De buurman van de hoek
Vervolgverhaal deel 1
„Psst, Joost!" Jacco duwt de takken van de heg een eindje opzij. Door het gat gluurt hij de buurtuin in. „Psst, Joost!" roept hij nog eens. De deur van het buurhuis klapt open en dicht, jacco hoort iets kraken en dan staat joost vlakbij hem.
„Wat is er? " vraagt hij met zijn zware stem. „Waarom doe je zo geheimzinnig? ”
Jacco kruipt door het gat. Hij past er nog net door.
„Schreeuw niet zo, man", bromt hij. „Weetje, dat-ie thuis is? " Hij gaat staan, gebaart naar het laatste huis van het rijtje. „Vanmorgen heb ik 'm gezien. Hij stond in de tuin en hij rookte een sigaret. En z'n haren zijn lang, joh!”
Joost haalt z'n schouders op. Hij trekt een takje van de heg, haalt alle blaadjes eraf.
„Nou en? " vraagt hij. jacco's mond valt open.
„Jij vond 'm anders ook een griezel!" zegt hij snel. Nu moet Joost niet net doen, alsof die vreemde buurman hem niks interesseert, want dat is flauw!
Hij herinnert zich die maandag, heel wat maanden geleden, nog heel goed. Ze hadden de man in het huis op de hoek altijd al een griezel gevonden. Lang krullend haar had hij. Soms zat het op een staart, maar vaker slingerde het zomaar een beetje heen en weer.'Toen Jacco thuis een keer zei, dat hij het maar een rare vent vond, was moeder boos geworden.
„Niet iedereen, die er anders uitziet dan wij, is meteen raar, Jacco", had ze gezegd. Nou, maar een paar weken later stond er wel een politie-auto voor de deur. En weer later wist de hele buurt, dat die kerel in de gevangenis zat.
Joost schiet in de lach. „Misschien moet-ie even z'n planten water geven", zegt hij. Jacco grinnikt mee. Hij denkt aan de stengels, die voor het raam van het huis op de hoek staan. Eigenlijk past dat huis niet meer in hun buurt. En zo'n kerel, die in de gevangenis heeft gezete, al helemaal niet!
„Ga je mee even een kijkje nemen? " vraagt hij. Joost kijkt op zijn horloge. „Oké", knikt hij.
Eerst kruipt jacco door het gat, dan Joost. Jacco's hart klopt een beetje harder. Vanmorgen, toen hij die kerel zag, kreeg hij het al benauwd.
Niemand weet precies, waarom hij naar de gevangenis moest. Maar iedereen snapt, dat je daar niet zomaar komt. En nu, nu staat zo iemand weer in z'n tuin en kan hij allerlei gekke dingen gaan doen... Griezelig! Ze lopen door de steeg naar het laatste huis van de rij. „Zie jij wat? " fluistert jacco.
Joost schudt zijn hoofd. „Dat is ook nogal makkelijk met zo'n schutting", bromt hij. Hij schopt eens tegen het hout en voelt aan de deur. „joh!" schrikt Jacco. Meteen gaat de deur open. Eerst zien ze een roestige fiets, dan het hoofd van de buurman. Zijn haar is strak naar achteren gekamd en hij kijkt hen recht aan. „Hé hallo", zegt hij, „aangenaam". Zijn ogen zijn vriendelijk, dat ziet Jacco meteen, 't Zijn helemaal geen ogen van iemand die in de gevangenis gezeten heeft. Misschien hebben ze in de buurt dat verhaal wel verzonnen. Misschien is hij gewoon een hele poos op vakantie geweest. Of moest hij voor zijn werk naar het buitenland. Dat moet de vader van Joost ook wel eens.
De man wacht niet op een antwoord. Hij stapt op zijn fiets en rijdt de steeg uit. jacco en Joost kijken elkaar aan. „Misschien zijn al die verhalen over de gevangenis wel verzonnen", aarzelt jacco.
„Geloof ik niks van", zegt joost. „Er staat toch niet voor niks een politie-auto voor je deur? En je blijft toch niet zomaar een heleboel maanden weg? We mogen wel oppassen met onze fietsen, nu hij weer thuis is. Zo meteen pikt-ieze... M'n vader..." Nu fluistert hij. Jacco kijkt hem aan. „Griezel", zucht hij.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1996
Daniel | 32 Pagina's