Geroepen tot de strijd
Eerste bondsdaglezing
Jozef deed zijn werk eerlijk en zo goed mogelijk; ook dat minne werk dat hem ten onrechte opgedragen werd. Hij wist zijn plaats, ook nu hij als slaaf was verkocht. Er was immers sprake van menselijke overmacht, waartegen hij toch niets kon doen. Dan is het verstandiger je te schikken, dan te blijven mokken. Mijn getuig *ijn... MffffllEHTf Zal dat het enige motief geweest zijn bij jozef? We leren hem anders kennen. Hij is een jongen die de Heere vreest. Door een wonder van Gods genade.
Als we echt de Heere vrezen, weten we onze plaats tegenover de Heere, onze Schepper tegen Wie we gezondigd hebben. We zijn immers door eigen schuld tegenover Hem alle rechten kwijt. Als we dat beseffen, dan kunnen we ook wel onder een ander staan; dan kunnen we zelfs wel wat onrecht dragen. Soms wil de Heere een mens beproeven. Of we in 't kleine getrouw zijn. Misschien beproeft de Heere wel, opdat Hij later iets groots toebetrouwen zal.
De Heere was met hem
Hoe kwam het toch dat jozef, ook als slaaf, voorspoedig was en promotie maakte?
Hoe kwam het dat hij de Heere vreesde? We lezen het: "En de HEERE was met Jozef". Dat was het geheim van Jozefs leven. De HEERE wilde met hem zijn; de HEERE had hem uitverkoren opdat Jozef Zijn kind zou zijn. Maar stond er tussen de Heere en jozef dan niet een hemelhoge schuld? Was hij niet ook een Adamskind? Zeker, maar de Heere wilde de schuld van Jozefs leven wegnemen door ook voor hem Zijn eigen Zoon te geven tot in de dood toe.
De Heere wilde Jozef ook uit de zondedienst bevrijden. Wij mogen weten dat de Heere daartoe Zijn Heilige Geest ook in Jozefs hart gege-ven heeft. Zijn wet was in Jozefs hart geschreven.
Zijn leven werd door de Geest vernieuwd en zo werd hij verlost uit de slavernij van duivel, zonde en wereld en diende hij de Heere met liefde naar Zijn gebod.
De Heere zegende
Jozef straalde iets uit in zijn leven. Zelfs in het heidense huis van Potifar. Dat kwam niet door de vlijt, trouw en bekwaamheid van Jozef. Hoewel hij deze eigenschappen zeker vertoonde.
Het geheim van zijn uitstraling ligt echter dieper: "De Heere zegende het huis van de Egyptenaar om Jozefs wil." 'k Denk dat Potifar dat later wel gemerkt heeft, toen hij jozef ten onrechte uit zijn huis had laten verdwijnen.
Als het zo goed gaat in je leven, als je zo wordt gezegend, wordt dat dan gewaardeerd? Hoe zou dat in ons leven zijn? Zou je hoogmoedig worden? Of zou jij zeggen: "Geluk gehad".
'k Denk dat Jozef de Heere de eer gaf, en ook telkens de Heere nodig had. Dankbaarheid en afhankelijkheid horen bij elkaar.
En hoe was het in het huis van Potifar; werd daar deze zegen van God gewaardeerd? Satan zit niet stil. De mens verbreekt vaak zelf het goede dat er is. Aanstonds komt de verleiding en de verzoeking. En dan
volgt jozefs vlucht. Maar met zijn vertrek verdwijnt ook de bijzondere zegen des Heeren. Als de zonde komt, trekt de Heere Zich terug. Heb jij dat ook wel eens opgemerkt? Of ben je daar blind voor?
Een besliste weigering
"En het geschiedde na deze dingen dat de huisvrouw van zijn heer haar ogen op jozef wierp." Het begon met de ogen. Door de oogpoort komt zoveel binnen. Door onze ogen zoeken onze zondige begeerten hun weg. En jouw hart, valt dat al voor een brutale afbeelding, of een prikkelend liedje?
jozef weigerde beslist. Hij ging geen zig-zag koers. Jij misschien wel? Op het ene punt wel met de wereld meedoen, en op andere punten heel principieel zijn. Dat komt niet over en is ook niet oprecht. Er was geen enkele aarzeling bij Jozef.
