JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Is er iemand die zegt: „Zie hier ben ik, zend mij henen?”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Is er iemand die zegt: „Zie hier ben ik, zend mij henen?”

Interview met ds. G. Clements uit Izi

8 minuten leestijd

Enkele jaren geleden stond het in ons jongerenblad. Je herinnert het je misschien nog wel. Het gebeurde tijdens een zendingsbijeenkomst in Londen. Rond de eeuwwisseling. De predikant die voorging had indringend gesproken over de oogst die groot is en het gebrek aan arbeiders op de zendingsvelden. Hij had een appelerend woord gesproken tot de jonge mensen en gevraagd of er dan echt niemand was, bedeeld met gaven van hoofd en hart, die zich geroepen wist tot die arbeid in Gods Koninkrijk. En ineens rent er uit de zaal een klein meisje naar voren dat roept: "Oh Lord send me, oh Lord send me". Het werd heel stil in de zaal. De reactie van het meisje greep enkele jonge mensen zo aan dat het hen niet meer los liet. Het maakte hen werkzaam met de zendingsroeping en uiteindelijk mocht dit leiden tot dienst in de zending.

We kunnen uit dit voorval leren dat de Heere eenvoudige middelen wil gebruiken om jonge mensen te roepen tot de zendingsdienst. Daarom is het ook goed om telkens weer de zendingsroeping van de kerk te onderstrepen. Zoals dat in Londen gebeurde. En nu in ons jongerenblad rond pinksteren 1996. We zijn ds. G. Clements dankbaar dat hij de zendingsroeping aan ons hart wilde leggen.

Wat betekent Pinksteren voor u?

Dat er nog wonderen gebeuren. Wat is een wonder, zul je vragen? Dat is iets wat niet kan en toch gebeurt. Vijanden worden vrienden, haters worden liefhebbers, afkerigen worden gewillig. Mensen die de zonde indronken als een zoete drank gaan verlangen naar reinheid en heiligheid. Zij die leefden voor de dag raken bekommerd over hun eeuwige toekomst.

Wat is het eerste en voornaamste doel van het zendingswerk?

Hetzelfde doel als waarmee jezus Zijn zending eens samenvatte: Vader, Ik heb U verheerlijkt op de aarde" (johannes 15:4).

In de moderne zendingsgedachte is het spreken over een kosmische Christus een bekend thema. Kunt u dit wat toelichten?

Moeilijke vraag. Op de grote werelzendingsconferenties van deze eeuw vroeg men zich af: wat betekent Jezus Christus voor de wereld? Men sprak toen over de kosmische Christus, Die in alle levensovertuigingen te vinden is. Ook in nietchristelijke religies zoals in het boeddisme en hindoeïsme is Christus te vinden, namelijk in de boodschap van mensenliefde en gerechtigheid. Christus is dus niet meer nodig als Borg en Middelaar voor mijn persoonlijke schuld maar 'slechts' het grote voorbeeld voor aardse vrede en gerechtigheid. Het uiteindelijke resultaat van deze gedachte is dat het zendingswerk is ingeruild voor ontwikkelingswerk.

Is de zendingsgedachte alleen in het Nieuwe Testament te vinden?

Nee, ook in het hele Oude Testament. De roeping van Abraham in Genesis 12 heeft als doel: En in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden" (Genesis 12:4). De opmerkzame Bijbellezer vindt deze gedachte op vele plaatsen in het Oude Testament terugkeren.

In het zendingsbevel treffen we verschillende accenten aan. Heeft dat speciale betekenis?

Het zendingsbevel luidt: Ga dan heen en onderwijst alle volkeren dezelve dopende" (Mattheus 28:19). De doop is betekenisloos wanneer de prediking en het geloof er niet aan voorafgaan, zoals steeds weer blijkt in het Nieuwe Testament. Denk aan de geschiedenis van de Moorman. De verbinding tussen prediking en doop wordt dus gelegd door het wonder van de waarachtige wedergeboorte. Eens op een zondag heb ik tachtig mensen gedoopt. Zo'n dag is onvergetelijk, vooral wanneer er 's avonds op gezelschap getuigenissen worden afgelegd.

