Hulp voor de verre naaste
Wat doet Bijzondere Noden ?
Aardbevingen, overstromingen en oorlogen vind je niet alleen terug in geschiedenisboeken. Ze gebeuren iedere dag. Zodra het water gezakt is, of de wapens zijn opgeborgen, wordt het land weer opgebouwd. En daar heeft de plaatselijke bevolking haar handen vol aan. Gelukkig krijgen ze hulp vanuit het buitenland. Bijvoorbeeld van het Deputaatschap tot Hulpverlening in Bijzondere Noden van de Gereformeerde Gemeenten. Het deputaatschap geeft geld om in noodsituaties de mensen van eten en kleren te voorzien, maar ondersteunt ook structurele projecten. In de krottenwijken van Peru worden bijvoorbeeld toiletten aangelegd.
Wat doet Bijzondere Noden ?
In dit artikel komen dominee L. Blok (Ermelo) en ir.). van Heteren aan het woord. Zij vertellen iets over het werk van het deputaatschap en het belang van hulpverlening via de kerkelijke weg. Ook geven zij vanuit de Bijbel ideeën over diaconaat en soberheid. Beide geïnterviewden zijn betrokken bij het Deputaatschap tot Hulpverlening in Bijzondere Noden (verder afgekort met BN). Dominee Blok is voorzitter van dit deputaatschap, de heer Van Heteren is algemeen secretaris.
Wat voor projecten heeft het deputaatschap?
Van Heteren: „In de eerste plaats geven wij hulp in Nederland. Als een plaatselijke diaconie haar leden niet kan ondersteunen, geven wij hen geld, in de vorm van een renteloze lening. Om privacy-redenen publiceren we hier weinig over. Een ander belangrijk gebied voor ons deputaatschap is het diaconale werk op de zendingsvelden. In Irian jaya steunen wij bijvoorbeeld het studentenwerk. Door het zendingswerk is de maatschappij veranderd. Vroeger ging men naar de toverdokter, maar nu moet men leren hoe je een injectiespuit vast houdt. Het beroepsonderwijs moet zich nog verder ontwikkelen. Verder hebben we daar ook een landbouwproject. Vaak krijgen de mensen erg eenzijdig voedsel. Zo zie je dat sommigen door eiwitgebrek met rood haar rondlopen. Door meer verschillende groenten te verbouwen, verdwijnen deze problemen. Een ander project vind je in Cambodja. We hebben het afgelopen jaar daar acht scholen mogen bouwen. Onder de regering van Pol Pot (1975-1979) zijn veel intellectuelen uitgemoord, daarom is er een ontzettende behoefte aan goed onderwijs. In Malawi renoveren we een blindenschool. De gebouwen waren zo slecht dat het zelfs gevaarlijk was om daar te verblijven. Verder loopt er een gehandicaptenproject in Namibië. De gehandicapten leren daar een vak om zo te kunnen werken. In Peru zitten we in de krottenwijken om de levensomstandigheden van de kinderen te verbeteren. In de Dominicaanse Republiek zijn we met gezondheidszorg bezig. Al onze projecten blijven binnen het kader van diaconaat. We doen niet aan evangelisatie of bijbelverspreiding. De projecten lopen meestal via plaatselijke kerken, waarmee we ons geestelijk verwant voelen."
Geeft het deputaatschap hulp aan alle mensen zonder naar de achtergrond van de mensen te kijken of geven jullie eerst hulp aan de huisgenoten van het geloof en dan aan anderen?
Ds. Blok: „Wij selecteren voor wat betreft noodhulp, niet op basis van een christelijke achtergrond. Met de kerken in het desbetreffende gebied
maken we als dit mogelijk is, de afspraak dat zij bij het geven van hulp niet selecteren op grond van religie, nationaliteit en dergelijke. Door te werken via de plaatselijke kerken zijn we ervan verzekerd dat de hulp niet beperkt blijft tot materiële hulp. De mensen worden in aanraking gebracht met het Evangelie." Van Heteren: „In Zaïre, dichtbij Goma, steunen we een ziekenhuis dat uitgaat van de plaatselijke baptistengemeente. Dat is duidelijk voor iedereen. Wel willen we dat naast de materiële hulp, de geestelijke hulp niet vergeten wordt. Naast deze hulpverlening houdt deze baptistengemeente ook kerkdiensten in een vluchtelingenkamp."
