Gedenkt den sabbatdag
Elke zondag wordt het ons in de kerk voorgelezen: "Gedenkt den sabbatdag". Hoe lang nog? Is er één gebod, dat in deze tijd zó met voeten getreden wordt als het vierde gebod? Alhoewel dit ook geldt voor het zesde gebod: "Gij zult niet doodslaan". Moord, doodslag, euthanasie, daarvan komen dagelijks de berichten tot ons. En ook overtreding van het zevende gebod: "Gij zult niet echtbreken" is aan de orde van de dag. Degenen die het mee moeten maken, weten hoeveel verdriet dat met zich meebrengt. En wie een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft airede overspel gedaan. Waak en bid ook voor de schijn des kwaads. Want wie één gebod overtreedt, staat schuldig aan de ganse wet des Heeren.
Duidelijk is, dat de val in het Paradijs volkomen geweest is. Na die tijd leven alle zaden van alle boosheid in ons aller hart, niemand uitgezonderd. 't Is een wonder als we voor de uitleving bewaard blijven. Maar groter wonder is het, als we de inleving ervan persoonlijk mogen ervaren. Dan kunnen we ons boven niemand verheffen en hebben we een Ander nodig om ons ervan te verlossen. Maar dat neemt niet weg, dat we allemaal hoogst verantwoordelijk blijven voor onze eigen daden.
Gedenkt den sabbatdag - hoe brengen we de zondag door?
Achter het "Gedenkt der) sabbatdag" staat "dat gij dien heiligt". Dat is in eigen kracht onmogelijk. Toch blijft de eis, ook van het vierde gebod op ons rusten en zullen we eenmaal persoonlijk verantwoording af moeten leggen van het: "Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt”.
In het licht van het vierde gebod las ik in de krant van woensdag 20 maart jl.: "Eerste Kamer neemt winkeltijdenwet aan". Een menselijke wet naar menselijke inzichten, gebaseerd op menselijke normen en waarden, maar die de toets van Gods Woord en wet niet kan doorstaan, omdat Gods dag ermee gemoeid is. Zien we hierin niet duidelijk de aanslagen van de vorst der duisternis op het vierde gebod? Wetten en regels zijn er om orde te scheppen in de chaos. Maar ik vrees dat door deze wetten de chaos steeds groter wordt.
Vorig jaar sprak onze Koningin Beatrix in haar rede ter gelegenheid van de 50ste bevrijdingsdag haar bezorgdheid uit over de ontwrichting van de samenleving. Maar ligt de oorzaak van die ontbinding juist niet in het loslaten van Gods heilzame geboden? En wie staat daar niet schuldig aan?
Laten we dan niet in de eerste plaats wijzen naar onze overheid of naar anderen, maar tot onszelf inkeren en vragen of de Heere onze ogen wil openen voor ons eigen levenspatroon.
Leven naar de regel van Gods Woord
Toch vragen we ons af of in het kader van deze wetgeving niet meer en meer het licht valt over wat we lezen in Openbaring 13:11 - 18. Hoe lang zal het nog duren? Ik bedoel, dat we niet meer kunnen kopen en/of verkopen zonder het teken van het beest?
Ogenschijnlijk lijkt het misschien nog wel mee te vallen. Maar voor degenen die er direct mee te maken hebben en nog wensen te leven naar de regel van Gods Woord, wordt het toch steeds moeilijker om staande te blijven. Om een voorbeeld te geven: als straks die winkelsluitingswet van kracht wordt, waardoor ook op zondag de gelegenheid gegeven wordt de winkeldeur open te zetten, zullen
we onszelf toch moeten afvragen of het verantwoord is in die zaak ons geld te besteden.
En onder kopen of verkopen verstaan we dan niet alleen het winkelen op zondag. Dat mag duidelijk zijn. We verstaan er onder het wel of niet werken op zondag. Wat is wel en wat is niet geoorloofd? Veel zaken liggen helder en klaar. Maar er is ook een grijs gebied, waardoor vooral onze mensen in de zorgsector zich wel eens afvragen of dit, of dat nu wel of niet op zondag kan en mag.
Werken van noodzakelijkheid?
