JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

3.000 jaar eruzalem

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

3.000 jaar eruzalem

Bondsdag 7 996

15 minuten leestijd

In zijn openingsmeditatie van de 49ste bondsdag vraagt ds. C. A. van Dieren of Jeruzalem wel de oudste rechten en heerlijkheid heeft om daar bij stil te staan. Heeft Babel geen oudere rechten? Reeds in Genesis 11 wordt gesproken over haar schoonheid en onoverwinnelijkheid als het middelpunt der aarde?

Daarom hebben wij ogen met verlichting door de Heilige Geest nodig om de schoonheid van Jeruzalem boven Babel te zien, zoals ook de dichter van Psalm 2: "Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, de berg Mijner heiligheid”.

David, de gezalfde koning des Heeren, de man naar Gods hart, heeft Jebus overwonnen. Hij heeft de stad, waarvan de jebusieten zeiden: "Gij zult hier niet inkomen, maar de blinden en kreupelen zullen u afdrijven" (2 Samuël 5) ingenomen en heeft het gemaakt tot de stad op de berg Mijner heiligheid.

De Jebusieten zeiden: David zal hier niet inkomen. "Is dat bij u anders? " vraagt de predikant. Jeruzalem is menigmaal bedreigd geweest, het machtige Babel heeft het weggevaagd tot puinhopen, tot gruis gesteld. Niemand vroeg meer naar Sion.

De Heere scheen van Zijn verbond niet meer te weten... totdat Hij, Die gedachten des vredes gehad heeft, de Eeuwige, de Onveranderlijke, Zijn Koning zond om het geestelijk Sion te overwinnen. Dat Sion ligt vast in het welbehagen Gods. "Ik zal al Mijn welbehagen doen".

Zalven betekent: wijden, de ordening van het ambt door offeranden.

Hoewel Jeruzalem het niet haalde bij de schoonheid van Babel, hier schittert het door genadeheerlijkheid. Zo zien wij met het natuurlijk oog niet de beminlijkheid van Christus op Goede Vrijdag. "Zie uw Koning", zei Pilatus. Hij had geen gedaante noch heerlijkheid. Toch heeft Hij getriumfeerd toen Hij uitging op de opstandingsdag. Sion betekent letterlijk: dorre, hete grond. "Begrijpt u dat ? ", vraagt ds. Van Dieren. Bazan was veel heerlijker en Hermon ook! In het voorbijgaan van Bazan en Hermon is Sion gezalfd. Dat is het wonder! De spreker vraagt of ze er nog zijn, die en/aren te zijn dorre, hete grond, onvruchtbaar, onaantrekkelijk en waardeloos, die - na ontvangen genade - op de Paasdag zitten met gesloten deuren, gebonden in de staat des doods? De heerlijkheid van Sion komt van de gewilligheid van haar Koning, Die geboren is in Bethlehem en gekend wordt in Zijn vernedering. Die de kroon der schande heeft willen dragen. Die met doornen en distelen is gekroond geweest, op de troon van het kruis de schuld heeft weggedragen om een menigte van vijanden te geven vreugdeolie voor treurigheid en het gewaad des lofs voor een benauwde geest.

Tenslotte wijst de voorzitter op Openbaring 18, waar gesproken wordt over het enorme Babel, het rijk van de antichrist, dat gevallen is en zal ondergaan en niet meer zijn. Maar Sion, Jeruzalem, blijft over als een bruid die voor haar man versierd is. Dominee vraagt op deze dag heen te zien naar het eeuwige Jeruzalem, dat eerst de Jood en ook de heiden als onderdaan van Sions Koning ten erfdeel zal vallen.

Als de Heere Sion zal opgebouwd hebben

Na het lezen van de brieven aan Hare Majesteit Koningin Beatrix en Hare Koninklijke Hoogheid Prinses juliana, klinken plechtig de verzen 1, 5 en 6 van het Wilhelmus.

Zijn referaat over "Als de HEERE Sion zal opgebouwd hebben" begint ds. P. van Ruitenburg uit Dordrecht met het lezen van Psalm 102:4-1 7.

