Niet zielig, soms verdrietig, toch rijk
Vraaggesprek over ongehuwd zijn
Het beeld dat gehuwden van ongehuwden hebben, varieert nog al. Uiteenlopend van "ze hebben maar een lekker vrij leventje" tot "het is toch wel een beetje zielig". Maar wat is de werkelijkheid? Hoe beleven ongehuwden het zelf?
Marrie Groeneveld (37) als verpleegkundige werkzaam in de thuiszorg en Plony Herweijer (36) werkzaam in het onderwijs, zijn beiden ongehuwd. In een open gesprek vertellen ze daar over. Niet omdat ze hun ervaringen zo belangrijk vinden. Maar omdat ze hopen dat het voor anderen herkenning en steun zal bieden.
Proces
Allebei gebruiken ze het liefst het woord ongehuwd. Vrijgezel klinkt zo ouderwets. Net als de aanduiding op een brief met mejuffrouw. Liever niet...
Wanneer ga je jezelf zien als ongehuwd? Zo noem je jezelf nog niet als je zestien bent. Is dat aan een leeftijd gebonden? Beiden zien het afs een proces, maar voor Marrie was haar dertigjarige leeftijd wel een soort grens. „Vanaf die tijd kwam de gedachte vaker naar voren dat het wel eens altijd zo zou kunnen blijven.”
Bij Plony speelden opmerkingen van anderen hierbij een rol. Tijdens het leiden van een zomerkamp merkte ze dat jongeren haar zagen als 'vrijgezel'. Verder was het kopen van een eigen huis voor haar een belangrijk moment. „Ik was heel blij met dit huis en ben dit nog steeds. Maar toch was er een schaduwkant. Ik realiseerde me goed: daar zit je nou in je eentje.”
Niet zielig
Is ongehuwd zijn zielig? Sommige gehuwden vinden van wel. je bent dan toch maar alleen? „Absoluut niet", zo zeggen ze beiden. Al onderstrepen ze dat de beleving bij iedereen anders zal zijn. Plony: „Ik denk wel dat er ongehuwden zijn, die geobsedeerd zijn door de gedachte 'was ik nou maar getrouwd.' Maar zo ervaar ik dat zelf niet.”
In tegenstelling tot Plony woont Marrie samen met een vriendin in één huis. Hoewel ze iedereen eigen woongedeelte hebben, maakt dit veel uit. „Je hebt zo toch de zorg voor elkaar. Hiervoor heb ik alleen gewoond. Daar had ik sterker die momenten dat ik me alleen voelde. Nu is er na een drukke dag met allerlei ervaringen toch iemand met wie je dingen kunt delen.”
Marrie kent wel de ervaring dat anderen je als zielig beschouwen. „Vooral ouderen, die met de beste bedoelingen tegen je zeggen: Voor jou komt het ook nog wel een keer hoor kind. Alsof het enige doel in je leven is om maar getrouwd te zijn. Terwijl ik me vaak ook heel rijk voel. Natuurlijk is dat bij vlagen wel anders. Maar ik ben niet altijd bezig met wat ik mis. Ik voel me niet ongelukkig, zielig of eenzaam.”
Soms verdrietig
„Niet zielig, maar soms wel verdrietig, zegt Plony eerlijk. „Dat laatje niet altijd zien, maar soms is dat wel zo. Als ik bij goede vrienden ben, die gelukkig zijn getrouwd bijvoorbeeld. Dan denk ik weieens: zo heeft de Heere het bedoeld. Dan kan ik me soms verdrietig voelen. Niet zielig. Dat ben ik niet en ik wil ook niet dat een ander me zo ziet. Ik vergelijk het weieens met een weegschaal. De ene keer slaat de balans door naar de ene kant en een andere keer naar de andere kant. Enerzijds weet ik me rijk gezegend. Maar soms ervaar ik het alleen zijn ook als pijn. Een diepe pijn, waar ik echt om kan huilen.”
Waarom ongetrouwd?
Hoe komt het dat de één wel trouwt en de ander niet? Marrie herkent die vraag. „Natuurlijk denk je daarover na en praat je daar ook weieens over. Ik heb een beroep waarin ik veel verantwoordelijkheid draag. Je regelt je eigen zaakjes en vaak ook de zaken van een ander. Hierdoor kom je meestal zeker over, maar van binnen is er soms ook onzekerheid, je hebt behoefte aan iemand bij wie je helemaal mag zijn die je bent. Ook in al je zwakke kanten. En waarom je dan niet trouwt? Daar heb ik geen afgerond antwoord op, maar ik vraag het me ook niet voortdurend krampachtig af.”
