Een vluchtend tot Jezus
Sta mij toe te gaan lot Jezus, moederlief, verbied mij niet; door - /.ijn bloed redtjiij van zonden, clood en hel, die ƒ7ij gebiedt.
Sla mij toe, mijn aardse vader, dat ik aan Zijn voeten val; waarom zou u mij toch hind'ren ah ikjlem heb, heb ik 'I al
Sta mij toe toljlem te vluchten, lieve zusiers, ga met mij; o, dat ons gezin fiem kende dat ons huis een hemel zij!
All mijn vrienden, vrolijk spelend vraag mij niet: verzaak je plicht. Jullie spot is zwaar ie dragen, maar bij Jezus wordt het licht.
Ja, al wil mij ieder hind'ren, vader, moeder, zuster, vrind, Jezus nodigt nog de kincl'ren, J lij bemint mij als - Zijn kind.
GoedeJ ferder, wil mij zoeken, zondig lam, verdwaald en dom, draag mij op ( Uw sterke schoude tot ik in ( - Uw hemel kom.
ï{< )heri lYlwray MacChetjne (lierdicht door da. C.J. Meeuse)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1996
Daniel | 32 Pagina's