Levenslied
Daarom, wanneer ik sterf - ik sterf echter niet meer - en iemand vindt mijn schedel, zo predike hem deze schedel nog: ik heb geen ogen, toch zie ik Hem. Ik heb geen hersens, noch verstand, toch omvat ik Hem. Ik heb geen lippen, toch kus ik Hem. Ik heb geen tong, toch loof ik Hem met u allen, die Zijn naam aanroepen. Ik ben een harde schedel, toch ben ik geheel week en versmolten in Zijn liefde. Ik lig hier buiten op het kerkhof, toch ben ik binnen, in het paradijs! Alle lijden is vergeten! Dat heeft voor ons Zijn grote liefde gedaan, toen Hij voor ons Zijn kruis droeg en uitging naar Colgotha.
(Romeinen 6:10). Het is echter een zaak die geloofd en niet gezien wordt.
Een brief over de komma
In een brief aan Jonkvrouwe Ph. van Verschuer (zijn latere "tweede" vrouw) schrijft hij over de ontdekking van de komma. In het Grieks staat die er natuurlijk niet, maar bij het lezen in de grondtaal werd het duidelijk, waarom die komma er moet staan.
Hij las Romeinen 7 : 14 zo: Ik ben vleselijk, onder de zonde verkocht". "... Ik weet niet, dat mij in mijn leven iets meer heeft aangegrepen, als die komma te zien. Ik viel neder voorde Heere, loofde Zijn Naam, prees Zijn erbarming, en schreef met een mijzelf onbegrijpelijke snelheid de preek op zonder tussenpozen. Van buiten leren kan ik dezelve niet, daar het mij onmogelijk is niet te improviseren; de gehouden preek moet nog sterker geweest zijn, intussen is de gedrukte zakelijk dezelfde".
In een volgend artikel luisteren we naar de kritiek van Da Costa en onze houding ten opzichte van Kohlbrugge.
Henrik Ido Ambacht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 mei 1996
Daniel | 34 Pagina's