JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Mannen onder elkaar

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mannen onder elkaar

Verslag Mannenbondsdag 1996

10 minuten leestijd

Ik sta op het punt de kerk te verlaten, als de tweede voorzitter me nog even aanhoudt. Of ik vooral wil doorgeven dat ook vrouwen evenals andere belangstellenden van harte welkom zijn op bijeenkomsten die de Mannenbond organiseert. Welnu, bij deze: geachte lezers, weet u welkom! Als de bezoekers om kwart over tien deze zaterdagochtend de Bethlehemkerk te Woerden binnenstappen, heeft een aantal mannen er al een hele vergadering opzitten. De huishoudelijke vergadering is door bestuur en afgevaardigden gehouden, zodat nu de openbare vergadering rest. Leden van de verenigingen treffen elkaar onder het genot van een kopje koffie. Een jonge knul komt binnen. Nee, geen lid van een mannenvereniging, maar wel geïnteresseerd in de lezing: natuurlijk, kom erbij.

Ds. C. Harinck vraagt een zegen over deze bijeenkomst en bidt dat het werk op de diverse mannenverenigingen z'n doorwerking mag hebben in de gemeenten. In zijn welkomstwoord tot allen heet hij tevens afgevaardigden met name welkom. De bond van Hervormde Mannenverenigingen op Gereformeerde Grondslag en die van de Christelijke Gereformeerde Kerken zijn vertegenwoordigd. De Vrouwenbond en de jeugdbond eveneens. In zijn openingswoord gaat ds. Harinck in op Lukas 24. Om de Bijbel te verstaan is verlichting door de Heilige Geest noodzakelijk: „Toen opende Hij hun verstand opdat zij de Schriften verstonden" (vers 46). „Zo moeten we op de mannenverenigingen werkelijk leerjongens van Christus zijn", geeft ds. Harinck zijn hoorders mee.

Drie vaktermen

Niets is voor de verkondiging van het Koninkrijk van God zo belangrijk als de prediking van het Evangelie, zo begint ds. C. G. Vreugdenhil zijn lezing. Onder de rechte prediking deelt de Heilige Geest genadegaven uit. Het is van levensbelang om onder een gezonde bijbelse prediking te verkeren: daar worden mensen van dood levend gemaakt. Niet eenvoudig, zo reageert de spreker op het opgekregen onderwerp. De titel is: 'Nieuwtestamentische prediking' en tussen haakjes toegevoegd: 'Bediening der verzoening.

In de lezing werkt hij drie aspecten uit die de nieuwtestamentische prediking karakteriseren. Te weten: verkondigen, getuigen en onderwijzen.

Verkondigen

Bij het verkondigen gaat het om de boodschap. Opdat de hoorders het zouden geloven en zo tot de gemeente worden toegedaan. Het is een wervend appelleren in opdracht van de grote Zender: 'proclameren'. De apostelen bepalen niet zelf wat zij zeggen zullen, maar het is de Heere Die hen roept, zendt en leidt door Zijn Heilige Geest. En dat geeft gezag. Predikers zijn ambassadeurs van een heerlijke Koning. Als een heraut op de markt vragen zij de aandacht voor de boodschap die zij hebben door te geven. Het gaat om het reddend handelen van God voor mensen die verloren liggen onder Zijn toorn. Het doel van de prediking is mensen brengen tot de Zoon

Ds. C. C. Vreugdenhil (I) en ds. C. Harinck van God. De heilsaankondiging in de prediking vraagt om geloof.

Getuigen

Een heel belangrijk aspect naast het verkondigen noemt de Bijbel het 'afleggen van een getuigenis'. Hierin zit het Griekse woord 'martus' (je herkent ons woord martelaar erin). Een 'martus' was oorspronkelijk een figuur in de rechtzaal die objectief vertelt wat hij persoonlijk gezien en gehoord heeft van een bepaalde zaak. De apostelen getuigen van wat ze gezien hebben. Dat hangt vooral nauw samen met het getuige zijn van Jezus' opstanding. Nauw verbonden hiermee is het getuigenis van de Heilige Geest. Het doel is te brengen tot het geloof in Christus. Het belijden van Jezus' naam brengt lijden mee.

Onderwijzen

Naast verkondiging en getuigenis bevat de prediking van het Evangelie ook een stuk onderwijzing ('leer') in de waarheid der. Schriften. Het Griekse woord doet denken aan 'didactiek'. Bij deze 'leer' gaat het niet alleen om verstandelijke kennis maar ook om geloofskennis. Dit 'leren' is nauw verbonden met verkondigen (Handelingen 5:40). De leer wordt onderwezen, en Christus wordt verkondigd. De verkondiging vraagt om geloof, de leer vraagt om gehoorzaamheid. Bij de leer gaat het er niet alleen om wat men geloven moet, maar vooral ook om hoe de christenen moeten leven nadat ze tot het geloof gekomen zijn. In de brieven geven de apostelen veel (praktische) vermaningen hoe de christenen moeten leven nadat ze tot geloof gekomen zijn. Door de opkomst van dwalingen treedt een verschuiving op: e leer heeft dan niet alleen betrekking op wat de christenen moeten doen, maar ook op wat zij moeten geloven.

