Is de Bijbel waar?
Ellen tilt haar fiets in het rek en zet hem zorgvuldig op slot. 't Is wel een oud geval, maar je weet maar nooit hier in Rotterdam. Vandaag begint ze als bejaardenverzorgster. Ze loopt de hal van het bejaardenhuis in en meldt zich bij de balie. Het meisje bij de receptie wijst haar de weg naar de kamer van het hoofd van de afdeling. Ellen kijkt wat onwennig rond, terwijl ze de aangeven route volgt. Ze loopt langs een groot mededelingenbord. In een flits ziet ze 'avondmaal' staan. Ze stopt. Haar ogen vliegen over het bord. Aanstaande zondag zal in de koffiekamer het avondmaal bediend worden door ds. .... De mededeling staat onder het kopje 'Activiteiten' tussen de aankondiging van een klaverjaswedstrijd, een bingo-avondje en een cursus bloemschikken. Geschokt loopt ze verder. Hoe moest ze ook weer lopen? O ja, aan het einde van de gang rechts en dan de trap op.
Intussen staan haar gedachten niet stil. Dat mededelingenbord heeft ze niet gezien toen ze solliciteerde. Fijn dat ze wel duidelijk gezegd heeft hoe ze over de dingen denkt. Ze kan - ook als ze dienst heeft - 's zondags in ieder geval een keer naar de kerk. Tijdens het gesprek heeft ze naar voren gebracht hoe ze over euthanasie denkt. Ze hadden best wel begrip voor haar standpunt getoond. „Er werken in ons tehuis wel meer meisjes die zwaar gelovig zijn", had iemand van de sollicitatiecommissie gezegd.
jammer toch dat ze in een neutraal bejaardenhuis terecht gekomen is, denkt Ellen. Afijn voorlopig mag ze blij zijn dat ze een baan heeft. Het zal wel wennen zijn, maar wie weet kan ze juist hier wat betekenen voor anderen. Ze hoopt maar dat ze vrijmoedig genoeg durft te zijn. Vanmorgen heeft ze - ernstiger dan anders - gebeden of God haar kracht en wijsheid wil geven in haar nieuwe werkkring. Nou dat heeft ze nodig, dat voelt ze nu nog meer dan vanmorgen. Nu ook maar vertrouwen dat Hij dat kan en wil geven.
Bovenaan de trap loopt ze de volgende gang in. Hier liggen veel bedlegerige patiënten, weet ze. Er hangt een geur van eucalyptusolie. Zonder moeite vindt ze de kamer van het hoofd. Ellen heeft mevrouw Witte al ontmoet bij het kennismakingsgesprek. Zonder veel formaliteiten gaat mevrouw Witte met haar naar de koffiekamer. Daar wordt ze voorgesteld aan de andere bejaardenverzorgsters die vandaag dienst hebben. Zuster Corrie zal haar vandaag wegwijs zal maken. Even later is ze aan het werk. Ze loopt samen met Corrie de zieke bejaarden af.
Ze gaan eerst binnen bij mevrouw Zwart. Corrie vertelt dat mevrouw Zwart een beetje depressief is. Logisch, ze is al vijftien jaar weduwe en haar kinderen kijken nauwelijks naar haar om, daarbij heeft ze geen hobby's en is ze uitgesproken kritisch.
„Goede morgen, mevrouw Zwart, hoe gaattie vandaag? " vraagt Corrie opgewekt.
Op een stoel zit mevrouw Zwart met in haar hand de afstandsbediening van de tv. „Er is weer niks op de tv", griept ze, terwijl ze, de kanalen voorbij laat zappen.
Corrie geeft mevrouw Zwart haar medicijnen, terwijl Ellen haar bed opmaakt.
„Dit is Ellen, mevrouw Zwart, onze nieuwe bejaardenverzorgster." Mevrouw Zwart steekt haar hand uit en stelt zich voor als jacqueline Zwart.
„Ik heet Ellen Verhoeven, mevrouw Zwart. Leuk u te ontmoeten." „Nou dat zalle me nog maar effe
afwachten meissie. Ik heb niet altijd even goeie ervaringen met al die zusters hier.”
Ellen schrikt ervan. Corrie trekt haar mee, terwijl ze over haar schouder zegt: „We moeten verder. Prettige dag mevrouw Zwart!”
„Vlug wegwezen, voordat ze haar klaagzangen begint", zegt Corrie op de gang.
„Zo, volgende patiënt", vervolgt ze dan en duwt de deur van de volgende kamer - na een klopje - open. „Meneer De Boer", zegt ze tegen Ellen en meteen daar achter aan: „Goed geslapen, meneer De Boer? " Ellen rekt haar hals om naar de man in het bed te kijken. Scheef in de kussens ligt een oude man met in zijn bevende handen een Bijbel. Er gaat een golf van blijdschap door Ellen. Hier toch ook, schiet het door haar heen. Ook hier zijn mensen die God zoeken.
