En na het etentje gaan we met z’n allen naar de film...
Omgaan met ‘wereldse’ mensen
”En na het etentje gaan we ter afsluiting naar de film. Is iedereen het daarmee eens? " Ja, en daar zit je dan. Je bent het er niet mee eens, maar wat nu? Gewoon zeggen waar het op staat? Of zeggen dat je op tijd thuis moet zijn? Je herkent deze situatie vast wel. Het komt wel vaker voor dat je in dit soort dilemma's verzeild raakt. En het zal in de toekomst nog vaker voorkomen. In de wereld staan en toch niet van die wereld mogen zijn. Best moeilijk. Hoe moet je daar nu invulling aan geven aan dat: wel in de wereld en toch niet van de wereld zijn? En hoe moet je omgaan met wereldse mensen? Allemaal vragen die op je afkomen en waar je soms geen raad mee weet. Ik wil proberen daar in dit artikel iets over te zeggen.
Wereld
We kunnen het woord wereld in ruimtelijke zin opvatten. Dan verstaan we daaronder het heelal, de hemel en de aarde en alles wat zij bevatten. Zo wordt het Griekse woord kosmos soms gebruikt in het Nieuwe Testament. In Handelingen 1 7:24 spreekt Paulus van de Onbekende God, Die de Atheners niet kennende dienen en zegt dan: e God, Die de wereld geschapen heeft en alles wat daarin is. Het gaat dan om deze tegenwoordige wereld.
De nieuwe hemel en de nieuwe aarde, die er eenmaal zullen zijn, worden niet met het begrip kosmos aangeduid. Dat komt, omdat de Bijbel deze wereld altijd ziet in de greep van de machten van het verderf. Het verderf, dat in de wereld is door de begeerlijkheid (1 Petrus 1:4).
Daarom wordt onder de wereld in het Nieuwe Testament dikwijls de huidige van God vervreemde wereld verstaan.
De wereld, die onder de overste van de wereld staat en daarvan alle tekenen draagt.
De wereld die door onze zonden onder de vloek ligt.
Wereld is ook wel eens de aanduiding voor: lle mensen, de gehele mensheid. Dit is bijvoorbeeld het geval in Markus 16:15 waar de Heere jezus aan Zijn discipelen het zendingsbevel geeft: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen”.
We zouden het zo kunnen samenvatten: wereld is alles wat vergankelijk is, wat ooit op zal houden te bestaan. Deze wereld gaat voorbij. Wereld is ook de zondige mensheid, waartoe jij en ik behoren. Als we dat bedenken, gaan we er al iets van verstaan wat het zeggen wil in de wereld te zijn. Dat wil zeggen dat we met alle mensen verdoemelijk zijn voor God. En dat we van het oordeel des doods, dat God over ons heeft uitgesproken, moeten worden verlost door Christus, juist in Hem, Die de wereld haat, omdat Hij van de wereld niet is, heeft deze wereld haar Verlosser gekregen.
Door de kracht van Christus worden mensen, die wereld zijn, verlost van de wereld. Doordat het wonder van de waarachtige wedergeboorte in hun hart is verheerlijkt, geldt van de onderdanen van het Koninkrijk van Christus, wat Hij Zelf gezegd heeft in het Hogepriesterlijk gebed: ij zijn niet van de wereld, gelijkerwijs Ik van de wereld niet ben (johannes 17:16).
Ik hoor iemand zeggen: „Dus het wel in de wereld, maar niet van de wereld zijn, heeft alleen betrekking op Gods kinderen. Dan behoef ik me dus niet druk te maken om de vraag wat dat betekent: niet van de wereld zijn". Maar voordat je deze conclusie trekt, moet je nog even doorlezen.
