Regionale vergadering te Borssele
Een verslag van de regionale vergadering op woenedag 22 mei
Wilt Hem loven en van Hem zingen, En Zijn wonderwerken voortbringen; Roemt zeer Zijnen heiligen Naam, Gij die Hem zoekt van harten zaam, Wilt ook wezen tot dezen tijd In Hem verheugd en zeer verblijd.
Zoekt den Heer en Zijn wonderwerken; Zoekt Zijn aanschijn, daarop wilt merken, Vergeet Zijn grote daden niet, Vertelt Zijn wonderen met vliet Roemt Zijn oordelen en Zijn Woord, Die de Heer Zelf gebracht heeft voort. Psalm 105 : 2 en 3 (Datheen)
Openingswoord
Deze psalm werd gezongen door de dames uit de regio die hun plaatsen in een bijna geheel gevulde kerk hadden ingenomen. De plaatselijke predikant ds. C. Hogchem verwelkomde ieder en sprak zijn openingswoord naar aanleiding van 1 Kronieken 16:1 tot en met 1 7. Hij bepaalde zijn hoorders bij het vergrijpen aan de ark door Hofni en Pinehas. Zij deden dit niet uit het ware geloof, en wie zo naar de ark grijpt, grijpt mis! De Filistijnen beefden, toen ze Israël hoorden juichen.
Zij zeiden: „Dat is die God Die wonderen gedaan heeft in Egypteland". Ondertussen behaalden zij echter de overwinning en namen de ark mee naar hun eigen land. Dat was een diepe, diepe vernedering. En toch, wat een kracht was er in die vernedering. Terwijl de ark aan de voeten van Dagon werd gesteld, omdat de Filistijnen dachten dat Dagon meer was dan de God van Israël, viel Dagon voor de ark neer. Zijn hoofd en handen braken af. En wat moest Dagon met afgehouwen handen doen? Daar in die tempel van Dagon triomfeerde de ark Gods. De ark moest terug! Ze lieten hem met blijdschap gaan. En toen dan de ark een tijdlang gestaan had in het huis van Obed-Edom, mocht David door het dierbare geloof weten, dat het binnenste heiligdom en de ark bij elkaar hoorden, 't Ziet alles op Hem Die Zichzelven vernederd en vernietigd heeft en schuldenaar geworden is aan het recht van Zijn eeuwige Vader, om die verloren gemeente uit de drek te verhogen op rechtsgronden en hen terug te voeren in de gemeenschap met een drie-enig God.
Die ark werd geplaatst in het binnenste heiligdom. Maar Jezus Christus, de grote Hogepriester is de hemelen doorgegaan en de eeuwige Koning van Sion is opgevaren in de hoogte en heeft de gevangenis gevoerd. Mochten we daar dan als een ellendige en arme door het dierbare geloof een gezicht op verkrijgen, want de Middelaar moet toch gekend worden in Zijn namen, ambten, naturen, staten en weldaden.
Dat is de enige verwachting voor ons in 1996. Hij leeft en aanschouwt al dat nietig, aards gewemel, en door Zijn eeuwige Geest zal Hij Zijn Koninkrijk doen komen tot verheerlijking van Zijn Vader. Hij zal gaven uitdelen onder de mensenkinderen. In Gods Woord staat, dat David een bol broods, een schoon stuk vlees en een fles wijn gaf. Hij deelde gaven uit als teken van blijdschap en heilige vreugde en dan staat er zo opmerkelijk: van de man tot de vrouw. In Christus is geen man noch vrouw. Tot zover het openingswoord van ds. C. Hogchem.
Willem van Oranje
Aan de heer Slootweg uit Middelharnis verzocht de dominee hierna om zijn referaat te houden over Willem van Oranje. Het was een roemrijk geslacht, het geslacht van Nassau-Dillenburg, van Nassau-van Breda, zo begon de spreker.
Willem van Nassau-Dillenburg keek er met trots op terug. Hij woonde nu op de Dillenburg met zijn tweede vrouw, Juliana van Stolberg, maar hij was opgevoed in Breda.
