JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Geroepen tot ambtsdrager!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geroepen tot ambtsdrager!

Over het ambt van alle gelovigen

7 minuten leestijd

Velen van jullie zullen belijdenis des geloofs hebben afgelegd met de Paasdagen, je hebt je ja-woord gegeven, je wordt geroepen om de Heere te dienen. Geroepen om de Heere jezus, de opgestane Levensvorst te belijden in het midden van de wereld. Geroepen om je leven en al je krachten te offeren aan de Heere. Geroepen om je leven niet in de dienst van de zonde en de duivel te besteden, maar in dienst van die Koning. Geroepen om te strijden tegen de zonde en de duivel. Eigenlijk ben je geroepen om ambtsdrager te zijn.

Ambt

Als je het woord ambt hoort, dan denk je aan ambtsdragers in de gemeente: predikanten, ouderlingen, diakenen. Of je denkt aan de ambten van de Heere Jezus: Profeet, Priester en Koning. Maar wist je dat elke christen eigenlijk een ambtsdrager is? Een christen is profeet, want hij moet de Naam van de Heere Jezus belijden. Een christen is priester, want hij moet zijn leven offeren in de dienst des Heeren. Een christen is ook koning, want hij moet strijden tegen de zonden. Ook zou je kunnen denken aan Adam en Eva in het paradijs. Zij waren beelddrager van God. Maar daarnaast ook ambtsdrager. Maar door de val hebben wij het beeld en de ambten geheel verloren.

Ambt van alle gelovigen

Het gaat hier om wat men wel aanduidt met de term "het ambt van alle gelovigen". We komen de term expliciet tegen in de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 28, waar boven staat "Dat een ieder schuldig is, zich bij de ware kerk te voegen". Daar vinden we "...zo is het ambt aller gelovigen, volgens het Woord van God, zich af te scheiden van degenen, die nietvan de Kerk zijn...". Daar betekent het woord "ambt" gewoon: plicht, eis (in het frans: Ie devoir). Het is de schuldige plicht van de gelovige zich af te scheiden van degenen, die nietvan de kerk zijn. Maar het gaat hier om iets anders. Met het ambt aller gelovigen zijn alle ware christenen bekleed.

Ambten Reformatie

De Reformatie bracht verandering in de ambtsopvatting. De Roomse kerk had een massieve ambtsopvatting. Maarten Luther heeft zich eraan ontworsteld. Tegenover de hoogmoedige priesters en bisschoppen zei hij: elke gelovige is priester, leder gemeentelid heefteen roeping om het Woord te brengen, leder gemeentelid heeft opzicht over de ander. Dat heeft Luther sterk benadrukt. Zonder dat hij daarbij de bijzondere ambten uit het oog verloor. Deze achtte ook hij ingesteld van boven en vanuit Christus. Maar wanneer de ambtsdragers dit gezag misbruiken, en wanneer zij niet spreken naar het Woord, dan hoeft een christen niet onder hen te buigen. Zo sprak Luther tegen Cajetanus, toen deze tegen Luther zei, dat hij gewoon moest buigen onder de Paus: "Man, dat noem ik niet anders dan goddeloze tyrannie". Luther zei tegen de Paus: "Beste Leo, als mens wil ik je eren. Maar als Paus ben je voor mij niet anders dan de antichrist”.

De ambten van de christen

Een christen is nooit ambteloos. Christen betekent letterlijk: gezalfde. Een christen ontleent zijn naam aan Christus. De Heere Jezus Christus is met de Heilige Geest gezalfd. Tot Profeet, Priester en Koning (Calvijn). Een christen, die door het geloof met Hem verbonden is, is ook met de Heilige Geest gezalfd. Ook zij dragen de ambten van profeet, priester en koning. Zij zijn door het geloof een lidmaat van Christus geworden. Zij dragen dat ambt vanuit de grote Ambtsdrager: Christus. Zonder de band met Hem is er geen sprake van een ware christen.

Ware christen of naam-christen?

De ware christenen! Wie zijn dat? Zij zijn door een waar geloof een lidmaat van Christus geworden. Zijn door een oprecht geloof Christus ingelijfd. Ds. j. van Haaren schreef eens: "Het zijn mensen, die door waarachtige wedergeboorte van dood levend gemaakt zijn. Het zijn mensen die met het zaligmakend geloof begiftigd werden. We kunnen daar nooit genoeg de nadruk op laten vallen: ze zijn begiftigd met het zaligmakend geloof. Dat daarom zaligmakend genoemd wordt, omdat dat het geloof is, dat met de Zaligmaker verenigt. En omdat die Zaligmaker ons zalig maakt". Wanneer wij dat geloof missen, wanneer we de ware liefde tot Christus missen, dan zijn wij als judas. Hij was wel "ambtsdrager in naam". Hij hoorde bij de twaalf discipelen. Maar hij was toch geen ware christen.

