Vijfentwintig jaar
De Commissies Vakantieweken V.B.G.C. en Vakantieweken voor Gehandicapten bestonden in mei vijf en twintig jaar. Dit ging niet ongemerkt voorbij. Een uitnodiging werd gestuurd aan de (oud)commissieleden.
"In het kader van de jubileumactie ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan in 1972 van onze Vrouwenbond werd 25 jaar geleden op 1 mei de Commissie Vakantie-weken Gehandicapten opgericht met het doel te komen tot het organiseren van één vakantieweek voor mensen met een lichamelijke handicap", zo lees ik in de brief van de secretaresse, mevrouw De Blois. Zij schrijft: "Tijdens dit samenzijn willen we in de eerste plaats Hem erkennen, Die het mogelijk maakte om reeds 25 jaar - met alle gebrek onzerzijds - voor onze medemensen met een handicap een vakantieweek rondom Gods Woord te houden. Daarnaast zullen door enkelen in een terugblik herinneringen worden opgehaald uit de voorbijgegane jaren aan de hand van wat dia's of door een vertelling."
Zo zijn dan op zaterdag 11 mei in Gouda twee commissies met hun oudleden vergaderd, voorlopig ieder apart in een zaal, bezig met het eigen verleden. Ik was (als lid) aanwezig bij de Commissie Vakantie-weken voor Gehandicapten, hoewel ik ook graag bij de Commissie Vakantieweken V.B.G.G. geweest was. Daar liggen tenslotte goede herinneringen aan de vele gezinskampen die we geleid hebben. Er komt heel wat boven, bij het zien van groepsfoto's, plakboeken en oude rekeningen. Wat is er veel gebeurd en wat is er veel veranderd. Het oude kasboek van mevrouw Van Woerden toont het aan: "reisgeld ƒ 1, 90, 25 postzegels a 20 cent, spreekbeurt de heer Kwantes ƒ 10, - . Ook de fotocollages en dia's laten zien, hoe alles op aarde verandert en veroudert.
Terwijl in een andere zaal mevrouw Z. Crum-Nieuwland als voorzitster van de Commissie Vakantieweken V.B.G.G. de bijeenkomst opent en spreekt, luister ik naar de voorzitter van de commissie Vakantieweken Gehandicapten, de heer). Doeven. Hij laat zingen Psalm 103 vers 1 en 7, en leest 1 Samuël 7. Na het gebed spreekt hij: "We mogen omzien in dankbaarheid en verwondering. Laat het dan allereerst in ons hart zijn: Dankt God in alles!"
Aan de hand van oude notulen neemt de heer Doeven ons mee naar 1971, toen in samenwerking met de Jeugdbond voor 't eerst begonnen werd om een vakantieweek voor gehandicapten te organiseren. 'De Blije Wereld" in Lunteren ontving in 1972 de eerste gasten. Een lange reeks van kampen zou volgen, want het werk breidde gestaag uit.
Ieder jaar opnieuw mochten verschillende kampen georganiseerd worden. Telkens weer bleek, dat het de gasten niet in de allereerste plaats om te doen was met vakantie te gaan. De mogelijkheid om naar de kerk te gaan, over wezenlijke zaken te spreken met Gods Woord in het middelpunt, samen te zingen en in eigen sfeer een week lang te verkeren was - en is - veel belangrijker.
In een van de vakantieweken kwam wijlen ds. A. Vergunst op bezoek. Het
ontroerde hem, toen hij daar in Lunteren de mensen zag en sprak. Hij schreef daarover in de Saambinder van 26 augustus 1976.
Bezoek aan Lunteren
Er is onnoemelijk veel leed op de wereld. Wie van de huiveringwekkende verslagen van aardbevings-ellende leest, raakt niet onder de indruk? Kunt ge onbewogen voorbijgaan aan de beelden van de oorlogsellende in Libanon ? Aan de smart door de terreur in Oeganda? Het is ver van huis.
Maar ook dichtbij is veel ellende; leed dat zwaar is om te dragen en dat zo heel dikwijls alleen doorleefd moet worden.