Niet van de wereld, wel in de wereld
Ik zet met nadruk 'niet van de wereld' voorop. Want over dat laatste 'wel in de wereld' zijn we het meestal wel gauw eens. Alle mensen zijn immers in de wereld totdat ze sterven en uit de wereld gaan. Uit deze wereld naar de andere wereld, zegt Boston. Maar nu zegt ons Gods Woord dat christenen wel in de wereld, maar niet van de wereld moeten zijn. En dat geldt voor jou ook. Want door het doopwater ben je door de Heere apart gezet, is er een scheiding aangebracht tussen de wereld en jou. Zoals God scheiding maakte tussen het volk van Israël en de andere volken door hen door de Rode Zee te doen gaan. En die geschiedenis van Israël wordt door de apostel Paulus in 1 Korinthe 10 aangehaald. Daar lezen we dat alle kinderen Israëls door de zee zijn doorgegaan en allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee. Zelfs groter voorrechten hebben zij genoten, want ze hebben allen dezelfde geestelijke spijs gegeten en allen dezelfde geestelijke drank gedronken, want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus. En dan komt het zo aangrijpende getuigenis: 'Maar in het meerder deel van hen heeft God geen welgevallen gehad, want zij zijn in de woestijn ternedergeslagen.' En dat alles verhaalt Paulus ons, opdat die dingen ons tot voorbeelden zouden zijn, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijk zij lust gehad hebben. Zij zochten de dingen van de wereld en niet de dingen van Gods Koninkrijk. Hun hart trok naar de afgoden van de omliggende volken, naar de afgoden van de wereld en niet naar de Heere. je moet de verzen 1 tot en met 1 3 van dat hoofdstuk maar eens nalezen met de kanttekeningen van de Statenvertaling erbij.
Omheining
Ons gedoopte voorhoofd getuigt tegen ons als we de dingen van de wereld zoeken. De doop is een teken dat we geboren zijn op het erf, de akker van het verbond. Om die akker staat een hek. Dus we verkeren binnen een omheining, binnen het hek van het verbond. Dat wil niet zeggen dat we daarmee onderdanen zijn van het Koninkrijk Gods. Daarvoor is nodig dat we door Woord en Geest wederomgeboren worden. En nu wil de Heere binnen dat hek de goederen van het verbond ons voorstellen, opdat we door de prediking daarvan aan die goederen deel zouden krijgen. Het heeft God immers behaagd door de dwaasheid der prediking zalig te maken die geloven!
Het is een groot voorrecht dat de Heere je heeft doen geboren worden binnen de omheining van het verbond. Hij had je ook als een heiden kunnen laten geboren worden in de dichte wouden van Afrika. Dat voorrecht brengt echter ook verplichtingen met zich mee. En wel om niet van de wereld te zijn, terwijl je er wel in bent. Want ook degenen die binnen die omheining leven, zijn in de wereld. Zij hebben hun taak te doen in de wereld, een taak door God op hun schouders gelegd. En toch behoort men zich binnen die omheining anders te gedragen dan daarbuiten. Nu is je misschien duidelijk wat het betekent wel in de wereld te zijn, maar niet van de wereld. Kun je dan als je binnen de omheining van het verbond verkeert, toch wel van de wereld zijn? Ja dat kan en dat gebeurt maar al te veel. Want ons hart trekt naar de wereld en naar de begeerlijkheden van de wereld.
Dat wist job toen hij zei: „Ik heb een verbond gemaakt met mijn ogen". Hij wilde als het ware zeggen: Ik heb met mijn ogen afgesproken dat ze niet naar de wereld zullen zien, opdat ik door de genietingen van de wereld niet van de Heere zou worden afgetrokken.
In de Bijbel vinden we een duidelijk voorbeeld van iemand die, hoewel binnen de omheining van het verbond, toch door de wereld werd getrokken om over de door God gestelde grens heen te gaan. Ik bedoel Dina, de dochter van Jokab, die uitging om de dochteren van het land van Sichem te zien. In Genesis 34 kunnen we lezen hoe dat geleid heeft tot bedrog en moord en doodslag.