Evaluatie

Hoe verhoudt zich de praktijk van de prediking in onze reformatorische kerken met het voorbeeld van de apostolische prediking? Ds. Vreugdenhil gaat een pijnlijke evaluatie niet uit de weg. De zaak is belangrijk genoeg. „De nood van de kerk is de nood van de prediking." In onze reformatorische kerken heeft het onderwijzend element meer aandacht gekregen.

Dat betreft praktische vermaningen over onze levenshouding in deze wereld en met name de uiteenzetting van de heilsleer. Teveel beschouwing en beschrijving ten koste van het verkondigende en getuigende element.

Terwijl de verkondiging juist de kracht van de nieuwtestamentische prediking was. Het Woord zo vertolken dat de jeugd het begrijpt hoort daarbij. Bij allerlei uitdrukkingen als 'zien is nog geen hebben', 'een bedekte schuld is nog geen vergeven schuld' is wellicht nog een ware oorsprong te vermoeden, ze zijn echter niet letterlijk in de Bijbel terug te vinden. Dan moeten we oppassen dat ze niet meer verwarring brengen dan opbouw in het geloof.

Het getuigende aspect zou meer aandacht moeten krijgen. Nodig zijn 'mannen die getuigen wat ze gehoord en gezien hebben van de liefde van God en de genade van Christus'. We moeten geen napraters zijn. Ds. Vreugdenhil waarschuwt voor het telkens herhalen van woorden van mannen die vroeger leefden en onder ons gezag hadden; dat is geen verkondiging.

De originaliteit van hun woorden verwordt tot afgesleten uitdrukkingen. Laat deze vergelijking tot bezinning en inkeer brengen om op dit punt de inhoud en vorm van de prediking nog eens te doordenken. Daar is moed voor nodig. Een taak voor de mannenverenigingen, vraag de dominee er maar bij. De prediking zal er wel bij varen als de drie aspecten weer evenwichtig aan de orde komen.

Ruim een jaar geleden was in het RD het verslag te lezen van de 62e toogdag van de Nederlande Bond van Hervormde Mannenverenigingen op Gereformeerde Grondslag:1000 aanwezigen, waaronder 200 vrouwen. 'De Saamwerker', het bondsblad van de Bond van Christelijke Gereformeerde mannenverenigingen in Nederland is met zijn 53e jaargang bezig. Op zo'n lange traditie kan de 'Bond van Mannenverenigingen der Gereformeerde Gemeenten' (nog) niet bogen. Zeven jaar geleden werd het initiatief genomen om tot een landelijke bond te komen. Officieel staat deze nu ook geregistreerd bij de Kamer van Koophandel. In het spoor dat de vrouwen al eerder gingen. De Bond van Vrouwenverenigingen gaat terug op het Landelijk Verband van Meisjesverenigingen, opgericht in 1947.

Vanwaar dit initiatief?

Het blijft onbekend waarom de Mannenbond niet ouder is. Plaatselijke verenigingen bestaan al wel langer, of zijn inmiddels al weer opgeheven. Zo herdacht Vlissingen onlangs het 50jarig bestaan. Het lezen over toogdagen van andere bonden wierp de vraag op of zoiets binnen de Gereformeerde Gemeenten, onder Gods goedkeuring, ook niet zou kunnen, vertelt de heer J. j. Rietveld, de huidige tweede voorzitter van de Bond.

Hoeveel leden telt de Bond?

Op dit moment zijn er elf mannenverenigingen aangesloten, zegt de secretaris, de heer Gorter. Er zijn ook enkele niet-aangesloten verenigingen. Ook is er een correspondentieband met de verenigde mannen in Zuid-Afrika.

Wat doen de mannenverenigingen?

Een mannenvereniging wil een mogelijkheid bieden om gezamenlijk Gods Woord en de belijdenisgeschriften te bestuderen. Men ziet zich zeker niet als 'concurrent' van andere verenigingen. Er is verschil qua doelgroep, onderwerpkeuze en leeftijd (in de praktijk doorgaans 35+). Heel goed wanneer er studieverenigingen zijn. Vanuit de mannenverenigingen richt men zich op bezinning juist voor en door mannen: zij hebben hun verantwoordelijkheid als priester in het gezin. Daarbij hoopt men ook op uitstraling de gemeente in. De heer Rietveld geeft aan dat belangstellenden altijd welkom zijn. Een goede mogelijkheid is: wanneer leden van een +21 zich te oud gaan voelen, zouden zij een mannenvereniging op kunnen richten.

Wat doet de Bond?

