JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De presentatie is vandaag anders, maar de inhoud is hetzelfde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De presentatie is vandaag anders, maar de inhoud is hetzelfde

Jeugdwerk toen en nu

11 minuten leestijd

Het zal ongeveer 32 jaar geleden zijn dat in onze kerkelijke gemeente de jeugdvereniging opgericht werd. Enkele gezinnen lazen in die tijd het jeugdblad "Daniël". In dat blad las je als jongere regelmatig een verslag van een jeugdvereniging. Blijkens zo'n verslag kwamen daar jongelui bij elkaar om onderwerpen te bespreken. Dat leek sommige jongeren uit onze gemeente ook wel wat. We spraken erover met mijnheer M. de Zeeuw, het hoofd van de VGLO-school ter plaatse, die ons verzoek bij de kerkeraad op tafel legde.

De kerkenraad reageerde aanvankelijk wat terughoudend. Een jeugdvereniging had goede leiding nodig en er waren maar enkele kerkenraadsleden. Wie moest er leiding geven ? Gelukkig hadden we daarvoor wel een oplossing. Mijnheer De Zeeuw stond achter ons voorstel. Hij zou onze voorzitter kunnen worden! De kerkenraad stemde ermee in en tot onze vreugde was de beoogde voorzitter bereid de leiding van de jeugdvereniging op zich te nemen. We kwamen bijeen op zondagmiddag in de kleine consistorie van ons houten kerkgebouwtje. In de kleine ruimte hing de indringende lucht van sigaren. In het midden stond een tafel. Wij zaten met ongeveer vijftien keurig geklede jongens en meisjes van zestien jaar en ouder in een kring om de tafel. Er kon nog een enkele stoel bij en dan was de consistoriekamer meer dan vol.

Mijnheer de Zeeuw opende de vergadering op de gebruikelijke wijze met Schriftlezing en gebed.

Daarna werden de notulen gelezen. Vervolgens waren er de ingekomen stukken en mededelingen.

Als dat achter de rug was, kreeg de inleider ofinleidster het woord. We luisterden met aandacht naar de inleiding over een bijbels of actueel onderwerp. Er was een korte pauze, waarin we gezellig konden bijpraten. Bij toerbeurt namen we van huis wat te drinken mee. Ik kan me niet meer herinneren of het thermoskannen waren met koffie en thee of dat we alleen aanmaak-limonade dronken. Na de pauze vormden we drie of vier groepjes om de vragen te bespreken. Dat gebeurde dan ook wel in de kerkzaal, omdat onze consistoriekamer daar te weinig ruimte voor bood. Na de groepsbespreking werd onder leiding van onze voorzitter de bijeenkomst met een plenaire bespreking afgerond. We zongen nog een psalmvers en de voorzitter eindigde de vergadering met dankgebed.

Zo was het toen

Ingewijden zullen in deze situatieschets de gemeente van Opheusden herkennen. De gemeente telde in ie jaren ongeveer vierhonderd len en doopleden. We waren van e houten kerk". In ons dorp werd t nog weieens als een soort éldwoord gebezigd. Als jongere d je dat niet zo fijn. Maar de gdvereniging gaf een band tusde jeugd van de gemeente. We bezochten met elkaar de districtsbijeenkomsten van het district Noord-Oost in Apeldoorn, je wist je daardoor ook betrokken bij hel kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten. Bij "de synodalen", zei men in Opheusden, om het verschil aan te duiden met de veel grotere gemeente van "de uitgetredenen". De betrokkenheid met het kerkverband werd ook onderstreept tijdens de jaarvergadering. Het districtsbestuur en diverse verenigingen uit het district brachten de felicitaties over. Zo ging dat toen. Met grote aandacht luisterden we naar de inleiding. Ik herinner me nog dat ds. G. Schipaanboord uit Apeldoorn op zo'n jaarvergadering bij ons was. Hij sprak over de jeugd en de waarachtige bekering. Bekéring is nodig, zo hield hij ons voor. Het is niet genoeg als we ons levenshuis aan de buitenkant wat opknappen. Dan lijkt het alsof de onreine geest uit ons hart is uitgegaan. Als hij echter terugkomt, vindt hij het huis wel schoongemaakt en versierd, maar totaal leeg. En hij neemt opnieuw intrek in ons hart en neemt daarbij nog zeven andere geesten mee, bozer dan hijzelf. Zo zal het laatste van die mens erger zijn dan het eerste (Mattheüs 12:43-45). Deze indringende boodschap werd aan ons hart gelegd. Zó heb ik het in Opheusden