Plony heeft ook geen pasklaar antwoord op het 'waarom' van het ongetrouwd zijn. „Het zou best mogelijk kunnen zijn, dat het te maken heeft met je karakter. Aan de andere kant zit er ook iets onbegrijpelijks in. Gelukkig is er Eén Die het wel weet. Zodra je dat ziet, geeft dat rust. De Heere vergist Zich niet. Zolang de Heere mij niet iemand geeft, vindt Hij het kennelijk beter zo. Soms is er echt dat rijke besef dat Hij in Christus als een Vader nabij is en zorgt. En wanneer je aan de Heere Jezus denkt, wat is mijn 'alleen-zijn' dan in vergelijking met de eenzaamheid, die Hij moest doormaken? Als je dat ziet is niet altijd de pijn weg, maar het is toch goed." Marrie vult aan. „Dat geldt niet alleen voor de beleving van je ongehuwd zijn, maar in allerlei dingen.
Soms dingen waarin je het niet zo ziet zitten. Dan kan er toch rust zijn, omdat alles in de hand van de Heere is. Hij zal me geven, wat voor mij nodig is. Waarmee ik niet wil zeggen, dat ik dit altijd zo kan zien.”
Het belang van vrienden
Goede vrienden zijn erg belangrijk als je ongehuwd bent. Voor steun, meeleven, raad, enzovoort. Plony ziet nog een ander voordeel. „Gelukkig heb ik een paar heel goede vrienden en één goede vriendin met wie ik vrijwel alles bespreek. Zij zijn gelukkig ook heel kritisch naar mij toe. Dat kun je niet genoeg waarderen. Als ze gewoon eens aan je vragen: 'Waarom doe je dat? Is dat nou wel verstandig? ' Dat kan weieens moeilijk zijn, maar toch ben ik er dankbaar voor. je hebt iemand nodig die je weieens op je nummer zet.”
Marrie kent ook de zegen van goede vriendschappen. Ze vindt dat je dit niet genoeg kunt waarderen. Wel stelt ze vast dat het anders blijft dan in een huwelijk. „Allerlei belangrijke beslissingen moet je toch alleen nemen. Familieleden en goede vrienden kunnen je wel adviseren en bijstaan, maar jij bent uiteindelijk toch degene die moet beslissen.
Alleen! In een huwelijk doe je dat altijd samen. Je draagt dan ook samen de consequenties." Plony ervaart dit ook zo. „Uiteindelijk moet je zelf knopen doorhakken. Daarom ga ik niet altijd onmiddellijk naar vrienden toe. Ik probeer meestal eerst zelf een mening te vormen om het pas daarna met anderen te bespreken. Je wilt niet altijd op een ander leunen. Maar toch red je het niet alleen. Het is van verschrikkelijk groot belang dat je investeert in vrienden.”
De gemeente
Een goed kerkelijk gemeenteleven is voor iedereen van belang. Zeker als je ongehuwd bent. „Kies voor één gemeente, waar je echt bijhoort", benadrukt Marrie. „Ik heb dat advies vroeger gelezen en ben het er nog steeds mee eens. Ik waardeer de wijze waarop de gemeente mij opvangt. Ik heb deze gemeente ervaren als een open deur. En nog steeds. Ik heb hier niet het gevoel dat ik een bijzonder mens ben, omdat ik ongehuwd ben. Het is bijvoorbeeld heel fijn, dat er na een ledenvergadering mensen bellen om door te geven wie er is gekozen. Verder zijn er nogal wat gezinnen, die je uitnodigen.
Daar zijn vriendschappen uit gegroeid. Die bezoeken kunnen zelfs weieens teveel worden. Ook als alleenstaande heb je soms behoefte aan een zondag alleen.”
Door allerlei omstandigheden liep het bij Plony anders. „Ik ben nogal wat zondagen bij mijn moeder. Daar ben ik ook nog steeds lid. Dat is dus niet in de plaats waar ik woon en werk. Zo leef ik dus eigenlijk in twee gemeenten. Verre van ideaal, dat is waar. Toch hoor ik naar mijn idee tot de gemeente waar ik 's zondags het meest naar de kerk ga. Daarom heb ik er voor gekozen het zo te houden, zolang de omstandigheden zich niet wijzigen.”
Voorbede
Een wezenlijk onderdeel van het gemeente-zijn is de zondagse kerkdienst. Daar wordt nogal eens gebeden voor alleenstaanden. Is dat goed of bevestigt dat juist het beeld van zieligheid?
