JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een fantastisch vak! Wij willen niet anders!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een fantastisch vak! Wij willen niet anders!

In gesprek met vier verpleegkundigen over hun vak

15 minuten leestijd

Verpleegkundige zijn is een mooi beroep. Daar zijn ze het alle vier helemaal mee eens. Ondanks dat ze het een mooi vak vinden, zijn er heel wat collega's die na kortere of langere tijd niet meer kunnen. Burn-out. Opgebrand. Veel moeilijke beslissingen en emotioneel belastende situaties achter elkaar maken het werk zwaar. Wellicht denk jij (m/v) er ook wel aan om de verpleging in te gaan? Vier verpleegkundigen zijn met elkaar in gesprek over hun vak en wat ze in het werk van alledag tegenkomen. Luister mee en ontdek wat hun werk inhoudt.

Wie zijn de verpleegkundigen? We stellen ze eerst even voor. jacoline Rietveld raakte enthousiast voor het vak toen ze als afdelingssecretaresse op een verpleegafdeling werkzaam was. Ze had door haar eerdere werk een redelijk verwachtingsbeeld van het werk. Na de inservice opleiding haalde zij ook haar aantekening intensivecare. Inmiddels werkt jacoline al weer zeven jaar in het Lorentz-ziekenhuis in Zeist op de CCU (Coronair Care Unit, wat staat voor hartbewaking) van de Intensive Care. Annemarie Maljaars bewandelde een andere weg. Na de HAVO wilde ze liever verder leren dan gelijk werken en ging daarom de HBO-V doen. Inmiddels werkt ze vier jaar op de afdeling interne geneeskunde/longziekten in het Bronovo-ziekenhuis in Den Haag. Het voordeel van de HBO-V vindt Annemarie dat je zo een sterkere theoretische onderbouw krijgt, met name op het gebied van de psychiatrie, jacoline geeft aan dat ze een stukje breedte, zoals een stage in de wijkverpleging of psychiatrie inderdaad wel gemist heeft. Toch krijgt psychiatrie tegenwoordig wel meer aandacht in de opleiding volgens Annemieke Bout. Zij is sinds juni van dit jaar gediplomeerd en heeft recent de inservice-opleiding gedaan. Zij werkt nu op een van de twee afdelingen interne geneeskunde in het ziekenhuis De Gelderse Vallei in Bennekom. Annemieke wilde eerst liever het onderwijs in, maar dan zou ze nog vier jaar naar school moeten. De combinatie werken-leren, zoals in de inservice, trok haar meer. Ellen Mauritz werkt op de andere afdeling interne geneeskunde in hetzelfde ziekenhuis als Annemieke. Zij wilde eerst logopedie gaan doen. Door de slechte arbeidsmarktperspectieven destijds was dit minder aantrekkelijk. Zodoende besloot ze de verpleging in te gaan en deed ook • de inservice-opleiding. Drieënhalf jaar geleden is ze gediplomeerd. Toch bleef onderwijs ook wel trekken. Een jaar na haar diplomering is ze de lerarenopleiding gaan doen. Nu werkt ze sinds september parttime als verpleegkundige. Twee dagen per week is ze docente verpleegkunde aan het MDGO (Saldenus). Zo combineert ze twee interesses in één.

Motivatie

Wat was de motivatie om de verpleging in te gaan? Voelden ze een 'roeping'?

Roeping is een erg zwaargeladen woord. Als 16-of 1 7-jarige vind je dat te 'zwaar' klinken, je beleeft het niet zo. Alle vier vertellen dat ze niet echt 'roeping' voelden, maar dat ze zich tot het beroep aangetrokken voelden en er langzaam naar toe groeiden. De Bijbel spreekt over 'werken der barmhartigheid'. Daardoor is misschien de koppeling tussen roeping en in de verpleging ontstaan. Als je roeping invult als 'je aangetrokken voelen tot' of 'hart voor de zaak hebben', geldt dit eigenlijk voor elk beroep. Wat moet je motivatie voor een zorgend beroep dan zijn? je moet het niet voor geld doen. je moet bereid zijn om iets van jezelf te willen geven en je voor een ander in te zetten. Belangrijk is dat je jezelf op je plaats voelt.

