De dag van Christus komt
Tweede lezing winterconferentie
In de volheid des tijds heeft Cod Zijn Zoon uitgezonden. Dat is Bethlehem. Jezus Christus, Gods eniggeboren Zoon is gekomen. Maar Hij zal ook wederkomen. Hij is, na Zijn werk volbracht te hebben, gezeten aan de rechterhand van Zijn Vader, vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. In de Middeleeuwen sprak men over de zwarte Dag, de Dag des toorns. Later legde men verband tussen wereldeinde en wereldgericht. Zo bidt de gemeente als er kinderen gedoopt worden, dat die kinderen ten laatste dage voor de rechterstoel van Christus zonder verschrikken mogen verschijnen.
Op de Olijfberg lieten de engelen de discipelen de boodschap horen: Deze Jezus, Die van u is opgenomen in de hemel, zal wederkomen. Wie gelooft het? Zijn zulke woorden niet moeilijk voor ons denken? Toch is die wederkomst een belangrijk stuk van de christelijke belijdenis. GuidodeBrès besluit de Nederlandse Geloofsbelijdenis met de bekende woorden over de wederkomst: „Daarom verwachten wij die grote dag met een groot verlangen..." Is dat echt zo? Wie gelooft het nog? Wat betekent die belijdenis in de praktijk van het leven?
Gegevens omtrent die dag
In de Heilige Schrik vinden we niet zoveel nauwkeurige gegevens over die grote dag. Er is sprake van barensweeën en nog is het einde niet. De noodzaak wordt onderstreept om waakzaam te zijn. De satan wordt grimmig, omdat hij weet dat hij nog maar een korte tijd heeft. En als de discipelen over die toekomst meer willen weten dan zegtjezus, dat het hen niet toe komt te weten de tijden of gelegenheden die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft (Handelingen 1 : 7). Wel wijst de Heere Jezus tijdens Zijn omwandeling op aarde heel concreet op de tekenen der tijden. Iemand schreef eens: De bodem glijdt onder onze voeten weg. De tijd der 'catastrofen' is aangebroken. Wordt er al op de bazuin geblazen zonder dat onze oren het opvangen? " Het aangrijpende is, dat voor onze generatie globaal genomen God een vraag is geworden. En een overbodigheid. Waarvoor is Hij eigenlijk nodig? Gaat het zonder Hem niet net zo goed of nog beter zelfs? Hij is de grote Spelbreker, Hij moet weg. Overal openbaart zich het optreden van de mens der wetteloosheid, en de leus is: mancipatie van God. Mensen stellen hun eigen normen en hebben Gods inzettingen niet nodig.
En juist dan, als satan meent de laatste slag te kunnen slaan om de macht voor altijd in handen te krijgen, dan zal daar zijn het teken van de Zoon des mensen. Die dag zal een dag zijn als alle andere dagen. Een dag met winkelende mensen, reizende mensen. Een dag met schoolgaande kinderen, een dag waarop telefoongesprekken worden afgebroken, een dag waarop maaltijden niet afgegeten worden. Een dag waarop niemand verwacht dat het de laatste dag zal zijn. Als mensen er nog gedachten over hebben, dan zullen ze in ieder geval van die laatste dag zeggen: „Vandaag niet!" Maar juist dan wordt het vervuld: Jezus komt weer!
Hoe zal Jezus komen?
Hij komt niet meer als de Man van smarten, niet meer als Degene Die gekropen heeft als een worm en geen man in de hof van Gethsemané. Hij komt niet meer als de Uitgeworpene, niet meer als de Beledigde en de Beschuldigde, niet meer als een veroordeelde Misdadiger. Nee, Hij komt nu in een andere gedaante, in heerlijkheid, in macht, in glorie en majesteit. Hij komt niet alleen als de Redder van Zijn kerk, maar ook als Rechter om te oordelen de levenden en de doden. Hij zal Zijn goddelijke majesteit openbaren. Zijn gedaante moge veranderd zijn, Zijn Naam niet. Ook op de dag van Zijn glorie heet Hij Jezus. Hoor maar wat de engelen tegen de descipelen zeggen op de Olijfberg: "Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen gelijkerwijs gij
Hem naar de hemel hebt zien heenvaren" (Handelingen 1:11 b). Let er op: elijk - alzo! Dat is maar niet een stille wenk die de engelen geven, nee, dat is een duidelijk signaal.
