Levend vertoond!
Aan welke Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelf levend vertoond heeft, met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en sprekende van de dingen die het Koninkrijk Gods aangaan (Handelingen 1:3)
De Zaligmaker is beminnelijk in Zijn vernedering, maar ook in Zijn verhoging. Het leven van jezus tot en met Zijn sterven wordt in Gods Woord duidelijk weergegeven: Hij is niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen. Maar ook beschrijft Gods getuigenis ons duidelijk het leven van Jezus vanaf Zijn opstanding tot aan Zijn hemelvaart.
Na Zijn opstanding is de Zaligmaker nog veertig dagen op aarde gebleven. Niet zonder bedoeling. Wèl had Hij alles volbracht, maar Hij wilde Zijn jongeren nog de laatste bevelen geven. Tussen Zijn opstanding en hemelvaart heeft Jezus Zich aan Zijn discipelen verschillende malen 'levend' vertoond.
Allereerst blijkt hieruit Zijn grote getrouwheid. Hij had dit Zijn jongeren beloofd en Hij is een Waarmaker van Zijn Woord. Doch ook blijkt hieruit Zijn grote liefde tot Zijn jongeren. Zij zullen straks als apostelen uitgaan en de Heere wil ze hierop voor-en toebereiden. Tot op de dag van Zijn hemelvaart onderwijst Hij Zijn discipelen. Het is niet zonder betekenis dat er staat dat Hij Zichzelf 'levend' vertoond heeft.
Voordat Christus stierf waren de discipelen hier zo blind voor. Wanneer Hij over Zijn lijden sprak, ergerden zij zich. En toen Hij uiteindelijk gestorven was, konden zij niet geloven dat Hij ooit nog zou opstaan.
Zie echter Gods Woord: aan welke Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelf levend vertoond heeft. Toen moesten zij het geloven. Welk een liefde tot de Zijnen!
Voor Jezus was de tijd tussen Zijn opstanding en hemelvaart een wonderlijke tijd. Hij had het graf achter Zich en was op doorreis naar het Huis Zijns Vaders. En vertoonde Zich 'levend'!
Beste jonge mensen, kan dit van ons ook gezegd worden, dat we ons 'levend' vertonen? Van nature vertonen we ons 'dood' als gevolg van onze diepe val. Welgelukzalig wanneer het door genade waar mag zijn: en u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden. Alleen dan zullen wij ons 'levend' gaan vertonen, al zal dit in beginsel nog zo gebrekvol zijn. Wat we allen nodig hebben, hetzij dat we nog 'dood' zijn, hetzij dat wij 'levend' zijn, is de bede: o Zoon, maak ons Uw beeld gelijk, opdat ik mezelf ook 'levend' vertonen mag! Weet, voor de Heere is het niet te wonderlijk. Hij roept de dingen die niet zijn alsof ze waren. Ook in onze donkere bange dagen zal het welbehagen des Heeren door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.
Welk verschil, vrienden. 'Dood' of 'levend'. In beide gevallen openbaart het zich aan de vruchten. Van Christus staat er: Hij vertoonde Zich levend, met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang. Dat wil zeggen: Hij was in Zijn openbaring niet onduidelijk. Zijn Middelaarsgraveerselen schitterden! Gedurig! Veertig dagen lang.
Bij Christus' Kerk zijn er ook wel eens gewisse kentekenen. Echter: mag dan ook gezegd worden: gedurig, of: veertig dagen lang? Het zijn soms maar ogenblikjes! Ook dan kan het gebed niet gemist worden om op Hem te mogen gelijken. Voorts staat er nog van de opgestane Levensvorst dat Hij gedurende al die tijd sprak van de dingen die Gods Koninkrijk aangaan. Jonge mensen, waar gaan onze gesprekken gewoonlijk over? Misschien zeg je: mogen we dan niet spreken over tijdelijke zaken? Zeker en gewis. De mens is immers niet alleen naar de ziel, maar ook naar het lichaam geschapen. Wij moeten niet alleen uit de tijd, maar ook door de tijd. Laten we hierin vooral nuchter zijn! Echter, het nieuwe leven openbaart zich toch ook in de spraak. Dit volk heb Ik Mij geformeerd, zij zullen Mijn lofvertellen. Wanneerwe ons 'levend' mogen vertonen, zal dit ook in ons spreken te beluisteren zijn. Het wordt toch de hartelijke begeerte ook onze naasten voor Christus te winnen. En al is het dat er in onze verwordende tijd veel verandert, de Heere verandert nooit en Zijn werk ook niet.
Daarom zal er een volk blijven dat zich bij ogenblikken 'levend' mag vertonen. Niet uit verdiensten, maar alleen uit genade. En allen die zich 'levend' mogen vertonen, vinden hun 'leven'terug in Psalm 119:7.
'k Heb and'ren al de rechten van Uw mond Met lust verteld, hen vlijtig onderwezen; Uit al de schat van 't grote wereldrond Is nooit die vreugd in mijn gemoed gerezen, Die 'k steeds in Uw getuigenissen vond, Door mij betracht, en and'ren aangeprezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1996
Daniel | 32 Pagina's