Meneer Van Heteren, u bent verschillende keren op bezoek geweest bij de projecten in het buitenland, kunt u hier iets over vertellen?
Van Heteren: „In Zaïre ben ik bij een kamp met Ruandese vluchtelingen geweest. Het is vreselijk triest als je daar staat en je ziet de massa mensen. Je ziet een zee van tentzeilen voor je, waarin zo'n 250.000 vluchtelingen 'wonen'. De mensen staan in de rij met een emmertje om wat drinkwater te krijgen. Als ik probeer me in te denken dat m'n vrouw hier stond met de kinderen, ja dan gaat er wel wat door je heen. Het maakt een grote indruk. Een van de laatste keren maakte ik een kerkdienst in een vluchtelingenkamp mee. Erg indrukwekkend, je verwacht dat de mensen je zullen bedanken voor het werk wat je doet als gemeenten. Dat deden ze dus niet; ze gingen zingen. Niet een danklied. Nee, ze zongen over de wederkomst van Christus, dat die spoedig mocht plaatsvinden. De vluchtelingen gaven de eer en dank niet aan mensen, maar zagen uit naar Christus' wederkomst."
U benadrukt dat Woord-en daadverkondiging bij elkaar horen, toch is er een apart deputaatschap voor de zending en een apart deputaatschap voor diaconale hulp (BN). Zou dat niet bij elkaar moeten?
Ds. Blok: „Er is een nauwe band tussen het zendingswerk en ons deputaatschap. Op het zendingsveld hebben we diaconale projecten. Bijvoorbeeld in Izi. In de krottenwijken in Ecuador, het nieuwste zendingsveld, zal BN ook diaconale hulp geven. Woord en daad horen dicht bij elkaar, maar beide vragen om een eigen aanpak."
Van Heteren: „In het gemeenteleven heb je aan de ene kant de dominee en ouderling: Woordverkondiging. Daarnaast heb je het diakenambt: daadverkondiging. Beiden hebben een eigen plaats in de kerk. Zo mag je dit doortrekken naar de twee verschillende deputaatschappen. Hetzendingsdeputaatschap richt zich voornamelijk op de Woordverkondiging en
BN op de hulpverlening. Het diaconaat heeft zijn eigen taak binnen het raam van het gemeentewerk."
Wat is de bijbelse grondslag van het werk van het deputaatschap?
Ds. Blok: In Johannes 13 laat jezus zien dat Hij niet alleen de schuld voor Zijn volk betaalt, maar ook wast Hij de voeten van Zijn discipelen. Hiermee heeft Hij een voorbeeld gegeven (vers 15). Christus is de grote Diakonos (Bedienaar, zie Hebreën 8:2). De Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen (Markus 10:45). Wat jezus op aarde gedaan heeft, is een onderstreping van zijn Messias-zijn. Twee duidelijke woorden vind je in Spreuken 3:9 en jakobus 4:1 7. Verder zegt de in Deuteronomium 10:18: Die HEERE het recht van de wees en van de weduwe doet; en de vreemdeling liefheeft, dat Hij hem brood en kleding geve". Er wordt niet gesproken over het bewijzen van gunsten als je armen of mensen in nood helpt. Nee, er staat: Het recht'."
Van Heteren: De Bijbel kent geen rechten van de mens, maar wel rechten van de armen. In Israël mochten er geen armen zijn (Deuteronomium 15:4). Ook in het Nieuwe Testament zie je dit terug. Er mochten geen noodlijdenden bestaan (2 Korinthe 8:14). Voor de farizeeërs moet het daarom erg beschamend zijn geweest toen de Heere jezus de gelijkenis van de rijke man en Lazarus vertelde. Deze gelijkenis was werkelijkheid. Er waren veel regels om de armen te beschermen, maar daar hebben de farizeeërs zich niet druk over gemaakt. Zij verstonden de wet niet."
Wat zijn de oorzaken van armoede?
Van Heteren: „Op de bodem van alle vragen ligt de zondeschuld van de wereld. Daar ligt de gevallen wereld met alle ellendige gevolgen. Een tweede oorzaak is het niet luisteren naar de Heere. Kijk maar naar de joden in de tijd van Jezus' omwandeling op aarde.
