We moeten verbouwen of verhuizen
KUyper (1837 - 1920) en de Doleantie
Veel plaatsen hebben wel een straatnaam, die herinnert aan de veelzijdige Abraham Kuyper. Of het nu een Abraham Kuypersingel, - straat, - plein, - laan of - plantsoen is, je komt zijn naam herhaaldelijk tegen. Wie zit er achter die naam? Om alles over Kuyper te schrijven, voert te ver. Deze artikelen zijn bedoeld als een eerste kennismaking met een kerkhistorisch figuur. Trouwens, Kuyper is niet onder één hoedje te vangen. Wat te denken van de volgende opsomming: predikant, journalist, kamerlid, professor en minister-president. Een veelzijdig mens!
Abraham Kuyper was een zondagskind. In de pastorie van Maassluis is hij geboren op zondag 29 oktober 1837. Zijn vader was jan Frederik Kuyper en zijn moeder Henriëtte Huber. Zij was in 't begin behoorlijk bang, dat haar kind een 'waterhoofd' had, maar een kruidendokter uit Delft dacht daar anders over: „Hersens, allemaal hersens!" Het ging hier natuurlijk over de omvang van zijn hoofd. Die omvang geldt ook het werk; dat hij heeft nagelaten. Op bijna alle terreinen was hij actief: onderwijs, politiek, theologie en journalistiek. Eerlijkheidshalve moeten we zeggen, dat de kwaliteit en de diepgang wel eens leden onder de grote hoeveelheid geschriften en boeken, die hij produceerde. Het taalgebruik verraadt ook de stijl van de vorige eeuw: uitvoerig, lange zwaargeladen zinnen met woorden, die je tegenwoordig niet vaak meer gebruikt. Na een arbeidzaam leven is hij op 8 november 1920 overleden; hij werd 83 jaar oud!
Zijn eerste jaren
Bram, zo werd hij vroeger genoemd, was weg van de scheepvaart. In eerste instantie dacht hij dat zijn roeping op zee lag. Op jeugdige leeftijd had hij al indrukken op godsdienstig terrein. Met wat pamfletten (traktaatjes) van zijn vader en... met een kist sigaren liep hij de havens af en beloofde de matrozen een sigaar als ze naar hem wilde luisteren als hij iets voorlas en wanneer ze niet vloekten. Waarschijnlijk gebeurde dit in Middelburg. Want toen de kleine Bram drie jaar oud was, verhuisde het gezin naar Zeeland. Nooit bezocht hij een lagere school, want zijn moeder was gouvernante geweest in Zwitserland en zij gaf hem de nodige lessen. In 1849 kwam Kuyper weer naar Holland om in Leiden het gymnasium te bezoeken. En op 17-jarige leeftijd werd hij ingeschreven aan de Leidse universiteit. Hij koos voor de vakken theologie en letteren.
Gepromoveerd en predikant
Binnen drie jaar legde hij staatsexamen af summa cum laude (met de hoogste lof) in de klassieke letteren. Hij heeft nog gestudeerd bij de tot de moderne richting behorende professor J. H. Scholten. Voor zijn (vergelijkende) studie over Calvijn en johannes a Lasco kreeg hij een gouden bekroning. Zijn proefschrift over het kerkbegrip bij beide theologen behaalde hij op 20 september 1862. Hij was toen 25 jaar. De jonge doctor in de theologie nam zijn intrek in de pastorie van Beesd, een plaats in de Betuwe. Kort te voren was hij getrouwd met johanna Hendrika Schaay, een meisje uit de wereld. Je zou Kuyper half orthodox, half modern kunnen noemen. Maar het duurde niet lang of daar kwam verandering in.
