De verborgen omgang met God geeft een schuilplaats in gevaren
Hoe trouw bliiven?
In de eerste helft van de vijftiger jaren werden in Rotterdam vele schuilkelders gebouwd. De koude oorlog tussen het West-Europa en Rusland was in volle gang en velen vreesden dat spoedig een nieuwe wereldoorlog zou uitbreken. Het waren schuilplaatsen die veiligheid moesten geven en waar men langere tijd in moest kunnen verblijven. Daarom werden ze ook voorzien van voedselvoorraden. Gelukkig zijn ze nooit nodig geweest. Later zijn ze afge-
Hoe trouw bliiven?
In deze tijd met zijn moderne wapensystemen zouden ze onvoldoende veiligheid bieden. Ze gaven ook geen bescherming voor de geestelijke gevaren, de aanvallen van de machten der duisternis, de geestelijke boosheden in de lucht, de verleidingen van de zonde. Nee, dan is er een andere schuilplaats nodig!
Een schuilplaats nodig
Sinds de zonde in de wereld gekomen is, dreigen de gevaren.
Gevaren van allerlei aard. Zichtbare en onzichtbare, lichamelijke en geestelijke. Dat was in het paradijs niet zo. Daar waren geen schuilplaatsen nodig. Maar we lezen dat Adam en Eva, nadat zij gegeten hadden van de verboden vrucht, van de Heere wegvluchtten en zich verborgen. Satan werd heer en meester in Gods wereld. De zonde verspreidde zich en de hele schepping kwam onder de macht der zonde. En ze zucht eronder en ziet uit naar de verlossing. Op deze aarde dreigen nu de gevaren. Er zijn schuilplaatsen nodig.
Het grootste gevaar dat ons allen van nature bedreigt is leven en sterven buiten en zonder God. Dan gaan we immers verloren. Dat wil zeggen: eeuwig buiten Gods gemeenschap te moeten blijven. We hebben voor ons lichaam, maar bovenal voor onze ziel een schuilplaats nodig.
broken. Ongeschikte schuilplaatsen
Waar is zulk een schuilplaats te vinden die afdoende veiligheid biedt voor alle gevaren die ons omringen? Geen mens is in staat zo'n plaats zelf te bouwen. Het is in de loop van de geschiedenis der mensheid wel geprobeerd. Er zijn er altijd geweest die meenden dat de muren van een klooster voldoende dik waren om de geestelijke gevaren tegen te houden. Anderen dachten en denken een schuilplaats te vinden in een nauwgezet, vroom leven. De rijke jongeling meende dat zijn trouwe wetsonderhouding hem voor de gevaren zou kunnen bewaren. Maar elke poging van de mens om zelf voor een veilige schuilplaats te zorgen zal mislukken.
Maar hoe zit het dan met Gods kinderen? Bieden wedergeboorte en bekering dan geen schuilplaats? Kind van God worden is toch het rijkste dat men zich kan indenken? Dat is zeker waar, maar toch hoe
groot het wonder van de bekering ook is en hoe onmisbaar ze is, ze is geen schuilplaats voor gevaren. Bekeerden worden geen zondelozen. Ook Gods kinderen dragen in zich een verdorven natuur. De rijkbegenadigde Paulus klaagt in zijn brief aan de Romeinen: „Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van het lichaam dezes doods? " Ze staan midden in de wereld waar de zonde woelt en werkt. Er is geen plaats waar we de zonde kunnen buiten sluiten. Altijd lopen we gevaar in zonden te vallen. Altijd tracht satan het hart, ook het vernieuwde hart, tot zonde te verleiden. We zien het bij Gods kinderen die in de Schrift genoemd worden. Denk eens aan jacob, Simson, David, Salomo, Hiskia, Petrus enzovoort. Ja, alle bijbelheiligen hebben moeten leren dat alleen God de veilige Schuilplaats is. Het gebed van Christus om de bewaring van de Zijnen kan geen ogenblik gemist worden.
God is de ware Schuilplaats
David heeft door genade de grote levensles geleerd: „Gij zijt mij een Verberging". Er is maar één veilige Schuilplaats te vinden: de Schuilplaats van de Allerhoogste. En die in deze Schuilplaats is gezeten, die zal vernachten in de schaduw van de Almachtige. De kinderen van Korach zongen in de tabernakel en tempel: „God is een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtiglijk bevonden een Hulp in benauwdheden".
De waarde van deze Schuilplaats
Maar hoe ervaren we dan de veiligheid en bescherming van deze Schuilplaats? Waardoor is jozef staande gebleven toen hij door Potifars vrouw tot zonde verleid werd? Hoe is het mogelijk dat Daniël, Sadrach, Mesach en Abed-Nego de Heere in Babel niet verloochend hebben? Hoe kun jij staande blijven in deze maatschappij? Hoe kun jij bij de eenvoud van het Woord Gods bewaard blijven in je studie? Hoe kun jij leven naar Schrift en belijdenis in deze zedeloze, verworden tijd. Hoe kan je als scholier, student, soldaat, verpleegkundige of waar je ook een plaats hebt in de maatschappij getrouw blijven aan je opvoeding? Dat kan alleen als je het geheim van de verborgen omgang met de God van je doop kent. Jozef, Daniël, zijn drie vrienden kenden het geheim van de verborgen omgang met de Heere. Hun jonge leven was gericht op de Heere. Door genade had de Heilige Geest hun hart vernieuwd. Door het geloof dat de Heere in hun harten gewerkt had, kenden ze de Heere en hadden Hem lief. Wat een wonder is dat. Eigenlijk onverklaarbaar. Wij hebben God door onze zonden vertoornd, Hem van Zijn eer beroofd en Zijn schepping verwoest en toch maakt Hij, vanwege Zijn Welbehagen, plaats in harten van zondaren door er liefde in uit te storten. En door die uitgestorte liefde Gods komt er wederliefde, een verlangen om de Heere weer te bedoelen en in Zijn gemeenschap gebracht te worden.