Het is niet zo dat de mensen in Mozambique minder naar God luisteren dan hier in Nederland. Je moet het juist andersom bekijken. Als wij in het Westen meer naar het Woord van God zouden luisteren, zouden we meer doen om de armoede in Mozambique te verlichten. Daarnaast zijn er ook economische oorzaken. Denk aan het kapitalisme en het kolonialisme. Door het kolonialisme zijn de koloniën uitgebuit. De winst kwam in handen van westerlingen. De kolonisten dwongen de landen om gewassen te verbouwen die het meeste geld opleverden. De diverse economie van dat land vernauwde zich dan tot één product. Als er iets mee gebeurde, stortte de hele economie in. De Dominicaanse Republiek is hier een voorbeeld van. Je vond daar veel suikerrietplantages. Toen er bietsuiker kwam, kelderde de productie van suikerriet. Het gevolg was armoede. Wij als westerlingen zijn daar zeker mede schuldig aan. Ook als leden van de Gereformeerde Gemeenten zijn we schuldig aan deze armoede. De kritiek op de consumptiemaatschappij is onze gemeenten eigenlijk voorbij gegaan. Het woord 'soberheid' is uit het woordenboek van veel gemeenteleden verdwenen. Als je kijkt naar het bestedingspatroon zie je dat veel geld wordt gegeven aan huizen, kleding, auto, vakantie, en dergelijke. Allemaal geoorloofde zaken, maar het is de grote vraag of dat in verhouding staat met de hulp aan de arme naaste. Zijn de gaven van de gemeenteleden offers? Ik denk niet dat veel mensen hun vakantie zullen opofferen om de armen te helpen. Gelukkig begint het besef bij meerdere jongeren door te dringen dat carrière maken niet het belangrijkste is in dit leven. Ik hoop dat dat meer doorgang mag vinden in de gemeenten, zodat men soberder zal leven.
Bijvoorbeeld zoals dominee Ledeboer was. Hij was heel rijk, maar heeft zijn geld aan de armen gegeven. Die soberheid is voor een groot deel verloren gegaan. Je moet kritisch naar je eigen bestedingspatroon kijken. Is het absoluut noodzakelijk, of is een wintersportvakantie een vorm van luxe? Luisterend naar wat de Heere in de Bijbel zegt, moet ieder voor zich uitmaken wat goed is. Het huwelijksformulier beschrijft wat de man met zijn inkomen moet doen. Ten eerste moet hij zijn gezin onderhouden en verder moet hij de armen geld geven. Het eerste wordt vaak benadrukt, maar het tweede doel wordt meestal vergeten."
Hoe zit het met de inkomsten van het deputaatschap?
Van Heteren: „je merkt dat de bereidheid om te geven erg groot is binnen onze gemeenten. De inkomsten zijn de laatste jaren behoorlijk toegenomen. Rond 1992 kwam er ongeveer 1 miljoen gulden per jaar binnen. Drie jaar later waren de giften gegroeid tot 1, 5 miljoen. Nu is het inmiddels 2, 5 miljoen. De reden hiervan kunnen de grote rampen zijn die er de laatste jaren waren (Ruanda en Joegoslavië). Maar wij hopen natuurlijk dat de mensen zich meer bewust zijn van de
wereldproblemen om zich heen. Dat is een stukje gemeente-zijn. Met elkaar mag je vorm geven aan de opdracht die God ons gegeven heeft."
Hoe komt het dat het deputaatschap eerst bijna geen buitenlandse hulp gaf?
Ds. Blok: „Vroeger hadden de mensen genoeg aan hun eigen omgeving. Mijn ouders woonden voor de Tweede Wereldoorlog op Goeree-Overflakkee. Voor veel mensen was het toen al een hele reis om naar Rotterdam te gaan. De mensen keken niet zo veel verder dan hun eigen land. Economisch ging het na de oorlog in Nederland steeds beter. Daarom kon men zich op het buitenland richten om daar een helpende hand te bieden. Historisch gezien is het deputaatschap opgericht voor bijzondere rampen, zoals de Tweede Wereldoorlog en de watersnoodramp in 1953. Nu dekt de naam van deputaatschap het werk niet meer helemaal."