In het verband van de tekst zegt dominee, dat de dichter van deze Psalm ziek te bed ligt. Hij moet sten/en. Hij is onderdrukt en overstelpt, broodmager. Het eten gaat niet meer. Hij legt zijn nood aan de Heere voor: "Mijn dagen zijn vergaan als rook, ik ben een roerdomp der woestijn". Hij kan de slaap niet meer vatten en niemand kan hem helpen. Hij is een eenzame mus op het dak. Dominee vraagt zijn luisteraars: "Wat zal het voor ons zijn die grote stap te moeten doen op een ogenblik, dat elke dag dichter bij komt!". De dichter weet het: dit is het werk van God. De Heere had hem verheven, maar vanwege Zijn verstoordheid nedergeworpen. Dominee stelt, dat de dood geen noodlot is, maar schuld! Het is zo belangrijk te weten waar ónze schuld gebleven is. Sommige uitleggers menen, dat het volk Israël wordt bedoeld, dat hier neerligt. Spreker houdt het ervoor, dat deze Psalm een klaaglied is van één persoon. Luister naar deze stervende! Deze man gelooft, dat de Heere blijft: "Maar Gij, HEERE! blijft in eeuwigheid.... Gij zult opstaan, Gij zult U ontfermen over Sion". De uitgeteerde dichter is niet moedeloos. Hij kan wel gemist worden. Hij verlustigt zich erin, dat de Heere eeuwig is en dat God aan Zijn eer komt. Dominee vraagt: "Is dat geen blijk van genade? ". Dat is écht, dat is van God, om in de benauwdheid te weten dat de Heere Sion zal bouwen. Daniël wist ook, dat het volk naar het oude vaderland zou terugkeren. Wat een zegen als we ons werk aan de Heere kwijt kunnen en te weten dat Zijn werk gelukkiglijk zal voortgaan. Spreker vergelijkt deze zieke man met een ouderling/dominee, wiens zwarte pak in de kast blijft hangen. De zieke man gelooft, dat de volken samen vergaderd zullen zijn om de Heere te dienen. Hij heeft een vèrgezicht op de Kerk na Pinksteren. De hemel en aarde zullen voorbijgaan, ook het Jeruzalem, waarvan de slijtageplekken al zichtbaar zijn, ook Gods knechten (waarmee niet alleen dominees worden bedoeld) en allen, die niet voor God hebben leren buigen in het stof.

Bouwen in de tekst "Als de HEERE Sion zal opgebouwd hebben" moet hier letterlijk worden opgevat, net als de wijze vrouw in Spreuken 14, die haar huis bouwt. De Heere zal als een wijs bouwmeester bouwen, want als Hij niet bouwt komt er niets van terecht. Niet alleen huizen en muren, maar ook welvaart wordt opgebouwd. "Laat het onze bede zijn", wekt spreker op, "dat de Heere Israël, Zijn Kerk, onze gemeenten en ons persoonlijk bouwe!". Zo de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan. Sion kan betekenen: de tempelberg of de stad Jeruzalem. Het kan ook slaan op de inwoners van Jeruzalem. In dit tekstvers is sprake van de plaats Sion als Zijn tempel. Woonde de Heere niet in het Heilige der Heiligen? De tempel was maar niet een kerkgebouw, maar de plaats van Gods woning. Daarom was de verwoesting ook zo vreselijk. De dichter van Psalm 102 is op zijn sterfbed verheugd, dat de Heere Sion genadig zal opbouwen, weer met haar te doen wil hebben, ondanks dat hij inleeft de gunst des Heeren te hebben verspeeld en door eigen schuld in Babel terecht gekomen te zijn. Sion bouwen kan hier ook een symbolische betekenis hebben, aldus de inleider. De Heere zorgt voor een eeuwige woning! In dit Sion zal later nog meer gebeuren: "Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis". In het geloof mag de zieke dichter het zeggen: "zal opgebouwd hebben". Hij weet dat dit zeker gebeuren zal. Hij heeft gezien dat hij het niet kon, ambtelijk niet, persoonlijk niet, de kerk in zijn breedte niet, maar... de Heere zal Sion bouwen. Het aardse Sion zal verouden. Daarom zal de Heere een Sion uit de hemel meebrengen. Wat een troost voor allen, die zien dat zij niets kunnen. De Heere zal Sion herbouwen. Het voorhangsel is gescheurd. Jeruzalem en de tempel hebben hun dienst gedaan. De profetie is in strikte zin vervuld. Als de tempel nü nog hersteld zal worden, vrees ik het ergste, aldus ds. Van Ruitenburg. De Heere zal er niet meer in wonen. Het Lam is geslacht en het bloed hééft gevloeid. Hij ïs in Zijn heerlijkheid verschenen. Zijn tempel is afgebroken, maar na drie dagen opgebouwd. De Heere is nu daar, waar twee of drie in Zijn Naam vergaderd zijn! De Heere bouwt Zijn Sion uit levende stenen, uit alle inwoners der aarde, ook uit Jeruzalem. Wij kunnen geen Joden bekeren, óók geen heidenen, maar Hij zal er voor zorgen dat ook Israëlieten zullen worden gevoegd in dat Godsgebouw, waarvan de uiterste Hoeksteen jezus Christus is. De Heere gaat door met Zijn werk. Tot zover ds. Van Ruitenburg.

