De reinen van hart
De bergrede
„Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen Cod zien" (Mattheüs 5:8)
Wij zitten er mee, met de benaming reinen van hart. Wij zagen, dat Jezus daarmee niet de zondeloosheid, maar de innerlijke moraal van de onderdanen van Zijn Koninkrijk heeft aangewezen. Toch blijven wij er mee zitten. Het gaat dan toch maar om een rein hart. En wie heeft zo'n hart? Kan ik dan wel een burger van Gods Koninkrijk zijn? Ik denk, dat het daarom goed is om ons twee dingen af te vragen. Ten eerste: hoe is de burger van het Koninkrijk van God aan het reine hart gekomen? Ten tweede: hoe houdt de burger van het Koninkrijk zijn hart rein?
Een nieuw beginsel
Het reine hart van de burgers van Gods Koninkrijk komt niet voort uit hun natuurlijke geboorte, maar uit hun wedergeboorte. Zij hebben dit niet aan zichzelf gegeven. Zij hebben door vasten en bidden zichzelf niet zo hoog op de ladder der godzaligheid gebracht, dat hun hart rein is. Zij hebben het reine hart van de Heere ontvangen door de werking en inwoning van de Heilige Geest. Het beeld Gods is in hen hersteld. Zij hebben een nieuw beginsel ontvangen. Dat nieuwe levensbeginsel is rein en zuiver. Dit maakt dat een wedergeborene, ondanks al zijn zonden, zeggen kan: „Ik wenste dat al de zonde in mij dood was". De Heere jezus sprak eens een merkwaardig woord tot Zijn discipelen.
Hij zei: Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein" (Johannes 1 3:10). Het is een zinspeling op de lichamelijke reinheid van de oosterling. Men baadde zich met water en werd daardoor rein. Maar zodra men enkele straten gelopen had, waren de voeten weer bestoft. Dan behoefde men om rein te zijn zich niet weer helemaal te baden, maar was het wassen van de voeten voldoende.
Jezus wil daarmee leren, dat de discipelen door het grote bad van de wedergeboorte rein waren gemaakt. Zij bezaten een nieuw en oprecht beginsel om God te dienen. Voor de dagelijkse praktijk van de dienst des Heeren moesten zij niet iedere dag opnieuw dit bad ondergaan, maar was het genoeg de bezoedelde voeten te wassen. Er ligt een rijke troost in deze woorden van Jezus.
Je eigen waarneming
Dat rein van hart zijn kan je zo bezig houden en de waarneming van de onreinheid van je gedachten en begeerten je zo moedeloos maken, dat je zegt: „Ik ben geen burger van Gods Koninkrijk en ik kan dit ook nooit worden. Mijn hart is onrein en boos". Al je pogen om je hart te reinigen mislukken. De vuilheid van je bestaan grijnst je aan en je bent blij, dat niet op je voorhoofd geschreven staat wat er leeft in je hart. Je wordt alleen maar vuiler en onreiner. Wat veroordeelt dat en wat maakt dit moedeloos! Je verliest er alle hoop door en moet zeggen: „Ik ga niet vooruit, maar achteruit". De duivel zal er vlug bij zijn om je nog moedelozer te maken en zeggen: „Indien je nu vooruit was gegaan en het beter met je geworden was, zo was er hoop. Maar nu het alleen maar slechter met je wordt, moet je niet denken dat God zo'n onreine zal toelaten in Zijn hemels Koninkrijk".
Je kunt jezelf niet rein houden in een vuile wereld
Maar Jezus leerde: indien het beginsel maar oprecht is. Indien je hart begeert om God te dienen, kon het zijn zonder enige zonde. Dan is de grote wassing toch gebeurd en heb je alleen nodig iedere dag je voeten te wassen. Dat wil zeggen, dat wij onze reinigmaking en zaligheid buiten onszelf in jezus Christus moeten zoeken. Onze onreinheid moet ons niet bij Jezus weghouden, maar juist naar Hem toedrijven.
Zolang Gods kinderen in deze wereld zijn, zullen zij steeds de voeten moeten wassen. Je houdt jezelf niet schoon in een vuile wereld. De zonde besmet ons en kleeft ons in alles aan. De oude mens laat zich niet zonder strijd de deur wijzen en tracht langs de achterdeur weer binnen te komen. Maar in Christus is een Fontein geopend tegen de zonde en tegen de onreinigheid. Hij wil, zoals Hij bij de discipelen deed, ons dagelijks de voeten wassen. Zijn bloed reinigt van alle zonde. Het komt er op aan, dat wij ondanks alles kunnen zeggen met Petrus: „HEERE, Gij weet alle dingen. Gij weet dat het ondanks alles mijn har-
telijk verlangen is om voor U en uit U te leven". De Heere Jezus zegt tot zulken: „Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien".
God zien
De grootste zaligheid is God zien. Het Visio Dei is door de kerkvaders de grootste zaligheid genoemd. Dit zien van God is hier reeds door het geloof, maar in de hemel door aanschouwen. De theologie van de aanschouwing zal, volgens Calvijn, alles wat wij nu niet begrijpen kunnen voor ons duidelijk maken. God zien was de begeerte van Mozes. Hij vroeg de HEERE: Toon mij nu Uw heerlijkheid" (Exodus 33:18). jezus belooft dus in deze belofte de reinen van hart de hoogste gelukzaligheid, namelijk het zien van God.
Door het geloof zien en kennen Gods kinderen God. Toch is dit alles in dit leven ten dele. De apostel zegt: Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht" (1 Korinthe 1 3:12). In Christus mogen Gods kinderen God zien en kennen. Zij zien God en Zijn liefde in Christus' geboorte, sterven, opstanding en verhoging aan Gods rechterhand. In Jezus Christus openbaart God Zijn hart en de heerlijkheid van Zijn genade. Jezus kon zeggen: Wie Mij gezien heeft, die heeft de Vader gezien".
Het geloof blijft niet bij Bethlehem, Golgotha en Pasen stilstaan, maar ziet achter dit alles God en Zijn heerlijkheid. Mozes moest een deksel op zijn aangezicht leggen nadat hij God gezien had, maar van de gelovigen schrijft de apostel: En wij allen met ongedekt aangezicht de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid als van des Heeren Geest" (2 Korinthe 3:18). In Christus ziet het geloof als in een spiegel de heerlijkheid van God.
Onvolmaakt
Toch is alles hier ten dele. Het is nu allemaal nog zo onvolmaakt. De zon schuilt zo vaak weg achter de wolken. De zonde maakt gedurig scheiding tussen God en ons hart. Het geloofsgezicht op Jezus wordt zo veel verdonkerd door onze zonden en ontrouw. Maar eens zullen alle wolken wegdrijven. De reinen van hart zullen God zien. God schuift dan alle gordijnen weg. Hij geeft Zichzelf te kennen en te genieten aan de gezaligden op een wijze zoals zij Hem niet gekend hebben op aarde. Dan zullen wij kennen zoals wij zelf van God gekend zijn. Zij zullen God zien en... verzadigd zijn met Zijn beeld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1996
Daniel | 32 Pagina's