vaak gehoord. Ik zou het willen typeren met de woorden: onderwijzend en indringend. Trouwens ook van de gewone vergaderingen van onze jeugdvereniging mocht gezegd worden dat ze altijd stof tot bezinning gaven. Als wij er ons weieens wat te gemakkelijk van afmaakten, was het onze mijnheer De Zeeuw die ons toch wat meegaf om over na te denken. Achteraf heb ik pas beseft hoe belangrijk dat wel was.

Wat beoogde het jeugdwerk?

Het jeugdwerk van toen beoogde de vorming en toerusting van jongeren. Daar had je als jongere niet zo direct erg in. je ging om de twee weken naar de jeugdvereniging, je bezocht met elkaar de districtsbijeenkomsten en natuurlijk vormde de landelijke bondsdag het jaarlijkse hoogtepunt. De contacten met de jeugdbond waren echter schaars. De bond bestond toen louter uit vrijwilligers en het aantal activiteiten lag een stuk lager dan tegenwoordig.

Aan het eind van de zestiger jaren kwam jeugdwerkadviseur M. Golverdingen bij de Jeugdbond werken. Hij kwam op bezoek bij het districtsbestuur, waar ik toen deel van uit maakte. Hij vertelde ons een en ander over de doelstelling en de activiteiten van de jeugdbond. Je proefde een stukje zorg over het welzijn van de jongeren van de gemeenten. Hij nam ons ook mee naar het verleden en vertolkte met behulp van citaten uit De Saambinder de visie van ds. G. H. Kersten op het jeugdwerk. Opmerkelijk dat deze predikant al in de twintiger jaren oog had voor de godsdienstige opvoeding van de jeugd. Bekend is zijn streven naar eigen scholen op gereformeerde grondslag. Minder bekend is dat ds. Kersten ook het jeugdwerk een eigen plaats gaf met het oog op de toerusting van jongeren. "En wilt ge dan zoo'n saamvergaderen, onder leiding van het ambt, een jongelingsveereniging noemen, 'k moet eerlijk zeggen, ik kan het niet kwaad maken, neen, ik zou het moeten prijzen als het daar komen kon. En ik heb menigmaal gedacht zoo alleen (middelijk gesproken) een bolwerk te kunnen werpen tegen de macht van wereldzin en ongeloof, die onze jongens aangrijpt" (De Saambinder 11 februari 1921). In het RD van 10 mei 1971 worden deze woorden door jeugdwerkadviseur Golverdingen nog eens onderstreept. "Ik zie het jeugdwerk als een opdracht van de kerk om in deze tijd van verregaande ontkerstening jonge mensen te beschermen tegen alle vormen van modern individualisme. Er zijn nauwelijks nog normen meer en daarom is het ook belangrijk dat de waarde van de bijbelse norm weer ingezien wordt. Voorde toekomst verwacht ik een toenemende beïnvloeding van de tijdgeest omdat de moderne maatschappij steeds sterker ontwikkelde tendensen vertoont met een onschriftuurlijk karakter die een enorme zuigkracht uitoefenen. Daarom is het jeugdwerk in de toekomst nog noodzakelijker dan het nu al is".