Vanuit de vrouwenverenigingen wordt nu echter veel, heel veel gedaan voorde vele gehandicapten die onder ons leven,
Jongeren en ouderen zijn doorziekten of ongevallen gebrekkig geworden; soms ook als zodanig geboren. Wat een leed voorde ouders, een lichamelijk of verstandelijk gehandicapt kind; wat een onverwachte zorgen waarop men eerder niet rekende. Het medeleven van het begin, kort na de geboorte van het ongelukkige kind, kort na het begin van de slopende ziekte of na het ongeval ebt zo spoedig weg. Dan is men zo vaak alleen aangewezen op de inrichtingen of op hen die door hun beroep hulp verlenen. Maar hoe droevige geest ademen vele van de inrichtingen waar men wereldse vermaken (televisie, films, dans, etc.) nodig vindt om een vleugje plezier in het leven te brengen, 'k Denk aan een moeder, wier tien-jarig gezonde dochtertje van de ene op de andere dag van een gezond spelend kind in een menselijk wrak veranderde, dat slechts met behulp van mechanische middelen in leven blijven kan. Wat een bittere smart. Maar daarbij de geestelijke nood! Voor altijd, ja voor altijd moet het kind in een inrichting verkeren, waar aangepaste hulp kan worden geboden. Slechts op bezoeken kan worden gesproken over alles, ook over het ene nodige. Ook ouderen komen in tehuizen, waar veelal wel voortreffelijk gezorgd wordt, maar waar zoveel ontbreekt van hetgeen de hoogste waarde in het leven hebben moet. Ook het contact met mensen uit de eigen levenskring wordt zo gemist; juist met hen ook, die in gelijksoortige omstandigheden geraakt zijn.
Wat kan het soms een zware taak zijn voor de huisgenoten dag in dag uit zich de verzorging opgedragen te weten zonder dat eens een dag of enkele dagen men naar elders kan. Nu, we kunnen dit zelf uitbreiden.
De vrouwenverenigingen hebben zich er nu mee belast om onze gehandicapten éénmaal in het jaar samen te brengen. Verschillende weken zijn er voor hen geregeld. Bij een groep die in Lun-teren een week bijeen was, heb ik een bezoek mogen brengen om een avond voor hen te spreken. We hebben ge-sproken over de woorden van de Hei-delberger: "... in tegenspoed geduldig ".
We zagen hen voor ons voor wie de tegenspoed zo werkelijk was: de man die dooreen auto-ongeluk zulk een hersenbeschadiging opliep, dat hij gedeeltelijk verlamd was; zo hartstochtelijk zoekt hij genezing; nog in de kracht van het leven valt het hem zwaar te aanvaarden dat hij uit zijn werk gezet is en totaal afhankelijk geworden is.
De man die door een slopende ziekte zo hulpbehoevend werd, dat hij voor alles op de hulp van medemensen aangewezen is; ...en waarom zal ik nog meer voorbeelden noemen.
Eén week uit de inrichting temidden van gelijkgezinden; één week ook eens in een bos rondrijden; één week werd alles eens anders. Rustig werd er gesproken over Gods doen en weg. Er waren veel vragen, waaruit levensleed en levensstrijd bleek. Wie negatief over dit werk oordeelt, kent het niet. We zouden het allen eens moeten zien om met verwondering ven/uld te worden, dat hier een stukje werk verricht mag worden, waarin echt iets beoefend mag worden van "draagt elkanders lasten". 'k Wil melding ma-ken van de grote offervaardigheid vanuit de gemeenten waardoor dit alles kan. Ook omdat vele verzorgers en verzorgsters één week of meerdere helemaal vrijwillig en zonder enige beloning zich voor dit werk beschikbaar stelden. 'k Dacht dat er geen zinvollere vakantie-besteding denkbaar is dan liefde en medeleven te besteden aan hen die met kruis en leed bezocht zijn.
"k Zou alle predikanten en ambtsdragers willen opwekken om, wanneer de gelegenheid zich voordoet er eens heen te gaan, 't zij vooreen bezoek of voor een lezing. Het wordt zo zeer gewaardeerd en het is zo'n verrijkende ervaring. Ge doet er ook preekstofop, ook als het over het stuk van de voorzienigheid Gods gaat. Want erover preken is zo anders als de werkelijkheid van bange levensbeproevingen te aanvaarden en ook dan te belijden, dat geen ding bijgeval geschiedt, maar dat alles ons uit de handen Gods toekomt.
Door dit korte verslag geven we graag iets door van een stukje diaconale zorg door de vrouwen in de gemeente verricht, waarop de aandacht van onze lezers wel terdege eens mag worden gevestigd. Stelle de Heere dit werk velen ten zegen en laten de vrouwen onzer gemeenten zijn als Tryfena, Tryfosa en Persis (Romeinen 16:12).