Tweeslachtigheid is zo gevaarlijk. Dan ziet de verleider een opening. Jozef motiveerde zijn weigering. Zijn heer heeft hem heel veel vertrouwen gegeven. Nu mag hij dat vertrouwen toch niet schenden? Jozef nam een bijzondere positie in en dat was hij zich bewust. "Niemand is in dit huis machtiger dan ik".
Velen die macht kregen en zich dat bewust werden, vervielen vervolgens tot corruptie of tot machtsmisbruik of zelfs tot machtswellust. Gelukkig was dat bij Jozef niet het geval. Integendeel. Zijn hoge positie maakte hem niet hoogmoedig of oppervlakkig, weekt hem niet los van de geboden des Heeren. Het tegendeel is juist waar.
Zonde is kwaad doen tegen God
Potifars vrouw wilde Jozef verleiden. Steeds is ze daarop uit. Dagelijkse verleiding holt uit. Smerige reclames langs de weg, gesprekken op school, onder vrienden, op het werk. Radio. Tijdschriften. T.V. Video. Internet. Uitholling van ons geweten, van de beschaving, van het normbesef is een groot gevaar. Het gebeurt volop, vandaag. Stel je kostbare ziel er toch niet bloot aan! Hierbij moeten we niet alleen denken aan zondewn gegen het zevende gebod.
Jozef beleed dat hij niet wilde zondigen tegen God. jozef sprak tegen deze heidense vrouw niet over de HEERE, de God van Abram. Maar hij getuigde van God, het Opperwezen. Daarvan heeft ieder mens, zeker ook deze vrouw, een besef. Daaraan appelleerde hij. Zondigen tegen God, dat wilde hij niet. Dat zou een verschrikkelijk kwaad zijn. Hij redeneerde niet: "Ze zal er wel over zwijgen" of "Niemand hoeft het te merken". Jozef wilde het kwade niet doen. Hij vreest God; hij heeft de Heere en Zijn geboden lief.
Algemeen normbesef
Dat heeft niemand van zichzelf. Van nature zijn wij in ons element in de zonde. Het is al een groot voorrecht als ons geweten spreekt en het goede gebod van God zoveel kracht doet in ons leven dat we de zonde niet doen. Dat kan zo zijn in ons leven uit kracht van opvoeding en algemene overtuiging. Op zichzelf is dat een heel goede zaak. We mogen dankbaar zijn voor de weerhoudende genade van God. Daardoor kunnen we voor veel ellende bewaard blijven. Wees zuinig op een sprekend geweten, werk er niet over heen, jongelui. Een historisch geloof en een algemeen aan de Bijbel ontleend normbesef is een groot goed.
Heilzaam voor individu en samenlevening. Was er maar meer van in onze tijd. Helaas, wat wordt het algemene normbesef, zeker waar dit aan Gods gebod ontleend is, door de moderne mens met voeten getreden. De moderne mens, de moderne jongere wil zich uitleven. Doen waar hij zin in heeft. Wat erg toch. Wij zijn onszelf niet toebetrouwd. Wij zijn immers onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. En juist Gods gebod is zo goed. Dat gebod beschermt je goederen tegen diefstal, je naam tegen laster, je leven tegen haat, je eer tegen schending. Want, jongens en meisjes wat is je eer teer. Voor jou toch ook?
Een wonder nodig in ons leven
Bij Jozef was het echter meer dan algemeen normbesef. Jozef vreesde de Heere; dat blijkt uit heel zijn leven. Er was een wonder gebeurd in Jozefs leven. Uit het begin van het doopformulier weten we het allemaal dat niemand in het rijk van God kan komen tenzij hij van nieuws geboren wordt.
Is dat wonder ook al in jouw leven gebeurd?
Als de Heere dat wonder werkt, ga je Hem van ganser harte liefhebben. Dan ga je met de zonde breken en de oude natuur doden.
Dan ga je strijden tegen de duivel en zijn ganse rijk. Dat zie je hier in Jozefs leven.
Vruchten van wedergeboorte
Nee, van nature strijden we niet tegen de zonde. Wel tegen sommige, lelijke zonden. Want jij zou toch ook niet graag als dief bekend staan? Maar een vijand van alle zonden; nee
dat zijn we niet vanuit onszelf. Ook niet als meelevende, kerkelijke jongeren. jezelf vanwege je zonden mishagen en verfoeien voor Gods aangezicht en jezelf verloochenen; dat groeit niet op onze akker. En toch zijn dat vruchten van het nieuwe leven.
