JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Lezen op school, lezen voor school

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Lezen op school, lezen voor school

Alles lezen?

11 minuten leestijd

'Houd je van lezen? ' Die vraag roept altijd heel diverse reacties op. yoor sommigen lijkt lezen bijna een straf te zijn. Anderen kun je altijd wel ergens in huis tegenkomen met een boek in hun hand. Of jij je nu meer herkent in het ene of in het andere uiterste, maakt niet zoveel uit. In beide gevallen is dit artikel toch voor je bedoeld. De redactie van Daniël vroeg me namelijk iets te willen schrijven over lezen voor de lijst en dat is iets, waar velen van jullie mee te maken krijgen.

Alles lezen?

Als je een mavo-, havo-of vwoexamen wilt doen, ben je verplicht voor Nederlands en de moderne vreemde talen een aantal boeken te lezen. In die verplichting zit voor velen het eerste probleem. Lezen? Best, maar dan wel als ik er een keertje zin in heb! Voor school moet je echter een aantal boeken lezen. Niet alleen diegenen die nu eenmaal altijd direct hun stekels opzetten als ze iets moeten doen, beginnen dan te zuchten. Nee, voor velen is dat verplichte lezen iets vervelends, je bent al week in, week uit druk bezig voor school, in sommige weken hoopt het huiswerk zich enorm op... en dan moet je ook nog boeken lezen.

Waarom?

Nu kijkt natuurlijk niet iedereen er zo tegenaan. Er zijn heel veel mensen, ook jongeren, die graag en veel lezen. Voor hen is het iets vanzelfsprekends dat ze boeken lezen, zelfs wel dat ze veel boeken lezen. Toch lezen jullie in je vrije tijd meestal andere boeken dan de boeken die in de literatuurlessen aan de orde komen. Een veel gehoorde vraag in de examenklassen en de voor-examenklassen is dan ook deze: waarom moeten we nu eigenlijk al die boeken lezen?

Leescultuur

De reformatorische gezindte is lange tijd gekenmerkt door een leescultuur. Die wordt echter bedreigd. We zijn erg beducht voor de tv - en terecht! Maar hebben allerlei andere zaken (en echt niet alleen de computer) niet onverwacht een enorme aanslag gepleegd op onze vrije tijd? Die laatste vraag is trouwens niet correct geformuleerd: ook vrije tijd is toch altijd GENADETIJD! In dat licht wil ik dan ook enkele opmerkingen maken over het al of niet verplicht lezen van literatuur. Eerst wil ik proberen uit te leggen waarom dit lezen van literatuur op school belangrijk is.

Goed taalgebruik

Misschien heb je wel eens iemand ontmoet die in een ander land opgegroeid is en nu probeert onze Nederlandse taal te leren. Het doet er dan niet zoveel toe of dat een Canadese immigrant of een asielzoeker uit Zaïre of juist een toerist uit Frankrijk is, je merkt dat zo iemand moeite heeft met onze taal. Soms geeft dat aanleiding tot grappige vergissingen en misverstanden, soms voelt zo'n vreemdeling zichzelf heel lastig als hij regelmatig moet vragen:

„Wat bedoel je nu precies? " of „Hoe moet ik dat dan eigenlijk wél zeggen? " Je merkt dan heel goed dat er in elke taal regels bestaan over het juiste gebruik van woorden en zinnen. Soms zijn die regels sterk afhankelijk van de situatie waarin je verkeert. De

Nederlandse dominee die in Canada voor het eerst in het Engels moest preken en de collecte aankondigde met de woorden „And now the money" (En nu het geld) tegelijk met het bekende gebaar van duim en wijsvinger, werd wel begrepen. Toch werken die woorden in een kerk enigszins op je lachspieren, terwijl dezelfde woorden uit de mond van een man met een bivakmuts over zijn hoofd en een revolver in zijn hand in een bankgebouw angst en schrik opwekken. Zo zie je, dat de

omgeving en de sfeer belangrijk zijn voor je woordkeus.

Mooi taalgebruik

Als wij spreken of schrijven moeten we ons dan ook houden aan die regels, die je voor een groot deel in je kinderjaren vanzelf onder de knie gekregen hebt.