Het vierhoofdige bondsbestuur is beschikbaar voor steun aan de verenigingen. Men timmert aan de weg om bezinning via (het oprichten van) mannenverenigingen te bevorderen, jaarlijks wordt een bondsdag georganiseerd. Bijvoorbeeld over de toekomst van Israël, Godsverduistering, het Heilig Avondmaal. Ook worden regionale bijeenkomsten belegd. De Bond geeft geen eigen blad uit. Wel verschijnen de gehouden lezingen in brochurevorm. De lezing van ds. C. G. Vreugdenhil is inmiddels al persklaar en is tevens op cassette te verkrijgen (Miep Giesstraat 36, 341 7 CZ Montfoort).

Petrus' preek als voorbeeld

Gedreven door de Geest houdt Petrus zijn 'Pinksterpreek' (Handelingen 2:14-40). Hij hanteert het wapen van het Woord tegenover de spot.

De preek van Petrus kan wel een model-preek genoemd worden. Schriftuurlijk: Petrus laat de Schriften spreken (beloften uit het Oude Testament). Christocentrisch: de gekruiste en opgestane Christus staat helemaal in het middelpunt). En 'trinitarisch': het werk van de drie-enige God komt aan de orde. Voor Petrus is het een getuigenis: het had zijn leven wel kunnen kosten, als hij zijn hoorders beschuldigt van moord op de Messias.

Petrus geeft geen beschouwing hoe het allemaal moet en wat er nodig is. De Schriften gaan open, de Christus der Schriften komt centraal te staan, de hoorders worden voor het gericht gedaagd en de weg tot behoud wordt aangewezen. Hij predikt geen schuld, maar zo dat de mensen zich schuldig voelen. Hij dringt zijn hoorders om zich rekenschap te geven van hun verhouding tot Christus. De Geest komt mee in deze indringende verkondiging. Er komen mensen die het Woord geloven; er komt verslagenheid en verootmoediging. De preek draagt vrucht: er komen drieduizend mensen tot bekering.

De prediking der verzoening

Naar aanleiding van 2 Korinthe 5:10-21 komt ds. Vreugdenhil nogmaals terug op de ernst van de prediking. Onder de prediking vallen eeuwigheidsbeslissingen. Er loopt een rechtstreekse lijn van de preekstoel naar de rechterstoel van Christus (vers 10).

Een preek is geen lezing of een bevestiging van een bepaalde mening; de gemeente wordt gesteld in de tegenwoordigheid van God.

Dat klemt voor de luisteraars en voor de prediker: iets aan de boodschap af doen en niets daartoe doen. Geen mensen behagen. Paulus schrijft dat God hem de 'bediening der verzoening gegeven heeft' (vers 18). De apostelen en alle predikers zijn dienstknechten van de verzoening. Tijdens de preek kan er iets gebeuren (Romeinen 20:14).

Niet slechts de dienaar, maar Christus Zelf spreekt tot ons. Dan wordt het verkondigde heil persoonlijk doorleefde werkelijkheid. Het gaat om de werkelijke levende tegenwoordigheid van God in Christus, Die door de adem van Zijn Geest het bloed van Zijn Zoon doet druppen op verslagen harten tot vergeving der zonden. En als dat gebeurt, wordt de preek een echt bevindelijke preek. Daar is geen methode voor, het is een gave van God. Geen dienaar kan dat zelf maken, al moet hij er alles aan doen om het Woord recht te verkondigen. Dan staan de hoorders oog in oog met Christus. En als die gekruiste en opgestane Koning zo voor je staat en je persoonlijk ontmoet in het kleed van Zijn beloften, moet je jezelf gewonnen geven. Hij overwint alle weerstanden en mag je mee getuigen:

Ik roem in God, ik prijs 't onfeilbaar Woord Ik heb het zelf uit Zijne mond gehoord (Psalm 56:5)

Vrijmoedig pleidooi

De vanmorgen kersvers herkozen tweede voorzitter van de Bond, de heer j. J. Rietveld, besluit de ochtendbijeenkomst. Echter niet voordat hij zijn gehoor vrijmoedig oproept het werk op de mannenverenigingen te promoten. Op de mannenvereniging staat het gezamenlijk bestuderen van Gods Woord centraal. Dat is goed: de Heere Zelf belooft daar Zijn zegen over.

Onder begeleidend orgelspel beweegt een ieder zich naar de soep met broodjes. Dat heeft de Woerdense koster weer goed voor elkaar. Als ds. Harinck na de maaltijd voorgaat in gebed, deelt hij daarna verblijd mee dat er ruim achthonderd gulden gecollecteerd is.

Er zijn veel goede vragen gekomen, die door de spreker in de toegemeten tijd besproken worden. Om twee uur wordt de bijeenkomst gesloten. In een mum van tijd is kerk en parkeerterrein leeg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 1996

Daniel | 32 Pagina's

Mannen onder elkaar

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 1996

Daniel | 32 Pagina's