JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Geestelijke en lichamelijke nooddruft

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geestelijke en lichamelijke nooddruft

Waaróm bid je?

8 minuten leestijd

Het gebed wordt wel de ademtocht van de ziel genoemd. De Catechismus spreekt van het voornaamste stuk der dankbaarheid. Maar waaróm bid je eigenlijk? Wat bedoel ik met mijn gebed? Is het gewoonte? Is het opvoeding? Is het vorm? Of is het behoefte? Het is goed om die vragen te stellen. De Heere zegt immers in Zijn Woord, dat er niemand is die naar Hem vraagt! Dat er niemand is die naar Hem zoekt. Of is het in jouw leven anders geworden?

Waaróm bid je?

Ik denk aan Saulus van Tarsen. Van hem lezen wij in Handelingen 9:11 „Want ziet, hij bidt". Saulus \ heeft tijdens zijn leven en werk voor de voorvaderlijke inzettingen wat afgebeden. Met de farizeeërs bad hij op de hoek van de straat om van de mensen gezien te worden. Saulus had er nooit bij stil gestaan, of zijn gebeden wel door God verhoord werden. Hij had er nooit aan gedacht of ? ijn gebeden de Heere wel aangenaam waren. Dat stond volgens hem wel vast. Hij bedoelde het immers zo goed. Hij had toch zo'n ijver voor God! ja, maar weet je, het was alles zijn eigen belang. Saulus had niets anders dan alleen zichzelf op het oog. Zulk bidden is de Heere niet aangenaam. Zulk bidden is hovaardig bidden. Dat bidden komt voort uit een hart vol hoogmoed en eigenliefde. Daarvan zegt de Heere: Ik wedersta de hovaardigen, maar de nederigen geef Ik genade”.

Als we dan van Paulus lezen: „Want ziet, hij bidt", dan is dat een gebed dat de Heere aangenaam is. Daar juist gaat het om. Waarom? Omdat het uit een verbroken hart kwam! Omdat het uit een verslagen geest kwam. Een verbroken hart, een verslagen geest, zal de Heere niet verachten. Die Hem aanroept in de nood, vindt Zijn gunst oneindig groot.

De Heere danken voor Zijn goedheid

De mens bestaat uit ziel en lichaam. Beiden moeten worden onderhouden. God onderhoudt het leven; zowel in het rijk van de natuur, als het leven van de mens. De onderhouding van het leven behoort bij de voorzieningheid Gods. Het is Gods goedheid om ons leven te onderhouden. Wij hebben immers als gevallen mensen alle rechten verloren! Door de ongehoorzaamheid is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood, die doorgaat over alle mensen. Zo worden wij allen in zonden ontvangen en in ongerechtigheid geboren en zijn wij allen van nature kinderen des toorns. Wat een goedheid van God, dat Hij ons met zoveel onverdiende zegeningen omringt! Dat is een prediking: het zijn de goedertierenheden des Heeren, die tot bekering leiden. En ook: het zijn de goedertierenheden dat wij niet vernield zijn. Door de zondeval is de mens alle rechten op het leven verloren. God is zo goed, dat Hij nog met veel zegeningen ons leven omringt! God wil dat wij Hem daarvoor ootmoedig erkennen, dankzeggen. God wil ook dat wij Hem eren en belijden als de Allerhoogste! Daartoe zijn wij eens geschapen: al wat Hij wrocht zal juichen tot Zijn eer!

Geestelijke en nooddruft lichamelijke

De vraag waarom je bidt, kom je ook

tegen in de Heidelbergse Catechismus. Daar luidt de vraag: „Wat heeft ons God bevolen van Hem te bidden? ”

Het antwoord op die vraag is: „Om alle geestelijke en lichamelijke nooddruft". Wij zagen dat de mens een ziel en een lichaam heeft. De ziel is de levende geest in de mens. De ziel is onzichtbaar, het lichaam is tastbaar en zichtbaar. Zowel de ziel als het lichaam; dus de totale mens moet voor en door God onderhouden worden. Zo is er geestelijke en lichamelijke nooddruft. De nooddruft, dus de behoefte, behoort bij het leven. De dode heeft geen nooddruft. Geestelijke behoeften behoren bij het geestelijk leven. Laat het je vraag zijn, of je geestelijk leeft! Of je het leven uit God en met God kent. Ben ik nu geestelijk dood of levend? Dat moetje levensvraag zijn. Het geestelijk leven heeft ook de eigenschappen van het leven; dus de levensbehoeften. Zo is het in het natuurlijke leven; zo is het ook in het nieuwe leven, in het geloofsleven.

Levens vragen

Die levensbehoeften komen uit in de levensvragen. Die levensvragen worden neergelegd bij de Heere, de levende God. Tot Wie zullen wij anders heengaan, met onze zielevragen, met onze geestelijke levensbehoeften? Dan moetje bij de Heere zijn, want mensen kunnen je niet helpen.