Pietje Baltus
In de Betuwe kwam hij in aanraking met het 'gezelschapsleven' van een groep mensen, die het onder de liberale prediking in de Nederlands Heivormde Kerk niet meer konden uithouden. Eén van hen, een zekere Pietje Baltus, een vrouw van rond de Ab (n dertig jaar, weigerde hem als predikant de handdruk te geven. Als mens wilde ze het dan nog wel doen. Dit zette de jonge predikant tot ernstig nadenken. Hij werd als herder en leraar niet erkend door een jonge vrouw, die de Heere vreesde. Zij werden 'fijnen' genoemd. Kuyper wilde weten wat deze mensen bezielde en ging Calvijn en de 'oude schrijvers' bestuderen om er zodoende achter te komen wat de hoorders onder zijn prediking misten. Dr. Rullmann schreef in zijn boek over Abraham Kuyper het volgende over de bemoeienissen van Pietje Baltus met Kuyper: „Haar taaie volharding werd hem de zegen voor het hart, het opgaan van de morgenster voor zijn leven ".
De kerk: een moeder
Kuyper las ook lohlbrugge, Gunning
en bijvoorbeeld het bekende boek van Mrs Young 'De Erfgenaam van Redclyf. Daarin trof hem de volgende passage: „De moederkerk, de moeder, die al de schreden van de wees geleid had doorzijn moeitevol leven". Zijn levensdoel stond toen vast: herstelling van een kerk, die ons tot een moeder kan zijn! In die tijd wilde hij het werk van johannes a Lasco opnieuw uitgeven. Veel tijd en moeite kostte hem dat. Het duurde niet lang of hij kreeg last van zijn keel en moest op doktersadvies rust houden. Hij ging een poosje naar zijn ouderlijk huis en maakte nogal eens een wandeling langs het strand van Katwijk. Wat eenmaal de Griekse redenaar Demosthenes deed om het spreken te oefenen, probeerde Kuyper ook: met een steentje in zijn mond zijn stem oefenen in het 'preken' tegen de golven.
Utrecht, Amsterdam
Tegen de zin van zijn 'geestelijke moeder' Pietje Baltus in, nam hij het beroep aan naar de universiteitsstad Utrecht. De schrijver-predikant Nicolaas Beets had hem min of meer overgehaald. Kuyper dacht, dat hij in Utrecht zijn idealen beter kon verwezenlijken. Hij kreeg toch niet de medewerking, die hij verwacht had. Daarom verliet hij Utrecht en probeerde hij in Amsterdam het volk zo ver te krijgen, dat het hem steunde in de strijd voor de 'reformatie' van de kerk! Zijn intreepreek loog er niet om. Hij zei letterlijk: „We moeten verbouwen of verhuizen!" Hij bedoelde: als wij de gereformeerde leer niet kunnen handhaven, dan moeten wij een nieuwe kerk stichten. De kerk, waar Kuyper preekte, was vol. Soms werden er in één dienst zeventig tot tachtig kinderen gedoopt. Catechisanten liet hij vierhonderd psalmverzen leren en telkens moesten ze een opstel over de gehouden catechismuspreek maken. Hij vergde veel van zich zelf, maar ook van anderen.
Te veel werk
Ik kan zijn overige werkzaamheden maar aanstippen: oprichter van de 'Standaard', een dagblad om het 'gewone' volk ook te bereiken met zijn idealen. Zijn politieke optreden als 'klokkenist van de kleine luyden' (hij stond alleen om te pleiten voor het volk, temidden van de deftigheid van die dagen). Hij volgde Groen van Prinsterer op als leider van de Anti Revolutionaire Partij. Hij stichtte een 'eigen' universiteit, om de studenten beter te kunnen opleiden: de 'Vrije Universiteit' te Amsterdam. In 1901 werd hij gevraagd om als ministerpresident een kabinet te vormen.