Al jong confrontatie met veel ellende

Verder moet je er rekening mee houden dat je heel sterk met jezelf wordt geconfronteerd. Dit moetje willen en ook aankunnen. Soms doe je als 17jarige heel veel moeilijke en aangrijpende ervaringen op. Niet alleen moeilijke medische situaties, maar je komt ook heel direct in aanraking met veel maatschappelijke ellende. Ellen geeft als voorbeeld een situatie die ze meemaakte toen ze nog maar net in

de opleiding was. Een man, die met een liesbreuk in het ziekenhuis lag, was ook tegelijk in een scheiding verwikkeld. Bij hem kwam niet zijn eigenlijke vrouw op bezoek. Je moet dan toch als jong meisje zo'n situatie opvangen.

Ook komen mensen soms met hun (maatschappelijke) problemen bij jou. Als je het voor het eerst meemaakt dat iemand in huilen uitbarst, bijvoorbeeld na een slecht-nieuws-gesprek, denk je ook even: 'Hoe moet ik dit nu opvangen? '. Ook situaties die spelen op het

grensvlak van leven en dood leggen een grote druk op je. Stel dat iemand een hartstilstand krijgt. Soms doe je dan nog zo je best, maar je kunt de patiënt niet meer redden. Je kunt dan soms nog de laatste hartacties op de monitor waarnemen. Overgeven dat de patiënt toch echt overleden is, is dan heel moeilijk. Dat grijpt aan!

Verwerking

Doordat je in je diensten soms heel wat te verstouwen krijgt, is het soms moeilijk afstand ervan te nemen. Er is een spanningsveld tussen beroepsmatig bij de patiënten betrokken zijn en de emotionele betrokkenheid. Ellen erkent dat ze soms patiënten maar moeilijk kan loslaten. Het heeft ook met de fase van de opleiding te maken. Eerst voel je wellicht de verantwoordelijkheid niet zo, maar naarmate je zelf meer eindverantwoordelijkheid gaat dragen, is het gevaar veel groter dat je de dingen van overdag soms niet goed kwijt kunt raken. Ellen zegt dat ze heeft moeten leren om 's avonds bewust activiteiten te ondernemen en bewust met iets anders bezig te zijn. Annemieke vult aan dat het ook heel belangrijk is om met gezonde mensen om te gaan. Annemarie merkt op dat het heel belangrijk is om te erkennen dat je om vier uur niet opeens alles kunt vergeten. Dat hoeft ook niet, want het zijn je medemensen! Ze vindt het heel belangrijk om een goed sociaal netwerk om je heen te hebben. Een goede opvang in het gezin waar je uit komt, in de gemeente en op de vereniging, is heel belangrijk voor de verwerking, je moet je verhaal kwijt kunnen na een moeilijke of aangrijpende dag. Jacoline vindt dat het soms moeilijk is om uit te leggen aan anderen wat je meemaakt. Anderen kennen je situatie niet zo goed en kunnen daarom minder goed als klankbord fungeren. Zij praat juist veel met collega's over de dingen die ze moeilijk van zich af kan zetten.

Cynisme als zelfbescherming

De anderen bevestigen dat je elkaar als team soms hard nodig hebt. Soms moet je elkaar corrigeren. Je merkt soms ineens dat je op een cynische manier reageert. Een voorbeeld: bij reanimatie zei plotseling een van de andere verpleegkundigen: 'We moeten opschieten, want het restaurant heeft vandaag aardappelkroketjes en het sluit om 1 uur.' Je kunt denken: 'Is dat nu 'hart' op de hartafdeling? ' Dan ontdek je ineens een stuk cynisme, een sfeer die botst met je eigen gevoel. Het gebeurt dan zomaar ineens uit een stuk zelfbescherming, maar je moet elkaar er toch op wijzen en er bij elkaar op alert zijn dat je er niet in doorschiet.