Alzo, dat is: plotseling
Zoals Jezus plotseling is heengegaan, zo zal Hij ook plotseling weerkomen. Hij werd weggenomen als in een ogenblik, zo zal Hij ook komen. Onberekenbaar, onnaspeurlijk; we behoeven er echt geen berekening van te maken. Niettemin, in de wereld van vandaag zijn er heel wat van die rekenaars. Het past allemaal precies als een legpuzzel in elkaar. Kaarten erbij en boeken, zoals van Hal Lindsey bijvoorbeeld. En als je soms zou zeggen: et klopt allemaal precies, weet het dan: et klopt niet met Gods Woord! Als ze zeggen: an en dan zal het zijn, dan zal het juist niet zijn. De Heere Jezus zei heel nadrukkelijk: Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen" (Mattheüs 24:36, zie ook Markus 1 3:32). Hij zal komen als een dief in de nacht. Het zal wel precies op tijd zijn, namelijk de tijd van Zijn Vader.
Alzo, dat is: met de wolken
Een wolk heeft Hem weggenomen, en ook een wolk zal Hem terug brengen. „Ziet, Hij komt met de wolken" (Openbaring 1:7a). Deze Jezus, Hij zal komen in majesteit en heerlijkheid, in glorie en in hoogheid. Hij zal komen als de koning der koningen. Op de witte zegewagen van de wolken des hemels. Hij zal komen zoals Hij ging. Hij ging heen voor de ogen van Zijn jongeren. Mensen hebben het gezien, dat Hij ten hemel opvoer. Zo zal hij komen, zichtbaar. Geen verschijning in de geest, nee, hetzal werkelijkheid zijn. Ogen zullen Hem zien. 'Alle ogen', zegt de Schrift. „Alle oog zal Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben" (Openbaring 1:7b). Niemand zal aan Hem voorbij kunnen. Dan zal Hij als een herder de schapen van de bokken scheiden. Als een landman zal Hij het koren van het kaf scheiden. En het koren zal bestemd zijn voor Zijn hemelse schuur, maar het kaf voor het helse vuur.
Als Hij komen zal, dan zal er geroepen worden. Hoor maar: Alsdan zullen zij beginnen te zeggen tot de bergen: alt op ons; en tot de heuvelen: edekt ons" (Lukas 23:30).
Maar op die dag zal ook geroepen worden: Ziet, Deze is onze God; wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons zalig maken. Deze is de HEERE, wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid" (Jesaja 25:9).
Wanneer zal Jezus komen
We zeiden het al, dat het ogenblik van Zijn wederkomst aan niemand bekend is. Eén ding is zeker: et is nog niet. Nog toeft die dag. Maar hij zal zeker komen. Gods tijdsrekening is een andere dan de onze. Eén dag is bij de Heere als duizend jaren en duizend jaren als één dag. En als er ten tijde van de apostel Petrus spotters zijn, die zeggen: Waar is de belofte van Zijn toekomst? ", dan blijft de apostel het antwoord niet schuldig. Hij schrijft: De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk enigen dat traagheid achten) maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen" (2 Petrus 3:9). Calvijn schrijft in zijn commentaar bij deze tekst het volgende: Dat is een wonderbare liefde tot het menselijke geslacht, dat Hij ze allen wil zalig hebben, en gereed is ter zaligheid op te nemen, die moedwillig verloren gaan. Doch deze orde is wel op te merken, dat God bereid is allen tot boetvaardigheid te ontvangen, opdat niemand verloren ga: ant met deze woorden wordt aangewezen het middel om zaligheid te verkrijgen.