Voor Marrie maakt het veel uit hoe dit gebeurt. „|e merkt in het gebed hoe er gebeden wordt. Als je bewogenheid proeft, kan dit je goed doen. Dan heeft het ook helemaal niet iets zieligs. Als het goed is, worden zo allerlei mensen binnen de gemeente opgedragen: gehuwden, ouders, jongeren, weduwen, enzovoort. Maar óók ongehuwden, want het kan moeilijk zijn voor een alleenstaande. En het hoort bij het 'gemeente-zijn' dat daarvoor op z'n tijd in het gebed aandacht is.”
Kinderen
„Zo kun je ook weieens een steek voelen als tijdens een doopdienst alleen voor kinderloze echtparen wordt gebeden. Er zijn ook ongehuwden die dit verdriet kennen." Plony: „Zo vind ik het jammer dat predikanten de gemeente soms aanspreken als 'jongens en meisjes' en 'vaders en moeders'. Dan denk ik: en de rest dan? De gemeente is breder dan die twee groepen. Er zijn ook getrouwden zonder kinderen en ongehuwden.”
Toch had Marrie ook een goede ervaring tijdens een doopdienst: „De predikant benadrukte dat deze kinderen, kinderen van de gemeente zijn. Opeens zag ik: ik hoor toch ook bij deze kinderen en deze kinderen horen bij mij, want ik hoor bij de gemeente.”
Plony kent die ervaring naar kinderen toe ook. „Je kunt het zo enorm missen, dat je zelf geen kinderen hebt. Maar als ik denk aan de vele kinderen die ik in de klas heb gehad, is het m'n gebed of de Heere me dan daarvoor wil gebruiken. Al zijn het kinderen die je telkens weer los moet laten.”
Zeeën van tijd
Ongehuwden komen meer op bezoek in gezinnen, dan andersom. Marrie vindt dit begrijpelijk, maar er zijn grenzen. „Ik zeg weieens: ik vind het prima dat ik van de vijf bezoeken vier keer naar jullie kom, maar ik vind het ontzettend leuk als jullie ook een keer naar mij komen. Dat doen ze dan ook.”
Plony toont veel begrip. „Er zit natuurlijk een praktische kant aan. Het is nu eenmaal veel makkelijker als jij in je eentje naar die ander gaat. Jij kunt toch altijd...”
Kunnen ongehuwden echt altijd? Gehuwden denken vaak dat ongehuwden zeeën van tijd hebben. „Die fabel moet de wereld maar eens uit", vinden ze beiden. Marrie: „Je kunt soms bekaf thuiskomen en geen puf hebben om te koken. Maar je staat er wel voor. Je moet zelf de boodschappen doen, zelf koken, het huis bijhouden, de tuin bijhouden en noem maar op. Verder wil je je sociaIe kontakten goed bijhouden. Dat alles, naast je gewone werk, vergt veel tijd.”
Plony beseft dat het ook andersom weieens aan de beeldvorming hapert. „Ik ben weieens een paar weken bijgesprongen in een gezin. Dan besef je pas wat daar allemaal op je af komt. Het was heel gezellig en ik heb er intens van genoten, maar ik was wel de hele avond in de weer: die moest naar de catechisatie, die moest naar de club, een ander wilde naar de bieb, even later moest er één onder de douche.
Ondertussen lag de strijk er nog steeds. Als ongetrouwde, dat geef ik toe, kun je ook een verkeerd beeld van gehuwden hebben.”
Bewust nadenken
Het is belangrijk om bij het ouder worden bewust na te denken over de vraag: blijf ik thuis wonen of ga ik op mezelf? Marrie wil een streep zetten onder dat bewust. „Het is belangrijk om daar op tijd bewust eens bij stil te staan, je wordt geleidelijk ouder en op een gegeven moment vind je dat je eigenlijk niet meer weg kunt. Als je dan maar thuis blijft wonen, terwijl je het er diep in je hart niet mee eens bent, is dat niet goed." „Het is ook belangrijk", vindt Plony, „dat je jezelf niet tot slachtoffer maakt. Wat je ook doet, pas op voor krampachtigheid. Daar lig je zelf ook voor open. Daarom moet je ook weieens om jezelf kunnen lachen. Neem jezelf maar eens op de korrel. Een beetje zelfspot kan goed doen. Anders bestaat het gevaar dat je verzuurt.”
Valkuilen
Het ongehuwd zijn heeft onmiskenbaar voordelen. Eén van die voordelen is dat je veel dingen zelf uitmaakt. Hier zit ook een gevaar in, vindt Marrie. „In een gezin wordt er al snel gezegd: doe jij alsjeblieft eens normaal. Dat mis je als je alleen woont.”