Dat betekent dat je aandacht moet besteden aan je stijl als je goed wilt overkomen, als je goed begrepen wilt worden. Sommige mensen hebben de gave om niet alleen heel duidelijk, maar ook bijzonder aangenaam te spreken of te schrijven: et is dan een lust om naar hen te luisteren of om te lezen wat zo iemand schreef. Dat is een gegeven dat we ook in de Bijbel tegenkomen: ensen als David en Salomo schreven niet alleen over wezenlijke, goddelijke, zaken, maar tevens op een bijzonder fraaie manier. We lezen van Salomo trouwens dat hij nog meer poëzie heeft geschreven dan de Bijbelboeken die we van hem kennen: olgens 1 Koningen 4 : 32 en 33 schreef Salomo wel 1005 (!) liederen, onder andere over het planten-en dierenrijk. En is het je wel eens opgevallen dat de profeet jeremia zelfs in zijn Klaagliederen over de verschrikkelijke ondergang van Jeruzalems stad en tempel nog zoveel aandacht heeft voor rijm en ander 'klankspel'! De Statenvertalers laten ons dat zien door de Hebreeuwse beginletters (Aleph, Beth, enz.) steeds af te drukken. Zo zie je, dat in het geïnspireerde woord van God aandacht is voor schone stijl en voor dichtkunst.

Voorbeeldfunctie

Van nadoen kun je leren. Juist kleine kinderen leren heel veel van het nadoen en nazeggen van 'grote mensen'. Vandaar dat er in het onderwijs aandacht wordt gegeven aan wat grote schrijvers hebben geschreven. Zij kunnen daarin voor ons een voorbeeldfunctie hebben. Zij hebben in hun beschrijvingen soms oog voor allerlei dingen waar jezelf niet aan gedacht zou hebben, je kunt je daarover verwonderen, je kunt het bewonderen, maar het kan je ook op goede ideeën brengen.

Gevormd door het verleden

Het is niet voor niets dat het lezen-voorde-lijst een examenonderdeel is. Wij leven in de twintigste eeuw, maar zijn gevormd door het verleden, of we dat nu erkennen of niet. Laat ik een voorbeeld gebruiken. Als je met iemand wat nader kennismaakt, wil je niet alleen weten hoe hij heet en wat hij doet voor de kost. Heel vaak informeer je er ook naar waar hij vandaan komt en wie zijn familie is. Dat alles bij elkaar geeft je een beter beeld van deze persoon. Ik weet wel dat dat niet alles zegt. Maar toch vinden we het opmerkelijk als de zoon van de een of andere bandiet een hooggeplaatste positie in de maatschappij weet te verwerven en andersom vinden we het schrijnend dat bij voorbeeld de zoon van de godvruchtige zeventiende-eeuwse predikant en dichter Jacobus Revius aan lager wal geraakt is. Zo kunnen wij ook niet doen alsof het verleden voor ons niet bestaat. We kunnen lijnen trekken vanuit het verleden naar het heden, maar ook vanuit onze tijd naar de toekomst. Da Costa bracht dat als volgt onder woorden: „In 't verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal". Het is interessant om te lezen hoe de mensen in de Middeleeuwen dachten over allerlei belangrijke zaken. En zeker voor onze reformatorische kringen moet de zeventiende eeuw interessant zijn: wij worden reformatorisch genoemd omdat we nog altijd de idealen van de Nadere Reformatie nastreven. Zoals de preken en verhandelingen van de oudvaders ons geestelijk leven nog inspireren, kunnen de gedachten van mensen uit die eeuw over politiek, maatschappelijk en geestelijk leven, liefde en huwelijk voor ons waardevol zijn. En men was in die tijd gewoon die gedachten vooral in poëzie onder woorden te brengen.

Poëzie

Dat brengt me bij een ander punt. Veel van de oudere literatuur is poëzie, dichtkunst. Misschien hebben jullie daar niet zo veel mee op. Poëzie zou alleen maar voor meisjes zijn of het zou veel te moeilijk zijn. Er zijn in de loop der eeuwen echter veel meer dichters dan dichteressen geweest, zelfs in onze geëmancipeerde twintigste eeuw ligt dat niet anders. Poëzie kan inderdaad moeilijk zijn. De dichter heeft er niet alleen moeite voor gedaan om zijn regels te laten rijmen, hij probeert zijn gevoelens vaak kernachtig en op een bijzondere, beeldende manier onder woorden te brengen. Hieraan besteden we dus aandacht op school, omdat je hier iets van kunt leren: hoe breng je je gedachten kernachtig onder woorden, hoe ga je om met beeldspraak, hoe vertolkt de dichter zijn gevoelsleven in zijn poëzie. Ditzelfde geldt trouwens niet alleen voor de dichtkunst, maar ook in verhalen en romans krijg je daarmee te maken. Lezen is dus ook in dit opzicht verrijkend.

Niet alles lezen

Ja maar, zul je zeggen, er is toch veel literatuur uit de twintigste eeuw die

voor een christen niet acceptabel is? Ja zeker, dat is inderdaad het grote probleem waar we op stuiten. Dat geldt overigens niet alleen voor boeken uit de twintigste eeuw alleen. Je maakt in boeken kennis met de leefwereld van andere mensen. Die leefwereld kan nogal afwijken van wat de Bijbel ons leert. Dat betekent dan ook datje niet alles klakkeloos kunt lezen. Je zult met literatuur altijd kritisch moeten omgaan. Maar dat is toch net eender met al het andere wat je leest? Of is het soms zo, dat je alles wat je in handen krijgt kritiekloos op je in laat werken?