Enige weken terug hadden we zo'n bijzondere zondagavond waar wel zeventig mensen waren.

Verschillende, ook jonge mensen gaven er verslag van wat God voor hun ziel betekende. Ik heb niet anders dan met grote ontroering zitten luisteren en dacht aan mijn intredetekst terug: „Morenland zal zich haasten zijn handen tot God uit te strekken".

Wat is het werk van de Heilige Geest in verband met de verkondiging van het evangelie?

Ledeboer zingt in een bekend versje: „Door Woord en Geest in 't hart geraakt, waardoor de zondaar wordt gestaakt, te hollen op het hellepad". De zendeling staat te prediken tussen mensen die hollen naar de hel. Er is geen doen aan. Ik ervaar dat aan den lijve. Het is mijn gewoonte om iedere woensdagavond een heidense familie te bezoeken met twee studenten. Een heiden heeft een hart als een keisteen. Ze spotten met je. Bij terugkeer denk je dan: hoe is het mogelijk dat er hier in Onuenyim nog een mens in de kerk zit. En toch zitten ze er, en wel zo'n vijfhonderd soms zeer betrokken hoorders. In de hand des Geestes is het Woord een tweesnijdend scherp zwaard. De heiden gaat vragen naar de Heere en Zijn sterkte.

Waarom kent het gereformeerd protestantisme geen rijke zendingstraditie?

Inderdaad ontdekte ik tot mijn ontzetting dat Afrika grotendeels rooms is en bepaald niet gereformeerd. Ook in Izi is de roomse kerk beduidend sterker. In een stad als Abakaliki gaan er tweehonderdvijftig mensen bij ons ter kerke, Rome vergadert er wel vijfentwintigduizend onder haar vleugels. Misschien komt het wel omdat wij steeds in de verdediging hebben gestaan. In de zestiende en zeventiende eeuw waren we in de weer tegen de vervolgingen van Rome. In de achttiende en negentiende eeuw waren we in strijd gewikkeld met de opkomende Verlichting. Sinds de tweede helft van de negentiende eeuw is de gereformeerde zending pas goed op gang gekomen. Echter al gauw kreeg het modernisme de grote protestantse kerken in de greep, waardoor alle zendingsvuur doofde.

Is de stelling juist dat de sterke nadruk op de verkiezingsleer een belemmering vormde in de zendingsactiviteit?

Nee, ik denk niet dat dit juist is. Een historicus schreef eens: „De verkiezing vormde de ruggegraat der calvinisten". Het Schriftwoord „Mijn raad zal bestaan en Ik zal al Mijn welbehagen doen", gaf aan de zwaar vervolgde calvinisten in Frankrijk en de Nederlanden een onuitsprekelijke troost. Zij beleden de waarheid die zij hadden lief gekregen, zelfs tot op de brandstapels. Het geheim van hun geloofsmoed was: „Ik berust in 's Heeren welbehagen, Hij doet welhaast mijn heilzon dagen".

Wat betekent dat de diepste wortel van het zendingswerk ligt in de Missio Dei?

Missio Dei wil zeggen: de zending is van God. Zij ontstaat niet uit het activiteit van mensen, maar heeft haar enige oorsprong in God. Onze Heidelberger verwoordt het zo, dat de „Zone Gods uit het ganse menselijk geslacht Zich een gemeente vergadert" (antwoord 54). In het licht van de 'Missio Dei' komt het werk van mensen niet in aanmerking. „Zo is dan noch hij die plant iets, noch hij die natmaakt, maar God Die de wasdom geft" (1 Korinthe 3:7).

Welke elementen liggen er in de gereformeerde traditie opgesloten die een stimulans kunnen zijn voor het vervullen van een zendingsroeping?

Uit de vele zou ik er een willen noemen: et vreemdelingsleven. Een der schoonste hoofdstukken in Calvijns Institutie is getiteld: de overdenking van het toekomende leven. Wanneer dat waarachtig in mij leeft, biedt dat een krachtige bemoediging om bij gemis van uiterlijk gemak in Zijn liefdesdienst een heel leven werkzaam te zijn. Paulus was zo'n pelgrim en zei: Ik ben zeer overvloedig van blijdschap in al onze verdrukking" (2 Korinthe 7:4). Gisteren kreeg ik nog een brief onder ogen van een oude zendingswerkster, die wel heel weinig in deze wereld heeft. Zelden las ik een brief met zoveel vreugde in God en Zijn dienst.