Dan gaan we de Heere kennen. We zijn dan niet meer tevreden met onze goede gewoonten zoals de kerkgang, aan tafel bijbellezen, het
lezen uit een dagboek, enzovoort. Zeker, op zich genomen zijn ze nodig, maar als we meer niet hebben, is het tekort. Hoe moet het dan in onze studie, onze werkkring, onze verkeringstijd? Gewoonte is zo spoedig sleur. We hebben de verborgen omgang met de Heere nodig. Of anders gezegd: we hebben de beoefening van de vreze des Heeren nodig.
Omgang met de Heere
Vreze des Heeren is een voluit Bijbelse term. Vooral in het Spreukenboek en de Psalmen wordt de waarde en de noodzaak van de vreze des Heeren aangeduid. Vreze des Heeren houdt heel wat in. We kunnen het samenvatten in: een verborgen omgang. Omgang hebben wijst op een bepaalde verhouding met iemand hebben. Het betekent ook iemand kennen. Het wijst ook op vertrouwen. En als je nu bedenkt dat kennis en vertrouwen de twee elementen zijn waaruit het ware geloof bestaat begrijp je dat zonder zaligmakend geloof eigenlijk ook niet van omgang sprake kan zijn. De verborgen omgang met de Heere is onlosmakelijk verbonden met door de Heilige Geest geschonken geloof. Dat geloof kan klein en bestreden zijn, maar het maakt altijd afhankelijk en aanhankelijk. Het doet worden als een kind dat in stille overgave vraagt: Heer' ai maak mij Uwe wegen door Uw Woord en Geest bekend". Vanuit de liefdesbetrekking tot de Heere wordt de gemeenschap, de omgang met de Heere gezocht en het vraagt:
„Leer mij naar Uw wil te hand'len; 'k laI dan in Uw waarheid wandelen. Neig mijn hart en voeg het saam Tot de vrees van Uwe Naam ".
Verborgen omgang
Deze omgang is vaak verborgen voor mensen, maar niet voor God. Wie weet ervan als jij in stilte je zonden en schuld voor God beweent? Je nood uitklaagt. Je verlangen aan de Heere vertelt?
Dat kan 's avonds plaatsvinden, maar ook overdag. De verborgen omgang met de Heere kan zelfs beoefend en beleefd worden in de tram, de trein, de collegezaal, op de fiets.
Wat een wonder van onuitsprekelijke en onbegrijpelijke liefde dat God oog en oor heeft voor een jongere of oudere, die zich bij de Heere moet aanklagen omdat hij niet één ogenblik in eigen kracht staande kan blijven, maar voelt dat de zonde altijd voor de deur van zijn hart ligt, ja erger, in zijn hart woont. Maar waar de verborgen omgang ervaren wordt, is het hart op de Heere gericht. Dan worden we voor de zonde bang, omdat ze de Heere berooft van Zijn eer en de omgang met de Heere verstoort. Dan zoeken we de plaatsen waar de zonde uitgeleefd wordt niet op en denken
niet dat we sterk genoeg zijn om de zonde tegen te staan, maar bidden in stilte: „Wend, wend mijn oog van de ijdelheden af". Het zien op de Heere en de verborgen omgang met Hem omvat zoveel dat ze ais een schuilplaats werkt. In de dienst van God ligt veel meer vreugde en blijdschap, maar ook vervulling dan de aarde en de zonde bieden kan. Het is waar:
„ Wat blijdschap smaakt mijn ziel, Wanneer ik voor U kniel".
O jongelui, als er de verborgen omgang met de Heere is en door het geloof op Zijn geduld, vergevende liefde, genade, zorg en trouw gezien wordt, zingt het in het hart: „Weg wereld, weg schatten, gij kunt niet bevatten, hoe rijk dat ik ben". Ledeboer sprak eens toen hem op zijn landerijen gewezen werd: „Voor een kus van jezus' mond geef ik al deze zwarte grond".
We lezen van Henoch en Noach dat ze met God wandelden. Toch waren ze niet wereldvreemd. Ze stonden midden in het leven. We lezen van hun plaats in hun gezinnen en hun werk. Maar de verborgen omgang met de Heere deed hen wijken van het kwade.
De vreze des Heeren is als een burcht waarin bewaring te vinden is tegen de vurige pijlen van de vorst der duisternis.
De verborgen omgang brengt ook een ootmoedige levenswandel met zich mee. En zo wordt een verborgen omgang merkbaar en zichtbaar voor de naaste. Gelukkige jongere die deze omgang kennen mag. Van dezulke mag gelden: „Welgelukzalig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poorten, waarnemende de posten Mijn deuren. Want die Mij vindt, vindt het Leven en trekt de welgevallen van de Heere".
Kampen ds. B. van der Heiden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1996
Daniel | 32 Pagina's