Mirjam en Sheila Bondsdagverhaal deel 3
„Moeder, ik ga hoor. Ik kan beter te vroeg zijn dan te laat. Mag ik bij Mirjam blijven tot de bus weer van de klaagmuur vertrekt? We eten toch pas om zes uur". Sheila, de deurknop al in haar hand, kijkt haar moeder afwachtend aan.
„ja kind, dat is goed. Doe Mirjam van ons de hartelijke groeten". Bezorgd laat Sheila's moeder erop volgen: „Zul je voorzichtig zijn? Goed uitkijken hoor”.
Sheila, die al een beetje gewend is aan de drukte, vindt zonder moeite haar weg door de straten van jeruzalem. Wat is het toch een heerlijke stad, denkt ze. Boeiend door zijn tegenstellingen. Naast hypermoderne flatgebouwen zie je opeens tafereeltjes, die je regelrecht herinneren aan de bijbelse tijd. ja, jeruzalem is werkelijk uniek!
Het is nog vroeg als Sheila bij de klaagmuur aankomt. Met een sprongetje zet ze zich op een stenen muurtje.
Heeft ze hier even een mooie uitkijkpost. Ze kan het grote plein voor de klaagmuur overzien, maar ook de openbare weg. Nu kan ze de bus onmogelijk missen.
Wat fijn, dat het zulk prachtig weer is vandaag, mijmert ze. Ze zullen vast wel op het meer van Galilea gevaren hebben. Het bezoek aan Meggidoh moet ook erg interessant zijn. Ze hebben er zelfs de paardenstallen van koning Salomo opgegraven. Sheila hoopt het zelf ook allemaal nog eens te zien.
Hè, ze wordt stijf van het zitten. De stenen zijn ook wel erg hard. Ze zal wat heen en weer gaan lopen. Het is al vijf uur geweest. Ze zullen nu zó wel komen.
Maar als ze drie keer het plein in zijn volle lengte heeft overgestoken, is de bus er nog niet. Het wordt half zes.
Sheila houdt zich voor, dat het programma op zo'n dag gemakkelijk kan uitlopen.
Kwart voor zes. Nog steeds geen bus. Sheila besluit tot zes uur te wachten. Als ze er dan nog niet zijn, komen ze waarschijnlijk niet meer. Dan zijn ze er niet meer aan toe gekomen. Zes uur. Teleurgesteld staat Sheila de weg in naar huis. Telkens kijkt ze even om. Wat jammer nou! Ze had zich zó op het weerzien met Mirjam verheugd.
Ze loopt zó in gedachten, dat ze in een smal straatje bijna tegen een groepje mannen opbotst. Ze versperren dan ook bijna het hele straatje. Ze schijnen in een ernstig gesprek gewikkeld te zijn. Als Sheila langs hen heen loopt, vangt ze een paar woorden op...
... Een bom ontploft... altijd gevaarlijk op de West-Bank ... Dan blijft Sheila als aan de grond genageld staan. Wat zeiden ze daar? Bus met schoolkinderen ... Beverig leunt ze tegen een muur. Alle kleur is uit haar gezicht weggetrokken. Eén van de mannen ziet haar en vraagt bezorgd:
„Word je niet goed, kind? " Met moeite kan ze uitbrengen. „Wat zei u over een bus met schoolkinderen? " Dan hoort ze tot haar ontzetting, wat er gebeurd is. Terwijl joodse schoolkinderen uit Hebron in Nabloes een bezoek brachten aan de put van jacob, plaatsten
Palestijnse terroristen een bom in de bus. Toen ze wegreden ontplofte de bom. Drie kinderen overleden direkt, alle anderen zijn min of meer gewond. Ze zijn overgebracht naar het Shaare Zedek ziekenhuis in jeruzalem.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1996
Daniel | 32 Pagina's