Waakzaam

Voor ons geldt hetzelfde als wat Paulus de gemeente van Korinthe voorhoudt: deze tegenwoordige wereld is een boze wereld. Maar ook (of beter: maar juist) wie uit deze tegenwoordige boze wereld getrokken is door genade, zal er nog dagelijks tegen te strijden hebben.

Dit betekent dat iedereen altijd waakzaam heeft te zijn. Of je nu nog op school zit of al werkt, je staat midden in een Gode-vijandige wereld... met je eigen Gode-vijandige hart! Dat is het ergste en dat maakt de keuze juist altijd weer moeilijk. Dat zal op onze reformatorische middelbare scholen ook wel steeds benadrukt worden, vooral bij de behandeling van de literatuur van de laatste vijftig jaar. Je kunt en je mag niet alles lezen wat zich als literatuur aan je voordoet. Al heeft een auteur de P. C.

Hooft-prijs (de Nederlandse Staatsprijs voor literatuur) van de minister gekregen, dan wil dat niet zeggen dat hij voor ons acceptabel is. Hij kan een goed schrijver zijn, maar in zijn boeken onchristelijke ideeën uitdragen. Dan zal er op een christelijke school ook gewezen worden op het gevaarlijke of verwerpelijke van zijn boeken.

Te beschermd?

Nu zeggen sommige (oud-)leerlingen van reformatorische scholen wel eens dat ze te beschermd zijn opgegroeid en dat ze bij de overstap naar hogeschool, universiteit of gewoon naar een baan een grote cultuurschok ondervonden hebben. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen, maar wil er tegelijkertijd op wijzen dat juist bij de behandeling van de moderne literatuur die wereld van buiten met haar moderne ideeën en opvattingen zeker een plaats krijgt. Juist daar kun je kennismaken met het totaal andere denk-en leefpatroon van de moderne tijd. Maar zeker dan is enige bescherming en begeleiding op haar plaats, om de cultuurschok op die leeftijd (weer één of twee jaar jonger) niet nog des te heviger te laten zijn. Ons reformatorisch onderwijs is er juist gekomen omdat dertig a veertig jaar geleden bleek dat jongeren (onder andere jullie ouders misschien wel) die bescherming zo nodig hadden. Wie vindt dat er toch nog te weinig confrontatie plaatsvindt, zou ik willen vragen: kom je dan met bij voorbeeld vakantiewerk niet in contact met andersdenkenden? En heb je in het dagelijkse leven dan nooit contacten waarbij een wat meer diepgaand gesprek plaatsvindt? En ook bij het lezen van literatuur kom je met andere meningen in aanraking.

Moderne literatuur

In dit verband wil ik afsluitend nadrukkelijk wijzen op de gevaren van (vooral moderne) literatuur. Helaas is het zo, dat veel moderne schrijvers niet alleen duidelijk een andere wereldbeschouwing erop nahouden, vaak richten ze zich scherp en agressief tegen het christendom. In veel moderne literatuur rekenen auteurs op spottende wijze af met hun eigen christelijke opvoeding. Mensen als Jan Wolkers en Maarten 't Hart zijn de bekendste, maar zeker niet de enige schrijvers die dat doen. Hun werk kun je in veel gevallen beter ongelezen laten. In onze tijd, waarin normen en waarden van het christendom steeds minder invloed hebben, zal het steeds moeilijker worden op een verantwoorde wijze met literatuur om te gaan.

Genadetijd

Ik wil die laatste opmerking toch in een wat breder perspectief plaatsen. In het begin van dit artikel heb ik erop gewezen dat onze tijd genadetijd is. Laten we dat beseffen als we ons bezighouden met literatuur, maar niet alleen dan! Hoe is ons gehele leven? Bij alles wat we doen moeten we ons steeds realiseren dat we maar eenmaal leven en van dat leven zullen we verantwoording hebben af te leggen. Vraag je dan ook eens af hoeveel tijd je eigenlijk besteedt aan het lezen van Gods Woord! Probeer ook in het nieuwe schooljaar je werk te doen met het woord van de Prediker (12 : 12 - 13) als motto boven je bureau: ees gewaarschuwd: an vele boeken te maken is geen einde en veel lezen is vermoeiing van het vlees. Van alles wat gehoord is, is het einde van de zaak: rees God en houd Zijn geboden, want dit betaamt alle mensen. Wat zeg je? Een onmogelijke zaak? Lees dan wat de HEERE zegt in Zijn woord: oe uw mond wijd open en Ik zal hem veivullen (Psalm 81 : 11).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1996

Daniel | 36 Pagina's

Lezen op school, lezen voor school

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1996

Daniel | 36 Pagina's