JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Pijn

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pijn

12 minuten leestijd

Buiten adem rent Margriet het perron over. Ze botst tegen iemand op, mompelt een verontschuldiging en vliegt dan met twee treden tegelijk de stenen trap op. Als ze de klapdeur door is, ziet ze dat haar bus er nog staat. Het is, precies zoals Alien gezegd had, de eerste halte op het plein. Een reiziger sjouwt juist een grote koffer de bus in, enkele mensen staan nog te wachten. Het laatste stukje legt Margriet in wat rustiger tempo af. Nu had ze nog bijna haar aansluiting gemist, terwijl ze zo op tijd van huis gegaan was. Maar ja, vertraging, je doet er niks aan.

„Prins Willemhof" noemt ze de chauffeur, terwijl ze haar strippenkaart neer legt.

„Wilt u even een seintje geven als we daar zijn? ", vraagt ze als hij afgestempeld heeft.

„Komt voor elkaar" zegt de chauffeur. De derde halte buiten de stad, had Alien gezegd. Maar Margriet vindt het toch wel zo veilig als de chauffeur ervan afweet, nu weet ze zeker dat ze goed terecht komt.

Tien minuten later staat ze weer buiten. Even verderop ziet ze de inrit van het psychiatrisch ziekenhuis en loopt ze die richting uit.

Typisch hoor, bedenkt ze intussen, dat zulke instellingen zo vaak buiten de stad liggen.

Het is net alsof men zeggen wil: „Jullie zijn een wereld apart waar we liever niet zo direkt mee van doen willen hebben.”

Nu Margriet haar einddoel nadert, voelt ze zich onzekerder worden. Hoe zal ze Alien aantreffen? Ze heeft haar in geen maanden gezien.

Ze denkt terug aan de tijd waarin ze Alien leerde kennen. Dat was in de brugklas geweest. Een clubje van vier vriendinnen hadden ze gevormd. Door de jaren heen was de band met Alien steeds hechter geworden. Haar ouders hadden wel eens gezucht als ze 's avonds weer met Alien aan de telefoon zat.

„Heb je haar vandaag niet gesproken? ", was dan de vraag.

„Jawel, maar ik had nog wat vergeten te zeggen." En voor ze er erg in had, was er alweer een half uur voorbij. Na de havo waren ze een verschillende richting ingeslagen. Ze kozen allebei voor de gezondheidszorg, maar Alien sprak het maatschappelijk werk het meeste aan, terwijl Margriet zeker wist dat ze de verpleging in wilde. Het contact was anders geworden. Regelmatig belden ze elkaar, hielden elkaar op de hoogte van hun opleiding, hun groep, hun docenten. Af en toe wipten ze eens bij elkaar langs, maar de grote afstand maakte dat niet eenvoudig.

Aan het einde van het eerste jaar had Margriet gemerkt dat Alien niet meer zo enthousiast was als in het begin. Soms was ze echt wat mat. Toen ze er eens naar gevraagd had, had Alien luchtigjes gereageerd en het op moeheid geschoven. Toen was de vakan-

tieperiode aangebroken. Alien, die nog het voorrecht van een lange vakantie genoot, zou voor een aantal weken naar het buitenland vertrekken, samen met een klasgenoot. Na de vakantie, toen alles weer een beetje in het normale ritme was gekomen, had Margriet weer contact gezocht. Een voor haar onbekende had de telefoon opgenomen. Alien? Nee, die woonde hier niet meer. Die was al vertrokken voordat zij hier een kamer had gekregen. Ze kende haar verder ook niet. Ze had horen zeggen dat ze gestopt was met de opleiding. Verbaasd, maar ook geschrokken had Margriet het aangehoord. Direkt had ze kontakt gezocht met Saskia, een klasgenoot en vriendin van Alien, die ze eens op Aliens verjaardag ontmoet had. Zij had haar meer kunnen vertellen. Margriet was geschrokken van haar verhaal.

Al voor de vakantie was het niet goed gegaan met Alien. Het werd steeds moeilijker voor haar om zich te kunnen concentreren. Ze werd angstig wat af en toe uitmondde in hevige paniekaanvallen. Eerst alleen 's nachts, later ook overdag, daarom durfde ze niet goed de straat meer op. Ze begon zich af te zonderen. Uiteindelijk was ze voor observatie opgenomen op de psychiatrische afdeling van het Rijnziekenhuis, en van daaruit was ze in de Prins Willemhof terechtgekomen.

„Ze is enorm terughoudend in contact, " had Saskia haar verteld. Het is misschien het beste als je haar eens opbelt. Jullie kunnen goed met elkaar overweg hè? ”

„Ja, " had Margriet gezegd, „daarom vind ik het ook zo erg dat ik het nu pas hoor. Ik ga haar zo direkt bellen." „Weet jij ook hoe het eigenlijk zo gekomen is? ", had ze nog aan Saskia gevraagd.