Mw. G. Knapen-Faas declameert het gedicht, dat ds. C. j. Meeuse speciaal voor deze bondsdag maakte, getiteld "Zicht op Jeruzalem". Vanaf de Olijfberg zoekt de dichter naar een blijk van Hem in het Jeruzalem van Melchizedek, Abraham, David, Ezra, Nehemia, enzovoort.

In de middagpauze, waarin velen elkaar mogen begroeten en anderen even het voorjaarszonnetje in Rotterdam benutten, worden goede zaken gedaan bij het Lectuurfonds, de verkooptafels van de cassettebandjes, stroopwafels, lepeltjes, "Sprokkelhoutjes" en van de CD/MC "Ga mij met Uw heillicht voor”.

Toch wordt er ook gebruik gemaakt van de gelegenheid om vragen te stellen over het referaat, want ds.P.van Ruitenburg zegt in de middagvergadering, dat hij alleen in het kort uit de veelheid van vragen een aantal kan behandelen. De behandelde vragen gaan over de bloeitijd voor Israël, de volheid der heidenen, over de oudste zoon in de gelijkenis van de verloren zoon, stad zonder tempel, onvervulde beloften, wederkomst van Christus op de Olijfberg, "Wat Ik gebouwd heb breek Ik af", organisatie Christenen voor Israël, samenwerking, Psalm 102:19, enzovoort. Daarna wordt gezongen uit Psalm 105: Gij volk, uit Abraham gesproten, Dat zoveel gunsten hebt genoten...”.

Aspecten van het joodse geloof

Vervolgens spreekt ds. C. j. Meeuse uit Vlaardingen over "Drie aspecten van het Joodse geloof".

Wat zij geloven. Ds. Meeuse vertelt, dat hij samen met ds. C. Sonnevelt sprak met een rabbijn, die een boek heeft geschreven over David. De grote koning David kan toch niet zo laag gezondigd hebben met Bathseba en dit feit ontkent de rabbijn in zijn boek. Het geloof van de joden is voornamelijk gebaseerd op de eerste vijf boeken van het Oude Testament (en niet van Genesis 1 t/m Maleachi 4) hun Tenach (t, n, ch) en verder op de boeken/folianten van rabbijnen. Hun Torah (= richtwijzer) bevat de vijf boeken van Mozes en telt 248 geboden (als evenveel botjes in ons lichaam) en 365 verboden (aantal dagen per jaar).

De geboden hebben traditie gekregen. De verklaringen van de Torah zijn normatief, ze zijn de omheining van de wet en bevatten duizenden nadere bepalingen. In de Misjnah staafverder alles geregeld. Er komt geen eind aan de menselijke inzettingen!

