Die ander houdt ook van zijn kerk!
Omgaan met kerkelijke gescheidenheid
Nadat de twee Engelse predikanten Wesley en Whitefield (beiden grondlegger van het achttiende-eeuwse methodisme) onenigheid kregen, besloten zij elk een eigen weg in te gaan. Whitefield koos de weg van het calvinisme. Zijn preken worden ook nu nog in de gereformeerde gezindte gelezen. Wesley liet zich veel sterker leiden door de gedachte dat de mens een vrije wil had om zich te bekeren. De kloof tussen beide predikanten was dus groot geworden. Op zekere dag werd aan Whitefield gevraagd: „Als we straks in de eeuwige heerlijkheid komen, zullen we Wesley daar dan zien? ". Whitefield dacht na en antwoordde bedachtzaam: „Ik denk het niet..." „ Want", zo vervolgde hij, „als wij daar ooit mogen aankomen, dan zal Wesley zó dicht voor de troon staan, en wij zover daar vanaf, dat wij hem nauwelijks zullen kunnen zien". Beschaamd en onder de indruk vertrok de vragensteller.
Natuurlijk lees jij ook de advertenties voor correspondentie en kennismaking. Misschien serieus, wellicht gniffelend. Er worden nogal was eisen gesteld: gezellig, ernstig, jong, of oud. Goed postuur. Of handicap juist geen bezwaar. In bezit van rijbewijs, eigen auto of eigen huis. O ja, en liefst christelijk gereformeerd of lid van de Gereformeerde Gemeenten. Oud gereformeerd ook geen probleem. Of wat ruimer genomen: lid van de reformatorische kerken, of zelfs 'positief christelijk'.
Want ach, die kerkmuren. We hebben wel iets beters te doen dan te praten over futiele verschillen, zegt men dan. De wereld staat in brand, het christendom wordt bedreigd en binnen de reformatorische kerken ruziet men over ondergeschikte kwesties. Rabbijnendiscussies zijn het zo vaak.
Nee, het is beter te spreken over de dingen die ons samenbinden, dan over de zaken die ons scheiden. Laten we de kerkmuren neerhalen en elkaar de hand reiken. Schouder aan schouder staan. Want het is toch uiteindelijk de liefde die verbindt; die alles overwint. Laten we vooral niet dogmatisch zijn, niet kerkistisch!
Jullie kennen deze argumenten vast wel. (e hebt ze gehoord op school. Toen je in de klas hele bomen opzette, elkaar fel bediscussieerde. Over algemene verzoening, over drie verbonden. Over het algemeen welmenend aanbod van genade of over schriftuurlijk-bevindelijk. Als het ging over samensprekingen tussen kerken. Of juist het gebrek daaraan. Over kerkelijke verdeeldheid, die er niet mag zijn.
Of probeerden jullie elkaar op een andere manier de loef af te steken? Wie het meeste geld ophaalde op de zendingsdag bijvoorbeeld? Of wie de minste, of juist de meeste avondmaalsgangen kon tellen... bij de ander. Nee!! Zo niet. Zo mag het nooit.
Andersdenkenden!?
Velen discussiëren trouwens helemaal niet. Zij vervallen in een ander
uiterste. Gewoon zwijgen. Zij gaan elk gesprek uit de weg. Doen alsof er geen verschillen zijn. Zij praten gezellig over allerlei onderwerpen, maar niet over eikaars kerken. En helemaal niet over wat het belangrijkste in het leven is. Niet over een gehoorde preek, niet over catechisatie, niet over de vragen die zo heel diep weggestopt in je hart leven. Maar altijd zwijgen is ook niet goed. Hoe ga je om met mensen uit andere kerken van de gereformeerde gezindte? je ontmoet ze tenslotte best veel. Op school en op je werk. Bij het GPZ of Woord en Daad, in het gezinsvervangend tehuis of het Reformatorisch Dagblad, in de kraam of bij Ontmoeting.
Als het gaat over de vraag hoe we omgaan met jongeren uit andere, meer of minder verwante, kerken moeten we voorzichtig zijn. Oppassen dat we niet vallen in de valstrik van het kerkisme. Maar evengoed moeten we voorzichtig zijn niet in de klem te lopen van het gebrek aan kerkelijk besef. Er zijn dus twee gevaarlijke klippen: kerkisme en gebrek aan kerkelijk besef.