Doleantie
We weten uit vorige artikelen, dat er in de Hervormde Kerk op veel plaatsen modern werd gepreekt. In 1834 hebben we de Afscheiding gehad en later nog wat afsplitsingen. Op sommige preekstoelen werd zelfs de Drieeenheid van God geloochend en de godheid van Christus belachelijk gemaakt. De rechtzinnige predikanten in Amsterdam wilden ook niet dat catechisanten bij moderne predikanten op belijdeniscatechisatie gingen. Ze weigerden een attest te geven, zodat de catechisanten elders belijdenis konden doen. Dat gaf veel spanningen in de onderlinge verhoudingen. Een andere doorn in het oog van Kuyper was, dat studenten van de Vrije Universiteit niet werden toegelaten op de hervormde kansels. Het weigeren van de Amsterdamse kerkenraad om attesten af te geven, liep uit op een schorsing door het classicaal bestuur van 5 predikanten, 42 ouderlingen (waaronder Kuyper, die door het werk aan de universiteit geen predikant meer was) en 23 diakenen. De consistorie van de Nieuwe Kerk te Amsterdam ging op slot. Waarom zo'n haast? De 'modernen' wilden de kerkelijke goederen (gebouwen en pastorieën) veilig stellen voor de Hervormde Kerk, als het onverhoopt tot een scheuring zou komen. Zelfs een politiemacht kwam er aan te pas om de Nieuwe Kerk te bewaken. Kuyper en 'aanhang' forceerden het paneel van de deur, die toegang gaf tot de kerkenraadskamer en namen 'formeel' bezit van deze kerk, maar op 1 december 1886 volgde ontzetting uit hun ambt. Men was alle kerkelijke goederen kwijt. Onder leiding van dr. Abraham Kuyper stichtte men een nieuwe kerk: De Nederduitse Gereformeerde Kerk, met een toevoeging 'dolerend'. Waarom die toevoeging? Zij 'treurden' (doleerden), omdat zij alle kerkelijke goederen misten.
Vier jaar later voegden het grootste deel van de Christelijke Gereformeerde Kerken van de Afscheiding zich bij hen en door deze vereniging krijgen we de huidige Gereformeerde Kerken in Nederland.
Gemene gratie
Bekend is Kuypers visie op de 'gemene (algemene) gratie' voor alle mensen en de bijzondere genade voor de uitverkorenen. Maar hij geeft die algemene genade wel een erg grote plaats. Zijn gedrevenheid was niet zo zuiver om het maatschappelijke, politieke en culturele geheel te ordenen naar Gods wet. Hij ging niet zo ver als Calvijn. Kuyper was het ook niet eens met enkele zinsneden uit artikel 36 van de Nederlandse Geloofs-belijdenis en liet deze schrappen.
Cultuuroptimisme en veronderstelde wedergeboorte
Christenen moeten zich overal organiseren. Hij sprak wel over soevereiniteit in eigen kring. Hier moest Gods wet worden hooggehouden. Overal, tot in Amerika toe heeft hij deze opvattingen verkondigd en verdedigd. Ze zijn terug te vinden in de zogenaamde 'Stone-lezingen', die hij hield aan een universiteit in Amerika. De leer van de veronderstelde wedergeboorte werkte in de Gereformeerde Kerken een verbondsautomatisme in de hand. leder werd gezien als wedergeborene, totdat het tegendeel blijkt. Dit had consequenties voor de prediking. Zelfonderzoek, kenmerken van geloof en bekering werden niet gehoord en schijngeloof werd zelden aangewezen als een ernstige mogelijkheid. Dit alles lag bij Kuyper nog anders dan bij zijn volgelingen. Zij gingen in deze zaken veel verder dan hun leermeester. Toch heeft hij de toon gezet. Wel zien we de wrange vruchten van een verbondsopvatting en geloofsautomatisme, waar we op bijbelse gronden niet achter kunnen staan. Laten deze ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken ons tot lering zijn. Ook ons kan het gevaar van oppervlakkigheid bedreigen. Laat het blijven gaan om het ware geestelijke leven.
Hendrik Ido Ambacht B. S. van Groningen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1996
Daniel | 32 Pagina's