Opmerkelijk voor ons is de waarde die men aan deze menselijke geschriften hecht zonder enige exegese. "Uw Woord is mij een lamp voor mijne voet..." (Psalm 119:53).

Hoe zij geloven. Aan de joden zijn de woorden Gods toebetrouwd; maar zij verduisteren het Woord. Onze afstand tot de orthodoxe jood is onwaarschijnlijk groot. Daarom moge het onze bede zijn, dat de Heere door de kracht van de Heilige Geest Zijn Woord wil opklaren.

Ds. Meeuse vertelt, dat hij tijdens een bezoek aan een rabbijn mocht spreken over persoonlijke beleving: hoe God ontdekte aan inwonende zonden, dat ons hart een onzalige fontein is, over het vergeving zoeken en een nieuw hart krijgen. De rabbijn begreep het niet\ Hij antwoordde, dat godsdienst een zaak van het verstand, van het hoofd is en niet van het hart, een gehoorzaamheid aan de grote God, Wiens majesteit en grootheid zij wel erkennen. Op een vraag aan rabbijn jozua over de grootheid van God, zei hij, dat de zon slechts één van de dienaren is, die voor Gods troon staan. Hij vroeg de vraagsteller toen om in de stralende, tropische middagzon te zien.... Hoe kunt u dan God recht in het gezicht zien?

Over Gods barmhartigheden denkt de jood gelijk een islamiet: geen genade voor recht.

De joden hebben leerhuizen, waar zij vier jaar van hun leven besteden aan bestudering van de Torah voordat ze hun plaats in de maatschappij innemen. Zij leren, dat de mens goed is in zijn aard, geen erfschuld en erfsmet heeft, en bovendien een vermogen heeft om God recht te dienen en te kennen. Toen ds. Meeuse de rabbijn op de wreedheden in Roeanda wees, zei deze dat een paar duizend VN-soldaten die ellende hadden kunnen voorkomen! Tijdens de tien dagen vóór de Grote Verzoendag/jom Kippoer wordt dagelijks gebeden (in plaats van geofferd): "Vader wij hebben gezondigd, wees ons genadig". Verder komt het niet. De zonden worden in alfabetische volgorde beleden. Het zijn vlekken, die ons bedekken. Daarna wordt de sjofar geblazen. Ze komen niet verder dan een krachteloze zelfverbetering. Ze missen de kennis van verzoening door voldoening. Men ziet het niet, wil het niet zien, dat het gevloeide bloed heenwees naar het Paaslam Christus. Een messiasverwachting? Och, wel aardig als hij komt! Maar men heeft geen lijdende Christus nodig!

"Weet ü van uw schuld, van een betaalde en vergeven schuld? ", vraagt de spreker aan zijn aandachtige luisteraars. "Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven...." (Psalm 32 : 1).

Wie zij geloven. Luisteren naar christenen is voor de meeste joden een

onmogelijkheid. Een joodse boekhandelaar weigerde om een boek over de Psalmen te lezen omdat hij alleen leest hetgeen rabbijnen goedgekeurd hebben. Een rabbijn zei bang te zijn enkele preken over Psalm 127 te lezen! Men vindt christenen, die het evangelie onder de joden brengen geraffineerder dan de nazi's in de Tweede Wereldoorlog! Men is ook de kruistochten en de Pogroms niet vergeten, joden verafschuwen beeldendienst. Daarom zeiden de oudvaders (leest ü ze nog? ), dat eerst de beeldendienst moest worden uitgeroeid alvorens de joden ontvankelijk worden voor het christelijk geloof, joden willen geen christenen toelaten tot hun geloof. Ze hebben ook geen zendingsdrang. Zij zijn het uitverkoren volk en vinden het een voorrecht om jood te zijn!

Wij willen geen dialoog, aldus ds. Meeuse, maar wel een getuigenis van Hem, Die hun en onze Zaligmaker is. Wij geloven, dat God door de verkondiging van het evangelie in het laatste der dagen velen zal toebrengen tot Christus. Er liggen nog beloften voor de natuurlijke takken, de beminden om der vaderen wil’.

