Naar school in de kop van Noord-Holland
Ervaringen van reformatorische jongeren
Vlak zijn de polders en ver kun je kijken: Noord-Holland. Voorbij de drukte van onze hoofdstad wel te verstaan. In verschillende dorpen staan kleine kerkjes, ook van de Gereformeerde Gemeenten. Het is een wijds gebied. De meest noordelijk gelegen reformatorische basisschool staat in Amstelveen. Er is geen reformatorisch voortgezet onderwijs in de buurt. Waar ga je als tiener dan naar school? Daarover gaat het in dit vraaggesprek.
Zes jongeren in de leeftijd van 15 tot 18 jaar zijn op een zaterdagochtend naar het verenigingslokaal van Amsterdam-Noord gekomen. Ze wonen allen in de kop van Noord-Holland, op enkele kilometers vanaf het Ijsselmeer. Ze vertellen hun ervaringen, om zo leeftijdgenoten op reformatorische scholen eens achter de schermen van de niet-reformatorische scholen te laten kijken.
Met wie ging je om op school?
Willeke: Ik trok altijd al veel op met een meisje uit de straat. Ook had ik wel steun aan een meisje dat een rok droeg.
Margaretha: Ik ging alleen. Er waren nog twee of drie leerlingen uit onze gemeente op dezelfde school, je zag hen niet, de school was veel te groot. In het begin vond ik het naar dat ik alleen in een klas zat. Achteraf vind ik het eigenlijk heel fijn. Je kunt meer jezelf zijn. Het lijkt me dat je anders heel erg in de gaten gehouden wordt. Ina geeft aan dat de contacten per jaar verschilden. Er waren jaren waarin er heel weinig contact was met andere leerlingen en waar ze je links lieten liggen. In het examenjaar ontstond een leuk groepje met verschillende meiden, dat komt ook nu nog bij elkaar. Willina was vanuit haar gemeente de enige. Haar zus zat een aantal jaren hoger. Maar je gaat in de pauze niet bij je zus zitten. Zo werkt dat niet. je krijgt zelf wel contacten.
Leo was op de KTS een eenling met christelijke achtergrond. Hij kon altijd wel goed opschieten met de luitjes op school.
Ook Marianne is de enige vanuit haar gemeente op school. De opvang vanuit school is goed.
Waar praat je met elkaar over?
Ina: In het groepje praten we over van alles. Regelmatig worden me vragen gesteld, zoals: waarom bid je voor het eten? Dat is fijn, dan kun je erover praten waardoor anderen je beter gaan begrijpen en accepteren.
Willeke: Er is verschil per school. Op de MAVO werd weinig gevraagd en gepraat. Nu op het West-Friesland college gebeurt dat wel. Haar klas heeft spontaan een hele avond gepraat over geloven. Men wilde ook de Turkse en Antilliaanse klasgenoten beter kunnen begrijpen. Ze weten hoe ik denk. Ik word in de groep geaccepteerd zoals ik ben.
Willina: Rechtstreeks vragen is fijn, maar er zit ook een andere kant aan. Wat je in een persoonlijk gesprek vertrouwelijk vertelt, kan tegen je gebruikt worden. Terwijl je denkt dat iemand echt geïnteresseerd is in jouw mening, wordt in een groep opeens gezegd:
'Zij denkt er zo over'. Heel gemeen is dat.
Meer dan eens is de ervaring dat klas-
genoten je niet snappen. Ze vinden toch dat je er raar uit ziet en anders doet.
Ina noemt een voorbeeld. Een jongen vroeg eens belangstellend waarom zij toch zulk mooi haar had. Zij probeerde uit te leggen dat zij dat van de Heere gekregen heeft. Dat was voor die jongen moeilijk te begrijpen. Later merkte ze dat er met anderen over gepraat was. Het wordt in het belachelijke getrokken.
Voelen jullie je zielig op school?
Op die vraag reageert iedereen stellig met "Nee".
Willina: Als je je zielig voelt, kun je niet verder.
Leo: Ik kon altijd wel goed met anderen opschieten.