Als de Heere de hoogste plaats in ons leven gaat innemen, krijgen we droefheid over de zonde en heimwee naar de Heere. Dan leren we wat de zonde eigenlijk is. Jozef wist dat; hij belijdt het ook. Zonde dat is een groot kwaad tegen God. Heb jij weieens in het licht van Gods heilige wet gezien hoe lelijk de zonde is? Als de Heilige Geest ons dat doet zien en ons ook verder laat kijken, zien we hoe enorm veel zonden in ons zijn, ja dat ons hart een bron van vuile wanbedrijven is. Dan gaan we ons schamen voor God. Weet jij wat dat is, je schamen voor God?
De zonde verwoest verhoudingen
Jozef wilde niet zondigen. Hij ziet de zonde in het rechte licht. Was de zonde, die Potifars vrouw graag wilde, gebeurd, dan was het nog moeiljker geworden tussen haar en haar man. Zonde verwoest verhoudingen. Dan was haar ziel nog meer bezoedeld geworden. En Jozefs tere ziel ook. De zonde verscheurt je leven. Kijk maar om je heen; misschien weet jij er wel van uit ervaring. Zelfs de overheid werkt met allerlei regelgeving eraan mee dat zonde geen zonde meer genoemd wordt. Maar de gevolgen blijven bitter; en de genoegens zijn van korte duur. En je ziel wordt toch bezoedeld; of er komt eelt op je geweten. En vooral: de kloof tussen de Heere en je hart wordt nog dieper. Voel je dat wel eens? Vervult je dat met zorg en met pijn over de zonde? Doet je dat naar de Heere roepen en met de zonde breken? Houd maar aan. Deze strijd is een goede strijd. Vraag naar de Heere en Zijn sterkte.
Of hou jij de zonde maar liever vast? Stiekem misschien. Zo is een mens. Maar weet dat wie in de zonde volhardt, een verschrikkelijk loon krijgt, namelijk het eeuwige verderf.
Jozefs geheim
De zonde, en dat is nog het ergste, beledigt God en bedroeft de Heere. Juist in dat licht kon Jozef niet zondigen. Want de liefde tot de Heere en Zijn heiligheid leefde in zijn hart. Jozef zondigde niet. Kon hij dat in eigen kracht? Wat was zijn geheim? De Heere was met hem.
Waarin blijkt dat als de Heerre met ons is? Hebben we dan alleen maar voorspoed? De Heere kan iemand met voorspoed zegenen. Dat zagen we in het begin van deze geschiedenis. Maar door menselijke zonde komt er vaak zo snel weer een einde aan. Ook dat zien we hier. Bij jozef zien we een afkeer van de zonde; hij haatte de zonde en vluchtte er vandaan. Hij zag de zonde echt als zonde: lelijk voor God.
Hij kende droefheid over de zonde. Een droefheid naar God. Tot Hem en het houden van Zijn geboden, daar strekte zich al zijn lust en liefde heen. Daaruit weten we zeker dat Jozef de Heere vreesde. Is dat in jouw leven ook zo?
Zondigen of vluchten
Het geweld van de verleidster ging zo ver dat jozefs vrijheid werd aangetast. Er was geen andere mogelijkheid dan vluchten. Dat was niet slap. Jozef moest kiezen: zondigen of vluchten. Dat is een bijbelse weg. De Kerk vlucht van de zonde weg de woestijn in, naar de Heere toe. Dat is tegen vlees en bloed, want wij hebben liever een makkelijk leven. De wereld wat en God wat.
Maar als we de Heere echt vrezen en er komt beproeving, dan vluchten we weg van de zonde. Want de
zonde maakt scheiding tussen de Heere en ons hart. En dat is de dood. Vlucht dan maar weg van de zonde. Dat is geen ongeoorloofde wereldmijding.
Dat is iets beleven van het vreemdeling zijn op aarde. We kunnen toch niet mee met de wereld, met de zedeloosheid en wereldzin.
Vreemdelingschap
Als jij zoekt te leven naar bijbelse normen, zul je in onze tijd ook iets van vreemdelingschap ervaren. Door je kleding, door je gedrag, door je kerkgang val je op, hoor je niet bij de wereld. Kom er maar voor uit, waar je bij hoort, jongelui. Als jij echt leven wilt in de vreze des Heeren ben je misschien soms wel een vreemdeling in een reformatorische omgeving. Dat kan zelfs wel onder kerkelijke vrienden voorkomen. Want wie begrijpt een jongere die echt droefheid over de zonde naar God kent en beleeft? Maar de Heere weet ervan. Vlucht maar naar Hem toe. Bij Hem is een schuilplaats. Hij gaf Zijn Zoon juist voor zondaren.