Ds. Meeuse besluit met enkele voorvallen, die ondervonden mochten worden in het evangelisatiewerk onder de joden, waarna gezongen wordt: Dan zal ik elk, die 't heilspoor bijster is, vrijmoedig al Uw rechte wegen leren "... (Psalm 51 : 7).

Slot meditatie

In zijn slotmeditatie staat ds. G. M. de Leeuw uit Barneveld stil bij Galaten 4 vers 26 "Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder". Paulus is hier bezorgd: er is met zijn arbeid niet juist gehandeld. Het fundament van vrije genade heeft hij door Gods genade mogen leggen, maar nadat hij het goede zaad gestrooid had, werd ook het kwade gezaaid.

Paulus' bediening is een werkzame bezorgdheid; hij begint opnieuw te bouwen. Hij spreekt dan over de twee zonen van Abraham: één uit de dienstmaagd (Ismaël, dit is: spottende jood) en één uit de vrije (Izak). Sara noemde haar man "heer", maar Abraham moest Sara gehoorzamen om Hager en Ismaël weg te zenden. Voor deze was geen enkele belofte van God. Izak is de belofte. Dan volgt vers 26: "Maar...". Een tegenstelling. "Jeruzalem, dat boven is...". Dat betekent: een verworven vrijheid, alleen uit genade. Het heeft Gode behaagd dit Paulus, die aan de rand van de rampzaligheid heeft gestaan toen hij lag onder de eis van Gods rechtvaardigheid, te leren kennen. "Hoe krijgen wij kennis aan datjeruzalem dat boven is? ", vraagt de spreker.

Een moeder heeft zaad ontvangen. Hier is dat het zaad van de prediking. Dominee wijst op Sara, die dacht de belofte te moeten vergeten omdat zij oud was. Misschien zijn er wel, die zeggen: Ik ben te oud.... Maar, het welbehagen des Heeren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.

Aller betekent èn van de jood èn van de heiden. Kent D iets van dat zaad? vraagt ds. De Leeuw. Ruth heeft in Naomi de Kerk liefgekregen. Het kind trekt naar de moeder. Heeft u ook wel een verlangen dat het weer zondag is? Sara was onvruchtbaar. Maar... Ik wil en zij zullen. Nooit meer onder de wet, maar onder de bediening van het evangelie.

Dat boven is: dat is de toekomst van Gods kerk. Zij komt de strijd te boven. Zij, die altijd weer die gebondenheid ondervinden, zullen in het jeruzalem dat boven is, vrij zijn. Liggen wij nog voor eigen rekening? God heeft Zijn eigen Zoon niet gespaard. Kent u bekommering vanwege uw zonden, bent u schuldig onder de wet? Eén heeft voor u voldaan. Hij heeft het verdiend. Dat mag de Jood, maar ook ons gepredikt worden. Dat we onze krachten zouden besteden aan hetgeen ons toebetrouwd is. De Heere is nog niet uitgewerkt! Als Israël zalig wordt, dan is God klaar! Hoe zal het dan voor ons zijn, tot wie de prediking van het bloed gekomen is. Laat het u tot bemoediging zijn, óók op weg naar huis, aldus ds. De Leeuw.

Dankwoord

Naast haar dankwoord aan de drie sprekers en de voorzitter roept mevrouw C. A. Kaslander-Goedegebuur op de Heere te erkennen voor Zijn onverdiende goedheid. Hij kwam met Zijn Woord en dat zal niet ledig wederkeren. Wij allen moeten sterven: Jood en heiden, zwart en blank. 3.000 jaar Jeruzalem - een hele tijd. Maar, wat uit stof is neemt een end. Jeruzalem, dat boven is, eindigt nimmermeer. Eén volk is pas écht gelukkig, dat de zonde en de strijd te boven is. Gelukzalig zo'n uitzicht te mogen hebben op het Jeruzalem, dat boven is. "Waar is onze reis heen? ", besluit de presidente.

Krimpen aan den Ijssel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 mei 1996

Daniel | 32 Pagina's

3.000 jaar eruzalem

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 mei 1996

Daniel | 32 Pagina's