Het jeugdwerk: een blijvende opdracht

Op zaterdagavond komt ergens in ons land de jeugdvereniging bijeen. Er zijn ongeveer vijftig jongelui aanwezig. De voorzitter opent op de gebruikelijke wijze. Daarna geeft de secretaresse een kort verslag van de vorige verenigingsavond. Na enkele inleidende opmerkingen bij het gelezen

Schriftgedeelte worden acht groepen gevormd voor een bijbelstudie. De vragen sluiten direct aan bij het bijbelgedeelte, waarbij de lijnen ook doorgetrokken worden naar het heden. Er is een ruime pauze voor de onderlinge ontmoeting. Voorafgaand aan de pauze doet de secretaresse nog een paar mededelingen. Er is onder andere een uitnodiging van de jeugdbond voor het bijwonen van een meerdaagse conferentie over "jongeren en sacramenten". In de pauze is daar veel belangstelling voor. Elders in de zaal maakt een stel jongeren afspraken over het schrijven van een brief naar een jeugdvereniging van de jonge kerk in Nigeria. Na de pauze is er een plenaire bespreking. Er wordt goed gereageerd vanuit de groepen. De voorzitter rondt de bespreking af met een per-

Zomaar een fijne verenigingsavond. Wat de vormgeving betreft wellicht iets anders dan dertig jaar geleden, maar de inhoud is wezenlijk hetzelfde.

Leg je zo'n verenigingsavond naast de doelstelling van het kerkelijk jeugdwerk dan zijn er drie dingen die mij opvallen.

7. Het gaat in het jeugdwerk om de bezinning op de persoonlijke levensvragen

Die komen naar voren naar aanleiding van de bijbelstudievragen. Er wordt gesproken over zonde en genade en over de noodzaak van het werk van de Heilige Geest. Merkbaar is dat er jongeren zijn die wor-stelen met persoonlijke levensvragen. Wat is het belangrijk dat ze deze vragen kunnen stellen in de eigen vetrouwde omgeving.

2. Het gaat in het jeugdwerk om de betekenis van Gods Woord voor de tijd waarin we leven

De jongeren leven vandaag in een tijd waarin normen en waarden in snel tempo veranderen. Het is van groot belang dat op de verenigingen nagedacht wordt hoe op grond van de Bijbel onze houding moet zijn ten opzichte van moderne ontwikkelingen. De vraag is: hoe kun je meedoen en toch jezelf blijven. Meestal geeft de Bijbel geen rechtsstreeks antwoord. Daarom is het van belang dat op de jeugdavond in de bijbelstudievragen ook de lijnen worden doorgetrokken naar vandaag. Op een andere verenigingsavond kan een actueel thema de insteek zijn waarna lijnen getrokken worden naar Gods Woord.

Benadrukt wordt ook, onder andere tijdens de tweejaarlijkse acties, dat zorg voor de ander, dichtbij en veraf, een bijbelse opdracht is. Ook dat is een belangrijk stuk vorming.

3. Hetgaatin het jeugdwerk om het vormen van een onderlinge band tussen de jongeren van de gemeente

De vriendenkring heeft een grote invloed op het leven van jongeren. Verkeerde vrienden hebben een negatieve invloed, terwijl goede vrienden van grote waarde zijn. Dat is reeds talloze malen in de praktijk bewezen. Het is fijn om op de vereniging, tijdens een jeugdweekend of districtsbijeenkomsten op een vriendschappelijke manier met elkaar om te gaan. Waardevol is dat. In de eerste plaats voor jongeren zelf. Maar ook voor de band met de gemeente, jeugdwerk en gemeente behoren bij elkaar. Dat is in de negentiger jaren niet zo eenvoudig. Er zijn immers nogal wat alternatieven, met name voor de +16 verenigingen, je behoeft er vrijdags het RD maar voor op te slaan. Daarbij komt dat jongeren anno 1996 veel mobieler zijn en veel meer geld hebben dan jongeren dertig jaar geleden.

orde waar we dertig jaar geleden nog nooit van gehoord hadden, laat staan over nadachten. Sommige zaken bestonden eenvoudig niet. Het woord abortus kon je een plaats geven, maar van euthanasie had je nog nooit gehoord. Over homofilie werd niet gesproken; aids en ivfbevruchting en donor codicil waren nog niet aan de orde. En wat wist je van een computer? Van internet? Van house-party's, drugs en XTC? Nooit van gehoord; allemaal zaken van de laatste decennia. Onze samenleving is ontegenzeggelijk veel ingewikkelder en onrustiger geworden.

