JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Regionale vergadering 12 juni te Alkmaar

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Regionale vergadering 12 juni te Alkmaar

6 minuten leestijd

Het is een prachtige zomeravond wanneer we met de dames uit de kop van Noord-Holland op deze regionale avond te Alkmaar hartelijk verwelkomd worden door de plaatselijke vrouwenvereniging.

Opening

Ds. G. J. Baan, die deze avond de leiding heeft, houdt een openingsmeditatie naar aanleiding van Handelingen 4:12. Petrus en johannes staan voor het sanhedrin. Ze worden verhoord en daarbij wordt aan hen de vraag gesteld: Door wat kracht, of door wat naam hebt gijlieden dit gedaan? " Het antwoord van Petrus kan samengevat worden in vers twaalf: En de zaligheid is in geen Andere; want er is ook onder de hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welke wij moeten zalig worden".

Bij het horen van deze woorden komt er vijandschap bij de leden van het sanhedrin, juist deze Naam hebben zij geloochend en veracht. Deze Naam is van eeuwigheid gegeven, en in de tijd is het wonder waar geworden: „Alzo lief heeft God de wereld gehad".

We hebben vanavond te doen met een goeddoend God. Door deze Naam kunnen mensen verlost worden van het grootste kwaad en gebracht worden tot het hoogste goed. Wanneer God werkt, gaat onze naam eraan, alles buiten deze Naam gaan we dan verliezen. Hebben wij door genade onze rampzaligheid leren kennen? Dan krijgt deze enige Naam, de naam van jezus de grootste plaats in ons leven. Deze Naam wordt verkondigd en voorgesteld en om niet gegeven. Zoek dan de zaligheid en verlossing bij Hem.

Jan Arentsz, de hageprediker van Alkmaar

Daarna krijgt de heer H. j. van den Boogaart, evangelist te Alkmaar, het woord.

Eerst schetst hij ons een beeld van de tijd waarin Jan Arentsz geleefd heeft. Begin 1500 zuchtte Nederland, net als veel andere landen onder de Spaanse overheersing. In ons land woonden toen ongeveer drie miljoen mensen, waarvan zesenveertig procent in de grote steden. Ons volk was bijna geheel gehuld in het roomse denken. Aan de ene kant was het een donkere tijd vol afgoderij. Aan de andere kant moeten we nooit vergeten dat de Heere ook in deze donkere eeuwen Zijn volk gehad heeft.

In 1520 werd in de Nederlanden het eerste plakkaat bevestigd, en in het jaar 1523 rookten de eerste brandstapels. Velen gaven hun leven uit liefde tot God. En ook toen werd het waarheid: het bloed der martelaren is het zaad der kerk.

God trad echter Zelf aan de spits en gebruikte Luther en Calvijn om het donker in Europa op te klaren. In 1530 werden in het geheim de geschriften van Maarten Luther ook in ons land gelezen. In deze tijd leefde Jan Arentsz. Men neemt aan dat hij in het jaar 1530 geboren is, maar helemaal zeker weet men dit niet.

Mandenmaker

Wanneer hij op de leeftijd gekomen is om een ambacht te leren, komt hij als leerjongen terecht bij Albert Gerritsz. Deze man, mandenmaker van beroep, was vervuld met de vreze Gods. Albert Gerritsz leerde hem niet alleen het vlechten van manden, maar hij sprak met Jan ook veel over de dingen van de eeuwigheid. God werkte onwederstandelijk en Jan Arentsz kwam tot de overtuiging van zijn verloren staat. Hij leerde dat hij bekeerd moest worden, wilde het wèl zijn voor de nimmer eindigende eeuwigheid.