Meneer De Boer legt zijn Bijbel neer en steekt zijn hand uit naar Ellen. „Zo, een nieuwe zuster, zie ik. Welkom in mijn stulp. Als je net zo'n goede zuster bent als Corrie dan hebben we het hier weer getroffen. Alles is hier voortreffelijk. Wat is het toch een zegen dat er meisjes zijn die oude gebrekkige mensen willen helpen. Ik moet mijn medicijnen zeker weer slikken. Geef maar hier. Zeg als je wat meer tijd hebt Ellen, kom dan eens even een praatje met me maken.”
Ze vertrekken weer.
„Dat is nou zo'n aardige man, Ellen. Hij lijdt aan de ziekte van Parkinson, dat heb je zeker wel gezien? Klagen hoor je hem nooit. Daar heb ik bewondering voor. Hij is altijd aardig tegen iedereen. Geen schunnige opmerkingen, of vieze grappen. Echt een fijne man. Heb je gezien dat hij in een Bijbel lag te lezen. Daar kun je hem mee uittekenen. Hij doet haast niet anders dan bijbellezen." Zonder overgang gaat ze verder: „Zeg, mevrouw Witte vertelde mij gisteren dat jij ook in de Bijbel gelooft. Is dat waar? Geloof jij werkelijk dat alles wat in de Bijbel staat waar is? ”
„Absoluut", antwoordt Ellen op vastberaden toon, ondanks de spanning die in haar opkomt.
Als ze wat later op de morgen in de spoelruimte enkele postoelen schoonmaken, komt Corrie er op terug.
„jij gelooft dus net als meneer De Boer, dat alles wat in de Bijbel staat waar is. Waarom denken jullie dat? " Op het MDGO hebben ze bij maatschappijleer en godsdienst hier vaak over gesproken, maar dit is toch wel moeilijk, denkt Ellen.
Voorzichtig begint ze. „je kunt niet echt bewijzen dat de Bijbel waar is, denk ik, maar er zijn wel veel dingen te noemen waaruit je kunt opmaken dat de Bijbel een heel bijzonder boek is. Er zijn bijvoorbeeld heel wat voorspellingen - profetieën noem je dat - in de Bijbel gedaan, die uitgekomen zijn. Heb je weieens van Abraham gehoord, Corrie? " vraagt Ellen.
„Allicht, dat is toch de stamvader van de Israëlieten en de mohammedanen? ”
„Nou kijk, dat is nou een aanwijzing dat de Bijbel waar is. Toen Abraham leefde, was hij eigenlijk maar een onbetekenend man. Wel rijk, maar geen sheik over een groot volk of zo. Integendeel, er waren heel wat belangrijkere mensen in zijn tijd. Het wonderlijke is dat bijna iedereen weet wie Abraham is. En nog wonderlijker is dat in het bijbelboek Genesis dat een paar duizend jaar geleden geschreven werd, voorspeld wordt dat de naam van Abraham heel bekend zou worden. God zegt in dat boek tegen Abraham dat Hij zijn naam groot zal maken! Nou, joden, christenen en moslims weten allemaal wie Abraham is en daarnaast nog heel veel mensen die nooit in de Bijbel lezen. Hij is bekender dan vele presidenten die Amerika geregeerd hebben.
Een ander voorbeeld is dat al in het boek Psalmen door Mozes - misschien heb je ook weieens van hem gehoord - gezegd wordt dat de mensen zeventig a tachtig jaar oud zullen worden. Daar komen we gemiddeld nog steeds niet boven uit, ondanks het feit dat de medici nu veel meer weten en kunnen dan toen.
Neem nou de staat Israël. In 1948 hebben de joden een eigen staat gesticht in het Midden-Oosten. In de Bijbel wordt voorspeld dat zij over de hele wereld verstrooid zullen worden en ook gezegd dat ze uiteindelijk weer in hun land zullen wonen. Zo zijn er nog wel meer voorbeelden te noemen, maar ik weet die zo niet. Ik heb ze weieens gelezen in een boek dat heet: Geen geloof zonder bewijs. Het is geschreven door Pé de Bruin. Moet ik het eens meebrengen? ”
„Nee laat maar, ik ben niet van plan christelijk te worden, maar ik ben wel nieuwsgierig waarom mensen zoveel waarde hechten aan die Bijbel. We hebben het er nog wel eens over. jij moet vanmiddag echt eens met meneer De Boer gaan praten.”
Capelle aan den IJssel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 1996
Daniel | 32 Pagina's