Kerkisme
Al te gemakkelijk nemen sommige mensen het woord kerkisme in de mond. Iemand die het opneemt voor eigen kerkverband wordt al snel betiteld als kerkist. Dat is een heel scherpe beschuldiging. Want een kerkist is iemand die het kerkelijk verschil ook buiten de kerk op alle andere terreinen van school en politiek en maatschappij door wil trekken.
Kerkisme is een dwaling die voortkomt uit de gedachte dat de eigen kerk de enige ware kerk is en dat alle andere kerken valse kerken zijn. Een andere oorzaak is dat men denkt dat de eigen kerk alleen over alle andere levensterreinen - gezin, maatschappij, staat, school, wetenschap, kunst, kortom over alles - moet heersen. Samenwerking met andere kerken wordt dan ook geheel afgewezen. Kerkisme is een dwaling. Een kerkist overschat zijn eigen kerk. Een kerkist zegt ten diepste dat er buiten zijn eigen kerk geen zaligheid te vinden is. Dat buiten zijn eigen kerk geen bekeerde mensen leven. Maar de kerkist heeft het mis, gelukkig. De Heere heeft Zijn kinderen over heel de wereld. Ook in ons land bindt de Heere Zich niet aan slechts één kerk. Daarom hebben Gods kinderen zich altijd hartelijk verbonden geweten.
Ook met godvrezende mensen in andere kerken. Waar geestelijke herkenning is, daar vallen kerkmuren weg. Zij zochten en zoeken elkaar op en begrijpen elkaar als het gaat over hun heimwee naar de Heere, als het gaat over hun boze hart dat maar zo slecht wil gehoorzamen aan Gods geboden. Als het gaat over hun verlangen en hunkering naar die Ene, die Borg en Middelaar jezus Christus. Als het gaat over hun liefde tot de Heere, die uit onbegrijpelijke genade naar hen wilde omzien. Als het gaat over de heerlijkheid en de eer van de Heere. Wie heeft het dan nog over kerkmuren?
Samen op weg
Dan zullen deze mensen zeker wel veel spreken over één kerk? Over een samen-op-wegproces? Hoe ze zich moeten inzetten om te komen tot één kerkverband?
Als het gaat over de kerkelijke verdeeldheid dan schamen zij zich. Die had er niet mogen zijn. Dat is zeker. De zonde heeft ook op kerkelijk gebied zijn sporen diep getrokken. Dat begon al snel na het ontstaan van de christelijke kerk. Binnen de kerk ontstonden stromingen. En helaas, in 1054 scheurde de kerk in tweeën; de kerk van het Westen (met Rome als centrum) en de kerk van het Oosten (met Konstantinopel als middelpunt). Wie zal ooit durven zeggen dat er onder die miljoenen van de Oosterse kerk geen ware gelovige zaten. Gods Kerk, met een grote 'K', had zich dus verdeeld over twee kerken!
Een volgende scheiding diende zich aan; de Reformatie. De reformatoren geloofden zo vast en beleden zo stellig dat er geen verlossing voor een zondaar mogelijk was, dan alleen door de verdienste van Christus. Maar op andere punten verschilden zij echter. Zo ontstond een Lutherse reformatie, en een gereformeerde reformatie.
Meer kerken kwamen voort uit de lijn van de Reformatie. De pluriformiteit, de veelvormigheid, was een feit. Het had, naar de mens gezien, niet mogen gebeuren. Maar het gebeurde niet buiten de raad van God om. In die lijn van scheiding (en soms heling) ontstonden ook de Gereformeerde Gemeenten. Nu mogen we bést geloven dat deze kerk, althans naar onze waarneming, de meesc zuivere openbaring van het lichaam van Christus is. Als we maar tegelijkertijd ervan overtuigd zijn dat Gods Kerk (weer met die grote 'K') zich niet uitsluitend binnen de Gereformeerde Gemeenten bevindt!
Kerkelijk besef
Een vast onderdeel van het gebed van Augustinus luidde, zo vertelt Smytegelt in een van zijn preken: „Geef dat ik U en mijzelven kenne". En hij herhaalde dat ook altijd. Alsof hij de Heere er extra aan wilde herinneren: „Heere, geef dat ik U en mijzelven kenne".
Koning Croesus vroeg eens zijn geleerden langs welke weg hij zalig zou kunnen worden. En ook hij kreeg ten antwoord: Ken uzelf. Deze wijsheid, deze spreuk, zo zeiden de heidenen, was op een goede dag uit de hemel gevallen en daarom werd de spreuk op alle tempels aangebracht. Ken uzelven.