Hoe moetje dan die levensbehoeften bekend maken? Dat mag je doen door het gebed. Daarom nogmaais de vraag: waaróm bid je? Ja, waarom bid jij? Wat zit er achter dat gebed? Wat is daarin je nood, je behoefte? Wij bidden van nature nog wel om natuurlijke, dat wil zeggen, lichamelijke nooddruft, maar bij de geestelijke nooddruft hebben wij geen belang, omdat we die niet beleven. Dat is juist onze geestelijke nood. Ik zou de vraag willen stellen: „Beleef jij die geestelijke nood wel? " Zo niet, dan ben je nog geestelijk dood, dus onbekeerd. Dat betekent dat je op weg naar de hel bent. Maar bij het licht van de Heilige Geest wordt dat wel beleefd. Dan beleef je wie je bent. Daaruit vloeit die geestelijke nooddruft. Het eerste gebed is dan: „Heere wat moet ik doen, opdat ik zalig word? " Zaligheid, dat is behoud, dat is leven in gemeenschap met God. Die God, Die onze Rechter is geworden. Hoe wordt mijn ziel gered? Dat is geestelijke nooddruft. Daarom zul je bidden om bekering. „Heere, bekeer mij, dan zal ik bekeerd zijn". Dat is een dringend en hartelijk bidden, ootmoedig vragen aan God. Dat gaat gepaard met het belijden en beleven dat ik onbekeerd ben. En dat is beslist geen bidden uit gewoonte. Nee, dat is een zaak van levensbelang! Dat gaat gepaard meteen hartelijke droefheid naar God, en daar vloeit een hartelijke droefheid over de zonden uit voort. En dat geeft een onberouwelijke bekering tot zaligheid. Geestelijke nooddruft: „Heere, Gij Zone Davids, ontferm U mijner". Heere, wees Gij mij, arme zondaar genadig. Die mensen, die jongens, die meisjes, kunnen zichzelf niet meer helpen, die moeten geholpen worden. Ze worden bedelaars aan de genadetroon. Ze bidden om geloof, je hoort wel eens mensen spreken bij wie het lijkt of ze zichzelf kunnen helpen. Ze kunnen geloven als zij willen. Maar als je door de Heere geleerd wordt, dan kom je er achter dat het waar is wat de Heere zegt: „Zonder Mij kunt gij niets doen!”

Gebed om versterking van het geloof

Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. Met al de genade die de Heere geeft, blijft de ware gelovige een schuldige zondaar in zichzelf. Dat maakt ook de strijd uit in het leven van Gods kinderen. Daarom is er dat dagelijkse belijden van de zonden, vanuit het beleven van de zonden. Dat is nu die geestelijke nooddruft. Maar ze kennen ook het gebed om de vermeerdering van het geloof. De vader van de maanzieke knaap stond daar bij de grote nood van zijn kind. Hij zag geen uitweg, maar hij bad wel: „Ik geloof, kom mijn ongelovigheid te hulp". Wanneer het gaat om de vermeerdering van het geloof, gaat het over de versterking van het geloof.

Gebed om geestelijke gemeenschap

Geestelijke nooddruft is ook bidden om de geestelijke gemeenschap met God door de genade van de Heere jezus Christus. Immers alleen in die gemeenschap met de Heere Jezus Christus is toch de vrede met God. Daarin ligt het leven met God. In dat leven is vrede. Dat is vrede met een inhoud. Dat is vrede die je verstand te boven gaat. Deze vrede laat zich alleen beleven in de volle gemeenschap met God. Heere spreekt U tot mijn ziel, want Gij zijt mijn heil alleen.

Lichamelijke nooddruft

Vanuit onszelf denken wij zo gemakkelijk dat wij alles zelf wel kunnen. Maar wij kunnen als het er werkelijk opaan komt, niets vanuit onszelf doen. Wat wij vanuit onszelf doen, dat is verkeerd, dat is zonde, dat zijn boze werken. Als wij gezondheid hebben ontvangen, dan kunnen en moeten wij ons werk doen; dat is onze roeping. Maar als het gaat over de gezindheid van ons hart, dan zijn wij ten diepste geneigd God en onze naaste te haten. Daarom doen wij in het oog voor God, alles verkeerd. Bij het licht van de Heilige Geest word je daar ook aan ontdekt en komt al onze arbeid in een ander licht te staan. Weet jij je in alle dingen van de zegen des Heeren afhankelijk? In je gezondheid? In je studie of opleiding? Afhankelijk van de bewaring des Heeren, op weg naar school, of ons werk, en voor zoveel dingen meer? Wat een genade als je dat mag kennen. En als dan toch de moeite, de zorgen, de vragen in ons leven zijn of komen, als het dan heel anders gaat dan je wilde of dacht, dan is het toch goed wat de Heere doet. Geen Vader sloeg, met groter mededogen, op teder kroost, ooit Zijn ontfermend ogen. Dan Israëls God, op ieder die Hem vreest. Zoek daarom de Heere, terwijl Hij nabij is. Roept Hem aan, terwijl Hij te vinden is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1996

Daniel | 32 Pagina's

Geestelijke en lichamelijke nooddruft

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1996

Daniel | 32 Pagina's