Is zending een opdracht van de gemeente?

Ja, aan de voltooiing van het zendingswerk is zeifs de wederkomst van Christus verbonden. Gods gemeente bidt daarom. In de (evende arbeid der zending wordt het gebed van Openbaring 22 zichtbaar: „En de Geest en de Bruid zeggen: Kom!"

Hoe dient de gemeente hieraan vandaag gestalte te geven?

Door in woord en wandel te belijden dat we gasten en vreemdelingen op de aarde zijn. Alleen zo betonen we klaarlijk aan de heidenen, dat we een ander vaderland zoeken. Soms hoor je wel eens vragen: leeft de zending wel in de Gereformeerde Gemeenten? Wel, als dat niet zo zou zijn, dan hebben we de tegenwoordige wereld lief gekregen. Dan zijn we als Demas, die Paulus op zijn zendingsreizen de rug toekeerde.

Is het dienstbetoon in de zending alleen een middel om de weg te banen tot Woordverkondiging of is ze meer? Denk bijvoorbeeld aan het medische werk.

Het is er onlosmakelijk aan verbonden. We lezen van Christus dat Hij 'het land doorgegaan is, goeddoende en genezende'. Misschien mogen we het ook vergelijken met jezus' samenvatting van de wet. Het eerste en grote gebod is dan de prediking en het tweede aan dit gelijk is de dienst der barmhartigheid.

Op welke manier kan de zending dienstbaar zijn aan de opbouw van de jonge kerken (NRC)?

Er zijn eigenlijk twee fasen in het zendingswerk. De pioniersfase en de fase van de opbouw van een jonge kerk. In deze tweede fase zitten we nu in Nigeria en ook in Indonesië, je moet dan proberen veel teugels uit handen te geven, je staat nu naast hen en doet alles samen met hen. De NRC telt op dit ogenblik vijf predikanten en achttien evangelisten. Zelf ben ik verbonden aan de oudste gemeente van deze nog jonge kerk. Op maandagavond ga ik meestal met een ouderling op huisbezoek. Op dinsdag is er catechisatie en op donderdag wordt de Christenreis van Bunyan behandeld in de gemeente.

Is de zendingstaak in Nigeria langzamerhand voltooid?

Ja, waarschijnlijk wel. Nu hebben we nog het grootste team dat bij onze zending werkzaam is. Vermoedelijk zal het in de komende jaren aanzienlijk kleiner worden. Veel taken worden door bekwame Nigerianen overgenomen.

Ziet u er naar uit dat er jongeren zijn met verlangen in hun hart om te bidden en te werken voor de uitbreiding van Gods Koninkrijk?

Ja, omdat dit verlangen de Godsvrucht uitmaakt van alle vromen in de Schrift. David beëindigde met dit verlangen zijn gebeden, wanneer hij zegt in Psalm 72: „De ganse aarde worde met Zijn heerlijkheid vervuld". Veelzeggend is dan het daaropvolgende en dubbele: „amen, ja amen".

Heeft u nog een slotopmerking?

We zien zeer uit naar een evangelist in Abakaliki stad. Evangelist T. J. Rijneveld heeft hier acht jaar gewerkt en moet zich uit dit werk losmaken. Er is daar een gemeente van zo'n tweehonderdvijftig mensen ontstaan. Ik heb er de laatste tijd iedere maand mogen preken. Elke zondag zijn er nieuwe mensen. We mogen de hoop koesteren dat dit een grote gemeente gaat worden. Het nieuwe kerkelijke centrum wordt nu gebouwd en is prachtig gesitueerd tegen een berghelling, die uitziet over de hele stad. Het is het gebed en de hoop van kerk-en zendingsmensen dat er iemand in Nederland is die van harte zegt: „Zie hier ben ik, zend mij henen" (Jesaja 6).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 mei 1996

Daniel | 34 Pagina's

Is er iemand die zegt: „Zie hier ben ik, zend mij henen?”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 mei 1996

Daniel | 34 Pagina's