Als nu de heidenen, zo zegt Smytegelt, al weten hoe nuttig het is zichzelf te kennen, hoeveel te meer zouden christenen dat moeten
weten? Ken uzelf! Het is belangrijk te weten wie je bent, het is ook belangrijk te weten waar je staat, waar je wortels liggen. Bij welke kerk je hoort. En waarom. Waarom?
Een ouderling werd tijdens het huisbezoek duchtig de les gelezen. Wat er allemaal niet goed was in de gemeente. Hij kreeg een lange reeks klachten en verwijten voor zijn kiezen. Geduldig hoorde hij alles aan. Tenslotte zei hij: „U bent nog veel vergeten. Uw klachtenlijst zou ik kunnen verdubbelen. Maar toch heb ik die kerk zo lief. Daar heeft de Heere mij een plekje willen geven.
Daar heeft de Heere mij geleerd teDaar heeft de Heere mij geleerd te luisteren, daar mocht de prediking tot zegen zijn. Tot zegen, toen ik erachter kwam dat ik God kwijt was; toen ik leerde dat ik een verdorven hart omdroeg, dat van God eigenlijk niets wilde weten. In die kerk heb ik tijdens de prediking leren verstaan dat ik de Heere miste, er helemaal buiten stond door mijn eigen schuld.
In die kerk wilde de Heere tot mij spreken, toen ik moest belijden totaal verdorven te zijn, nooit zalig te kunnen worden als het aan mij lag. Wat een troost mocht ik toen ervaren. Wat een onderwijs mocht ik krijgen, elke keer als ik opnieuw mijn schuldige hart mocht openleggen voor God. Hoe lief werd mij Zijn huis toen ik daar mocht horen van een Borg en Middelaar Die de zaligheid verdiend had. Waardoor het voor mij toch niet hopeloos werd. Die kerk, waar de Heere nog door Zijn Woord wilde spreken, daar mocht ik bijhoren. Daar had ik een plaatsje gekregen. Die kerk, met al zijn falen en feilen, daar houd ik van".
Een gegeven plaats
Het is niet toevallig dat je lid bent van jouw kerk. Daar heeft de Heere je een plaats gegeven. Een voorrecht, en tegelijkertijd een verantwoordelijkheid. juist ook als er wellicht zoveel aan die kerk mankeert. Afbreken is niet moeilijk, de kerk aan zijn lot overlaten ook niet. De kerk heeft bidders nodig, mensen die meeleven. Ook jonge mensen. Die van hun kerk houden. Omdat de Heere daar wil spreken door Zijn Woord. Maar hoe ga je nu toch om met
mensen uit andere kerken in de gereformeerde gezindte? Heb jij je gemeente lief? Wel, die ander heeft zijn kerk ook lief, als het goed is. Die ander maakt zich misschien ook zoveel zorgen over de ontwikkelingen in zijn kerk. Maar die is er ook van overtuigd dat de Heere hem daar een plaats gegeven heeft. Wie zich dat realiseert, zal met respect met de ander omgaan. Sterker nog, die kan ook aan de ander denken als hij 's avonds zijn knieën buigt. Concreet: heb jij wel eens gebeden voor die mensen in de Nederlandse Hervormde kerk, die met zoveel pijn in hun hart hun kerk zien wegglijden van onze belijdenis, maar deze kerk niet durven verlaten? Heb jij wel eens gedacht - het zijn maar willekeurige voorbeelden - aan je klasgenoot van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, waar het predikantentekort wel geweldig nijpend is geworden?
Meeleven
Is er dan helemaal geen verschil tussen de kerken? Vast en zeker wel! Maakt dat dan niet uit? Natuurlijk wel! Daar kun je best over praten, discussiëren zelfs. Als er tegelijk maar respect is. Faulus begon op de Areopagus niet met afgeven op de goden van de Grieken. Hij ging vertellen over zijn God. Dat heeft ons ook iets te zeggen.
Wanneer we zo met elkaar kunnen omgaan - vast verbonden aan onze eigen kerk, maar tegelijk meelevend met de ander - dan kunnen we elkaar goed verdragen. En dat is al grote winst.
En die kerkelijke verdeeldheid dan? Wie zich daarover schaamt, mag omhoog zien. Als de grauwe lucht breekt, dan vallen er hier en daar blauwe lichtende plekken; hier één, daar één, en ginds één. Maar wij weten het zeker dat het de bewijzen zijn van een strakblauwe, azuren koepel die zich achter die grauwsluier over de aarde welft.
De kerkelijke eenheid zal komen, dat is zeker, hoewel het instituut van de kerk dan niet meer nodig is!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 oktober 1996
Daniel | 32 Pagina's