Piony: „le bent altijd gewend dat de dingen gaan zoals jij wilt. Dat is logisch. Ik kan bijvoorbeeld naar bed gaan, wanneer ik wil. Ik hoef daarbij met niemand rekening te houden. Ik kan eten wat ik wil. Ik kan zelf mijn vakantiebestemming bepalen. Het is goed om jezelf dat bewust te zijn. Het kan ook helemaal geen kwaad als dingen eens anders lopen, dan je zelf had gewild.”
Marrie wijst op een ander gevaar: „Toen ik pas in de verpleging was, ontbeet ik 's morgens niet. Maar daardoor dreigde gebed en bijbellezen er ook bij in te schieten. Ik ben toen heel bewust weer gaan ontbijten. Het is belangrijk om bepaalde vaste gewoonten aan te houden. Als ik alleen ben, sla ik het koken weieens over, maar ik zou er geen vrede mee hebben om het gebed en bijbellezen over te slaan.”
Voor Plony ligt dit net zo. „Als ongetrouwde moet je dit van jezelf vergen. Ik sta 's morgens ruim op tijd op. Gewoon omdat ik veel werk heb, maar ook omdat ik rustig wil ontbijten, bijbellezen en bidden. Altijd hardop overigens. Dat heb ik mezelf aangewend. Anders lees ik niet, maar vliegen m'n ogen over de letters.”
Man en vrouw schiep Hij hen
Het is niet goed dat de mens alleen is. Daarom schiep de Heere man én vrouw. Daarbij hoorde ook de lichamelijke aantrekkingskracht. Er zijn ongehuwden die zich hierdoor soms zondig en slecht voelen. Ze ervaren wat een strijd het kan geven om goed met die gevoelens om te gaan. Een strijd niet zonder tegenslagen. Plony: „Dat kan inderdaad een hele worsteling zijn: wat mag ik aanvaarden? Waar ga ik over een grens? Ik ervaar gelukkig dat je daar wel een zeker evenwicht in kunt vinden, zodat je er gewoon mee om kunt gaan. Het is normaal dat dit verlangen er is. Het werkt al relativerend om dit vast te stellen, je hoeft deze gevoelens niet te ontkennen. Je mag ze ook eerlijk aan de Heere voorleggen. Hij wil leren om er op een goede manier mee om te gaan. En, ik bedoel dat niet goedkoop, wat kan het tot verootmoediging en troost zijn als je in het doopsformulier leest: „En als we soms uit zwakheid in zonden vallen, zo moeten we aan Gods genade niet vertwijfelen, noch in de zonde blijven liggen..." Hoe moeilijk het ook kan zijn, maar soms kan ik toch de Heere danken dat die gevoelens er zijn.”
Marrie probeert deze gevoelens een plaats op de achtergrond te geven. Wordt dat dan geen verdringing? „Nee, dat vind ik niet. Die gevoelens zijn er wel, maar je probeert ze een plaats te geven. Je zoekt naar een zeker evenwicht. En nu is er gewoon geen gelegenheid om uiting te geven aan deze gevoelens. Daarom wil ik er niet op doordenken. Ik wil het mezelf niet onnodig moeilijk maken, juist door er zo mee om te gaan, zijn deze gevoelens minder sterk. Dat is geen wegdringen, maar een nuchter vaststellen: verder moet ik niet gaan. Waarom zou ik mezelf pijn doen? " Marrie kijkt ook relativerend naar gehuwden. „We leven in een gebroken wereld. Dat geldt ook voor gehuwden. Het is rijk om als gehuwden door het leven te gaan, maar ook daar is in dit opzicht lang niet altijd alles ideaal.”
Rustpunt
Als je de Heere maar kent, kun je getroost je weg gaan. Is het niet goedkoop om dat zo te zeggen? Marrie vindt van niet. „Alles is zo betrekkelijk. Daar word ik door mijn werk soms opgedrukt. Dan besef ik goed: wat is nou je enige houvast? Als ik daar maar bij leef, is het goed. Zondag in de preek ging het over Gods Vaderlijke zorg. Dat was op dat moment zo troostvol, je kunt daar je persoonlijke strijd mee hebben. Maar in alles is Hij toch alleen je Rustpunt.”
Plony: „Dat moet vooral je strijd zijn. Niet: hoe raak ik getrouwd. Maar dat je het echt weten mag, dat wat de Heere doet goed is. In die zin zijn er niet altijd hoogtepunten, maar is er wel altijd een Rustpunt. En Wie is dat anders dan Christus? Dat te weten geeft je leven een vaste koers. Of je nu getrouwd bent of niet getrouwd. Als Hij maar bij mij is.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1996
Daniel | 32 Pagina's