Hoe verloopt de samenwerking met andere hulporganisaties?
Ds. Blok: „Wij onderhouden contacten met organisaties als Friedensstimme, Kom Over En Help, het China Comité en Woord en Daad. We staan niet afwerend tegenover deze organisaties, maar het blijven particuliere organisaties. Het werk van BN gaat uit van de kerk. Je probeert als kerk je diaconale taak te verstaan. Het verlenen van hulp is een zaak van de kerk. Het is best moeilijk om dat aan mensen duidelijk te maken. Het probleem is ook dat de gedachte leeft dat kerkelijke organisaties minder kwaliteit en deskundigheid bezitten dan particuliere organisaties. Toch hebben ook wij forse deskundigheid in huis.
Van Heteren: „In Oost-Slovenië hebben we bijvoorbeeld een boerderijenproject opgezet. Samen met de regering
en kerken daar ter plaatse worden de mensen geholpen om hun (boeren-)bedrijven op te bouwen. Het diaconaat ligt in de eerste plaats bij de kerk. Dat wordt gelukkig steeds meer gezien. Dat wil niet zeggen dat de anderen geen plaats hebben. Er is waardering voor hun werk.
Iedere organisatie heeft zijn eigen doelstellingen en werkwijze. Friedensstimme geeft haar geld meestal aan evangelisatiewerk. Als er een diaconaal project is, vragen zij ons soms om hulp. Er blijft bij ons weinig geld aan de strijkstok
hangen. Wij werken samen met de plaatselijke kerken, hun leden doen dit werk gratis, waardoor de kosten gering zijn. We moeten steeds blijven opboksen tegen de gedachte dat steun via eigen kerkverband kerkisme zou zijn. Veel mensen denken dat alleen interkerkelijke projecten goed zijn. Het is een gevolg van de kerkelijke verdeeldheid dat verschillende kerken ook verschillende projecten steunen. Maar je doet tekort aan je taak als gemeente als je het werk overlaat aan particuliere organisaties."
Hoe kun je meer betrokken worden bij het werk van het deputaatschap?
Van Heteren: „Het lijkt alsof het werk van het deputaatschap ver van je bed gebeurt. Toch werkt het deputaatschap namens de gemeenten, ook namens de jeugd. Door voorlichting probeert het deputaatschap de betrokkenheid te vergroten. In de Noodklok staat informatie over de projecten. Daarnaast kunnen we bijvoorbeeld een jeugdverenigingsavond verzorgen. Ook op een andere manier kun je meer betrokken raken bij de hulpverlening. Zo kan een gemeente een project adopteren van BN. Je krijgt dan informatie over het project en houdt via rapporten contact met de mensen. De Gereformeerde Gemeente in Houten heeft dat bijvoorbeeld gedaan. Door adoptie sta je als gemeente dichter bij het werk van BN. Een nieuw idee is om werkvakanties te organiseren. Samen met het deputaatschap voor de zending en de Jeugdbond kijken we naar geschikte projecten. Jongeren zouden bijvoorbeeld drie weken naar Peru kunnen gaan en daar een school bouwen."
Van Heteren: Als je de ijver ziet van veel christenen in de kerken waarmee het deputaatschap samenwerkt, word je daar warm van. Predikanten reizen soms vijftien uur om in een andere kerk te preken. Het eerste vuur gloeit daar nog volledig, er heerst grote ijver. Als je dan naar de gemeenten in Nederland kijkt, zie je hoe arm wij in dat opzicht zijn. Arm door materialisme, individualisatie en secularisatie. Ik denk aan de gemeente van Korinthe, zij worden aangespoord om van hun rijkdom de arme gemeente in jeruzalem te helpen. Daarachter staat: pdat uw (materiële) overvloed zij om hun (materiële) gebrek te vervullen, opdat ook hun (geestelijke) overvloed zij om uw (geestelijke) gebrek te vervullen (2 Korinthe 8:14). In materieel opzicht waren de Korinthiërs rijk, en de inwoners van Jeruzalem arm. Maar in geestelijk opzicht was het precies andersom."
Rijssen/Apeldoorn
Rien Bregman
Kees Jan van Linden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1996
Daniel | 32 Pagina's