Marianne: Ik vond het wel leuk. Ina: je voelt je niet zielig. Je hebt een bepaalde weerstand opgebouwd. Op de basisschool was het ook niet zo makkelijk.
Willeke: Niet zielig, wel apart, je groeit erin. je leert antwoorden te geven op vragen van anderen. Zo heb je het altijd gedaan.
Margaretha maakte een flinke overgang mee: van een reformatorische basisschool naar het openbaar voortgezet onderwijs. Niet makkelijk. Ze heeft heel veel geleerd, merkt ze op.
Wat heb je geleerd op de nietreformatorische school?
Margaretha: Je leert je meer te wapenen tegen de wereld. Van reformatorisch voortgezet onderwijs zal de overstap naar werk in de wereld heel groot zijn.
Ina: Je leert beter met mensen om te gaan die anders denken.
Even een denkbeeldige situatie. Stel je bent wat jaren verder. Getrouwd, een lieve echtgenoot en kinderen, je woont in het westen of oosten des lands. Waar kies je voor als het gaat om voortgezet onderwijs voor je kinderen?
De antwoorden komen vrij vlot. Allen zouden voor reformatorisch onderwijs kiezen. 'Wij konden niet anders, wij moesten wel'.
Praat je thuis over hetgeen je op school tegenkomt?
Willeke: Als je tegen dingen aanloopt op school, praat je erover. Ik vertelde bijvoorbeeld thuis de dingen die ik op school met godsdienst hoorde. Dan zei mijn moeder hoe het is.
In het gesprek komt naar voren dat niet alles thuis ter sprake wordt gebracht. Je ouders hebben niet gezien wat jij wel ziet en meemaakt. Over concrete zaken praat je eerder met iemand die in dezelfde situatie zit. Die snapt het.
'Je praat er niet telkens over dat ze je pesten. Als je er steeds over zou praten, zou je je zielig gaan vinden of anderen zouden je zielig gaan vinden.'
'Op school laat je veel dingen langs je heen gaan.'
Onderwerpen als vriendschap en seksualiteit zijn belangrijk, juist omdat ze op school op verschillende manieren aan de orde komen. Daar wordt onderling over gesproken, met vriendinnen, broer of zus. Verder blijken ze moeilijk bespreekbaar. 'Het is niet nietbespreekbaar, maar je komt er ook niet zelf mee.'
Maken jullie mee dat er drugs gebruikt worden op jullie school?
Marianne: Niet meegemaakt. Ook Leo heeft er nooit over gehoord. Willina: Het gebeurde wel. Er was bijvoorbeeld een bleke jongen die henepplanten verkocht. Op school waren overigens ook projecten dat men ertegen was.
Ina: Het kwam wel voor dat er in de pauze gerookt en geblowed werd. Dan kwamen ze na de pauze wat raar de klas in. Een jongen met wie ik wel eens sprak over 'House', vroeg of soms ook een XTC-pil wilde.
Kun je iets vertellen van de houding van docenten?
Docenten zijn divers en hun reacties zijn divers. Ina herinnert zich een mentor die echt aandacht had voor onderlinge verschillen. Margaretha weet nog goed een voorbeeld waarbij ze juist geen steun ervaarde. "Dus jij bent een klompekerker" was de conclusie
temidden van de groep. Als veertienjarige ga je dan wel overstuur de klas uit. Gelukkig bood de leraar later excuus aan.
Willeke maakte mee dat een lerares begon over zwarte kousenkerken. Zij reageerde direct dat zij toch zeker geen zwarte kousen droeg! Ook de klas werd gelijk alert: U wilt niet discriminerend zijn ten opzichte van allochtone leerlingen, en dit durft u wel. De juf maakte spontaan haar excuus.
De ervaring is ook dat wanneer leerkrachten je achtergrond wisten, ze je toch als het ware probeerden te testen. 'Als je je mening niet duidelijk naar voren weet te brengen, ben je geen goeie.'
Kon je zomaar met alle activiteiten op school meedoen?
De meesten kennen situaties waarin ze in hun eentje 'nee' zeiden tegen dingen die voor alle anderen op school vanzelfsprekend waren.