Ambtskleding

Het geloof komt naar buiten. De gelovige draagt ook vruchten. Dat is aan de buitenkant te zien. De bijzondere ambtsdragers in onze gemeenten hebben zwarte kleding. Dat staat niet in de Bijbel. Dat staat ook niet in de kerkorde. Maar dat is een traditie. En deze traditie heeft zijn waarde.

Hierdoor straalt de ambtsdrager de eerbied en de heiligheid van het ambt uit. En zo is het ook met het ambt aller gelovigen. De ambtsdrager draagt zorg voor zijn kleding. Het is niet om het even, hoe wij er uit zien. Wij hebben ons niet te kleden naar de mode van de tijd. Ook in de kleding moet iets uitkomen welke Koning wij dienen. Zoals elke soldaat in het leger een bepaald uniform draagt, waardoor hij te herkennen is, en waarmee hij de koning eert. Nee, het mag niet een wettisch karakter krijgen. Dan worden we iets met ons uiterlijk. Dan staan we boven anderen.

Ambtelijke strijd

Een kind van God is een ambtsdrager midden in de strijd. Hij heeft een driehoofdige vijand. Zolang hij leeft, staat hij in de strijd tegen de wereld en de duivel. Maar de grootste vijand blijft: het eigen "ik". Daar heeft de ambtsdrager mee te doen. Hij zal dat "ik" moeten verloochenen. Daarzucht hij onder. We zwijgen zoveel. We spreken zo weinig over deze Koning. We houden de kiezen zo op elkaar. We hebben onszelf zo lief, dat wij ons niet aan Hem offeren. We zijn vaak zo biddeloos en behoefteloos. We zijn als koningen vaak zo zwak in de strijd tegen de zonde. We hebben gedurig nodig de kracht van deze grote Ambtsdrager. Die in alle strijd en moeite geweest is en Zichzelf de Vader heeft opgeofferd. Zonder Hem kunnen wij niets doen.

Ambtelijke zonden

Driemaal verloochende Petrus de Naam van zijn Meester in de zaal van Kajafas. Daarmee was hij ambtsdrager-af. Hij had als profeet zijn ambt moeten waarnemen, en Christus' Naam moeten belijden. Maar de Heere jezus herstelde hem. In het ambt aller gelovigen kan iemand worden hersteld, wanneer hij als profeet zijn taak niet heeft waargenomen. Wanneer hij als priester zijn leven heeft liefgehad boven het te offeren. Wanneer hij als koning niet gestreden heeft tegen de zonde, maar uit zwakheid in zonde gevallen is. Dan is het bloed van de grote Ambtsdrager nodig tot verzoening. Gedurig hebben we dat bloed nodig om ons van alle smet te zuiveren en te reinigen.

Ambtelijke smaad

De ambtsdrager krijgt smaadheid te verdragen. Net als de grote

Ambtsdrager smaadheid gedragen heeft. Zij hebben met de Heere Jezus de spot gedreven. Hij is bespot in Zijn ambten. Als Profeet voor Kajafas. Daar klonk het: "Profeteer ons Christus, wie is het die U geslagen heeft? " Hij is bespot als Priester, die anderen verloste, maar Zichzelf niet kon verlossen. Hij is als Koning bespot. Hij zou "de Koning der Joden" zijn. Hij is bespot in Zijn koninklijke ambt. Hij kreeg een doornenkroon. Maar nu zal de ambtsdrager op aarde de voetstappen van de grote Ambtsdrager moeten drukken. Ook zal er iets van de spot hun deel zijn. Sommigen van Gods kinderen krijgen er veel mee te doen. Ook Gods knechten krijgen wel met de smaadheid van Christus te doen.

Ambtsperiode

Een christen is geroepen om het "ambt aller gelovigen" te bekleden, zolang hij leeft. Er staat geen ambtsperiode voor het ambt aller gelovigen. In de hemel legt hij dit ambt niet neer. Een kind van God blijft ambtsdrager, maar dan wel geheel vernieuwd en zonder strijd en zonde. Een kind van God zal als profeet in eeuwigheid de Naam van Christus belijden en grootmaken. Hij zal als priester alles aan de Heere opofferen. Hij zal als koning in eeuwigheid met Christus over alle schepselen regeren (Zondag 12, vraag 32). Maar dan zonder enig gebrek en tekort. Tot in eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1996

Daniel | 32 Pagina's

Geroepen tot ambtsdrager!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1996

Daniel | 32 Pagina's