Niet vergeten
deel 2
„ja", zegt opa, „jullie hebben gelukkig geen oorlog meegemaakt. Wij wel. Het is vreselijk. Dan ben je geen baas in eigen land. Vreselijk, als er altijd vijandige soldaten rondlopen om zoveel mogelijk te verwoesten. In de oorlog zijn er steden plat gebombardeerd. Dat hebben jullie toch wel in de boeken van de vaderlandse geschiedenis gelezen? Dat wordt op school toch wel verteld? Uit de vaderlandse geschiedenis kun je Gods daden ook zo duidelijk opmerken. En... die mogen wij niet vergeten!
Op een keer, 't was al laat in de avond, moest ik nog even naar mijn werk. Eigenlijk mocht er niemand meer op straat lopen van de vijand. Maar ja, ik moest. Zo zacht mogelijk liep ik over de stoep. Het was pikdonker. Stil... hoorde ik voetstappen? ja. Opeens scheen het licht van een zaklantaarn in m'n gezicht. Halt... klonk het ruw. In de duitse taal werd er gevraagd waar ik heen moest. De soldaat zette zijn revolver op mijn borst. Eén schot, en ik was er geweest. Een momentom niet te vergeten. Niemand kon helpen. Alleen God. Hij zag ons staan. In gebroken duits zei ik dat ik naar mijn werk moest. De soldaat dacht eerst dat ik verraderswerk deed. 'k Zei nog een keer dat ik echt naar mijn werk moest. De revolver zakte en hij liet me gaan. De tranen sprongen in m'n ogen. Weer wonderlijk gespaard, 't Is allemaal echt gebeurd, kinderen". Voor opa verder praat zegt jos: „Niet vergeten". Het is er uit voor hij er erg in heeft.
„En... en... ik vergeet nooit dat u zo erg ziek geweest bent", zegt Marian. „Dat is nog niet zolang geleden', zegt oma.
„Nee, dat zal ik nooit vergeten", zegt opa. „Toen heeft de Heere niet alleen aan m'n zondig hart geklopt, maar ook in mijn hart gesproken. In mijn zondig hart. Wat een wonder kinderen, je weet, opa was dichtbij de dood. Er kwam een nood in mijn hart. Die nood werkte de Heere. Hij liet me tot Hem roepen, net als de tollenaar. O God, wees mij zondaar genadig. Ik dacht dat ik moest sterven zonder de Heere. Maar de Heere zei in mijn hart: je zult niet sterven maar leven. En toen werd het rustig in uw hart".
Opa zit met tranen in de ogen. „Niet sterven maar leven", zegt hij nog eens. „Dat is genade-werk kinderen. Wat wordt dan alles anders. Je wordt 20 bedroefd over je zonden.
Bedroefd naar de Heere. Het is waar wat er in de Bijbel staat: de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid. Dat betkeent dat je de Heere niet meer kunt missen. En... wie Hem aanroept in de nood, vindt Zijn gunst oneindig groot. Wat een liefde! Dat wonder kan gebeuren als je jong bent. Maar ook nog als je al oud bent. Maar... zolang moet je niet wachten. Want je weet niet of je oud wordt. De Heere is het zo waard om je jonge hart aan Hem te geven. Hij vraagt er om".
„Opa", zegt Jos verlegen, „opa, u kunt niet meer zo hard werken als vroeger hè? "
„Nee jongen", zegt opa. „Maar u hebt toch nog werk". „Wat dan? " vraagt opa.
„Over de Heere vertellen", zegt jos. , , 'k Hoop dat de Heere me daarbij helpt, kinderen", zegt opa. „Ik kan het niet in eigen kracht. Maar de Heere wil dat we Zijn werk doorgeven".
Het was een fijne middag met elkaar. Ze drinken nog wat. Praten nog even na en dan gaan jos, Marian en Laurens naar huis.
Twee woorden klinken nog na, als het luiden van een klok: niet vergeten, niet vergeten, niet vergeten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 mei 1996
Daniel | 34 Pagina's