Deze had wat aarzelend gereageerd. Toen een beslissing genomen en gezegd: „Ik weet het niet precies, maar het is denk ik maar het beste dat ik je vertel wat ik weet. Alien zal ons nog hard nodig hebben in de toekomst, en ik denk dat het daarom beter is dat je er iets meer van weet. Zelf zal ze het je nooit rechtsstreeks dun/en zeggen, tenminste, nu nog niet. Toen ik haar voor het eerst in het Rijnziekenhuis bezocht, was ze erg aarzelend toen ik er naar vroeg. Uiteindelijk liet ze toen iets los over thuis, dat het daar niet goed was geweest. Er was iets met haarvader en haar broer. Toen heb ik haar rechtsstreeks gevraagd of ze op seksueel misbruik doelde. Ze heeft alleen maar geknikt. Als ik nu bij haar op bezoek ga, praten we er eigenlijk helemaal niet over, maar toch heeft het haar opgelucht dat ik het nu weet.”

Het had tijd gekost voor Margriet om dit bericht te verwerken. Alien? Incest? Het was zo onwezenlijk. Het kön niet waar zijn. Het mocht niet waar zijn. Maar het was waar. Na ruim een week had Margriet haar moed bij elkaar geraapt en had ze Alien dun/en bellen. Na een paar keer doorverbonden te zijn had ze Alien zelf aan de lijn gekregen. Ze vond het wel prettig als Margriet langs wilde komen, en ze hadden meteen afgesproken voor deze zaterdag.

„Als je de oprit opgelopen bent, loop je tegen het hoofdgebouw aan", had Alien gezegd, „Daar staat een plattegrond. Het is het makkelijkste als je daarop kijkt hoe je de afdeling vinden moet. Bij Dahlia moet je zijn.”

Margriet loopt op het hoofdgebouw af. Indrukwekkend en statig staat het daar. Echt iets van vroeger, vindt Margriet.

Met behulp van de plattegrond heeft ze de afdeling snel gevonden. Het is een heel wat nieuwer gebouw dan het hoofdgebouw, en het doet op het eerste gezicht wel aardig aan.

De voordeur staat op een kier. Even aarzelt Margriet. Zou het de gewoonte zijn dat bezoekers zomaar binnenkomen?

Ze belt toch maar aan. Even later zwaait de deur open en kijkt een jonge vrouw haar vragend aan. „Ik kom voor Alien" zegt Margriet. „Ik roep haar even, kom maar even binnen staan.”

Binnen een paar tellen is Alien er. „Fijn dat je er bent", zegt ze. „Zullen we ergens gaan koffiedrinken? Buiten het terrein is een cafeetje, daar kun je wel leuk zitten.”

Margriet vindt alles best. Ze voelt zich onwennig in deze omgeving en Alien doet zo gewoon. Of lijkt dat maarzo? Is het maar een houding om haar onzekerheid te verbergen?

Even later lopen ze weer buiten. „Zeg, " vraagt Margriet, „die vrouw die de deur opendeed, was die van de verpleging? ”

„Nee hoor, " zegt Alien, „dat was jessi. Ze is mijn slaapkamergenoot, twee weken na mij is ze hier gekomen.”

Het blijft een poosje stil, dan vraagt Alien of Margriet goed gereisd heeft. Margriet, blij dat ze wat heeft om over te praten, vertelt wat over de reis.

Als ze allebei achter een kop koffie zitten, begint Margriet met: „Ik ben zo geschrokken toen Saskia vertelde dat je hier was.”

„O, heb je het van Saskia gehoord, " reageert Alien, „ik had er al over zitten denken.”

„Waarom.... waarom had je niet gezegd dat het niet goed ging, toen ik er eens naar vroeg? ", gaat Margriet verder.

„Ja, waarom? ", herhaalt Alien.

„Misschien had ik toen nog steeds het idee dat het wel weer vanzelf beter zou gaan. Tegen beter weten in ging ik door. Het is zo moeilijk om toe te geven dat je het alleen niet meer redt, datje hulp nodig hebt. En toen is het opeens allemaal zo snel gegaan. Voor ik het goed en wel wist was ik in het Rijnziekenhuis opgenomen. Ik wilde niet dat iemand het wist. Van m’n

vrienden wist alleen Saskia ervan, omdat ik met haar op vakantie had willen gaan. Opeens schakeltze over: „Wat heeft Saskia verteld? ”

Margriet schrikt van deze onverwachte vraag.

„Nou, ja, hoe je hier gekomen bent enzo, " houdt ze het dan wat vaag. „Weetje... weetje ook waarom? ", vraagt Alien.

„Ja", zegt Margriet. „Had Saskia het niet mogen zeggen? ”

„Tegen jou wel, " zegt Alien, „ik... ik kan er zelf niet over praten. Later misschien.”

Het is rustig in de trein als Margriet weer richting Leiden spoort. Ze laat haar gedachten over deze middag gaan. Alien had haar naar haar werk gevraagd. Margriet had verteld, de leuke dingen, de nare dingen, de blijdschap en het verdriet die elkaar afwisselen.

Later had Alien haar naar de bushalte gebracht. Toen had ze nog even iets over zichzelf losgelaten.