Hierom, wie van ons naar zijn zaligheid staat, dat hij lere deze weg in te gaan. Maar hier kon men vragen: 'Zo God niet wil dat iemand verloren ga, waarom gaan dan zo velen verloren? ' Ik antwoord dat hier niet gesproken wordt van de verborgen raad Gods, waarbij de verworpenen tot hun verderf geordineerd zijn, maar alleen van de wil, die ons in het Evangelie geopenbaard wordt. Want daar biedt God de hand een iegelijk zonder onderscheid. Doch Hij grijpt alleen die aan, en leidt ze tot Zich, welke Hij vóór de schepping der wereld verkoren heeft. Ook brengt het woord dat Petrus gebruikt zoveel mede, dat God wil dat allen, die tevoren verwoest en verstrooid waren, te zamen tot bekering komen.”
Die dag en de - nieuwe - schepping
Het klinkt als een geloofsbelijdenis, wanneer Petrus schrijft, dat we naar Gods belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde verwachten. Dat is beslist niet gering, want dat is niet minder dan de wedergeboorte van de kosmos, het geheel van al het geschapene. Deugt deze schepping dan niet? De Bijbel zegt ons toch met nadruk: En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed" (Genesis 1:31). O zeker, maar diezelfde Schrift tekent ons de vreselijke gevolgen van de zondeval, waardoor deze aarde geschonden en vervloekt is. Zal het verlossende werk van God zich alleen richten op zondaren uit het menselijk geslacht? Nee, dat werk zal ook betrokken blijken te zijn op de kosmos. Als we vragen hoe dit zal zijn, dan blijkt de Heilige Schrift daar uiterst sober over te wezen. Romeinen 8 spreekt over de verlossing van de schepping als van een vrijmaking van de dienstbaarheid aan de verderfenis. Haar onderworpen-zijn aan de tyranniserende macht van de zonde zal straks tot het verleden behoren. Maar dat gaat door barensweeën heen. Dat suggereert een nieuwe geboorte. Ook Petrus onderstreept die volstrekte
nieuwheid met grote kracht: e hemelen, door vuur ontstoken zijnde, zullen vergaan en de elementen zullen brandende versmelten (verg. 2 Petrus 3:12). jesaja laatzich in zijn profetie in soortgelijke bewoordingen uit: Want ziet, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, en de vorige dingen zullen niet meer gedacht worden" (jesaja 65:1 7). Als het woord 'loutering' te zwak is om dit gebeuren weer te geven, mogen we dan zeggen, dat één en ander de vernietiging betekent van heel de bestaande substantie? Komt er een schepping van een totaal andere kosmos? Ik meen van niet. Nee, niet omdat het wel meevalt met de doorwerking van de zonde. Hoe diep heeft de zonde zich ingegraven in al hetgeen bestaat. Maar schepping en zonde zijn niet hetzelfde, ze vallen niet samen. De zonde is geen stof, geen substantie, niet iets wat je beet kunt pakken, maar een gerichtheid van God af naar de duivel toe. De stof blijft als stof, als substantie, geschapenheid van God. Maar de stof moet worden bevrijd van die zondige gerichtheid. Die moet totaal weg. Dat brengt een diepgaande breuk teweeg tussen de gevallen schepping van nu en de verloste schepping van straks. Want die verlossing gaat door de crisis heen. Crisis betekent oordeel. Die verlossing gaat dus heen door het oordeel van verbranding en versmelting. Maar God verlost Zijn eigen schepping. Iemand heeft een vergelijking gemaakt met de persoonlijke wedergeboorte. Die wedergeboorte noemt onze belijdenis een nieuwe schepping (Dordtse Leerregels, hfst. 3 en 4, par. 12). Maar daarbij wordt de persoon van een zondaar niet vernietigd ten behoeve van een andere persoon, die dan geschapen worden. Nee, maar dezelfde persoon krijgt een radicaal nieuwe gerichtheid op God. De stof blijft, maar de kwaliteit, de hoedanigheid wordt veranderd. Kern van de zaak is, dat de zonde er in de nieuwe schepping niet meer zal zijn. Kennis van God en gerechtigheid van God, die zullen haar doortrekken.
