Kort verslag regionale vergadering Zoetermeer
Ds. C. A. van Dieren, voorzitter van het Bondsbestuur, opent op j.l. maandag 3 juni de vergadering. Hij verzoekt te zingen Psalm 145 vers 4 en 7. Daarna leest hij Handelingen 9 vanaf vers 32 en gaat voor in gebed. Hierna heet hij hartelijk welkom alle leden van de vrouwenverenigingen uit de regio, de spreker en alle belangstellenden.
Meditatie
Vervolgens vraagt ds. Van Dieren aandacht voor het voorgelezen schriftgedeelte en worden we in onze gedachten meegenomen naar de havenplaats joppe, bekend als de vluchtplaats van Jona. We worden hier bepaald bij iemand die enig is in haarsoort. Dorkas ofTabitha. Een keer in het Nieuwe Testament komen we het woord discipelin tegen. Zij was rijk in de natuur, mocht meedelen aan weduwen en armen. Bovenal was zij rijk in Cod. Dominee vraagt of we zulke mensen op onze vereniging hebben. Deze vrouw was 'vol van goede werken en aalmoezen die zij deed'. Hier is de vervulling van de ganse wet. Liefde tot God en liefde tot de naaste. Zij deed die werken niet om de hemel te verdienen. Het waren de werken die voortvloeien uit de gerechtigheid, uit de genade Gods. Vrucht des Geestes in het nieuwe leven. Tabitha stond niet boven al die weduwen in de gemeente. Er was verbinding door het werk Gods. Er staat: „Ze werd krank en stierf".
Al haar goederen heeft ze achter moeten laten. Behalve die Schat des hemels; die heeft ze in de dood niet verloren. Die om haar heen waren, hebben haar gewassen en dan roepen ze Petrus. Zij tonen hem de rokken en klederen die Dorkas gemaakt had. Zo staan zij daar, wenende. Er staat dan dat Petrus ze allen wegzond om de Heere te vragen. Petrus spreekt de dode aan. „Tabitha, sta op!" Niet Petrus' stem, maar de wekstem van de Levensvorst geeft
Tabitha het leven weer. Doden zullen horen de stem van de Zoon van God. Tabitha opent haar ogen en zit overeind. Het leven en haar kracht komen beiden in haar terug. Petrus stelt haar levend voor aan de heiligen en de weduwen te Joppe.
Waartoe staat dit wonder beschreven? De Heere heeft een zorgend en wakend oog op de weduwen. Die God leeft nog om u in al uw noden en zorgen te helpen. Tevens is dit een teken van de bijzondere gaven van de Heilige Geest. Het gaat er om heen te wijzen naar het groter en heerlijker werk. Bijzondere gaven zijn voorbij gegaan. Gewone gaven zijn gebleven. De opwekking van de geestelijk dode zondaar uit zijn doodslaat. De knechten Gods worden tot u gezonden met de boodschap: „Sta op!". Petrus had daartoe geen macht. Christus wel: „Doden zullen horen". Als u dat kent, is dat nog groter dan het wonder van de opwekking van Tabitha naar het lichaam. Van de geestelijke dood overgaan in het leven. Die God leeft nog. Ontwaak noordenwind, kom gij zuidenwind en doorwaai de hof van gemeente, van vereniging, van gezin en van persoonlijk leven. Tot zover ds. Van Dieren.
Pe Christenreis
Hierna krijgt de heer De jager gelegenheid om zijn referaat te houden over 'Enkele hoofdpersonen uit de Christinnereis'.
De Pelgrimsreis, een bijzonder boek. Niet HET boek. Hoe bijzonder het boek van Bunyan ook is, Gods Woord is HET boek. Ook het boek van Bunyan moeten we toetsen aan het onbedriegelijke woord van God. Deze man heeft met rijke gaven des Geestes mogen schrijven. De eeuwen door zijn deze geschriften bewaard gebleven. Zij hebben altijd een bijzondere plaats gekregen in de huizen van de oude christenen, omdat ze daar zoveel onderwijs en leiding uit hebben mogen ontvangen.
Een samenvatting van het referaat is reeds eerder opgenomen in Daniël nummer 6 van 15 maart j.l. Dominee Van Dieren dankt de heer De jager voor zijn referaat, waarna gezongen wordt Psalm 119 vers 10 en 32. Tijdens het zingen wordt een collecte gehouden voor de vakantieweken voor gehandicapten. Hierna wordt pauze gehouden.
Na de pauze wordt gezongen Psalm 65 vers 1, waarna mevrouw De Waal het gedicht 'Zijn wij een levend lid' voordraagt. Vervolgens krijgt de heer De Jager gelegenheid om de ingekomen vragen te beantwoorden.
Tenslotte dankt ds. Van Dieren allen die aan deze avond hun medewerking hebben verleend. De collecte van deze avond bracht op f 869, 20. De vergadering wordt gesloten door de heer De Jager met het laten zingen van Psalm 84 vers 3 en 6 en dankgebed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1996
Daniel | 32 Pagina's