Toename werkdruk

De werkdruk neemt ook enorm toe. Een factor die hieraan sterk bijdraagt is de kortere verpleegtijd in het ziekenhuis. De intensiteit van het lijden wat je meemaakt, neemt daardoor toe, omdat je hierdoor veelal juist die periode meemaakt, waarin de patiënt het meest ziek is of het meest pijn lijdt. Het 'uitzieken' wat eerder nog gewoon in het ziekenhuis plaatsvond, wordt nu meer verplaatst naar de thuissituatie van de patiënt.

Een andere factor die aan de verzwaring van de taak bijdraagt, is de steeds verdergaande techniek. Ellen zegt dat in de 6Yz jaar dat ze nu meedraait de complexiteit van de te verrichten handelingen sterk is toegenomen. Ook vindt er door de toegenomen technische mogelijkheden een verschuiving plaats van IC (intensive care)-verpleging naar verpleging op de gewone zaal, waardoor je meer met zwaardere 'gevallen' in aanraking komt en de verpleging dus intensiever wordt.

Veel ethische dilemma's

Met name door de sterke toename van de technische mogelijkheden wordt een verpleegkundige vaker en sterker geconfronteerd met ethische beslissingen en dilemma's die gaan over leven en dood. Zo kun je denken aan het stoppen van een behandeling of het besluit niet meer te reanimeren als een patiënt een hart

stilstand krijgt. Deze beslissingen vallen natuurlijk wel onder de verantwoording van een arts, hoewel je als verpleegkundige wel een rol in de besluitvorming speelt. Zeker op de IC heb je daarin een duidelijke rol. Of je nu op de IC werkt of niet, jij bent immers degene die de patiënt de dag door meemaakt en observeert en daarom zal jouw oordeel ook meewegen.

Casus: reanimatiebeleid

je moet als verpleegkundige bij een hartstilstand direct handelend optreden. Er is er niet eerst overleg met een arts mogelijk. Als het goed is, is er in een ziekenhuis wel een protocol voor zo'n situatie. In ziekenhuistermen heet dat NTBR-beleid (Not 7o Be Reanimated). Dit protocol geeft aan wanneer een patiënt nog wel en wanneer niet meer gereanimeerd moet worden. Globaal gesteld worden patiënten dan in groepen ingedeeld: patiënten die niet meer gereanimeerd worden, dat is de ene pool. De andere pool is patiënten die altijd gereanimeerd worden. Daartussen ligt een groep waarbij het per dag beoordeeld wordt, wat er gedaan wordt. Soms wordt bij een patiënt afgesproken: 'We doen het nog een keer en als het daarna weer misgaat, doen we niets meer'. Beslissingen hierover drukken soms geweldig zwaar op je. Hoewel je niet direct eindverantwoordelijk bent, maak je situaties als deze toch heel van nabij mee. En ook jouw oordeel speelt een rol in dit soort beslissingen. Het moeilijke is dat je vaak geen globaal antwoord kunt geven van wanneer wel en wanneer niet, want iedere patiënt en iedere situatie is weer anders.

Officieel hoort er in elk ziekenhuis of verpleeghuis zo'n protocol te zijn. De praktijk wijst uit dat dat lang niet overal het geval is. Annemarie draagt aan dat het dan je taak is als verpleegkundige, om erop aan te dringen dat er wel zo'n beleid komt. Ook behoort een arts met de familie en/of patiënt hierover afspraken te maken. Soms reageert een arts wel eens: 'Mag je de familie/patiënt er in deze situatie mee belasten? ' Conseguentie hiervan is, dat er dan wel een zware verantwoordelijkheid op jouw als verpleegkundige wordt gelegd.

Wanneer stoppen?

jacoline wil in dit verband ook graag kwijt, dat het voor jou als christenverpleegkundige soms heel moeilijk is om een patiënt over te geven en de behandeling te stoppen. De gedachte, dat zolang er leven is, er ook hoop is, leeft heel diep in onze kringen. Dit maakt het gevoelsmatig heel moeilijk. Het is niet altijd goed om zo lang mogelijk door te gaan. De techniek is heel mooi, maar het brengt ook allerlei van dit soort problemen met zich mee. Het is daarom goed om een stuk nuchterheid hierin te betrachten. Vroeger was iemand al lang overleden als je op een bepaald punt aankwam. Als je uit alle macht iemand nog probeert te redden, sterft iemand juist dan soms een mensonwaardige dood. Mensen mogen op een gegeven moment ook sterven.