Een nieuwe aarde! Geen oorlogen meer, geen wapens, geen honger, geen armoede, geen graven, geen dood, geen rouw, geen verdriet. En waarom niet? Wel, daar zal geen zonde meerzijn.
Tussen sterven en opstanding
Op de vraag : „ Wa t troost geeft u de opstanding des vleses? ", antwoordt de Catechismus als volgt als het gaat over de ziel: „Dat mijn ziel na dit leven van stonden aan tot Christus, het Hoofd, 2al worden opgenomen." Deze belijdenis ligt in het verlengde van wat God in Zijn Woord heeft geopenbaard. Denk aan Stefanus. Toen Stefanus gestenigd werd, zag hij de heerlijkheid Gods en jezus, staande ter rechterhand Gods.
Stekende riep hij uit: „Heere jezus, ontvang mijn geest". Zijn lichaam werd onder de stenen bedolven, maar Zijn Heere en Koning stond om zo te zeggen klaar om zijn geest te ontvangen. Bij het sterven van de heiligen Gods gaat de ziel terstond, onmiddellijk, naar de hemel, nee meer: die gaat naar Christus, haar Hoofd. Er zal geen tussentijd zijn, geen zieleslaap of vagevuur. Christus Zelf liet johannes op Patmos schrijven: Zalig zijn de doden, die in de Heere sterven van nu aan. En Paulus zegt: Niets kan ons scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heere. Ook de dood niet. De dood is wel de laatste vijand, maar in de hand van Christus nochtans een knecht om Gods kinderen voor eeuwig te brengen in de gemeenschap met hun Heere. En dat terstond. Nee dat wordt niet beleden omdat men in de tijd van de Reformatie zo'n hoge dunk had van de gelovige, bekeerde mens, ook niet omdat men geen oog had voor de majesteit van God en voor de hemelse heerlijkheid, maar alleen omdat men groot dacht van de vergeving der zonden, die volgens antwoord 56 van de Catechismus ook hierin bestaat, 'dat de gerechtigheid van Christus ons uit genade geschonken wordt. Het kleed van eigen heiligheid schiet tekort, maar in Jezus' mantel ingehuld, vind ik bedekking voor mijn schuld.
Daar gaat de moordenaar aan het kruis met Jezus het nieuwe paradijs in: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn" (Lukas 23:43b).
Uitleiding
Bij Jezus' eerste komst zijn veel engelen betrokken geweest. Legioenen zongen: „Ere zij God in de hoogste hemelen en vrede op aarde in de mensen een welbehagen"; en één engel predikte: „Vreest niet, want, ziet, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal, namelijk, dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids". Bij Jezus' tweede en laatste komst zullen ook veel engelen betrokken zijn. Want op de dag van Jezus' glorie en heerlijkheid zullen ze uitgaan en de bozen uit het midden van de rechtvaardigen afscheiden. Alle mensen zullen bij de uitvoering van dat werk betrokken zijn; alle mensen, een ieder dient hier dan ook nadrukkelijk te denken aan zichzelf. En dan is het van tweeën één, want er is sprake van bozen en rechtvaardigen. Dan zal blijken of de boodschap van de engel in de kerstnacht vrucht heeft gedragen; vrucht door de bediening van de Heilige Geest in de weg van bekering en geloof. Ik las ergens als volgt: „Ach, zondaar, wilt u slechts een zalig sterfbed zoeken? O, kind van God, wilt u de zekerheid van een getroost scheiden uit deze wereld? Ach, dat moet u niet zoeken. U moet niet iets zoeken, maar iemand. U moet Christus zoeken. Want die Hem vindt, vindt het leven. Alleen in Hem is alle heil voor tijd en eeuwigheid”.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1996
Daniel | 32 Pagina's