JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Davos

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Davos

2 minuten leestijd

Een herfst is er, onaangerand van sterven. Wit rijzen toppen, in de zon gewasschen, Weerbaar, gekarteld in het blauw gekorven, maar oogen die reeds keeren in hun kassen Zien er het schuimend licht vergeefs verbrassen, De zon is licht, het lichaam is bedorven.

Lijdelijk liggen zij er uitgestrekt. Leven verlangend uit vertraagden dood, In loome rust van dag tot dag gerekt, Hier in dit dal als een gezonken vloot. Verloren in het laatste avondrood, Te vroeg verraden en voorgoed genekt.

Nooit was verlangen droef als dezen avond. Het rosse licht scheen over het balcon. Er lag een jonge Griek; smal en gehavend Waren zijn trekken in de matte zon, Maar teder en gelukkig om het lavend Lied dat een kleine nachtegaal begon.

Voordat de duisternis was ingevallen, Ontstak die klare brand tusschen de twijgen Der schrale lijsterbes, een trillend schallen, Opwindend, roekeloos, een stralend hijgen, En helderder na een kortstondig zwijgen. Een koele sneeuw van tonen scheen te vallen.

En de vermoeide oogen gingen dicht, Luisterend, poop'lend in zichzelf verzonken. Een duist're droom werd liefelijk en licht. Dit zingen werd als morgendauw gedronken. Het sprankelde in de schemering als vonken, Het werd een zingend vuur, een stroomend licht.

Het zwol tot een hartstochtelijk verlangen. En dan weer zonk het, zacht en ingehouden, Geluwd en in een milden droom bevangen. Doch of zich vleugelen van klank ontvouwden Ruischte het wijder, luider, in een lange Wild jubelende wervelstorm van zangen, De kleine stem, die zich verduizendvoudde.

En onverhoeds zweeg het onstuimig lied. Hij sloeg de oogen op. De nacht was vaal. Dwalende zag hij rond, het was er niet. Was dit het einde van het wild verhaal? Een zorgeloos geluk, het was er niet. Veerkracht en vreugde, maar het was er niet. O God, vergeef de kleine nachtegaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 oktober 1996

Daniel | 32 Pagina's

Davos

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 oktober 1996

Daniel | 32 Pagina's