Als we als gedoopten buiten die omheining gaan dan zal dat ook gevolgen hebben. Op één van die gevolgen heeft de Heere Jezus gewezen in Markus 4:19 „En de zorgvuldigheden dezer wereld, en de verleiding des rijkdoms, en de begeerlijkheden omtrent de andere dingen, inkomende, verstikken het Woord, en het wordt onvruchtbaar”.
Dus als je de dingen van deze wereld zoekt dan ben je er zelf de schuld
van dat het Woord en de prediking daarvan geen kracht doet in je leven. Het zaad van het Woord wordt verstikt en is onvruchtbaar. Reeds dit gevolg zou je ervan moeten weerhouden om de dingen van de wereld te zoeken.
Niet van de wereld
Hoe moet je nu aan de eis om niet van de wereld te zijn in de concrete werkelijkheid van alle dag gestalte geven? Het is niet zo gemakkelijk om daarop voor alle gevallen een antwoord te geven. Omdat de situaties waarin een christen in deze samenleving terecht kan komen zo verschillend zijn, kan ik daar slechts in algemene zin iets over zeggen.
Het niet van de wereld zijn zal onder andere blijken uit: de plaatsen waar je bent, het gezelschap waarin je verkeert, de woorden die je spreekt, de dingen die je doet en het leven dat je leeft. In het kort wil ik op deze zaken ingaan.
De plaatsen waarje bent
Het zal duidelijk zijn dat je niet op plaatsen moet komen waar de zonde heerschappij voert. Een vraag die je je altijd maar moeten stellen is: kan ik hier God ontmoeten? Zou de Heere er Zijn goedkeuring aan geven dat ik hier ben? Dan is de vraag, die aan het begin werd gesteld, niet moeilijk te beantwoorden: het etentje misschien wel, maar de film niet Het is van groot belang in welk gezelschap je verkeert. Dan bedoel ik niet het gezelschap waarin je uit hoofde van je werk verkeert, maar waar je je vrijwillig onder begeeft. Zeg me wie je vrienden zijn en ik zal zeggen wie jij bent.
De woorden die je spreekt
Over het belang van de woorden die je spreekt valt veel te zeggen. Misschien moet ik eerst wel het belang van weten te zwijgen onderstrepen. Wat kun je veel ijdele woorden spreken. En dan te weten, dat je van elk ijdel woord eens rekenschap zult moeten geven. Spreken moetje daar waar van jou rekenschap wordt gevraagd over het niet van de wereld zijn. Ook daar waar Gods Naam wordt gelasterd en Zijn eer wordt aangetast. En daarbij mag het woord van de Spreukendichter wel voor ogen staan: en rede, opzijn pas gesproken, is als gouden appelen in zilveren gebeelde schalen (Spreuken 25:11).
De dingen die je doet
Dan de dingen die je doet. Veel kritiek op hun christen-zijn hebben christenen aan zichzelf te wijten, omdat hun daden dikwijls in strijd zijn met hun woorden. Alleen als je handelt naar hetgeen je belijdtzal dat respect afdwingen. Anders zeker niet. Bij de dingen die je doet reken ik ook de kleding die je draagt. Daarin mag toch wel openbaar komen, dat jij het bijbelse onderscheid tussen man en vrouw eerbiedigt? Maar om misverstand te voorkomen: het gaat hier niet alleen om de dingen die je in het openbaar doet, maar ook om die je in het verborgen doet. Die zien mensen wel niet, maar voor de alziende God is niets verborgen.