Zijn vader Jan de Vijfde van Nassau-Breda had twee zonen, Hendrik en Willem.
Zijn landerijen had hij verdeeld over deze twee zonen. Aan Hendrik had hij Breda gegeven. Dat was het belangrijkste deel der Nederlanden.
Aan zijn tweede zoon, Willem, gaf hij de Dillenburg met de gebieden in Duitsland die daarbij hoorden. Willem had goede contacten met zijn broer Hendrik. Op de Dillenburg was het vaak moeilijk. Moeilijker in sommige opzichten als in die drukke en veel verder ontwikkelde wereld die hen omringde. De Reformatie was gekomen en daarom was het er zo moeilijk. Willem wist het, hij was op de rijksdag geweest waar Maarten Luther had gestaan. Vastberaden mocht hij door het geloof ten overstaan van velen uitroepen: „Hier sta ik, ik kan niet anders, God helpe mij! Amen."
Diepe indruk had het op Willem gemaakt. Het was ook de jonge vrouw Juiiana van Stolberg ter ore gekomen. In die tijd was zij getrouwd met Philips van Hanau. Haar man stierf echter, evenals de vrouw van Willem de Rijke. Nu besloten de familie van Willem en de familie van Juiiana van Stolberg, dat zij met elkaar zouden gaan trouwen. In die tijd had een huwelijk van adellijke personen juist politieke betekenis.
Geboorte en opvoeding
In 1533 kregen zij een kindje, dat Willem werd genoemd. De doopdienst werd zo snel mogelijk gehouden, volgens het voorschrift van de Rooms Katholieke kerk. Maar hoe moest dat nu? Moest Willem de Rijke de Reformatie nu invoeren, zoals de keurvorst van Saksen en de Landgraaf van Hessen hadden gedaan? In de eerste helft van de zestiende eeuw was het absoluut nog niet zeker, dat de kerk zou splijten. Luther was dat niet van plan geweest en Calvijn nog minder. Zij wilden wel de kerk hervormen, maar geen nieuwe kerk vormen, naar luid van Gods Woord en naar voorbeeld van de oude apostolische kerk. Willem de Rijke liet zijn zonen rooms-katholiek dopen door een priester, maar een lutherse dominee preekte Gods Woord. In die sfeer is Willem van Oranje opgegroeid. Door de opvoeding van zijn moeder, die de Heere zeer vreesde, was er beslag in zijn leven. Haar woorden lieten wat na, evenals haar wandel. Toen kwam er een tijd, dat het wel leek of Willem niet meer leefde zoals hij opgevoed was. In de briefwisseling tussen moeder en zoon kwam daar niets van tot uiting. Willem was een diplomaat, altijd vriendelijk en met een glimlach op zijn gelaat.
Sluiting
De heer Slootweg vertelde nog veel meer. Veel zou nog van dit onderwerp te schrijven zijn, maar wegens plaatsgebrek kunnen wij u maar enkele dingen noemen. Willem noemde zichzelf een instrument in Gods hand. Toen Balthazar Gerards in 1584 een aanslag pleegde op zijn leven, mocht hij zijn geest in Gods handen geven.
Na dit zeer leerzame referaat werd - na de pauze - door mevrouw Chr. Weststrate-van Ommeren een gedicht van johannes Groenewegen voorgelezen, namelijk "Bemoediging in bange dagen". Enkele vragen werden nu door de heer Slootweg beantwoord.
Nadat ds. Hogchem zijn dankwoord had uitgesproken, maakte hij de opbrengst van de collecte voor de Vakantieweken voor gehandicapten bekend. Dat was het mooie bedrag van ƒ 1.073, 35. Hierna eindigde de spreker met dankgebed.
Voor de vrouwenvereniging van Borssele was een extra dankwoord, in verband met de keurige verzorging van de avond, wel op z'n plaats. Het was de eerste keer, dat er in Borssele een regionale vergadering van de Vrouwenbond gehouden werd.
Melissant W. A. Both-van 't Geloof
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 1996
Daniel | 32 Pagina's