Als je het niet eens bent met het beleid

Hoe gemakkelijk kun je je als verpleegkundige aan het algemeen beleid onttrekken? Stel dat een ziekenhuis naar jouw gevoel gemakkelijk omgaat met het stoppen van een behandeling, bijvoorbeeld door al vrij snel geen voeding en infuus meer te geven. Hoe ga je daarmee om? Annemarie zegt dat je je moeilijk onttrekken kunt aan eenmaal gemaakte afspraken. Als er beslissingen genomen zijn, dan kun je niet veel anders. Zij ziet zelf een grote taak voor verpleegkundigen juist in het voortraject, voordat er bepaalde beslissingen genomen worden. Probeer lichtpuntjes aan te geven: 'Kijk, de patiënt kan nog dit, of hij kan nog dat; het is dus nog niet verantwoord om de behandeling te stoppen'. Het is ook belangrijk dat artsen weten hoe je erover denkt. Toch kan het zijn dat je met een beslissing echt niet uit de voeten kunt. je moet dan de zorg voor die patiënt overdragen, jacoline heeft dit een keer meegemaakt. Zij had de zorg voor een patiënt, waarbij werd besloten tot het niet verder voortzetten van de behandeling, terwijl de arts 's morgens nog van plan was te opereren. Maar de beslissing van de familie gaf de doorslag. Zelf zag ze nog voldoende positieve punten, je bent het dan hartgrondig oneens met de genomen beslissing. Hoe kun je dan toch nog zo'n familie opvangen? Maar dat zijn gelukkig kwesties die er niet elke dag zijn.

Momenten waar je op teren kunt

juist menselijke ellende kan een aanleiding zijn voor geestelijke gesprekken. Hebben jullie die gesprekken wel eens met patiënten of collega's? Heeft christen-verpleegkundige zijn iets extra's? Jacoline stelt dat ook nietchristelijke verpleegkundigen goed in het verzorgen en begeleiden van patiënten zijn. Ellen geeft aan dat je als christen-verpleegkundigen toch vaak meer voelsprieten hebt voor vragen rond leven en dood. juist in een ziekenhuis worstelen mensen soms met deze vragen. 'Soms confronteren ze je bewust met dit soort vragen, waarmee ze de eigen onzekerheid aangeven: "Er is toch geen leven na de dood? Toch? '" Annemieke ervaart soms wel eens dat men het overdreven vindt dat je een patiënt naar een andere zaal rijdt voor een gesprek met de predikant: 'Nou zeg, dat je dat doet!' Het valt Jacoline wel eens op dat gesprekken over geestelijke vragen juist vaak ontstaan als je nachtdienst hebt. Net of 's nachts de problemen meer op mensen afkomen. Soms maak je dan ook hele

mooie momenten mee, die je nooit meer vergeet. Annemarie ervaart het wel eens dat patiënten zich overdag schamen voor anderen om met jou over levensvragen te praten. „Maar", zo zegt ze, „het zijn vaak wel de momenten waar je op teren kunt!" Het is belangrijk om er te zijn, bijvoorbeeld als een patiënt een slechte boodschap heeft ontvangen.