'Het is onwijs rot om te gaan zeggen dat je niet mee wilt. Ze denken dat je niet mag. Maar je wilt zelf niet.'
Ina: Je kent je klasgenoten een beetje. Je voorziet al dat een werkweek een drinkfestijn wordt, jongens en meisjes slapen in dezelfde huisjes. Als je later de video ziet, ben je blij dat je inderdaad niet meegegaan bent.
Ook Willeke wilde niet mee naar een werkweek, ook al vond haar moeder het uiteindelijk wel goed.
De ervaring van Margaretha is dat het - op de bonte avond na-bij hen wel te doen was om met de werkweek mee te gaan. Als je eerlijk bent en duidelijk kunt uitleggen waarom je doet zoals je doet, heb je het gemakkelijker. Als je aankomt met 'dat komt nog wel een keer' begrijpen ze je helemaal niet. Leo: Op de KTS had je alleen tijdens de brugklas uitjes. Zijn ervaringen zijn positief. Er werd veel gefietst en na een afmattende strandwandeling werden er 's avonds echt geen rare dingen meer gedaan.
Marianne is wel eens een hele week met de groep naar Texel geweest. Op de laatste avond was een disco. Vanuit thuis was daarover overleg geweest met de leraren. Dat werd goed geaccepteerd; er waren meer die niet meegingen.
Waar loop je nog meer tegen aan?
Gesprekken over seks komen elke keer weer terug.
Margaretha: Toen iemand na elk weekend praatte over belevenissen met jongens en telkens zei: Jij mag niet meepraten, want jij mag dat niet, kreeg dat meisje van de klas op de kop: 'Het blijft niet leuk om iemand buiten te sluiten'.
Niet altijd is de groep zo loyaal. Er wordt achter je rug om gekletst. Als er gelachen wordt, denk je al dat het jou betreft.
Klasgenotes blijken geen echte vriendinnen. Ze helpen je niet. je geeft vertrouwen, het wordt beschadigd, je wordt achterdochtig.
Hebben die reacties met de kerk te maken of ook met de leeftijd en de situatie van dat moment?
Margaretha herkent dat de situatie op het voortgezet onderwijs toch meer puberaal is. Je durft niet voor elkaar op te komen, terwijl je het eigenlijk wel zou willen.
Willeke: Het heeft waarschijnlijk met leeftijd te maken. wel
Willina: En met de groepsmentaliteit. Als je niet meepest, wordt jij ook gepest, daarom pesten veel maar mee.
Hekel aan je rok gekregen?
Natuurlijk zou je als jongen minder opvallen. Willina verwoordt wat de andere dames beamen: het was eigenlijk niet zozeer ter discussie. Het hoorde bij je levensstijl.
In Amsterdam wordt via evangelisatie heel bewust de onkerkelijke mens opgezocht. In hoeverre heb je op school een gelegenheid om op een positieve manier het evangelie door te geven?
Ina: Ik had contact met een meisje dat ik hielp met scheikunde. In plaats van scheikunde volgde een heel gesprek. Ze luisterde echt. "Ga jij dan ook naar de hemel? ". Best moeilijk om uit te leggen.
Margaretha: In een groep is het vaak heel moeilijk om over het geloof te praten. De één spot, de ander heeft geen echte interesse. Als je dood bent, ben je toch dood en dan gebeurt er toch verder niks?
Leo herinnert zich nog een goed gesprek zomaar onderweg op de fiets. Als je met z'n tweeën bent gaat dat beter. Dan kun je de grootste klier goed hebben. In een groep zijn mensen heel anders.
Moeilijk om zaken als hemel en hel uit te leggen. Je voelt je er ook in tekort schieten. Je wordt wel gedwongen erover na te denken om je standpunt te bepalen. Je bent nog zo jong. Op de middelbare school ben je nog heel sterk bezig met je eigen ontwikkeling. Je staat vaak alleen in een situatie. De ervaring van Willina nu ze op de PABO zit is, dat je opener leert en durft te zijn met mensen om je heen. je leert ook meer argumenten.
Je bent zelf in ontwikkeling. Durven anderen niet door te vragen? Of durf je zelf niet door te praten?