Het leven datje leeft
Als laatste heb ik genoemd: het leven datje leeft. Ik heb dat voor het laatste bewaard. Niet omdat het onbe-
langrijk zou zijn, integendeel, maar omdat het een soort samenvatting is van al het voorgaande. Het leven dat je leeft uit zich in de plaatsen waar je bent, het gezelschap waarin je verkeert, de woorden die je spreekt en de dingen die je doet. Als het leven dat je leeft je eigen leven is, misschien wel rechtzinnig in de leer en uiterlijk onberispelijk, dan kun je nog zo 'vroom' leven, spreken en doen, maar dan beantwoord je ten diepste toch niet aan de eis om niet van deze wereld te zijn. Want binnen de omheining leven mensen, die van nature allen de wereld in hun hart hebben, de wereld die we in het paradijs gekozen hebben. Als de Heere door Zijn Heilige Geest je ogen opent voor de wereld in je hart, dan krijg je daar last van en komt er een begeerte om daarvan verlost te worden en in beginsel als een onderdaan van het Koninkrijk van God te mogen leven tot eer van God. De glans van de wereld vergaat en je verstaat iets van de dichter die zong: „Weg wereld, weg schatten, gij kunt niet bevatten hoe rijk of ik ben, 'k heb alles verloren, maar jezus verkoren, Wiens eigen ik ben". De vraag: „Hoever kan ik nog met de wereld mee? " is dan geen vraag meer. Een reeds overleden predikant zei: „Dan mag je alles, maar dan doe je het niet, als God er door onteerd wordt”.
Al kun je niet zeggen dat nieuwe leven deelachtig te zijn, toch blijft de eis: el in de wereld, maar niet van de wereld. Ook de uiterlijke onderhouding van Gods geboden wil de Heere zegenen. Hij geeft voor al ons bezig zijn in deze wereld een richtlijn in 1 Korinthe 10:31 'Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods.' Nee, dat kun je van jezelf niet. Dat kan alleen door de kracht van Christus, Die op een volkomen wijze de eer van Zijn Vader heeft bedoeld. Ik hoop dat je daarom verlegen zult zijn of worden.
Omgaan met ‘wereldse’ mensen
Als we spreken over niet van de wereld zijn, dan bedoelen we daar ten diepste mee dat we in deze wereld vreemdeling zijn. Dat ontslaat ons echter niet van onze verantwoordelijkheid in deze wereld. Die moeten we nakomen. Daarbij komen we met mensen in aanraking die een geheel andere overtuiging hebben dan wij. Die van de normen van Gods Woord niet willen weten en daaraan schouderophalend voorbijgaan. Hoe moet je nu met deze 'wereldse' mensen omgaan? je kunt hen zoveel mogelijk mijden en alleen op zakelijk vlak met hen te doen willen hebben. Dat is echter niet een houding die de Heere in Zijn Woord aanbeveelt. Integendeel, je hebt voor de mensen te belijden wat je voorstaat, je mag er ook voor uitkomen. „Wie Mij belijden zal voor de mensen, zal Ik belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is", heeft de Heere Jezus gezegd. Leven in een isolement om toch maar niet met die verderfelijke wereld in aanraking te komen, is een farizeïstische levenshouding, die uitdrukking geeft aan het: ik beter dan gij.
Met 'werelse' mensen omgaan als onze vrienden, dat kan ook niet. Hoe dan wel? Niet door met hen om te gaan alsof je beter bent, want als je naar een werelds mens kijkt en er aan denkt hoe je zelf bent, dan is die wereld niet te vinden bij die wereldling, maar in je eigen hart. Daar is de wereld in al haar schakeringen vertegenwoordigd. Dat besef bewaart voor hoogmoed.
Het omgaan met 'wereldse' mensen brengt ook een grote verantwoordelijkheid met zich mee, namelijk om het niet van de wereld te willen zijn niet te verbergen. Als je jezelf bent, valt het al gauw op wat je levensovertuiging is. Het is niet zo'n best teken als anderen dat niet kunnen merken. Of ben jij zo'n jongen of meisje dat wel van de wereld wil zijn. Ligt daar het probleem?
De Heere jezus zegt: „Zoek eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid en al die andere dingen zullen u toegeworpen worden”.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1996
Daniel | 32 Pagina's