„Weetje, Margriet, ik ben zo bang voor het oordeel van mensen, voor onbegrip, of dat ze zullen zeggen: 'Dat was vroeger', of dat ik het maar moet vergeven.”

En nu zit Margriet daar nog eens over te denken. Hoe zit dat eigenlijk met dat vergeven? In de Bijbel staat dat je moet vergeven, maar ergens voelt ze ook dat je dat niet zomaar simpel naar voren kunt schuiven. Weet je wat, ze kan vanavond wel eens naar llze gaan. Zij heeft, sinds ze vanuit haar psychologie-studie stage liep bij een Riagg, daarin de praktijk vast wel eens mee te maken gehad.

Samen lopen ze over het strand, llze en Margriet. Toen Margriet thuis kwam, had ze meteen gebeld. En llze, hartelijk als altijd, had gezegd: „joh, kom meteen na het eten naar me toe. Dan gaan we eerst uitwaaien aan het strand en dan bij mij koffiedrinken. „Vond je het moeilijk vanmiddag? ", vraagt llze.

„ja, " zegt Margriet, „weet je, je leest over incest, je hoort erover, je weet dat het gebeurt. En toch is het dan zo anders als het iemand aangaat die je kent, waar je om geeft. Dan... dan voel ik me zo, zo machteloos. Ik zou de pijn van Alien weg willen nemen, maar dat kan ik niet.”

„Nee", beaamt llze, „dat kun je niet. Maar", zo gaat ze even later verder, „je kunt haar wel helpen doordicht naast haar te staan.”

’t Blijft even stil. Dan, aarzelend, gaat Margriet verder: „En llze, ik ben ook... ja eigenlijk ben ik ook zo boos. Ik ben vroeger wel bij Alien thuis geweest, ik ken haarvaderen haar broer. Dan moet ik er steeds aan denken dat het toen al mis geweest moet zijn. Hoe meer ik erover denk, hoe bozer ik word. O, dan zou ik ze erbij willen slepen en zeggen: „Kijk, dat is nu Alien: beschadigd, verwond, opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en dat is jullie schuld! En-dat-is-jullie-schuld!" Ze stopt even om op adem te komen. Iets rustiger vervolgt ze: „En daarbij nog het weten dat ze zondag aan zondag in de kerk zitten. Ik snap het niet. Ik snap het echt niet. Hoe kunnen ze dat ooit voor God verantwoorden?

„O Margriet, " zegt llze, „ik begrijp je zo goed. Het is zo moeilijk, zo vreselijk moeilijken onbegrijpelijk.”

Ze lopen verder. Zwijgend. Tot Margriet de stilte weer verbreekt: „Alien is ook zo bang voor de reactie van anderen, dat ze zoiets zullen hebben van: 'Dat moet je vergeten en vergeven'. Maar, maar dat kan toch niet zomaar? ”

„Vergeten lijkt me onmogelijk, " reageert llze. „Het blijft toch iets dat je hebt meegemaakt. Het zal er meer omgaan hoe je met zó'n herinnering vérder kunt leven. En ja, vergeving, dat is een moeilijk punt. Laatst heb ik daar een lezing over gehoord. Thuis heb ik er aantekeningen van liggen, moet je straks maar eens doorlezen. Twee dingen spraken me toen vooral erg aan. Het ene was dat we een tekst lazen over vergeving. Hierin staat heel duidelijk dat als iemand zondigt, en het is hem leed, zo vergeef hem. Toen kwamen we erop hoe belangrijk het is om schuld te belijden. Want wat moet je vergeven, als er geen schuld beleden wordt?

Het andere was, dat degene die de lezing hield, vertelde hoe in het Oude Testament een incestdader gedood moest worden. Er was dan dus helemaal geen sprake meer van vergeving of van het herstellen van een relatie. Hij zei er wel bij dat dit niet wil zeggen dat je dat zonder meer naar nu over kunt zetten. Het kanwel een ander licht werpen op het möèten vergeven. Het laat wel zien dat God de zonde van incest hoog opnam.

Door de duinen lopen ze terug. Rechts van hen strekt de zee zich uit, een donkere watervlakte. Ze horen, meer nog dan ze kunnen zien, de beweging van de golven. Heen en weer. Heen en weer. Eindeloos, „llze, heb jij dat ook weieens, datje... dat je soms bidt of de Heere Jezus maar gauw terug zal komen? Dan zal er toch een einde komen aan al dat leed op deze aarde? ”

„Ja, " zegt llze, „daar denk ik ook wel eens aan. Geen moeite meer, geen verdriet, geen zonde, geen pijn, voor allen die door het geloof Hem mogen kennen en Hem verwachten. Maar, Margriet, zolang deze wereld nog bestaat, moeten we ook blijven bidden voor hen die lijden, voor Alien en zoveel anderen. Vragen of God nabij wil zijn, of Hij kracht wil geven en uitzicht om toch weer verder te leven.

Verwondert luistert zij naar de klanken van het heden waar liefde zingt en vrede fluistert waar toekomst trekt en hoop ontfluistert uit een duister, bang verleden...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1996

Daniel | 32 Pagina's

Pijn

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1996

Daniel | 32 Pagina's