Gesprek belangrijk facet van het werk

Opvang hiervan en psychische verzorging is ook belangrijk. Soms nog belangrijker dan mensen op tijd verschonen. Praten is ook werken. Ellen merkt op dat je zelf vaak zegt: „Even dit, even dat". Bij de patiënt ontstaat dan een beeld, dat je het veel te druk hebt om te praten, je moet dan duidelijk aangeven dat hij of zij best ergens over kan beginnen. Het wordt tegenwoordig door je collega's ook meer geaccepteerd dat je wel eens even de tijd neemt voor een patiënt. Alle vier zijn het erover eens dat het niet je eerste taak is om te evangeliseren. Je bent er allereerst om je werk (goed) te doen. Heel je zijn daar in het ziekenhuis is ook belangrijk. Misschien nog wel belangrijker dan erop gespitst te zijn om een gesprek over geestelijke zaken te beginnen. Soms kun je je wel schuldig voelen als je een kans hebt laten liggen. Jacoline zegt dat het in ieder geval heel belangrijk is, dat duidelijk is dat christen-zijn meer is dan altijd 'nee' zeggen.

Veranderingen in de verpleging

Op het gebied van opleiding is de laatste tijd ook heel wat aan het veranderen. De theoretische onderbouw krijgt meer aandacht. Ook wordt in de opleiding meer gedacht in zorgvelden. Bijvoorbeeld kortdurend of langdurend verplegen. Bij de laatste krijgen bijvoorbeeld verpleegtechnieken veel meer aandacht. Ook de theorievorming is aan verandering onderhevig. Een holistisch mensbeeld krijgt tegenwoordig veel aandacht. Dit betekent dat alle facetten van de hele mens meer aandacht krijgen bij de verpleging. Afgezien _ van allerlei vooronderstellingen die daarbij horen, valt er veel voor te zeggen. Een mens is meer dan 'de maag' of 'het hart'. Dit leidt tot het zogenaamde 'integrerend verplegen'. In de praktijk betekent dit dat je als verpleegkundige een aantal patiënten krijgt toegewezen. Je weet dan erg veel van die patiënten. Je kunt dan de hele mens met zijn lichamelijke, psychische, sociale en levensbeschouwelijke aspecten aandacht geven.

De keerzijde van dit alles is dat er hoge eisen aan zo'n EW-er (Eerst Verantwoordelijk Verpleegkundige) worden gesteld. Het dossier van een patiënt is ook veel ingewikkelder en uitgebreider. Je bent langer met het dossier bezig. Er moet ook veel tijd worden gestopt in allerlei vormen van overleg. Het is dan ook niet verwonderlijk dat naast de vele positieve kanten deze methode ook tegelijkertijd een burn-out bevorderende factor is. Met name veel oudere verpleegkundigen, die soms bij uitstek geknipt zijn voor het vak, kunnen soms moeilijk wennen aan nieuwe methoden en worden van de veranderingen slachtoffer. Ze kunnen het niet meer volhouden.

Ellen zegt dat voorkomen moet worden dat er mensen door uitvallen. Bij haar op de afdeling worden sinds enige tijd op structurele wijze de problemen besproken, die je zelf ervaart in je werk. Dit voorkomt opkroppen en neemt daarmee een belangrijke risicobron van burn-out weg. Niet alleen negatief commentaar is dan belangrijk, maar ook het geven van complimenten.

Wie moetje zijn als verpleegkundige?

Welke persoonlijkheid moet je eigenlijk zijn om in de verpleging te werken? Je moet allereerst bereid zijn je voor je naaste te willen inzetten en je kwetsbaar dun/en op te stellen. Verder moet je goed kunnen luisteren. In de verpleging werken is ook heel duidelijk: je handen uit de mouwen willen steken. Je moet ook buiten je eigen kringetje willen en durven kijken, want je komt met heel wat problemen in aanraking, waarvan je als buitenstaander weinig weet hebt. Onregelmatige werktijden eisen een goede gezondheid en een flexibel karakter.

Een fantastisch vak

Aan het eind van het gesprek gekomen, beseffen ze ineens: 'Wellicht dat iedereen nu door dit verhaal is afgeschrikt'. Toch menen ze dat je het moeilijke beslist niet als negatief mag uitleggen. Alle vier zijn ze het met elkaar eens: 'Het is een fantastisch vak. We zouden niet anders willen!'.

Zeist jantine Kats-van Voorden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 1996

Daniel | 32 Pagina's

Een fantastisch vak! Wij willen niet anders!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 1996

Daniel | 32 Pagina's