Zou dat - tussen haakjes - een van de redenen zijn, dat onze jonge mensen terug lijken te deinzen voor een baan in de zorgsector? Of omdat ze dan voor tal van andere ethische dilemma's komen te staan? Begrijpelijk! "Maar", zo schreef de N.P.V. in de krant van 14 maart jl.: "Het is belangrijk dat er christelijke leerlingen blijven om in de zorgsector te willen werken. Dat mag je gerust een roeping noemen”,
Je zult dan op een geoorloofde manier deel moeten nemen aan het werken op zondag. Daarover hoef je je dan ook niet bezwaard te voelen. Die mensen worden, als ze 's zondags niet in de kerk kunnen zijn, meestal ook opgedragen in het gebed omdat ze werk "der liefde en der noodzakelijkheid" moeten verrichten.
Getoetst aan Gods Woord en wet
Anders wordt het als we getrouwd zijn en kinderen hebben en structureel alleen weekend-diensten gaan draaien, omdat we dan geen oppas hoeven te vragen en te betalen. De vraag mag dan gesteld worden: "Ben ik op deze manier verantwoord bezig? " - ten opzichte van man en kinderen, maar bovenal ten opzichte van wat de Heere van ons vraagt in het vierde gebod. De situaties kunnen onderscheiden zijn en een extra bijverdienste aantrekkelijk. Maar toch: "Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt!" Werken op zondag kan en mag soms noodzakelijk zijn. Tal van voorbeelden kunnen daarvan gegeven worden ook vanuit Gods Woord. Maar doorgaans zijn dat uitzonderingssituaties.
Het doel waarom we op zondag gaan werken, moet in de eerste plaats getoetst worden aan GodsWoord en wet. Laat dat het richtsnoer zijn van ons arbeidsmoraal. Kunnen we vragen of de Heere ons daarbij helpen wil en of Hij er Zijn zegen aan wil verbinden? Of kennen we die afhankelijkheid niet meer? Daarbij mag het niet ten koste gaan van het gezinsleven. Als we al een gezin hebben, laat daar dan in de eerste plaats onze verantwoordelijkheid liggen. En laten we met zorg en toewijding in afhankelijkheid van Hem omgaan met datgene wat de Heere ons in Zijn goedheid aan onze zorgen heeft toevertrouwd.
’Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt", 't Is een dag van afzondering. Wat een voorrecht, dat we die dag nog mogen hebben. Een dag waarop we ongestoord mogen opgaan naar Gods huis. Hoe lang nog?
Een dag waarop we ons nog mogen
zetten onder de klanken van Gods onveranderlijk Woord en eeuwig blijvend getuigenis. Een dag die de Heere Zelf heeft ingesteld. Een dag, die Hij ook Zichzelf geheiligd heeft. En toch vraagt Hij van ons in het vierde gebod, "dat gij dien heiligt". Die eis ligt er! Maar als de Heere Zelf niet in het hart van zondige mensenkinderen zou willen wonen en werken, zou er nooit van enige heiliging van Zijn dag sprake kunnen zijn.
Maar, o wonder van vrije genade, dat Hij Zelf voor Zijn werk en voor Zijn eigen eer instaat. En dat werk zal doorgaan tot op de jongste dag. Terwijl ik dit schrijf, zwellen de knoppen in de natuur. En tot op heden staan de zon en de maan nog aan het firmament, ten getuige dat dat werk nog niet af is. Er moeten er nog toegebracht worden, tot die gemeente die eenmaal zalig zal worden. Hoe nodig is het om het heiligen van de dag des Heeren door het geloof te leren verstaan. Dus niet uit dwang - want ten diepste is het met al ons doen en laten toch voor de wijzen en verstandigen verborgen - maar uit liefde en gewillig, 't Mocht ons in de engte brengen. De Heere wil het de Zijnen, die Hij daartoe van eeuwigheid verkoren heeft door Zijn Geest openbaren.
Dat dan bij dagen en nachten onze verzuchting zou mogen zijn: "Heere, leer mij persoonlijk de diepe betekenis van de heiliging van Uw dag verstaan", opdat we in dit leven de beginselen van de eeuwige Sabbat zouden mogen aanvangen.
Als we daartoe verwaardigd zouden mogen worden, zou er meer van ons leven uitgaan. Dan zou het ook geen vraag meer zijn, hoe we die dag moeten doorbrengen. Met de dichter van Psalm 84 zouden we instemmen:
Eén dag is in Uw huis mij meer, Dan duizend, waar ik U ontbeer; 'k Waar liever in mijns Bondsgods woning Een dorpelwachter, dan gewend Aan d' ijd'ie vreugd in 's bozen tent.
Zaltbommel
C.A. Kaslander-Goedegebuur
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1996
Daniel | 32 Pagina's