Tenslotte bepaalt de voorzitter allen bij het voorgelezen hoofdstuk 1 Samuël 7, het twaalfde vers: "Samuël nu nam een
steen en stelde dien tussen Mizpa en tussen Sen, en hij noemde diens naam Eben-Haëzer; en hij zeide: Tot hiertoe heeft ons de HEERE geholpen". Het werk van de commissie mocht groeien, het aantal vakantieweken breidde uit. Dat wij dan oprecht zouden belijden: de Heere heeft het gedaan. Hij is de Steen der hulpe, de Steenrots. Al het onze valt weg, maar deze Steenrots kan de eeuwigheid verduren. Hij moet als Koning heersen, niet alleen over gezonde, maar ook over zieke, gehandicapte mensen. Kennen wij Hem? Is Hij ons dierbaar geworden? Dan geven wij Hem de hoogste plaats in ons leven.
Na de pauze vertoont mevrouw Van Woerden-Verhoef, die zelf al 25 jaar in de Commissie Vakantieweken Gehandicapten zit en heel veel weet, een aantal dia's. Smakelijk weet ze allerlei wederwaardigheden op te dissen. Ook de heer A. Louter kan als oudcommissielid en als kernstaflid van verschillende kampen veel vertellen. Bovendien wijst hij erop (als hoofd van het Gezinsvervangend Tehuis De Eersteling) hoe belangrijk de plaats is van deze vakantieweken in het leven van bewoners van tehuizen.
Mevrouw Kaslander-Goedegebuur neemt nu het woord. Vier commissieleden komen extra in het zonnetje te staan.
Mevrouw Van Woerden, mevrouw De Knijff, mevrouw Hulsman en de heer Doeven worden hartelijk bedankt voor hun 25-jarige inzet en ontvangen een boek. "Mocht het tot heil van onze naasten en tot eer des Heeren zijn". Omdat de heer L. W. Wiltink afscheid neemt als commissielid, wordt hij door de voorzitter met woord en daad hartelijk dank gezegd.
In een grotere zaal komen nu de twee commissies bijeen. Gezamenlijk gebruiken we de maaltijd. Aan het einde daarvan leest de voorzitter van de Bond van Vrouwenverenigingen, ds. C. A. van Dieren uit het tweede boek van Samuël het negende hoofdstuk.
Tot commissie-en oudcommissieleden zegt hij: "U hebt u belangeloos ingezet; tijd en liefde hebt u aan dit werk willen geven. Dat is een voorrecht in een tijd van liefdeloosheid en egoïsme". Daar-bij wijst hij op de Heere, Die het 'weldadigheid bewijzen' in Zijn lankmoedigheid ons nog heeft geschonken. Het werk mocht gedaan worden, door de een meer op de voorgrond, door de ander in stilte op de achtergrond.
In 2 Samuël 2 lezen we ook over 'weldadigheid'. David vraag daar: „Is er nog iemand die overgebleven is van het huis van Saul, dat ik weldadigheid aan hem doe om jonathans wil? " Dan komt openbaar, dat Machir zich heeft ingezet voor iemand waar geen eer aan te behalen viel.
Zijn hart en huis stond open voor Mefiboseth, de zoon van jonathan. Gods hand is daarin te zien. Ook ons heeft de Heere liefde en kracht geschonken om het werk onder mensen met een handicap te mogen doen. Dat stukje aandacht, liefde en zorg wordt door hen gewaardeerd.
Nu gaat in dit hoofdstuk koning David een hogere weldaad bewijzen aan Mefiboseth. Hij gedenkt aan het verbond met jonathan. Geen enkele oorzaak is daarvoor in Mefiboseth te vinden. Zo leren zich Gods kinderen kennen: geslagen aan beide voeten, uit het geslacht van Saul! Daarom is het voor ons allen - gasten, commissieleden en hoofdbestuur - hoogst noodzakelijk, dat wij persoonlijk de weldadigheid leren kennen die de Heere bewijst aan geestelijke Mefiboseths.
Sauls kleinzoon was vanwege zijn afkomst verloren! Maar God wil nu uit het menselijke geslacht zulke verlorenen ophalen en dat om het eeuwige verbond in Christus.
Mefiboseth heeft alles gedaan om koning David uit handen te blijven en wij doen ook niet anders. Maar de Heere zoekt verlorenen op, brengt hen aan Zijn voeten om eeuwig te mogen leven uit de weldadigheid van Christus. De grootste der zondaren laat Hij delen in Zijn genade en weldadigheid. "Dat wij met Mefiboseth dat genadedeel zouden mogen ontvangen", wenst ds. Van Dieren allen toe. "Dan wordt ook persoonlijk beleefd, wat staat in het achtste vers: Toen boog Mefiboseth zich en zeide: Wat is uw knecht, dat gij omgezien hebt naar een doden hond, als ik ben? "
Tenslotte wordt met gebed de maaltijd beëindigd en gaan wij allen huiswaarts.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juni 1996
Daniel | 32 Pagina's