Misschien kom jij wel heel veel zonden, zondige gedachten, in je eigen hart tegen. Waar moet je dan heen vluchten? Naar de Heere toe; Hij weet en ziet alle dingen. Stort voor Hem maar uitje hele harten vraag om Zijn kracht om staande te blijven in de strijd tegen de zonde.
Veel vragen, toch: de Heere nabij
Jozef vluchtte weg. De gevolgen waren ingrijpend. Via valse beschuldiging kwam hij in de gevangenis terecht. Onschuldig.
Zijn opklimmende carriere was voorbij. Als dat gebeurde in jouw leven, zou je dan niet veel vragen hebben? Ik heb de zonde toch niet gedaan maar juist de Heere gehoorzaamd en nu dit. Moet ik hierin Gods leiding zien? Die de Heere vrezen deert toch geen kwaad? Maar nu is het allemaal totaal anders.
Waar is de Heere nu? Hij is toch nabij de ziel die tot Hem vlucht? Waar blijkt nu Zijn trouw?
Het was er allemaal. Want de Heere was met Jozef. Juist op het moment dat de verleiding en het geweld der zonde het sterkst waren, was de Heere bij Jozef. En zo werd hij voor de zonde bewaard. Zo duurde de gemeenschap met de Heere voort. En dat is meerwaard dan het korte genot van de zonde.
Om Jezus' wil
Ook in de gevangenis was de Heere met jozef. Het had wel een tijd geduurd. Maar de Heere heeft het vervuld in jozefs leven:
De Allerhoogste maakt het goed, na het zure geeft Hij het zoet. Intussen zal Jozef zijn moeilijke perioden, waarin de vragen hem bestormden, ook wel gehad hebben. Maar die de Heere vrezen, ervaren dat er ook met zulke vragen plaats is bij Hem. Dat kan in de grootste smarten en bij onbegrepen wegen toch rust geven.
Jozef werd bewaard. Niet in eigen kracht. Maar door de Geest van Christus. De Heere Jezus werd heel vaak verzocht, maar viel nimmer. En door Zijn kracht bleef ook Jozef staande. Jozef was uiteindelijk zelfs in de gevangenis niet alleen. De Heere was met Hem. Opnieuw: om Jezus' wil. De Heere Jezus was wel alleen. Zelfs geheel van God verlaten. Maar Hij wilde dat doorworstelen, opdat de Zijnen nimmermeer van Hem verlaten zouden worden.
Verlaat de wereld
Jongelui, de wereld van zingenot en zondelust heeft je niets te bieden. Of vind jij van wel? De spanning van voetbal; het ritme van pop. De streling van je eergevoel, de aantrekkingskracht van het geld of van het bekijken van prikkelende dingen.... Keer toch terug van het zondepad. Want wie zal er straks voor je ziel zorgen? Al zou je tachtig jaar voorspoed hebben in de wereld, wie zal jou dan van je zondeschuld bevrijden? Bedenk toch wat het loon op de zonde is: de eeuwige rampzaligheid.
Wie de wereld verkiest en daarmee God verliest, komt het op een sterven zal beide derven.
Wat ik je bidden mag: breek met de zonde, belijd je schuld dat je tegen de Heere gezondigd hebt. Laatje toch met God verzoenen.
Vanmorgen klinkt het: "Wendt u naar Mij toe en wordt behouden". Gelukkig wie hier de Heere leert vrezen. En de zonde leert haten en vlieden. Wie die genade ontvangt, heeft een God voor zijn hart. Niet alleen voor de eeuwigheid, maar ook voor dit leven. In moeilijke dagen een Schuilplaats en Raadsman; in blijde dagen een Bron van vreugde. De Heere Jezus neemt voor al de Zijnen de schuld en de zonde weg en geeft vrede met God en gemeenschap met de Heere. Een vrede die alle verstand te boven gaat; een gemeenschap die eeuwig duurt.
Want 's Heeren gunst zal over die Hem vrezen,
in eeuwigheid altoos dezelfde wezen.
Capelle aan den IJssel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juni 1996
Daniel | 32 Pagina's