Matthew Henry over de sabbatdag
Ook in het Oude Testament werd grote nadruk gelegd op een nauwgezette waarneming van de sabbat. We lezen daarvan in onder andere jesaja 58:7 3 en 14. Matthew Henry geeft daar een duidelijke verklaring bij.
”Alles wat tot eer van de sabbat strekken kan, moet gedaan worden, en alles wat dienen kan om er hoge gedachten van in te boezemen.
Wij moeten hem een verlustiging achten, geen taak en last; wij moeten er ons in verheugen, en in de onthoudingen, die Hij ons oplegt en de diensten, waartoe Hij ons verplicht; wij moeten in ons element zijn, wanneer wij God vereren en in gemeenschap met Hem verkeren”.
“Wij moeten de sabbat een verlustiging voor onszelf noemen, opdat wij ook de geringste gedachte mogen onderdrukken van te wensen dat de sabbat voorbij is, opdat wij koren mogen verkopen. Wij moeten hem de heilige dag des Heeren noemen, de heerlijke dag, Hem geheiligd noemen, afgezonderd van het algemeen gebruik, gewijd aan God en Zijn dienst; (...) de dag die Hij Zichzelven geheiligd heeft”.
“Wat de beloning van de sabbatsheiliging is - indien wij op die wijze de sabbat gedenken door hem te heiligen
1. dan zullen wij daar de vertroosting van smaken
2. wij zullen er eer van hebben (vers 14); zo duidt dit grote veiligheid aan, maar het betekent ook grote waardigheid en voorspoed
3. wij zullen er het voordeel van hebben.”
“...Want de mond des HEEREN heeft het gesproken, dus zal Zijn hand het geven en geen tittel of jota van Zijn goede beloften zal ter aarde vallen. Gezegend daarom, ja driewerf gezegend is hij die dat doet en er aan vasthoudt dat hij de sabbat bewaart van ontheiligd te worden”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1996
Daniel | 32 Pagina's