Willeke: Soms weet je zelf ook geen antwoord op de vragen die je gesteld worden.
Kun je aangeven wat je in de gemeente hebt wat belangrijk voor je is?
Van meer dan één kant klinkt het: prediking, catechisatie en de jeugdvereniging.
Ina: Daar komen actuele dingen naar voren.
Zaken als vriendschap en seksualiteit bleken belangrijke thema's. Misschien is bet iets voor de inleiding die Ina nog gaat houden, maar verder komen deze onderwerpen niet zomaar aan de orde. Dat is meer een taak voor
ouders, vindt de één. Er bestaat een zekere schroom om het daar zomaar op over te hebben.
Waar zouden jullie steun aan - hebben - kunnen ervaren?
Twee dingen komen naar voren: weten wat je moet zeggen, en weten hoe je het moet zeggen.
Willina benadrukt: Leren voor je mening uit te komen. Vanaf je twaalfde komt het daarop aan. Je leert het met vallen en opstaan.
Willeke: Wij hadden thuis een boekje met allerlei vragen. Daai^an heb ik bepaalde antwoorden wel kunnen gebruiken. Dat zal waarschijnlijk het boekje "Over jouw vragen gesproken" geweest zijn.
Margaretha is geïnteresseerd in artikelen over abortus en euthanasie. Op school zie je een film. Hoe maak je je mening duidelijk. Uitleggen hier aan tafel is gemakkelijk. Maar leg het maar eens uit op school. Daar begrijpen ze je niet. je hebt als het ware niet genoeg in huis om de ander te overtuigen. En je lijkt ook al tekort te schieten om begrijpelijk te maken wat je bedoelt. Inleven in jouw gedachtenwereld doen zij ook niet.
Ina: Hoe ga je om met anderen. Vriendschappelijk? Afstandelijk? Hoe ver ga je met andersdenkenden mee. Willina: Meer informatie over andersdenkenden. Belangrijk als je daarmee te maken krijgt. Moslims weten bijvoorbeeld heel veel van christenen.
Welke betekenis heeft Daniël?
De gespreksgenoten lezen allen Daniël. Daniël speelt ook een rol. Ina verwoordt: Als er actuele dingen in staan. Een artikel zet je aan het nadenken: 'Hé, zo kun je het ook bekijken'.
Het gaat niet om uiterlijkheden, stellen we in het gesprek vast. Waar gaat het dan wel om? Waar gaat het bij jou om in je leven?
Willina: Dat je voor jezelf in het reine komt met de Heere. En dat je op school ook zoveel mogelijk van Hem kunt vertellen.
Leo: Vertellen op school. Dat is op dit moment je werkveld. Eerlijk ervoor uitkomen hoe je gelooft.
Dat je bekeerd wordt tot de Heere is belangrijk, geeft Ina aan. En datje dan liefde hebt tot de mensen. Als je het van horen zeggen hebt, mis je de drang erachter om liefde uit te stralen naar de ander. Persoonlijk geloof is noodzakelijk.
Margaretha: Eerlijk voor je geloof uitkomen.
Willeke: Dat is wel moeilijk. Het is belangrijk dat je voor jezelf eivoor uitkomt.
Doe je zelf ook wat je zegt? Van jezelf kun je het helemaal niet.
Wat heb je daarbij nodig?
Willeke: Het gebed is heel belangrijk. Door in de Bijbel te lezen, kun je al op veel vragen een antwoord vinden.
Nog iets door te geven aan leeftijdgenoten die wel op een reformatorische school gaan?
Willina: Dat ze het getroffen hebben. Ik hoop dat ze wat dankbaarder worden.
Willeke geeft aan dat het net zo goed moeilijk kan zijn voor je principes uit te komen: 'Die doet het ook dus'. Je moet leren zelf na te denken en ervoor uit te komen waarvoor je staat. Margaretha: Wees blij dat je op een reformatorische school zit.
Marianne, Leo, Willina, Ina, Margaretha en Willeke, bedankt voor jullie openhartigheid.
H.l. Ambacht / Veenendaal
A. Kareis / A. Jansen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1996
Daniel | 32 Pagina's