De jeugdbond probeert de verenigingen ook op deze terreinen van werkmateriaal te voorzien. Veelal door middel van Mivo maar ook wel dooraudio-visuee) materiaal. Ons doel is dat leidinggevenden en leden er mee aan het werk kunnen, om jongeren toe te rusten voor het staan in deze wereld. En dat valt voor veel leidinggevenden vandaag niet mee. Leiding geven aan jongeren vraagt een bewogen hart, maar ook kennis van zaken. Leiding geven is vandaag niet minder moeilijk dan vroeger. De diversiteit van vragen neemt als maar toe. Daarbij verandert de leefwereld van de jongeren voortdurend. Je ontkomt er als leidinggevende niet aan om je grondig in te leven in hun leef-en denkwereld.

Gelukkig dragen veel kerkeraden vandaag de zorg voor de jeugd en het jeugdwerk mee. Wat dat betreft is er veel ten goede veranderd. Het doet goed om tijdens een plaatselijk jeugdwerkoverleg te merken dat ambtsdragers meeleven en het werk onder jongeren meedragen in het gebed.

Het jeugdwerk straks

Het jeugdwerk in de gemeente is niet gebaat met opzienbarende dingen. Het is wel gebaat bij een goede voortgang, die gedragen wordt door een besef van diepe afhankelijkheid van Gods zegen. Ook in de toekomst zal het nodig zijn om jongeren toe te rusten. Gelet op de ontwikkelingen in kerk en samenleving wordt het jeugdwerk nadrukkelijker dan ooit te voren geroepen om jongeren de weg te wijzen. Schriftonderzoek blijve daarbij uitgangspunt, terwijl de belijdenis van de kerk van de Reformatie richtinggevend zal moeten blijven.

Kerkelijk jeugdwerk functioneert binnen de grenzen van de kerkelijke gemeente. Dat geeft soms wat beperkingen. Jongeren van de kerk groeien op met de interkerkelijkheid. En als je dan toch pleit voor kerkelijk jeugdwerk wordt dat niet altijd begrepen. Men vermoedt daarin soms een vorm van kerkisme. Toch gaat het daar niet om. In een tijd van individualisme biedt het kerkelijk jeugdwerk de mogelijkheid om de band met de gemeente, waar de Heere je een plaats gegeven heeft, te versterken. Daar willen we de jongeren graag blijvend op aanspreken. Bovenal dient de kern van de boodschap van Gods Woord centraal te blijven: de dood in Adam en het leven in Christus. Het gaat immers op een eeuwigheid aan? ! Er is een wonder in ons leven nodig. In het besef dat de Heere Zich wil binden aan de middelen, zullen we ook op de verenigingen doorgaan met het doorgeven van de boodschap van vrije genade.

Ik hoop dat vele jongeren actief bij dit jeugdwerk betrokken blijven. We kunnen de jongeren niet missen. Ze zijn immers de toekomst van de kerk. We hebben echter evenzeer mensen nodig bij wie de jongeren terecht kunnen. Mensen die hen willen helpen, begeleiden, sturen en voorleven. Mensen die jongeren jaloers maken op de dienst van de Heere. En dat tot eer van God, de uitbreiding van Zijn Koninkrijk en het heil van onze jongeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1996

Daniel | 40 Pagina's

De presentatie is vandaag anders, maar de inhoud is hetzelfde

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1996

Daniel | 40 Pagina's