Hoe spreken wij in ons dagelijks leven? Zijn wij ook vervuld met de vreze des Heeren en komt dat tot uiting in ons spreken met anderen? In deze jaren woonde in Alkmaar ene pastoor Cornelis die de Reformatie goed gezind was. Hij werd nu de leermeester van Jan en gaf hem les in de leer die naar de godzaligheid is. Jans hart werd inge-

wonnen voor de dienst van God. Hij gaf zijn ambacht van mandenmaker op. Een andere pastoor in Alkmaar, ene Elbert Huik, ergerde zich aan jan, vooral toen velen gingen luisteren bij hem wanneer hij preekte. In zijn hart kwam vijandschap, en toen jan openlijk de leer der reformatie aanprees, was hij degene die ervoor zorgde dat jan uit de stad verdreven werd. jan vertrok naar Kampen en bracht zijn gezin daar in veiligheid.

Hageprediker

Over zijn gezinsleven is niet zoveel bekend. Waarschijnlijk is hij tweemaal gehuwd geweest.

Nadat zijn gezin in Kampen gebracht was, trok hij terug naar Noord-Holland en begon met hageprediken. Veelal predikte hij rond de grote steden. Van hem kan gezegd worden: „De ijver van Uw huis heeft mij verteerd". Aangeboden geld weigerde hij. Zijn uitzien was, dat de Heere in de harten wilde werken. Zijn hagepreken duurden gemiddeld vier uur en dat voor een menigte van zo'n vier a vijfduizend mensen. De Heere heeft dit werk willen gebruiken tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk en tot afbreuk van het rijk van de satan.

Predikant

Jan Arentsz wilde graag predikant worden langs de ordelijke weg. Na 22 december 1566 zien wij achter zijn naam V.D.M. Hij was toen ongeveer 36 jaar oud.

In 1568 begon de tachtigjarige oorlog. De plakkaten werden weer verscherpt; de beperkte vrijheid die de paar laatste jaren geheerst had, werd weer ingeperkt. Juist in deze zware jaren kreeg jan een beroep van de gemeente Alkmaar. Eerst was hij de stad uitgejaagd en nu in 1573 mocht hij als predikant de stad binnenkomen. In datzelfde jaar, 21 augustus werd Alkmaar belegerd door de Spanjaarden. Door het langdurig beleg kwam er honger en de nood werd groot in de stad. Jan Arentsz lag in deze tijd stervende op zijn bed.

Hij riep tot God bij Wie uitkomsten zijn zelfs bij het naderen van de dood. Hij bad echter niet voor zichzelf, maar voor het behoud van de stad, voor de Prins van Oranje en voor de Kerk des Heeren. Toen mocht als geloofstaal klinken uit zijn mond: „Blijf kloekmoedig volhouden, want de Heere heeft mij geantwoord. Zij zullen de stad niet hebben. God heeft het beloofd".

In de vroege morgen van 28 augustus stierf Jan Arentsz. Hij werd van de strijdende kerk opgenomen in de triumferende kerk, en mocht ingaan in de vreugde Zijns Heeren. 28 oktober werd Alkmaar ontzet en de stad bevrijd.

De vraag komt nu tot ons: „Hebben wij voor eigen hart en leven onze nood leren kennen, maar ook de nood van ons wegzinkend volk? "

Evangelist in Alkmaar

Na de pauze wordt het gedicht: 'Kinderen der Reformatie' voorgedragen. Daarna krijgt de heer Van den Boogaart gelegenheid om de vragen te beantwoorden. Aan het einde van de avond vertelt hij op verzoek van ds. Baan ons nog iets van zijn taak als evangelist te Alkmaar.

Niemand, ook niet in Alkmaar, zit te wachten op het Woord van de Heere. Allen zijn we mensen met gesloten harten en hebben nodig dat de Heere onze oren en harten opent. Vijfentwintig jaar mag de evangelisatiepost te Alkmaar bestaan. De eeuwigheid zal openbaren, wat de vruchten zullen zijn van de verkondiging van Gods Woord. De heer Van den Boogaart besloot deze avond met gebed en het laten zingen van Psalm 119 : 65.

Ook deze avond is weer voorbij. Veel hebben we mogen horen. Moge de Heere aan al het gehoorde Zijn zegen verbinden.

J. C. Roest-van den Bos

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1996

Daniel | 32 Pagina's

Regionale vergadering 12 juni te Alkmaar

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1996

Daniel | 32 Pagina's