Mijn zoon, geef Mij uw hart
O, konden offers g jMi] uw hart O, konden offers ooit Uw heiligheid behagen Gij had, ofleer, een trouwe kneclil aan mij Maar geen geschenk heeft in Uw oog waardij Gij wilt ons hart, o God! Gij blijft het mijne vragen.
Gij wilt, dal dag aan dag 'Uw Woord mijn Gids zal wezen Mijn zielelicht, mijn hoogste J^evenswet. Dal uur aan uur, met altijd vasten tred J lot schaaf) de herder volg, uit allen uilgelezen.
Uw eis is recht, o God! De liefde moet me ontvonken. Gij wilt geen slaaf zien, maar een kind Dat willig dient, omdat het U bemint ( Deez' offerand, of leer! heb ik nog nooit geschonken!
Nee.J loero! ik wijdde C U „Nog mijn hart niet en mijn leven, Do wereld ook maakt aanspraak op die twee /.o word ik als een bare van de zee In eindeloze strijd, al op en neergedreven!
Breng Gij mijn ziel tot rust Gij God van vrede en orde! • \eeni heel mijn hart en al mijn wensen in! Voleindig Gij 't gezegende begin Opdat ik gans en al ( U heiige Tempel worde...!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juni 1996
Daniel | 32 Pagina's