ontkerkelijking en het steeds sterker oprukken van een levensgevoel dat met God en Zijn Woord totaal geen rekening houdt. In die worsteling om staande te blijven, wil je graag samen optrekken in bepaalde organisaties bijvoorbeeld. En toch: als het gaat over de diepste levensvragen voel je je bij de ander, luisterend naar Gods Woord, niet helemaal (of misschien helemaal niet) thuis.

Persoonlijke worsteling

Bid maar of de Heere je de weg wijst en in Zijn Woord je gang en treden vast wil maken. Of Hij je wil vasthouden; vooral of Hij je wil leren. Want als je persoonlijk iets mag leren van de nood van je ziel en van de hartelijke droefheid naar de Heere, dan zul je temeer naar het Woord en belijdenis willen luisteren en ernaar zoeken. Wanneer je liefde tot de Heere mag kennen, zal het je om Hem te doen zijn.

Daar zul je waarschijnlijk niet zo gemakkelijk over praten. Misschien ben je dan onder klasgenoten wel een onbegrepene. Maar zoek dan maar schuilplaats bij de Heere. Want Hij zegt: Op dezen zal Ik zien, op de arme en verslagene van geest en die voor Mijn Woord beeft" (jesaja 66:2).

Tot Wie anders heengaan?

Jongelui ik hoop niet dat je zegt dat dit hard of te moeilijk is. Toen het over deze dingen ging, keerden velen zich van de Heere Jezus af.

Toen vroeg de Heere Jezus aan de discipelen of zij ook niet weg wilden gaan (Johannes 6). Maar Petrus mocht zeggen: „Heere tot Wie zullen we anders heengaan; Gij hebt de Woorden des eeuwigen levens". Laat het zo ook in jouw leven mogen zijn.

Ook in onze tijd werkt de Heere nog door Woord en Geest, ook onder jongeren. Zet je dan onder het Woord en vraag maar naar de Heere en Zijn sterkte.

Om verder te lezen

Tenslotte wil ik op jouw vraag je - naast het door jouzelf genoemde boek - één en ander aanreiken om verder over deze dingen te lezen.

* 'Jongeren en de bekering', een uitgave van de JBGG;

* j. Alleine: 'Betrouwbare Gids naar de hemel';

* G. Wisse: 'Droefheid naar God'. Enkele artikelen die eerder in Daniël verschenen:

* 'Moet genade geleerd worden? ' 1996, nr. 8;

* 'Het leren kennen van Christus - hoe gaat dat? ' 1996, nr. 9.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1997

Daniel | 33 Pagina's

Ze praten zo makkelijk  over het geloof, maar...

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1997

Daniel | 33 Pagina's