JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De zienden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De zienden

BELICHT

4 minuten leestijd

Het ware leven wordt door God ontstoken in 't koude hart, dat tegen Hem zich kant. Eén straal van liefde en wij zijn verbroken: het nieuwe leven wordt in 't hart geplant.

Dit schijnsel heeft de blinde ziel ontloken. Zij ziet de wereld met vernieuwd verstand. Zij hoort de wonderen, nooit uitgesproken, en wederliefde zet de ziel in brand.

Zoals na zwarte nacht het licht gaat dagen, heel schuchter in de schijn van 't morgenrood en alles gaat ontwaken uit de dood,

zo zien wij klaar met ogen die niet zagen het wonder van het leven en gewagen: wat zijn wij klein, maar God alleen is groot!

M. Nijsse

De Zeeuwse dichter Marinus Nijsse (1904-1978) heeft aan de wieg van ons blad 'Daniëi' gestaan. Hij heeft ook heel veel voor het beginnende jeugdwerk in onze gemeente, vooral in Zeeland, mogen betekenen. En... Nijsse was in de kring van de Gereformeerde Gemeenten zo'n beetje de enige dichter die een stuk boven de middelmaat uitkwam. Hij heeft heel wat gedichten geschreven en gepubliceerd in dit blad. Op latere leeftijd kwam hij tot bundeling van zijn werk. Eén van Nijsses beste bundels heb ik altijd De Levensgang gevonden. Het is een uitgaafje van het 'Smytegeltfonds' te Middelburg. Ik vermoed dat de bundel antiquarisch nog wel te verkrijgen is. Daarin bevindt zich een reeks gedichten onder de titel Het wondere leven. Deze gedichten zijn allemaal sonnetten. De meesten van jullie hebben op school geleerd wat een sonnet is: een gedicht van veertien versregels, tweemaal vier en tweemaal drie regels. Het sonnet valt dus als het ware in twee delen uitéén. Daarom moet er, volgens de officiële regels, tussen de eerste acht en de laatste zes regels een zogenaamde 'wending' zijn, een omkeer wat de inhoud betreft. Er mogen bovendien maar vier rijmklanken gebruikt worden aan het eind van de regels. Nijsse heeft zich daar streng aan gehouden. Kijk maar naar dit gedicht. Je zult zien dat alle kenmerken kloppen! Het kunststukje dat Nijsse in deze bundel verder uithaalt, is dat hij een aantal sonnetten bij elkaar geschreven heeft, die hij indeelt in vier groepjes: twee groepjes van vier en twee groepjes van drie sonnetten, veertien in totaal. De opbouw is dus dezelfde als die van een sonnet zelf! Nijsse was hiermee nog niet tevreden en liet aan de eigenlijke 'sonnettenkrans' nog een voorzang voorafgaan, die uit vier sonnetten bestaat. De cyclus wordt afgesloten met een nazang van drie sonnetten. Helemaal aan het begin geeft de dichter een introductie in de vorm van een lang gedicht van acht strofen van zes regels, dat dus niet de vorm van een sonnet heeft. De voorzang bezingt het werk van de Schepper en de nazang spreekt over de schepselen. Daartussen wordt in de eigenlijke 'sonnettenkrans' - dus in de veertien sonnetten - de levensgang van de mens uitgebeeld. Je ziet, hoe knap de dichter deze bundel heeft samengesteld. Toch eens aan denken als er nog een gedichtenbundel op je literatuurlijst ontbreekt!

Het gedicht dat nu belicht wordt, is het op één na laatste in de gehele cyclus. Het is het middelste gedicht in de nazang over de schepselen. De drie gedichten hierin heten achtereenvolgens De blinden, De zienden en De wachtenden. Zie je dat in De zienden eigenlijk de wedergeboorte wordt 'besproken'? Het nieuwe leven, dat gewekt wordt door de liefde, is uit God. Dat is de inhoud van de eerste strofe. De tweede strofe beschrijft de reactie van de ziel. Daarmee is de eerste helft van het gedicht weergegeven. Is er nu een wending? Ja, in de eerste helft worden de 'feiten' weergegeven; in de tweede helft wordt in de vorm van een breed uitgewerkt beeld de conclusie getrokken: wat zijn wij klein en wat is God groot!

Je merkt wel, dat dit geen 'moeilijk' gedicht is. Je hoeft het niet drie of vier keer te lezen, voordat je snapt wat er staat. Op een enkel verouderd woord na ('ontloken' betekent ontsloten; 'klaar' betekent duidelijk!) kun je de inhoud van dit gedicht direct begrijpen. Je kunt het zien als de dichterlijke verwoording van wat je in de prediking hoort als het over de wedergeboorte en de bekering gaat. Een preek op rijm dus? Daar is Nijsse niet altijd aan ontkomen, maar in zijn beste poëzie heeft hij toch een eigen zeggingskracht die boven het loutere berijmen van waarheden uitgaat. Dit gedicht is daar naar mijn mening een voorbeeld van. Zoals na zwarte nacht het licht gaat dagen, /zo zien wij klaar met ogen die niet zagen / het wonder van het leven... Dat is taal die boven het beredeneren uitstijgt, maar uitdrukking is van ervaring, beleving, bevinding.

C. Bregman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1996

Daniel | 40 Pagina's

De zienden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1996

Daniel | 40 Pagina's